Editie 861
 
Index Besprekingen Columns Achtergrond DVD Festivals Jaaroverzicht Quiz Show Legends of Asia Klassiekers Info
AUTEUR
Matthias Van Wichelen  /  Kenny De Maertelaere  /  Jeffrey De Keyser

INFO

Het 35ste Internationaal Filmfestival van Vlaanderen – Gent loopt van 7 tot 18 oktober 2008. Alle info: http://www.filmfestival.be

GEPUBLICEERD OP
6 oktober 2008

MEEST RECENTE BESPREKINGEN
AVATAR
2012
ASTRO BOY
THE INFORMANT!
DOSSIER K
EYES WIDE OPEN
HUMPDAY
LAILA'S BIRTHDAY
THE BOX
ALTIPLANO
PARANORMAL ACTIVITY
FISH TANK
DOUBLE TAKE
THE COVE
A CHRISTMAS CAROL (3D)

UIT HET ARCHIEF
Copyright U.I.P. THE RING TWO

FILMFESTIVAL VLAANDEREN GENT 2008
Copyright (c) organisatie

Reis rond de wereld in 134 films


   
Moviegids volgde dit jaar de 35ste editie van het Internationaal Filmfestival van Vlaanderen – Gent in stijl. Drie redacteurs liepen er de longen uit het lijf om zoveel mogelijk van de meer dan 130 voorstellingen te bekijken. Speciaal voor u gewikt en gewogen op deze pagina.

Na drie opeenvolgende meesterwerken – Pi, Requiem for a Dream en The Fountain – was het vol spanning uitkijken naar wat Darren Aronofsky met The Wrestler (**) zou aanvangen, een drama over de post-professionele carrière van Randy ‘The Ram’ Robinson, een succesvol worstelaar uit de jaren tachtig. Het is geen psychedelische ontdekkingsreis geworden, maar een middelmatige uitstap. En naar ‘s wonderkinds maatstaven is dat een serieuze ontgoocheling. Visueel oogt The Wrestler nochtans gepolijst. De schuddende camera is voor Aronofsky dan wel een stijlbreuk, maar het werkt. Wat de film vooral mist, is diepgang en overtuiging. De secundaire verhaallijnen zijn bijzonder zwak uitgewerkt (Randy’s moeilijke relatie met zijn dochter, zijn ‘romance’ met stripster Cassidy), de humor is clichématig, de karakterschets van The Ram te steriel. Hoewel Mickey Rourke de worstelverslaving van zijn personage met poëzie en dramatiek afwisselt, lijkt de acteur voortdurend op zoek naar zichzelf. Zijn morfologie is niet geheel geloofwaardig, en ook de vlakke verhaalstructuur is weinig bevorderend voor Rourke’s pogingen tot method acting. Conclusie van The Wrestler is dat Aronofsky mag beginnen worstelen om zich uit de wurggreep van de wolven aan de box office te bevrijden. De voor 2010 geplande remake van RoboCop laat echter het tegenovergestelde vermoeden. (jdk)

Parking (***) is een afwisselend boeiende, grappige en vertederende zwarte komedie van Taiwanese bodem. Het verhaal speelt zich af op Moederdag in Taipei. Chen Mo (acteur Chen Chang; Crouching Tiger, Hidden Dragon) heeft een etentje gepland met zijn vrouw, in de hoop hun verschraalde relatie uit het slop te trekken. Op weg naar huis stopt hij aan een patisserie, maar als hij buitenkomt, merkt hij dat zijn auto is ingesloten door een dubbel geparkeerd voertuig met een kogelgat in de voorruit. Chen Mo’s zoektocht naar de eigenaar mondt uit in een lange, veelbewogen nacht waarin de misverstanden elkaar opvolgen. Voor zijn regiedebuut ging Chung Mong-Hong zelf achter de camera staan om zijn eigen script te verfilmen. Het resultaat is een genre-overschrijdende mix van hilarische discussies, melodramatische gebeurtenissen, spannende confrontaties en een snuif slapstick. Mong-Hong speelt niet alleen met stijlen en chronologie, maar ook met de identiteit van zijn personages, en vooral… met hun voeten. Een regisseur om in de gaten te houden! (jdk)

Wie Rachel Getting Married (*** ½) ziet zonder op voorhand te weten wie de regisseur is, noemt na afloop nooit ofte nimmer de naam Jonathan Demme. Zelfs al bewees de Amerikaan met Married to the Mob, Silence of the Lambs en Philadelphia erg veelzijdig te zijn, met zijn nieuwe film verbaast hij vriend en vijand. Zijn eerste speelfilm sinds The Manchurian Candidate roept vergelijkingen op met Robert Altman, Thomas Vinterberg en John Cassavetes. Rachel gaat trouwen. Om het feest bij te kunnen wonen, krijgt haar zus Kym voor het eerst in een lange tijd een aantal dagen verlof uit de ontwenningskliniek. Door de thuiskomst van Kym moet Rachel de aandacht delen met haar zus. Dat valt de toekomstige bruid erg zwaar. Jonathan Demme heeft dit familiedrama perfect onder controle. Terwijl de voorbereidingen voor het feest volop aan de gang zijn, barst de bom. Jarenlange frustraties en onderhuidse spanningen komen vrij. Anne Hatheway speelt als zwarte schaap de beste rol van haar leven. Voor het eerst haalt een regisseur het maximum uit haar talent. Demme wisselt beverige camerabeelden af met verstilde shots om het contrast te benadrukken. De dialogen zijn ongekunsteld en hard. Van de hoofdrolspelers tot de figurant die maar een paar seconden in beeld komt: iedereen staat goed, zegt de juiste dingen. De camera staat in hun midden. De kijker feest mee, staat op de eerste rij bij de ruzies. Meesterlijk in zijn eenvoud, pakkend in zijn directheid en geloofwaardig in zijn menselijkheid. Jonathan Demme en Anne Hathaway hebben hun grenzen verlegd. (mvw) 

Tehran has no more Pomegranates (**½), het regiedebuut van de jonge documentairemaker Massoud Bakhshi, is een atypische Iraanse film waarvan de uitvoering al even chaotisch is als het onderwerp: de geschiedenis van de stad Teheran in economisch, sociaal, politiek, ecologisch en cultureel perspectief. In tegenstelling tot wat het opzet doet vermoeden, brengt Bakhshi een idiosyncratisch stadsportret zonder holistische pretenties waarin ook plaats is voor nonsens. In de openingsscène schrijft de regisseur een brief waarin hij uitlegt dat hij de film niet zal kunnen afwerken. De toon is meteen gezet. Met een rugzaak vol ironie doolt Bakhshi door de straten van Teheran, en plaatst hij de ‘verloederde’ metropool van vroeger tegenover de ‘moderne’ megalopool van vandaag, hoewel zijn beelden eigenlijk net het tegenovergestelde bewijzen. Teheran heeft dan wel geen granaatappels meer, de censuur tiert er welig. Om die reden, en uit praktische overwegingen, werkt de film als een zaklamp op de geschiedenis van de stad en laat hij zo bepaalde facetten van de evolutie onderbelicht. Tehran has no more Pomegranates is een fragmentaire mix van archiefbeelden, een frivole - doch niets steeds esthetische - fotografie, korte interviewfragmenten en een gevarieerde muzikale score. Het is een portret met bezieling, maar de lijm en het kader ontbreken. (jdk)

