
De liefde tussen man en vrouw… en man
Ondanks alle progressieve pretenties blijft homoseksualiteit in de Amerikaanse film nog altijd een moeilijk bespreekbaar thema. De voorbeelden van de grappige homo-sidekick zijn legio, maar films die écht iets proberen te zeggen over de liefde tussen man en man zijn nog altijd dun gezaaid. Op dat gebied is A Home at the End of the World een dankbare afwisseling in het cleane Amerikaanse filmlandschap.
Helaas is met de nobele opzet van A Home at the End of the World meteen ook het meest positieve gezegd. Want naast de verfrissende normaliteit van de man/man-relatie heeft de film op zich niet zo heel veel te bieden. Jammer eigenlijk, want het boek van Michael Cunningham (die eerder al The Hours neerpende) biedt meer diepgang dan regisseur Michael Mayer uiteindelijk in zijn film steekt. De grootste boosdoener is ongetwijfeld de verhakkelde vertelstructuur, die lustig van decennium naar decennium springt en soms jaren in de persoonlijke evolutie van de personages overslaat. In boekvorm is dat natuurlijk nog wat makkelijker op te vangen, maar voor de flow van de film zijn de tijdssprongen bijna fataal. Zeker als het allemaal ook nog eens in amper 90 minuten wordt gepropt.
A Home at the End of the World moet het dan ook voornamelijk hebben van een aantal boeiende individuele scènes. De eerste klapper zit meteen al aan het begin van de film. De jonge Bobby Morrow betrapt zijn oudere broer Carlton terwijl hij met zijn vriendinnetje aan het vrijen is. Maar in plaats van hem weg te jagen, stelt Carlton de jongen gerust. “Zolang ik bij je ben, heb je niets te vrezen”. Natuurlijk blijven dit soort profetische woorden niet zonder gevolg en tijdens een wat uit de hand gelopen familiefeestje loopt de stonede Carlton door een glazen deur. Bobby kan het verlies van zijn grote broer maar moeilijk verwerken en blijft ook tijdens zijn tienerjaren een echte eenzaat. Tot hij op een gegeven moment Jonathan ontmoet, net als hij een onzekere tiener die worstelt met zijn seksualiteit. Tussen Bobby en Jonathan ontstaat er zelfs zoiets als een prille liefde, maar als Jonathan door een (nogal ver gezochte) samenloop van omstandigheden bij Bobby komt inwonen, wordt het voor hen steeds moeilijker om hun relatie geheim te houden. Uiteindelijk verliezen de twee jongens elkaar uit het oog, maar na jaren van stilzwijgen zoekt Jonathan ineens weer contact. Bobby trekt naar New York in de hoop zijn grote liefde weer in zijn armen te kunnen sluiten, maar komt voor een flinke teleurstelling te staan: Jonathan heeft een vriendin.
Helaas begint de film na de zorgvuldig opgebouwde openingsscènes, steeds meer te versplinteren omdat regisseur Mayer regelmatig té grote stukken van verhaal overslaat. Dat vervreemdende effect wordt nog eens versterkt door het feit dat de rol van Bobby achtereenvolgens door drie acteurs wordt gespeeld, die nauwelijks op elkaar lijken. Vanzelfsprekend is het een haast onmogelijk klus om goede jonge acteurs te vinden allemaal op Colin Farrell lijken, maar om het aspect van gelijkenis helemaal te verwaarlozen, is dit keer een kwalijke misrekening. Daar komt nog eens bij dat Colin Farrell eigenlijk totaal niet geschikt is voor de rol van de zachtaardige Bobby. Zijn woeste ogen en macho-uiterlijk blijven altijd prominent op de voorgrond, hoe zeer hij ook zijn best doet om bedeesd en kwetsbaar te blijven. De twee jonge acteurs die Bobby op jongere leeftijd spelen, zijn wat dat betreft veel beter. Vooral Erik Smith (als de zestienjarige Bobby) maakt een uitstekende beurt.
Minstens even goed zijn de vrouwenrollen in de film. Sissi Spacek laat na haar nutteloze cameo in The Ring Two eindelijk nog eens zien wat een geweldige actrice ze is (vooral de scène waarin ze samen met haar zoon een joint rookt, is onweerstaanbaar) en Robin Wright Penn borduurt met zichtbaar enthousiasme verder op de rol van de pseudo-feministe die ze al in Forrest Gump speelde. Maar ondanks de (over het algemeen) sterke acteerprestaties en het uitstekende oog voor detail van regisseur Mayer (de muziekkeuze en verschillende tijdsbeelden zijn voortreffelijk) ontbreekt het A Home at the End of The World aan consequentie. Het verhaal is te verhakkeld om op lange termijn nog veel sympathie of medeleven voor de personages op te brengen. In de handen van een regisseur als Robert Altman was dat waarschijnlijk geen probleem geweest, maar in het geval van Mayer is het resultaat niet meer dan een nobele, maar onopvallende tranentrekker.
terug naar boven | afdrukken |
bewaren als pdf | e-mail als PDF | als favoriet bewaren
| Een probleem op deze pagina melden
|