
Kraak maar raak
Gangsterfilms hebben altijd tot de
verbeelding van het filmminnend publiek
gesproken, en terecht: want wat is er
leuker dan het bewonderen van een
minutieus geplande kraak en het
aanmoedigen van de slechteriken die er
op het nippertje met de buit vandoor
gaan? Maar waarom van de boeven geen
sympathieke jongens maken; dat is leuk
en weegt bovendien niet zo zwaar door
op het geweten. Populaire klassiekers
als The Sting, Paper Moon en The
Italian Job hadden dit al goed gezien,
en ook regisseur Ridley Scott lijkt een
voorkeur te hebben voor sympathieke
Matchstick Men.
Roy Waller is een succesvolle oplichter
met een handicap: hij heeft last van
alle mogelijke tics en fobieën.
Eigenlijk geen probleem, zolang hij
zijn pillen maar heeft en iedereen
ramen en deuren keurig gesloten houdt.
Zodra er echter ook maar iets verkeerd
gaat (of godbeware hij vergeet zijn
pillen in te nemen), slaan de stoppen
door en verandert Roy in één bonk
zenuwen. Het gaat zelfs zo ver dat zijn
beste vriend en partner Frank hem
doorverwijst naar een psychiater, in de
hoop dat de man eens flink in Roy's
onderbewustzijn gaat graven en
uiteindelijk de bron van alle ellende
kan vaststellen. Ondertussen gaat het
werk gewoon door en beginnen een
enigszins gelouterde Roy en Frank met
de voorbereidingen voor een grote klus,
die hen wel eens heel wat dollartjes
zou kunnen opleveren. Maar op een dag,
na een zoveelste bezoek bij de
psychiater, wordt Roy's angstvallig
georganiseerde leventje volledig op
zijn kop gezet als hij te horen krijgt
dat hij een dochtertje heeft. Het
meisje heet Angela, is een jaar of
veertien en staat te popelen om
eindelijk haar echte vader te kunnen
ontmoeten. Het vrouwmensje is bovendien
behoorlijk eigenzinnig, en na de eerste
de beste ruzie met haar moeder, wil ze
meteen bij haar nieuwe vader intrekken.
Maar of Roy daar nu zo blij mee is?
Klinkt dit gegeven bekend in de oren?
Zo op papier misschien wel, want
afgaande op het
psychiater/gangster-uitgangspunt lijkt
het plot leentjebuur te spelen bij The
Soprano's of Analyze This. Niets is
echter minder waar. De overeenkomst met
eerstgenoemden is zelfs zo vaag dat de
meeste kijkers de vergelijking niet
eens zullen maken; Matchstick Men is
immers een opvallend originele
gentlemen-caper, weliswaar volgens
aloud recept, maar met een volledig
nieuwe invalshoek. Qua stijl en toon
sluit de film nog het best aan bij
Soderberghs Ocean's Eleven of
Spielbergs Catch Me If You Can, maar in
tegenstelling tot deze twee films heeft
Matchstick Men een uitstekend script
dat wat scherpte en humor betreft zijn
gelijke niet kent. Het is
waarschijnlijk sinds The Usual Suspects
geleden dat we een misdaadfilm hebben
gezien die het niet alleen van de clou
moet hebben, en die je lang voor het
einde al uit je stoel heeft geblazen.
Dat heeft natuurlijk niet alleen te
maken met de fantastische (om niet te
zeggen: hyper-gestyleerde) beelden van
cameraman John Matheson, al springt de
stijl van de film het meest in het oog.