Net als bij een goede horrorfilm knijp je bij de Duitse film Cloud 9 (***) soms instinctief de ogen dicht. Sommige scènes wil je nu eenmaal niet zien. Liveoperaties op televisie: geen probleem, martelscènes in een tandartsstoel: ok, dieren die gevild worden: waarom niet? Twee vijfenzestigplussers passioneel zien vrijen: nee bedankt. Nochtans is er niets zo natuurlijk en mooi als twee mensen die elkaar passioneel bespringen en zich helemaal laten gaan. Seks is een goede uitvinding en ergens weten we ook dat oudere mensen het nog doen maar we willen er niet mee geconfronteerd worden en zeker niet op het grote scherm. De naaktscènes in Andreas Dresens film zijn ophefmakend. Niet omdat ze expliciet of opwindend zijn, maar net omdat ze zo natuurlijk zijn. De oudjes beginnen wild te tongzoenen, kleden elkaar uit en schuiven in elkaar. Dresen toont borsen, billen en konten. Scarlett Johansson hield haar boezem zedig bedekt in Vicky Cristina Barcelona, Ursula Werner (65) doet dat niet. Eens de aanvankelijke gêne bij de vrijscènes weggeëbd is, ontvouwt zich een zeer eenvoudig maar uiterst pakkend relatiedrama. Het 65-jarige vrouwelijke hoofdpersonage is namelijk een passionele liefdesrelatie begonnen met een 76-jarige man. De passie is verwoestend. Ze moet kiezen tussen de man waar ze al dertig jaar mee samenleeft en de man die haar orgastisch pleziert. Cloud 9 is een drama, geen schandaalfilm. Naar het einde toe wordt het allemaal wat zwaar op de hand, maar het trio hoofdacteurs zorgt ervoor dat je niet afhaakt. Inhoudelijk verlegt Andreas Dresen grenzen en hij doet met een goede, toegankelijke film. Hulde daarvoor. (mvw)

We hebben allemaal een doel in het leven. Sommigen willen de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde splitsen, anderen ijveren voor veilige fietspaden of strijden voor mensenrechten in China. De Fransman Philippe Petit is een artistieke misdadiger. Zijn grootste stunt voerde hij uit in 1974 toen hij een touw spande tussen de Twin Towers in New York. Illegaal natuurlijk. Eerder al had hij een wandelingetje gemaakt tussen de twee torens van de Notre Dame in Parijs en de Harbour Bridge in Sidney. Petit streeft geen enkel doel na. Hij noemt zichzelf een poëet, iemand die de mensen wat geluk en plezier wil bezorgen. Die fantastische houding komt perfect tot uiting in de documentaire Man on Wire (*** ½) waarin de illegale actie in New York wordt gereconstrueerd. Het lijkt onzinnig om op een touw te lopen 450 meter boven de grond. Petit geeft zelf ook grif toe dat hij onzin is, maar het is zijn onzin, zijn project, zijn grote droom en hij doet er niemand kwaad mee. Regisseur James Marsh werkt met fantastisch fotomateriaal en liet een aantal cruciale scènes naspelen door acteurs. De commentaar van Petit en het team dat hem hielp bij zijn stunt is ontroerend enthousiast. Meer dan dertig jaar na de feiten blinken hun ogen als ze terugdenken aan hun avontuur. Humor, poëzie, spanning en zelfrelativering: meer is niet nodig voor een heel aparte filmervaring. (mvw)

Het Turkse Summer Book (** ) is het charmante regiedebuut van Seyfi Teoman. Een incidentrijke zomer lang volgt hij een doorsnee familie. De grote vakantie is net begonnen en de 10-jarige Ali verveelt zich omdat hij zijn zomerschrift met taken kwijtgeraakt is. Zijn oudere broer heeft zijn jaar aan de militaire school afgerond. Hij zou liever bedrijfsbeheer gaan studeren in plaats van officier te worden. Vader Mustafa is een handelaar die vaak op zakenreis moet. Hij is zo vaak van huis dat zijn vrouw hem er van verdenkt een minnares te hebben. Oom Hasan is slager. Seyfi Teoman weet goed waar hij mee bezig is. Zijn film zit goed in elkaar. Zoals wel vaker het geval is in Turkse films, gebeurt er niet heel veel. Het simpele verhaal drijft op sfeer en gevoel. Het is niet gegarandeerd dat iedereen het geduld zal hebben om zich onder te laten dompelen. De clash tussen de traditie en moderne opvattingen loopt als een breuklijn door de familie. Interessant en fraai allemaal, maar een iets te vlak en slap om een blijvende indruk na te laten. (mvw)

Not by Chance (***), de eerste langspeler van de Braziliaanse cineast Philippe Barcinski, is een hyperlinkfilm die zich afspeelt in São Paulo. De plot focust op twee alleenstaande controlefreaks: Enio, een gescheiden verkeersdeskundige met een organische visie op de verkeerscyclus, en Pedro, een dertigjare ontwerper van pooltafels die de geometrie van het biljartspel naar het dagelijks leven transponeert. Hun levens worden verweven met die van verschillende vrouwen: Enio’s ex-vrouw Monica, hun gemeenschappelijke dochter Bia, en Lucia, een goederenhandelaarster met een encyclopedische koffiekennis. De laatste neemt haar intrek in het appartement van Pedro’s overleden vriendin Teresa, een studente antropologie. De echo’s van Crash zijn nooit ver weg (ook hier is een tragisch verkeersongeval het knooppunt in een web van personages), maar naarmate de film vordert worden ze met brio overstemd door de frisse regie, de cinematografische diepgang – producent Fernando Meirelles, regisseur van Cidade de Deus, heeft hier duidelijk een vinger in de pap – de intelligente thematiek (vrije wil vs. noodlot, controle vs. toeval), en de indrukwekkende beelden van het bruisende São Paulo en zijn verkeersaders. Een veelbelovend debuut. (jdk)

