
Triomf gebaseerd op wilskracht
Wie met een groep blinden de Mount Everest wil beklimmen heeft een erg cynisch gevoel voor humor of heeft te veel Prozac geslikt. Zelfs voor gezonde, getrainde en ervaren alpinisten is het een zenuwslopende en halsbrekende onderneming. Ieder jaar bereiken 150 alpinisten de top van de hoogste berg ter wereld. Ze houden nauwelijks halt bij de gedenktekens van hun minder fortuinlijke collega's die het leven lieten op de ijzige route.Toen Edmund Hillary en Tenzing Norgay in 1953 als eersten het dak van de wereld bereikten, was de klim naar de top de natte droom van extreme thrill seekers. Een halve eeuw later is het mysterie een beetje verdwenen. De Everest is - met enige zin voor overdrijving - gedevalueerd tot een toeristische attractie. Een reisje naar de top is te boeken via het plaatselijke reisbureau. Voor pak en beet 50 000 dollar loodst een team van dokters, koks en gidsen je naar boven. Om als Everestbeklimmer nog de voorpagina van de krant te halen, moet je zeer straffe toeren uithalen. Er klommen mannen zonder extra zuurstof, een halve gare probeerde het in zijn blote kont. Een 70-jarige Japanner haalde als de oudste ooit de top, een 15-jarig meisje als jongste. Thom Whittaker raakte op één been boven. De strafste van allemaal is voorlopig de Amerikaan Erik Weihenmayer, die in 2001 als eerste blinde de Everest bedwong. Erik Weihenmayer is geen broekje. Hij werd blind op zijn dertiende en stond sindsdien op de top van de hoogte berg van ieder continent. Die buitengewone prestatie maakt hem een icoon voor blinde sporters en alpinisten. Sabriye Tenberken is een van zijn fans. De blinde Duitse activiste woont al jaren in Tibet. Boeddhisten zien iedere ziekte in het huidige leven als het gevolg van een misstap in een vorig leven. Blinden zijn zondaars die naar de rand van de maatschappij verbannen worden. Geschokt door de levensomstandigheden van haar Tibetaanse lotgenoten, startte ze startte in Lhasa de eerste blindenschool. Om haar leerlingen een riem onder het hart te steken, nodigt ze Weihenmayer uit voor een peptalk. De Amerikaan doet meer dan dat. Hij trommelt zijn vastbegeleidingsteam op en plant een uitdagende expeditie met zes leerlingen. Hun oorspronkelijke doel is de top van de Mount Everest, later wordt dat doel bijgesteld tot de top van de Lhakpa Ri, de berg net naast de Everest, 7045 hoog. Dat is een pak hoger dan de Mont Blanc (4810 meter), de Elbroes (5642 meter), de Aconcagua (6962 meter), Mount McKinley (6194 meter) en de Kilimanjaro (5895 meter). De tieners zijn fysiek zwak en sociaal onderontwikkeld. Ze spreken nauwelijks Engels. De trektocht is een ambitieus plan. Om er aan te beginnen, moet je ongezond positief ingesteld zijn, geloven dat wonderen bestaan, weten dat jij kan waar een ander niet eens over durft te dromen, putten uit een aan arrogantie grenzend zelfvertrouwen. Met andere woorden: je moet een echte Amerikaan zijn. Blindsight zou nooit de zalen gehaald hebben, mocht de groep al na een halve dag klimmen rechtsomkeer gemaakt hebben. De documentaire is een ode van de innerlijke kracht van de mens. De combinatie van gehandicapten, een bovenmenselijke uitdaging en een gemotiveerde all american crew doet alle alarmbellen afgaan. Het tearjerker-gevaar is eminent aanwezig. De cynicus zal opwerpen dat een berg beklimmen met zes blinde tieners geen enkel aantoonbaar nut dient. Ze lopen enorme risico's omdat ze niet zien waar ze lopen en genieten niet echt van het landschap. Tegen die bedenkingen is weinig in te brengen. Er zijn inderdaad andere, minder gevaarlijke manieren om het zelfvertrouwen van de kinderen op te vijzelen. Regisseur Lucy Walker is zelf aan één oog blind. Voor de start van de opnames had ze nooit iets hogers beklommen dan haar keukentrapje. Haar documentaire is doordrongen van de opwinding over haar eerste keer in de bergen. Het is haar grote verdienste dat ze van Blindsight veel meer gemaakt heeft dan een suf heldenportret of een verslag van een heroïsche trektocht. Ze laat zich niet herleiden tot de mooie plaatjes-schieter van dienst. Ze stelt zich op als onafhankelijke filmmaakster en kritisch denkende buitenstaander, niet als onderdeel van een goede-doel-propagandamachine. Met de expeditie als rode draad slaat ze verschillende thematisch interessante zijwegen in. Haar graafwerk in het verleden van de zes jonge trekkers levert even onthutsende als aangrijpende beelden op. Doeltreffend zet ze de hele trektocht in het juiste perspectief en illustreert ze hoe bijzonder het is wat die gasten presteren. In een beweging stelt ze het mythische, zweverig positieve beeld bij dat wij in Europa van Tibet hebben. Even boeiend is de registratie van de stijgende spanning tussen de sportieve ambitie van de Amerikanen en de beschermende houding van de bestuurders van de blindenschool die zich terecht zorgen maken om het welzijn van hun kinderen. Het levert harde discussies op en knappe cinema. Blindsight vertrouwt op het denkvermogen van de kijker. De documentaire combineert gevoeligheid aan integriteit en is bovendien een lust voor oog en oor. De berglandschappen zijn een dankbaar decor, de muziek van Nitin Sawhney is de discrete aanvulling. Lucy Walker is er uiteindelijk in geslaagd om met Blindsight een antwoord te formuleren op de vraag waarom zes blinde Tibetanen per se een hoge berg zouden moeten beklimmen. Haar antwoord is ouderwets inspirerend en hartverwarmend. Iedere meter dichter bij de top is een overwinning: op zichzelf, op de buitenwereld, op het lot dat hen tart, op de zuurpruimen op de pendeltrein, op iedereen die zijn of haar relativeringsvermogen is kwijtgeraakt. Zonde dat de zes Tibetaanse helden hun eigen triomftocht op het grote scherm niet kunnen zien. Gezien op het 34ste Filmfestival van Vlaanderen Gent.
terug naar boven | afdrukken |
bewaren als pdf | e-mail als PDF | als favoriet bewaren
| Een probleem op deze pagina melden
|