
De kloon is beter dan zijn origineel
Benoît Poelvoorde lijkt in de verste
verten niet op Claude François. Zelfs
in een dichte mist van op honderd meter
afstand, met stront in de ogen heeft
hij weinig weg van de populairste dwerg
uit de Franse muziekgeschiedenis.
Podium speelt zich af in de
glitterwereld van de imitatoren. Dames
en heren met een ernstig beroep die zin
geven aan hun leven door in het weekend
te lopen, te dansen, te denken
(optioneel) en te plassen als hun
idool. Voor een scenarist biedt deze
subcultuur grote mogelijkheden.
Imitatoren hebben namelijk zelden last
van goede smaak. Op zaterdagavond in de
feestzaal van café De Goudfazant
strijden de Elvissen, Prince-sjes en
André Hazessen made in Poelkappelle om
de prijzen. Een namaak Jacques Brel of
Leonard Cohen neemt zelden deel.
Pavarotti's, Zangeressen Zonder Naam en
Vader Abrahams des te meer.
In Podium speelt de immer
voortreffelijke Benoît Poelvoorde de
professionele Cloclo-imitator Bernard
Frédéric. Bernard is niet zo maar een
imitator. Hij is de beste van zijn
generatie, de Eddy Merckx onder de
Cloclo's. Hij wint iedere
imitatiewedstrijd waar hij aan
deelneemt. Hij heeft zijn eigen trouwe
fans en critici. Bernard eet, drinkt,
ademt en zweet Claude François. Wanneer
hij op een veiling een fortuin betaalt
voor de rode telefoon die ooit op de
cover stond van de megahit Le Téléphone
Pleure, stelt zijn vrouw hem voor de
keuze: Cloclo of zij. Bernard kiest
eieren voor zijn geld. Hij zegt zijn
nep-showbizzleven vaarwel en betrekt
met zijn vrouw - een Julien Clerc-fan
nota bene - een gehuurde kijkwoning.
Wanneer zijn vrouw even niet oplet
geeft hij zijn zoontje essentiële
lessen in Cloclologie. De
televisieaankondiging van een wedstrijd
voor dubbelgangers doet hem dromen van
een comeback. Een magisch telefoontje
uit de hemel trekt hem over streep. Wat
volgt is een denderende kitschversie
van Rocky. Bernard vormt een team met
zijn vriend Couscous, die zelf als
imitator van Michel Polnareff furore
maakt in het imitatorcircuit. Eens de
Bernadettes (de achtergronddanseressen
van Claude François heten Claudettes)
gevonden, bereiden Bernard en Couscous
zich plichtbewust en doelgericht op de
preselectie voor.
Het is inmiddels al meer dan 26 jaar
geleden dan Cloclo zichzelf
elektrocuteerde toen hij in bad zat en
een gloeilamp wilde vervangen. Een
weinig glorieus einde voor een
mythische held die miljoenen meisjes
het hoofd op hol bracht. In 2004 is
zijn ster nog niet verbleekt. Iedere
vijf minuten wordt één van zijn nummers
gedraaid op de radio. Jaarlijks
verkoopt de zeepsmoel meer dan een
kwart miljoen platen. Hoewel de
gemiddelde bioscoopbezoeker nog niet
eens geboren was toen de zanger
overleed, is Podium sinds de release in
Frankrijk en Wallonië een absolute
kaskraker. Bijna vier miljoen
Franstaligen zagen het speelfilmdebuut
van Yann Moix en de film draait nog in
de zalen.
Regisseur Yann Moix had Bernard
gemakkelijk kunnen afschilderen als een
zielige idioot. Dat doet hij niet. Hij
toont begrip voor de burgerman die zich
als imitator beter in zijn vel voelt
dan als Bernard de huisvader. Hij leidt
een schizofreen bestaan. Wanneer hij
zijn pruik vastspeldt, zijn glitterpak
aantrekt en zijn dansschoenen bindt,
komt de duivel in hem boven. Hij
imiteert niet enkel het stemmetje en de
danspasjes. Ook de woedeuitbarstingen,
kapsones en het onhebbelijke egoïsme
van zijn grote voorbeeld bekruipen hem.
Hij beseft dat hij zijn vrouw afstoot,
dat het niet verantwoord is om als
volwassen man heel Frankrijk rond te
touren voor optredens in pizzeria's en
parkings van meubelpaleizen. Hij beseft
het, maar de drang is te sterk.
Benoît Poelvoorde geeft de gladde nul
diepgang. Hij toont de tweestrijd en
maakt de Jekyll en Hyde-dramatiek
aannemelijk. Hij zingt en danst voor
het eerst op het witte doek en doet
dat, ahum, opmerkelijk. Poelvoorde IS
Podium. Moix heeft de film speciaal
voor de Waal geschreven. Dat blijkt.
Vooral de scènes waarin Bernard verbaal
te keer gaat, zijn erg vermakelijk.
Poelvoorde en Moix houden het tempo er
stevig in, vuren vrolijk kitschsalvo's
af en grossieren in spitante dialogen
en oneliners.
Podium mag dan een formulefilm zijn,
Moix' regiedebuut getuigt van veel
zelfvertrouwen. De film is gebaseerd op
het gelijknamige boek dat hij zelf
schreef. Het boek is eigenlijk een
bewerking van het filmscenario waarmee
hij al een tijd aan het klooien was.
Omdat de verfilming steeds uitgesteld
werd, herwerkte hij het script in
eerste instantie tot een roman. Nu is
de roman een film. Moix blijft aan de
goede kant van de persiflage en
karikatuur. Hij beheerst zijn onderwerp
en deed er als debutant goed aan zich
te omringen met toptechnici uit de
Franse film. Podium is een geweldig
klinkend glitterfestijn en een visueel
feest. De toekomst als cultfenomeen is
verzekerd.
terug naar boven | afdrukken |
bewaren als pdf | e-mail als PDF | als favoriet bewaren
| Een probleem op deze pagina melden
|