Ida Elise Broch heeft alles om een wereldster te worden. Ze is het stralende middelpunt van de Noorse film The Man Who Loved Yngwe (*** ½) waarin ze Cathrine speelt, het liefde van Jarle, de leadzanger van Mathias Rust Band. Stian Kristiansens eerste film speelt zich af in 1989. De Berlijnse Muur is net gevallen. Het zal de drie tieners van het rockbandje worst wezen. Ze zijn zestien en denken aan rock and roll, seks en alcohol. Met zijn drieën bereiden ze in een bunker in Stavanger hun eigen muzikale revolutie voor. Cathrine volgt iedere repetitie, verzorgt het artwork maar bovenal is ze Jarle's lief. Een meisje met een lach waarvoor Jezus Christus zich van zijn kruis zou losrukken. Ze is mooi, sexy en hip, ze feest, drinkt en rookt. Ze is slim, grappig, creatief en ongeremd. Een griet waar je een moord voor begaat, eentje die je nooit meer laat gaan. The Man Who Loved Yngwe is een tienerholebifilm over een rockgroepje of een rockfilm over de tienerholebiproblematiek. De situaties waarin de personages zich manoeuvreren zijn herkenbaar. De grappen zijn niet echt origineel en de ontknoping is weinig verrassend maar dat is voor één keertje niet zo erg. Stian Kristiansen jongleert met de clichés van het genre. Hij schept een bijzonder sfeervol en rijk geschakeerd universum waarin zijn levensechte personages zich volledig kunnen ontplooien. De dialogen klinken natuurlijk en de vertolkingen zijn spontaan. De spetterende soundtrack doet de rest. In alle bescheidenheid is The Man Who Love Yngwe een onweerstaanbaar filmpje. Regisseur Stian Kristiansen is een naam om in de gaten te houden, maar het is vooral Ida Elise Broch die brokken maakt. Geef haar een stevige rol in een grotere productie en ze is voorgoed gelanceerd. (mvw)

Op elk filmfestival zijn er altijd wel enkele curiosa te vinden. In Gent is dat niet anders. Een daarvan tijdens deze editie is Laya Project (*); een iets meer dan een uur durende muzikale documentaire waarin we niets anders zien dan een aan elkaar gemonteerde compilatie van zonsondergangen en –opgangen, door het leven getekende gezichten van de inwoners van Sri Lanka; Thailand; Indonesië; de Malediven en Myanmar, aanrollende golven en zingende en dansende bewoners uit de hierboven beschreven streken. Op de klankband alleen maar hypnotiserende (lees: slaapverwekkende) volksmuziek en enkele weinig samenhangende verwijzingen naar de tsunami van 2004. Geen diepgang; geen interesse. Misschien dat de liefhebbers van de gebieden en/of de muziek hier nog iets aan zullen hebben maar wij hadden er absoluut geen boodschap aan. (kdm) 

Die Welle (** ½) verhaalt over een hippe liberale leerkracht (Jürgen Vogel) die zijn leerlingen tijdens de projectweek een saai onderwerp moet bijbrengen: autocratie. In plaats van bibliotheekbezoeken of workshops te organiseren, besluit hij bij wijze van experiment een microdictatuur te installeren met zichzelf, “Herr Wegner”, als leider. De studenten evolueren zienderogen. Ze putten kracht uit het groepsgevoel en de discipline, en worden zelfzekerder. Op de derde dag hebben ze al een naam (Die Welle), een uniform (witte hemden), een logo, en een groet voor hun beweging ontwikkeld. Maar wanneer de deelnemende leerlingen zich plots superieur en ongenaakbaar achten, en zich zowel moreel als fysiek van hun buitenstanders beginnen te distantiëren, dreigt het experiment uit de hand te lopen. Die Welle is een moraliserende en pedagogische film over een historisch recurrent en (vooral in Duitsland) gevoelig thema, en put zijn waarde uit de boodschap dat fascisme op een geschikte voedingsbodem altijd en overal kan ontkiemen. De jongeren uit de film zijn kwetsbaar en voelen zich vervreemd, de gemeenschapsidee is wervend, en de leerkracht ontwikkelt een zwak voor macht en idolatrie. Die Welle spreekt aan door zijn hoog doe-het-zelf-gehalte en actueel kader, maar is helaas nooit innoverend. De plot gaat gebukt onder clichés, de karakterontwikkeling is selectief en ondermaats, de afloop is voorspelbaar. Bovendien is het ingroepfavoritisme als enige motief in de ideologische onderbouw van het fascisme te kort door de bocht geredeneerd. Maar als educatief instrument – en dankzij zijn maatschappelijke relevantie – blijft de film overeind. (jdk)

Hunger (****) is het imposante regiedebuut van beeldend kunstenaar Steve McQueen. Hij komt de filmwereld binnen via de grote poort. Zijn film over de hongerstaking van IRA-strijder Bobby Sands snijdt door merg en been. De opbouw is traditioneel, de invulling van het gekende verhaal is sober. McQueen laat de feiten voor zich spreken. Hij voegt zo weinig mogelijk commentaar toe. Bobby Sands was een radicale IRA-strijder die nog liever doodging dat zijn strijd voor een eengemaakt Ierland te staken. Die boodschap zit ook in de film, maar McQueen laat zich niet voor de kar spannen van het IRA. Dit is het verhaal van Sands, van zijn motieven, van zijn persoonlijke strijd. Het aantal dialogen is beperkt. Sands voert één lang, cruciaal, verhelderend gesprek met een priester. Voor de rest hanteert McQueen een rijke beeldentaal met geniale beeldcomposities en een rijke klankband. De meeste handelingen vinden plaats in absolute stilte. Hunger is hard en ongemakkelijk. Ieder gevoel van vals sentiment of medelijden is uit de film geweerd. De vertolking van Michael Fassbender is pijnlijk goed. De verbeten blik op zijn gezicht en zijn uitgemergelde lichaam zijn spookachtig eng. (mvw)

David is een Duitse soldaat die terugkeert van zijn vredesmissie in Afghanistan. Eens terug thuis, blijkt zijn karakter totaal veranderd te zijn. Wie Birdy, Coming Home, Born on the 4th of July of Jacob’s Ladder heeft gezien, zal zich blauw ergeren aan Nacht vor Augen (* ½). Dit is de zoveelste posttraumatische stressfilm. Hij voegt niets toe aan wat we al weten. Gaan vechten in Irak, Afghanistan, Vietnam, Korea en Afrika is niet goed voor de gezondheid. Nacht vor Augen rammelt aan alle kanten. De nevenpersonages zijn heel slecht ontwikkeld. De moeder, de stiefvader, de beste vriend, de sergeant: holle karakters met slappe dialogen. Ze dragen niets bij tot het verhaal dat gecentreerd is rond David, zijn liefde en zijn halfbroertje. De drie acteren zwak tot heel zwak waardoor Davids drama nooit geloofwaardig wordt. Zijn woedeuitbarstingen, angstaanvallen en nachtmerries zijn fake tot en met. Deze Duitse film is overbodig. (mvw)

