
Eerst puber, dan kankerpatiënt
Net
als de planten- en dierenwereld heeft ook de cinema een geheel eigen
gevarencode. Niet-eetbare planten waarschuren dieren met hun felgekleurde
bladeren, kikkers met dodelijke tongen hebben een heloranje vel, sommige dieren
stinken uren in de wind om tegenstanders op afstand te houden. Dieren die de
gevarencode niet kennen, gaan dood. Dat is hard. De schade voor
bioscoopbezoekers die de verbodstekens negeren, is gelukkig beperkt: een
financieel verlies van zeven tot tien euro, twee uur tijdverlies en een portie
ergernis. Niet te negeren voortekenen van filmonheil zijn: “geregisseerd door
Guy Ritchie”, “een oer-Hollandse komedie”, “een hoofdrol van Barbara Streisand”
en vooral “gebaseerd op een waargebeurd verhaal over zieke kinderen”. Mensen
hebben het voordeel op dieren dat ze kunnen denken en bepaalde verbodstekens
kunnen negeren als ze daar zin in hebben. Planta 4a is een Spaanse film die
weinig goeds belooft, maar meer dan de moeite waard blijkt.
Bijna twintig jaar geleden maakte de Spaanse
regisseur Antonio
Mercero zijn meest
bekende film: Esperame en el Cielo. Met Planta 4A schuimt de
68-jarige filmmaker met relatief succes de filmfestivals af. Zijn film werd
positief onthaald in Gent en Montréal. Universeler kan een verhaal van een film
onmogelijk zijn. De vierde verdieping van een ziekenhuis is de plaats van actie
en vier tieners met kanker zijn de hoofdpersonages.
Miguel Angel, Izan
en Dani zijn vijftien, kankerpatiënt en puber. Ze wonen in het ziekenhuis en
wanneer ze niet op consultatie moeten of nieuwe onderzoeken ondergaan, zijn ze
vierentwintig uur op vierentwintig bij elkaar. Hun ziekte verhindert hen niet te
fantaseren over wat de jurk van de verpleegster zou kunnen verhullen. Ze
organiseren nachtelijke rolstoelraces, steken de draak met het verzorgend
personeel, spelen basketbal, klooien met het oproepsysteem en genieten van de
hormonen die door hun lichaam gieren. Boys will always be
boys. Wanneer
een nieuwe patiënt zijn intrek neemt op hun verdieping, zijn de vrienden met
zijn vieren. Het geeft hen meer mogelijkheden om het varken uit te
hangen.
Het scenario van
Planta 4A is gebaseerd op het autobiografische toneelstuk Los Pelones van medescenarist
Albert
Espinosa. Los Pelones
betekent de kaalkopjes en de film gaat de ziekte alles behalve uit de weg.
Mercero plaats haar niet op de voorgrond, maar laat zijn personages in de
zoetzure verhaal in de eerste plaats jonge gasten zijn. Jonge gasten wiens
toekomst in gevaar is, maar die daar nu niet aan willen denken. Mercero kiest
voor humor wanneer het minder gaat en onvoorwaardelijk vriendschap als
geneesmiddelen.
In cynische tijden
als deze komt Planta 4A nogal naïef over maar de film weet dat euvel goedgemaakt
door de spontane vertolkingen van de jonge acteurs. De grappen zijn niet
allemaal even origineel maar de frisse twinkeling in de ogen van de kaalkoppen
maken ze onweerstaanbaar. Een enkele keer flirt de film met de grens van de
sentimentaliteit en de voorspelbaarheid. Gelukkig dribbelt Mercero vlot langs de
valkuilen van de op zondagmiddag op televisie uitgezonden tearjerkers het
schijnbare monopolie hebben op dit type verhalen. Planta 4A is grappiger, beter
geacteerd, fijner gedoseerd en eerlijker het gros van de zieken-mensen-films.
Een traditioneel warme film over diepmenselijke gevoelens, vriendschap en hoop
waar je niet meteen braakneigingen van krijgt? Hij draait nu in de cinema en hij komt
uit het hart en de onderbuik. Hij is echt.
terug naar boven | afdrukken |
bewaren als pdf | e-mail als PDF | als favoriet bewaren
| Een probleem op deze pagina melden
|