Matheson staat bekend voor zijn ijzige,
ietwat overbelichte beelden (hij stond
ondermeer in voor de fotografie van
Gladiator, K-PAX en Hannibal) en haalt
ook voor Matchstick Men weer alles uit
de kast. Om een voorbeeld te geven: het
huis van Roy, minutieus opgeruimd en
smetvrij, lijkt wel een soort Walhalla,
de enige plaats waar hij zich enigszins
op zijn gemak kan voelen. Naast de
strakke fotografie heeft ook regisseur
Ridley Scott wijselijk besloten om de
regie minstens even gedisciplineerd te
houden en het gestunt met de camera tot
een minimum te beperken. De film is qua
montage dus vrij rustig, en net die
rust zorgt ervoor dat de natuurlijke
flow van het verhaal zo goed tot zijn
recht komt. En als er dan eens
'gespeeld' wordt, is het altijd op de
meest geschikte momenten, veelal met
een komisch effect tot gevolg. Het
luchtige toontje van de film wordt
bovendien nog eens onderstreept door de
jazzy soundtrack van Hans Zimmer en
een forse greep uit het oeuvre van Ol'
Blue Eyes Frank Sinatra.
Zonder goede acteurs zou een technisch
perfecte film als deze echter niet meer
zijn dan een koude stijloefening, maar
gelukkig kan Scott een beroep doen op
een schare klasseacteurs. Nicolas Cage
vertolkt met verve de rol van de
getormenteerde Roy, en maakt van zijn
personage een complete mafkees die
zelfs niet op een normale manier door
een deur kan, zonder echter te vergeten
sympathiek te blijven. Roy is in eerste
instantie slachtoffer van zijn tics en
obsessies, het gangsterleven komt
opvallend genoeg pas op de tweede
plaats. Bovendien is Roy geen echt
kwaaie boef; hij ziet zichzelf liever
als een opportunist die maar al te
graag gebruik maakt van de gierigheid
van anderen. 'I never steal their
money, they give it to me,' is zijn
motto. Voor Cage is dit na Adaptation
alweer zijn tweede mafketel op een rij,
maar hij valt gelukkig nooit terug op
de geijkte acteertrucjes: net als
Johnny Depp in Pirates of the
Carribbean, is zijn vertolking compleet
uniek en alleen voor hem is Matchstick
Men al een tripje naar de bios waard.
Maar er is meer. Sam Rockwell
bijvoorbeeld, die na zijn rollen in
Welcome to Collinwood en Confessions of
a Dangerous Mind blijkbaar een patent
heeft genomen op de rol van slinkse
gauwdief, is minstens even
indrukwekkend als Roys rechterhand
Frank. In tegenstelling tot Cage speelt
Rockwell zijn personage als een
doorgewinterde gluiperd, die het niet
zoveel kan schelen wié er nu eigenlijk
beroofd wordt. Hij barst bovendien van
het zelfvertrouwen en heeft er totaal
geen moeite mee om Roy naar een
psychiater te sturen als het even écht
slecht gaat. Professioneel en
betrouwbaar als een huis, zeg maar. Dat
kan overigens niet gezegd worden van
Angela, het personage van Alison
Lohman. Angela is niet meer dan een
enthousiast tienergrietje, die zonder
enige scrupules het georganiseerde
leventje van haar vader compleet
overhoop gooit. Lege pizzadozen op de
grond, uren in de badkamer,
kledingstukken overal, noem maar op.
Lohman is zo geloofwaardig als tiener,
dat je maar moeilijk kan vatten dat ze
in het echt al 24 is. Naar verluidt is
ze ter voorbereiding van deze rol
wekenlang omgegaan met haar 15-jarige
nichtje. Da's pas toewijding.
Het is dit soort toewijding die
Matchstick Men tot iets bijzonders
maakt en dat konden we na een filmzomer
vol sequels, remakes en ander
onorigineel tuig wel weer eens
gebruiken. Matchstick Men is dus échte
cinema, mét een dijk van een script,
mét uitstekende acteerprestaties en mét
doordachte regie. Resultaat? Een van de
beste films van 2003. Maar hou wel je
portemonnee in de gaten.
terug naar boven | afdrukken |
bewaren als pdf | e-mail als PDF | als favoriet bewaren
| Een probleem op deze pagina melden
|