Boy A (*** ½) verhaalt over een jonge twintiger die aan een nieuw leven begint na een gevangenisstraf van veertien jaar voor een verschrikkelijke misdaad in zijn kindertijd. Hij krijgt een nieuwe naam en woonplaats, en wordt onder voogdij van een mentor geplaatst. Jack vindt werk en wordt stapelverliefd op de wulpse secretaresse Michelle, door de jongens oneerbiedig “de witte walvis” genoemd. Jacks gevoelens zijn zeer intens. Logisch, want hij heeft heel wat achterstand in te halen. Zowel in de vriendschap, in de introspectie als – en vooral – in de liefde geeft hij zich volledig over. Regisseur John Crowley (Intermission) schept de juiste sfeer en brengt het verhaal in stijl. Hij stelt sociaal relevante vragen bij de oorsprong en bestraffing van jeugddelinquentie, de verlossing en vergelding van zondes, en de complexiteit van maatschappelijke reïntegratie. De cast is al even sterk als de thematiek. De Schot Peter Mullan speelt zijn rol als mentor met een enorme toewijding en bezieling. De beloftevolle jonge Amerikaan Andrew Garfield geeft dan weer op verbluffende wijze gestalte aan het titelpersonage, die een verraderlijke emotionele koorddans uitvoert terwijl hij met morele dilemma’s jongleert. Boy A is een belangrijke film die voor een intense kijkervaring zorgt. (jdk)

Elegy (***) is een emotioneel geladen film over een gerespecteerde professor literatuur, David Kepesh (Ben Kingsley), die stapelverliefd wordt op één van zijn studentes, de bloedmooie en vastberaden Consuela Castillo (Penélope Cruz). “Ze weet dat ze knap is, maar ze is niet nog helemaal zeker wat ze met haar schoonheid moet aanvangen”, denkt de professor in het begin van de film. Hij wil ze koste wat kost in bed krijgen, maar om problemen te vermijden onderdrukt de oude bok zijn lustgevoelens tot na de examens. Dan geeft hij een feestje op zijn appartement, waar hij Consuela met flatterende woorden, snedige opmerkingen en viriele verbeeldingskracht voor zich wint. Hoe meer de twee naar elkaar toe groeien, hoe meer Kepesh beseft dat hij in de prille relatie niet alleen Consuela maar vooral zichzelf aan het verliezen is. Verlies is het sleutelwoord in Elegy. Kepesh’ gevoelswereld wordt gedomineerd door de angst om zijn eeuwige jeugd te verliezen. De doorleefde acteerprestaties (Kingsley en Cruz acteren zo sterk dat ze de film om beurten volledig naar zich toe trekken) en de treffende muzikale score van Erik Satie geven het scenario extra emotionele diepgang, en maken van Elegy een zeer genietbare en gevoelige prent. Toch is het geen absolute topper. Daarvoor gaat hij bij momenten te kort door de bocht, en legt hij net iets te vaak de verkeerde accenten. Vooral de dramatische plotwending op het einde is een brug te ver, en lijkt zelfs in strijd met de geest van de film. (jdk)

Samira Makhmalbaf gaat in Two Legged Horse (****) verder waar haar zus ophield in Buddha Collapsed out of Shame. In die film spelen Afghaanse kinderen oorlogje. De ene keer zijn ze Amerikaanse soldaten, de andere keer Talibanstrijders. In hun spel kopiëren ze het onmenselijke gedrag van de verschillende troepen die hun land de voorbije decennia bezet hebben. Zonder enige reserve in te bouwen tonen de Makhmalbafs hoe wreed kinderen kunnen zijn voor elkaar. Wie het moeilijk al had met de hardste scènes in Buddha Collapsed out of Shame kan Two Legged Horse beter overslaan. De film draait rond twee personages: een kereltje zonder benen dat zich laat dragen door een mentaal gehandicapte jongen. De ene heeft geen benen, de andere geen perfect werkend brein. De ene is rijk, de andere straatarm. Dat kan niet goed gaan. Al snel wordt de drager gedegradeerd tot paard. Two Legged Horse is een ongemeen harde, haast ondraaglijke film over vernedering, schijnheiligheid, misbruik en verrotte mensenzielen. Samira Makhmalbaf flirt constant met de grenzen van het aanvaardbare. Met stijgende verbazing zit je te kijken naar een verontrustend verhaal dat steeds vreselijker wordt. Wanneer je denkt dat het dieptepunt bereikt is, gaat Makhmalbaf nog dieper. Het houdt niet op. Two Leggend Horse is een onaangename, misselijkmakende film waar je geen seconde plezier aan beleeft en die de kijker met een onwezenlijk gevoel van onmacht achterlaat. De psychologische horror contrasteert fel met de kleurenpracht van de film die minder bruut gemonteerd is dan de vorige Makhmalbafs. Two Legged Horse is essentiële cinema die shockeert, rel schopt, confronteert en onontwijkbare mokerslagen uitdeelt. (mvw)

In het debuut van Zhang Chi jagen de drie leden van een gezin hun droom na. The Shaft (* ½) weeft hun verhalen naadloos aan elkaar. Het gezin woont in een saai mijnwerkerstadje. Zeker voor mannen zijn er weinig andere carrièremogelijkheden dan diep onder de grond steenkool te hakken. De vrouwen moeten zich tevreden stellen met niet-verfijnde potentiële echtgenoten. The Shaft is een realistische, trage film die het leven toont van een doodnormaal gezin. Mochten ze nu ook iets beleven, dan was The Shaft geen lang gevecht tegen de verveling geworden. Er zitten een paar prachtige shots in en een aantal scènes in niet ondaardig maar in zijn geheel is deze Chinese film alles behalve onmisbaar. (mvw)

