
Hengelen in geestrijk water
Voor zijn langspeeldebuut greep kortfilmmaker Salif Traoré terug naar vertrouwde Afrikaanse filmconcepten. De Malinees entte Faro op een klassieke verhaallijn en een herkenbare thematiek. De uitwerking verliep evenwel minder stereotiep. Traoré wil niet alleen registreren, maar probeert ook te verzoenen. Al doet hij dat heel voorzichtig.Faro, la reine des eaux vertelt het verhaal van Zanga (Fily Traoré), een jonge ingenieur die naar zijn geboortedorp in Mali terugkeert om er de identiteit van zijn vader te achterhalen. Zanga studeerde in de hoofdstad, waar hij een zekere status verwierf. Toch was zijn vertrek niet helemaal van harte. Als bastaard werd hij indertijd uit de gemeenschap verstoten. Kinderen van ongetrouwde vrouwen worden in Mali immers als des duivels gezien. Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat de dorpsbewoners niet in rijen staan aan te schuiven om de terugkeer van hun verloren zoon te vieren. Wanneer ‘de indringer’ bovendien meteen met zijn plannen voor de bouw van een nieuwe stuwdam komt aanzwaaien, hebben de dorpelingen het wel begrepen: het onheil is onafwendbaar. Zanga wordt symbool van nakend onheil. Toch is Zanga niet de enige die de woede van de buren over zich heen haalt. Ook Kouta (Helene M. Diarra), een weduwe die niet volgens de traditionele gebruiken om haar overleden man wil rouwen, is hetzelfde lot beschoren. De ellende is helemaal compleet wanneer Kouta’s jonge dochter Penda (Djeneba Kone) ternauwernood aan de verdrinkingsdood ontsnapt. Een duistere kracht in het water leek eerst Penda’s waskom en daarna het meisje zelf mee te sleuren. Conclusie van de dorpsbewoners: Penda is behekst, en dat is de schuld van Zanga die met zijn bemoeienissen de toorn van watergodin Faro heeft opgewekt. Hun vermoeden wordt alleen maar bevestigd wanneer daags later ook de voor het dorp levensbelangrijke visvangst stilvalt. Terwijl de dorpschef (Sotigui Kouyate) en zijn sjamaan (Balla Habib Dembélé) proberen uit te ‘vissen’ wat Faro precies van hen verlangt, blijft haar vloek het dagelijkse leven in het Malinese rivierdorp beheersen. Centrale gedachte in Faro is het conflict tussen traditie en moderniteit, intussen een welbekend thema in de hedendaagse Afrikaanse cinema (zie bvb. Touki Bouki, Visages de femmes, Ta Dona, Moolaadé, Il va pleuvoir sur Conakry). Het is meer bepaald Zanga’s ratio die botst met het geloof van zijn volk in almachtige watergeesten, in essentie een irrationele notie. Op het eerste zicht lijkt er nochtans weinig aan de hand. De protagonist wil de rivier indijken en daarmee de welvaart van de boeren en de vissers uit zijn geboortedorp veilig stellen. Zanga’s SUV voert echter niet alleen hoogtechnologische apparatuur, maar ook pakken kennis en moderniteit aan. En het is net die wetenschappelijke balast die de dorpelingen als existentieel irrelevant ervaren. Zanga wil welvaart, de bewoners willen rust. Voor de dorpsgemeenschap is niet riviergodin Faro maar wel kennis een duistere kracht. Het hangt er maar van af door welke bril je de wereld bekijkt. Toch probeert regisseur Salif Traoré voorzichtig traditie en moderniteit met elkaar te verzoenen. Harmonie en balans zijn immers essentieel in de dorpsgemeenschap, als na te streven ideaal maar ook en vooral als overlevingsmechanisme. Zo moet ook Zanga vaststellen dat het plaatselijke ritueel om de vader van een buitenechtelijk kind te bepalen – tussen twee speren lopen zonder te struikelen – verduiveld accuraat blijkt. De protagonist mag dan wel zijn geloof in Faro verloren hebben, hij weet maar al te goed hoezeer hij en zijn lotgenoten van de rivier afhankelijk zijn. En of je nu het water dan wel de watergodheid in een rivier vereert, in zekere zin zijn God en natuur één. Deus sive Natura. Met het thema van traditie versus moderniteit lijkt regisseur Traoré in de voetsporen van Ousmane Sembene te willen treden, de vorig jaar overleden Senegalese filmpionier die wel eens de vader van de Afrikaanse cinema wordt genoemd. Helaas houdt de vergelijking daar voorlopig op. Hoe wondermooi de cinematografie (bvb. het rijstoffer van de dorpsjongetjes in de rivier) en natuurgeluiden (zelfs het nasale Bambara klinkt als muziek in de oren) ook mogen wezen, Faro kreunt onder een zwakke montage en mist een strakke regie. Daardoor is de logische opeenvolging van gebeurtenissen bij momenten zoek. Maar op de keper beschouwd is Faro, la reine des eaux een verdienstelijk langspeeldebuut van een voorzichtig zoekende cineast, die ook een deel van het scenario en de productie voor zijn rekening nam. Gelukkig kan Traoré ook rekenen op acteurs met enige ervaring. Fily Traoré geeft op beminnelijke wijze gestalte aan zijn personage Zanga, een man die worstelt met zijn verleden, zijn geloof en zijn identiteit. Ook Balla Habib Dembélé als sjamaan, Maimouna Hélène Diarra als onfortuinlijke weduwe, Djénéba Koné als behekste dochter (twee jaar geleden alle drie nog samen te zien in Bamako), en veteraan Sotigui Kouyaté als dorpschef (bekroond voor zijn hoofdrol in Little Senegal, bijrolletje in Dirty Pretty Things) leveren bevredigende acteerprestaties af. Faro, la reine des eaux is enerzijds een ongepolijst en soms wat rommelig drama met een (bij momenten storende) komische ondertoon, anderzijds is het een moderne, genietbare en pretentieloze sage met een universele boodschap. Gezien op het Afrika Filmfestival 2008, editie Gent
terug naar boven | afdrukken |
bewaren als pdf | e-mail als PDF | als favoriet bewaren
| Een probleem op deze pagina melden
|