In The Burning Plain (** 1/2) betreedt debuterend regisseur Guillermo Arriaga de platgetreden paden die hij eerder als scenarist aan de zijde van Alejandro González Iñárritu bewandelde in Amores Perros, 21 Grams en Babel. Na een creatieve breuk tussen de twee - en waarschijnlijk ook gesterkt door het artistieke succes van Tommy Lee Jones’ The Three Burials of Melquiades Estrada - vond Arriaga de tijd rijp om zelf in de regiestoel plaats te nemen en het resultaat is een aanvankelijk intrigerend maar weinig origineel drama geworden. We zijn ondertussen vertrouwd geraakt met Arriaga’s fragmentarische vertelstructuur en ook hier weer draait de plot rond een groep mensen wiens lot verbonden is door een gemeenschappelijke tragedie. Het probleem is dat de aandachtige kijker vrij vlug zal doorhebben hoe de vork in de steel zit, hoe de personages zich tot elkaar verhouden en waar Arriaga tijd en plaats met elkaar laat versmelten. Het is dan ook zonde dat je als kijker de neiging hebt om alle puzzelstukjes op de juiste plaats te leggen terwijl het, overigens lang niet slechte, scenario achterophinkt. De vertolkingen zijn prima (met Charlize Theron en Kim Basinger als getroebleerde vrouwen in de belangrijkste rollen) en de fotografie (van Robert Elswit en John Toll) is, zoals we van deze twee mogen verwachten, uitstekend; met weidse vista’s die toch nooit echt de aandacht naar zich toetrekken. Met zoveel talent voor en achter de camera is het onvergeeflijk dat The Burning Plain niets meer dan middelmatig is geworden. Arriaga doet het zeker niet slecht in zijn eerste poging om een langspeelfilm te realiseren maar zijn narratieve trucjes beginnen doorzichtig te worden. Jammer. (kdm)

The Market (**½) is een toegankelijke Turkse film over een jonge marktkramer, Mihram, die zo snel mogelijk rijk wil worden. Als zijn wens op een dag uitkomt, zal hij stoppen met gokken en drinken. Althans, zo belooft hij Allah. Mihram heeft plannen om een eigen gsm-winkel te openen, maar mist het nodige startkapitaal. Uit het niets krijgt hij een lucratief voorstel van een dokteres, die hem verzoekt om over de grens (in Azerbeidzjan) medicijnen te gaan kopen voor de zieke kinderen in het dorp. Hij pikt er eerst zijn oom op, en samen storten ze zich in het avontuur. Maar de concurrentie is hard, en vooral… snel. Regisseur Ben Hopkins weet de kijker te boeien door de plot van de film aan herkenbare situaties en ethische dilemma’s op te hangen. Op een bitterzoete manier toont hij de ambiguïteit en onvoorspelbaarheid van het handelscircuit, en maakt hij van zijn personages “puppets on a string”: de marktlogica domineert de handel en het menselijk handelen. Zo worden vragen over dubieuze deals in de film steevast beantwoord met de dooddoener: “Waar haalt de maan haar licht?” Het is niet de enige retorische vraag die gesteld wordt. Hopkins laat voldoende ruimte voor interpretatie, en brengt ook de filantropische kant van het verhaal. Met zijn kleurrijke personages en genietbare taferelen, en doorspekt met sfeervolle beelden en muzikale intermezzo’s die herinneringen oproepen aan Gegen die Wand, is The Market een film die iedereen zal kunnen bekoren. Maar origineel is het allemaal niet. (jdk)

De neo-maffiafilm is geboren. Na regisseur Matteo Garrone maakt nu ook zijn collega Paolo Sorrentino (bekend van Le conseguenze dell'amore) de sprong in het duister. Sorrentino doet eigenlijk net het omgekeerde van wat Garrone in Gomorra vermocht: hij richt de lens niet naar beneden, waar zich de kleine maffioso bevindt, maar naar boven, naar de despoten van de georganiseerde misdaad, de Italiaanse ‘politiek’. Il Divo (**½) is een idiosyncratisch portret van een berucht politicus: Giulio Andreotti, alias de “goddelijke Julius (Caesar)”, al meer dan 40 jaar in het epicentrum van de macht. De film speelt zich af in het jaar 1992. Andreotti maakt zich op voor zijn zevende mandaat als eerste minister – hij was eerder ook al Minister van Binnenlandse Zaken, Buitenlandse Zaken en Defensie – maar nu komt zijn imperium op losse schroeven te staan. Stoïcijns en met onverschillige blik kijkt Andreotti in het oog van storm en… blijft overeind. De film bespeelt met veel ijver alle gevoelige snaren van de Italiaanse politiek in die periode: de toenemende corruptie en afpersing, de afbrokkeling van Andreotti’s partij Democrazia Cristiana, de invloed van het Vaticaan en de vrijmetselaarsloge Propaganda Due, de terroristische aanslagen, de electorale onrust, enz. Sorrentino combineert een erg nerveuze, haast agressieve beeldvoering met een wankele verhaalstructuur waarin hij een plejade aan personages opvoert. Onmogelijk te volgen, moeten ook de makers gedacht hebben, en dus haalden ze hun trukendoos boven. De film opent met een politiek glossarium, en plaatst hier en daar een voetnoot. Telkens iemand omver geknald wordt bijvoorbeeld, komen de naam en functie van het slachtoffer enkele seconden in beeld. Een weinig subtiele techniek die al vlug gaat storen. Maar gelukkig wordt Il Divo rechtgehouden door een prachtige fotografie, een ingenieuze hyperkinetische montage en een hoogst originele muzikale score. (jdk)

Het Braziliaanse Linha de Passe (***), de nieuwste film van regisseur Walter Salles (Central do Brasil, Diarios de motocicleta) en zijn vrouwelijke collega Daniela Thomas, is een sociaal drama met een sterk personalistische inslag. Het verhaal speelt zich af in de buitenwijken van São Paulo, het (onregelmatig) kloppende hart van de Braziliaanse economie. In een sombere mozaïek volgen we de levens van vier broers uit de lagere sociale klasse. Reginaldo, de jongste, is geobsedeerd door bussen, Dario (Vinícius de Oliveira, het jongetje uit Central do Brasil) wil proefvoetballer worden, Denis is koerier per motorfiets annex kleine crimineel, en Dinho zoekt zijn heil in het Christendom. Het zijn stuk voor stuk echte verhalen, uit het leven gegrepen. Over mensen die hun leven leiden terwijl ze hun dromen najagen. Iedereen ligt in de goot, maar zij kijken naar de sterren. Dat was even anders in Cidade de Deus van Meirelles, waarin de protagonisten hun toevlucht zochten in seks, drugs en wapens. Linha de Passe wil de andere kant laten zien, met het voluntarisme als leidmotief, en slaagt wonderwel in zijn opzet. Het enige minpunt aan de film is dat de verhalen zo authentiek en geloofwaardig zijn, dat ze weer te voorspelbaar en clichématig worden. Het slakkentempo doet daar niet veel goeds aan. (jdk)

Het Chinese In Love We Trust (*** ½) had ook een monderne Franse film kunnen zijn. Niet alleen omdat de personages heel veel praten, ook de thematiek en de afwikkeling van de plot voelt Frans aan. Mei Zhu is hertrouwd met een lamme goedzak. Haar ex-man Xiao Lu – een succesvolle zakenman – is hertrouwd met een veel jongere airhostess. Het dochterje van Mei Zhu en Xiao Lu heeft leukemie. De chemotherapie werkt niet. Er is maar één oplossing. Die oplossing gooit de levens van de vier volwassen volledig overhoop. Regisseur Xiaoshuai Wang stelt niet de gezondheid van het kind centraal, maar focust op de gevolgen van de ziete voor de twee nieuw-samengestelde gezinnen. De opofferingen die ze moeten brengen om het kind een redelijke de kans te geven te overleven zijn gigantisch. Xiaoshuai Wang neemt zijn personages (en de kijker) in een wurggreep. Beetje bij beetje snijdt hij de zuurstoftoevoer af. De dialogen worden grimmiger, winnaars zullen ze er niet zijn aan het eind. Alle visuele en inhoudelijke ballast is overboord gegooid. Die naakte aanpak geeft het verhaal extra kracht. In Love We Trust is het bewijs van Xiaoshuai Wangs talent. Hij viel eerder op met Beijing Bicycle, Frozen en Drifters. Dit is zijn meest volmaakte tot nu toe. (mvw)

Het verbluffende gemak waarmee de nieuwe generatie Scandinavische regisseurs zelfs de zwaarste onderwerpen op een toegankelijke manier benadert, is interessante studiematerie voor andere Europese regisseurs. Het Deense Worlds Apart (***) is een variatie op Romeo en Julia. De Julia van dienst heet Sara, ze is 17 en net als de rest van haar gezin Jehovagetuige. Wanneer ze de 23-jarige Teis ontmoet, begint ze te twijfelen. Geeft ze toe aan haar gevoelens dan wordt ze geëxcommuniceerd en kan ze haar vader, moeder, zus en broer nooit meer zien. Negeert ze haar lustgevoels dan gaat ze een leven vol frustratie tegemoet. De film is gebaseerd op waargebeurde feiten. Regisseur Niels Arden Oplev blijft zo neutraal mogelijk. Zijn portret van Sara is levendig, haar persoonlijke oorlog op alle momenten geloofwaardig. Ze moet zich constant verantwoorden: tegenover haar geloofsgenoten voor haar onschuldige verliefdheid. Buitenstaanders vallen haar geloofsovertuiging aan en schrikken zich een hoedje omdat ze zich met met gefundeerde argumenten verdedigt. Na het sterke begin, met opvallend veel grappige dialogen, verliest de film aan spankracht. De theologische discussies (onvermijdelijk in een film over geloof) verlammen het verhaal. Het laatste half uur schakelt Worlds Apart gelukkig weer een versnelling hoger. Worlds Apart is een genuanceerd, psychologisch sterk onderbouwd drama. Het persoonlijke dilemma van mensen die zich helemaal - willen of moeten - overgeven aan hun geloof staat centraal. Hoe kan je een persoonlijke keuze maken als je niet alle mogelijkheden kent, als de groepsdruk zo groot is, als je van in de wieg al gemanipuleerd wordt? (mvw)

God Man Dog (***) is een fijne mozaïekfilm uit Taiwan en een verademing in het overaanbod aan serieze, vermoeiende arthouse drama’s uit China, Taiwan en Hongkong. Singing Chen volgt een aantal kleurrijke personages die elkaar toevallig kruisen. Kleine en grote drama's overheersen hun leven. De fotografie is oogverblindend, de karakters zijn uitstekend getekend en de afwisseling tussen ernst, humor en absurditeit is prima. Het is geen vrolijke boel, maar Singing Chen smeert de problemen niet breed uit. Hij tekent zijn protagonisten met liefde en mededogen. De prachtige settings en decors, het mooi gefilterde licht en de ongeforceerde vertolkingen toveren God Man Dog om in een knap, klein, knuffelbaar filmpje. (mvw)

De jonge acteur Thomas Turgoose en regisseur Shane Meadows zijn herenigd in Somers Town (*** ½). Turgoose's onvergetelijke vertolking in This is England was geen lucky shot. Hij is nog beter en overtuigender in deze veel te korte film. Op vijfenzeventig minuten schept Meadows een unieke band met zijn personages. Turgoose speelt een kereltje uit Nottingham dat naar Londen reist omdat hij in zijn thuisstad toch niets of niemand meer heeft. Hij ontmoet Marek, een Poolse jongen die de hele tijd foto's maakt. Zijn favoriete onderwerp is Maria, de mooie Franse serveester van de snackbar. Meadows schets een warm, kleurrijk en humoristisch portret van zijn working class heroes. Turgoose is de grote troef. Zijn uitstraling en gevoel voor humor zijn magisch. Wanneer hij in beeld komt, licht het scherm op. Hij heeft een wonderlijk natuurtalent. Altijd blijft hij zichzelf. Hij acteert minimaal en forceert niets. Van hem willen we meer zien.  Van Meadows ook. (mvw)

De Britten hebben een rijke traditie in sociale realistische cinema. Ian Simpson voelde de onweerstaanbare drang om zijn eigen artistieke visie te geven op de Engelse maatschappij. Niemand heeft hem tegengehouden dus maakte hij Nadine (*). Het gaat niet zo goed met het titelpersonage en het zal in de loop van de film alleen nog maar slechter worden. De tiener woont in een flatje bij haar alcoholverslaafde moeder en haar even veel drinkende minnaar. Nadine is niet het enige liefje van Wayne, een donkere gozer die zichzelf kunstenaar noemt. Doelloos zwerft ze door haar wijk. Ieder stap die ze zet, is een stap dichter bij nieuwe miserie. Ian Simpson wil iets vertellen over achtergestelde wijken, racisme, kansarmoede en hopeloosheid. Zijn aanpak is zo arty farty dat hij zijn doel totaal voorbij schiet. De pretentieuze dialogen klinken hol, de bizarre camerastandpunten zijn pedant en de vertolkingen irritant. Hoofdrolspeelster Lisa Jane Gregory staart de hele tijd naar de grond en mompelt een beetje. Ze onderneemt niets om haar lot te verbeteren. Als het Simpsons bedoeling was om van zijn hoofdpersonage een totaal onsympathiek kind te maken dan is dat het enige dat perfect gelukt is... (mvw)

Joachim Lafosse heeft met Elève libre (*** ½) een uitermate prikkelende en uitdagende film gemaakt. De 16-jarige Jonas is een niet-onaardige tennisser. Hij is goed, maar niet onklopbaar. Zijn schoolresultaten daarentegen zijn desastreus. Hij mag van de directie zijn schooljaar geen derde keer overdoen. Omdat hij weinig zin heeft om met kinderen van 13 in de klas te zitten, overweegt hij om als vrije leerling zijn diploma te halen voor de Middenjury. Zijn moeder zit in Zuid-Frankrijk. Zij vindt alles goed zolang hij haar met rust laat. Met zijn vader heeft hij bijna geen contact meer. Jonas woont met zijn broer in een gigantische villa met een weelderige tuin. Zijn surrugaatfamilie bestaat uit een stel bijna-dertigers. Zij leren hem alles. Zij zijn het ook die de taak op zich nemen om Jonas les te geven. Joachim Lafosse gaat inhoudelijk heel ver. De film begint rustig, met veel gepraat. Het gepraat houdt niet op, enkel de onderwerpen veranderen. Pierre is de man die zich het meest met Jonas’ studie bezighoudt. Het duo zit gebogen over wiskundeboeken en bespreekt het werk van Camus. Pierre bemoeit zijn ook met het zielen- en seksleven van Jonas. Lafosse bouwt zijn verhaal heel gestadig op. Druppeltje per druppeltje vult hij de dramatische emmer. Bijna onmerkbaar verandert de relatie tussen Jonas en Pierre. De antwoorden op alle morele vragen die de film stelt, mag de kijker zelf geven. Gemakkelijk is die opdracht niet, want de film is ontzettend ambigu. Het viertal Jonas Bloquet, Yannick Renier, Jonathan Zaccaï en Claire Bodson is briljant. Joachim Lafosse is een durver. Zijn vierde film is een bitter meesterwerkje. (mvw)

Terribly Happy (*** ½) vermengt stijlkenmerken van de western, film noir, thriller en horror. Politieagent Robert wordt van Kopenhagen overgeplaatst naar een dorp in Zuid-Jutland. Daar gebeurt werkelijk niets. Of toch wel? Ingerlise wordt geslagen door haar echtgenoot Jurgen. Zoals in de echte westerns is er een sheriff, een saloon, een slechterik en een wulpse dame. De sfeer die regisseur Henrik Ruben Genz creëert is duister en dreigend. Vanaf de eerste beelden is de spanning voelbaar. Ondanks de mengeling van genres vormt Terribly Happy een sterk consistent geheel. In de eerste plaats is de film ongemeen spannend. Denk aan Bound, The Last Seduction en het vroege werk van de gebroeders Coen. Eén van de hoogtepunten is het fantastische duel dat Robert uitvecht met Jurgen. Humor en spanning die hand in hand gaan, het komt niet zo vaak voor. De vertolkingen zitten goed en visueel is Terribly Happy een voltreffer. Terribly Happy kan deze competitie winnen. (mvw)

Molly filmt alles. Als ze het niet gefilmd heeft, heeft ze het ook niet echt meegemaakt. Zestien is ze. Mooi en altijd bloedgeil. Dat laatste zijn haar eigen woorden. Ze doet het graag en veel. Ze is daar niet discreet over. Ze geeft zich helemaal. Een oudere politie-inspecteur bekijkt al haar videobanden om de klacht te onderzoeken die Molly ingediend heeft tegen een groep mannen die haar zou verkracht hebben. MollyCam (***) is een harde, ongenadige film over een meisje dat haar eigen grenzen niet meer kent. De film van Aage Rais-Nordentoft onderzoekt de klacht van het meisje. De inspecteur is geneigd haar te geloven maar ook hij bijt zijn tanden stuk op haar verschillende indentiteiten. Er is de ongeremde Molly die zich gewillig laat filmen, de extraverte seksbom en er is het geknakte meisje dat een vaag besef heeft dat haar iets raars is overkomen. MollyCam is een strakke, intense en ongemakkelijke film. (mvw)

Divizionz (*) komt uit Oeganda. Dat is waarschijnlijk de enige reden geweest om de film te selecteren. Er is weinig te vertellen over deze amateuristische miskleun. Gelukkig kennen de makers hun klassiekers. Ze hebben de filmgeschiedenis geplundered om hun verhaal vorm te geven. De inventieve montage is het sterkste punt van de film, want de acteurs bakken er niets van en het simpele verhaal is al na tien minuten niet meer te volgen. Negentig minuten cinema zonder één enkel mooi shot of één vermeldenswaardige scène. Dat is ook een prestatie. (mvw)

Het minste dat kan gezegd worden is dat schrijver / scenarist Francesco Munzi een geduldig man is. Hij neem meer dan uitgebreid de tijd om zijn verhaal op te bouwen. Het lijkt althans zo want zijn film duurt maar 1 uur en 41 minuten terwijl het wel drie uur lijkt. De Roemeense huishoudster Maria wordt na jaren trouwe dienst ontslagen door de rijke familie bij wie ze werkte. Ze kan enkel terecht bij een oud-lief dat zijn brood verdient met diefstallen. Hij doet vaak klusjes met zijn aan cocaïneverslaafde Italiaanse buurman. Il Resto della Notte (x ½) is een ietwat saaie mozaïekfilm. Munzi volgt zijn personages, vertelt een en ander over hen, maar hij doet dat niet strak genoeg. Hij komt met te veel details die er niet toe doen en slaat oninteressante zijwegen in. De geïntroduceerde personages komen niet tot leven. Dat is jammer en frusterend. De Roemeense Maria (Laura Vasiliu, bekend van 4 Months, 3 Weeks & 2 Days) blijft hemeltergend onderbelicht. De film schiet rijkelijk laat in gang en de beloofde climax is minder spannend dan gehoopt. Il Resto della Notte is een film van gemiste kansen. (mvw)

If you can’t beat them, join them. Dat is het motief van de Zweedse komedie Ciao Bella (** ½). Mustafa is een sulletje. De meisjes zien hem niet staan. Terwijl zijn maten van het voetbalteam het ene meisje na het andere aan de haak slaan, blijft hij proberen ook al weet hij dat zijn pogingen gedoemd zijn te mislukken. Zijn geluk keert wanneer hij tijdens een jeugdtornooi mag meespelen met een Italiaans elftal. Mustafa wordt onder handen genomen door de beste vrouwenverleiders ter wereld. Het lelijke eendje wordt een mooie gans en binnen de kortste keren heeft hij te doen met een mooie, spunky Zweedse. Ooit zal uitkomen dat hij geen Italiaan is maar een Iraanse inwijkeling. Hoe sterk is hun liefde? Ciao Bella is absoluut niet origineel maar regisseur Mani Maserrat Agah beheerst zijn materie zo goed dat zijn debuutfilm het bekijken meer dan waard blijft. Het niveau is niet constant genoeg om volledig te bevredigen maar de personages zijn charmant en kwetsbaar. En de geslaagde grappen zijn onweerstaanbaar. Het had hoekiger gemogen, maar goed: Ciao Bella is complexloos filmplezier. (mvw) 

Sweet Food City (*½), het regiedebuut van de Chinese scenarist Gao Wendong, verhaalt over de ontmoeting tussen een prostituee en een jonge zwerver in een krottenwijk in de Noord-Chinese stad Dalian. De helft van de gebouwen staat op instorten, sommige woningen missen ramen, en het dorpsplein is een vuilnisbelt. De uitzichtloze situatie van de omgeving vertaalt zich naar de protagonisten. Tingting, Sanbao en diens dakloze vader leven teruggetrokken in een kaal appartement, en vullen hun dagen met nutteloze activiteiten. Ze genieten enkel van hun maaltijden en elkaars gezelschap. Voor de rest gebeurt er eigenlijk niets. De dialogen en emoties zijn erg schaars, van plotwendingen is er al helemaal geen sprake. De kijker is overgeleverd aan de leegte van hun bestaan, en aan de beelden die dit gevoel goed weten te vatten. Tussendoor wordt nog hulde gebracht aan het werk van Ingmar Bergman en Michelangelo Antonioni, door middel van geluidsfragmenten uit resp. The Seventh Seal en China. Ook in de credits komen hun namen nadrukkelijk naar voor. Welk punt de regisseur daarmee wilde maken, blijft ons een raadsel. (jdk)

In de Indonesische roadmovie 3 Days to Forever (**) volgen we Suf en zijn knappe nicht Ambar tijdens een driedaagse autorit naar Yogjakarta. De jongeren moeten er een kostbaar servies voor een huwelijksfeest afleveren, maar onderweg rollen ze van het ene avontuur in het andere. Niet geheel volgens plan worden de autoritten afgewisseld met tussenstops, cannabistrips en gesprekken over religie en seks. Naarmate de twee hun eindbestemming naderen, groeit de seksuele spanning tussen hen zienderogen. In zijn nieuwste film voert regisseur Riri Riza (Eliana, Eliana) ons in de eerste plaats mee naar het hart van de Indonesische samenleving, waar onder meer muziek, dans, erotiek, culturele identiteit en de islam een centrale rol vervullen. Helaas mist 3 Days to Forever als reisfilm de drive van een Y Tu Mama Tambien, en gaat hij net iets te vaak ‘off-road’. De film komt nooit volledig op gang, de dialogen (de kern van de verhaalstructuur) kunnen maar zelden overtuigen, en de plot is net iets te voorspelbaar. Ook de psychologische reis, nochtans een essentieel element in een roadmovie, blijkt onvoldoende uitgediept. De typecasting van Nicholas Saputra en de beeldschone Adinia Wirasti zit snor, maar het is vooral de zwoele sfeer van de beelden en de muziek – en niet het spetterende acteerwerk – die voor hun onderlinge aantrekkingskracht zorgt. Een dubbeltje op zijn kant. (jdk)

Angel is een zelfzuchtige wapenhandelaar die zijn dagen op café slijt. Hij spaart zijn medemens niet en laat zich leiden door zijn driften. Maar op een dag wordt hij wakker met vleugels. Aanvankelijk probeert hij ze te verbergen en weg te snijden, maar naar verloop van tijd tolereert hij de aanhangsels die het goede in hem naar boven lijken te brengen. Hij wordt verliefd op de blondine uit de bar die hij eerder als lustobject had gezien, en probeert haar uit de klauwen van haar tirannieke man te bevrijden. Maar de jaloerse echtgenoot spant samen met een rugspecialist, en samen proberen ze Angels vleugels te amputeren. Idiots and Angels (***) is een sobere animatiefilm waarin regisseur Bill Plympton met eenvoudige pennentrekken een duister, surrealistisch universum creëert dat bol staat van de symboliek. Het is een eigenzinnige genremix waarin fantasie, actie, horror, romantiek, sf, film-noir, drama en komedie met elkaar verweven worden tot een modern sprookje. Dat de film zonder dialoog van de eerste tot de laatste minuut kan blijven bekoren, is vooral de verdienste van de intrigerende beelden, de schitterende soundtrack, de immer boeiende personages, en de creatieve – bij momenten psychedelische – montage. Een geslaagd experiment van een ervaren rot in het vak. (jdk)

In de kleine en bij momenten fijne Italiaanse thriller La ragazza del lago (** ½) ontbloot debuterend cineast Andrea Molaioli, jarenlang assistent-regisseur van Nanni Moretti, de in nevel gehulde bergtoppen en geheimen van een gesloten dorpje in de Italiaanse Dolomieten. Aan de oever van het meer wordt het lijk van de jonge Anna ontdekt. Ze ligt naakt in het gras, heeft een vredevolle expressie, en vertoont geen sporen van geweld. Inspecteur Giovanni Sanzio (acteur Toni Servillo, bekend van Le conseguenze dell'amore) wordt met het moordonderzoek belast, maar heeft tijdens zijn speurtocht ook zijn eigen katten te geselen. Hoewel het verhaal nauwelijks de plot van een aflevering uit een gemiddelde detectiveserie overstijgt, kan de film toch enkele sterke troeven voorleggen: het verrassend kille camerawerk, de alomtegenwoordige onheilspellende ondertoon, en een ervaren cast met een fantastische hoofdrolspeler die de hele film draagt. La ragazza del lago is een veelbelovende karakterstudie, die tegelijk de hypocrisie van het collectieve stilzwijgen in een besloten gemeenschap aan de kaak stelt. Maar veel meer dan dat zit er ook niet in. Het is een film die onderhuids bloedt, maar aan de oppervlakte stremt. (jdk)

Andrzej Wajda heeft al een aardig oeuvre bij elkaar geregisseerd. De Pool imponeerde in de jaren vijftig met de intussen tot klassiekers uitgegroeide oorlogsdrama’s Kanal en Ashes and Diamonds, en beleefde zijn hoogtepunt in de jaren zeventig-tachtig met o.a. Land of Promise en Danton. Vorig jaar breide de toen 81-jarige Wajda met Katyn (** ½) nog een hoogst persoonlijk verlengstuk aan zijn indrukwekkend palmares. De film handelt over het bloedbad dat de Sovjets in 1940 in het Russische dorpje Katyn aanrichtten, waarbij meer dan twintigduizend Poolse officieren (waaronder Wajda’s vader Jakub) en burgers werden afgemaakt. Het zou uiteindelijk vijftig jaar duren eer de Russen hun verantwoordelijkheid voor de massaslachting zouden erkennen. Wajda reconstrueert de gebeurtenissen aan de hand van teruggevonden souvenirs en dagboekfragmenten, en vervlecht de verhalen van vier getroffen families. Het is een erg emotionele getuigenis geworden waarin de regisseur de (vaak gruwelijke) beelden voor zich laat spreken. De boodschap domineert de plot en de personages, die nooit volledig uit de schaduw treden. Katyn is de verbeelding van een historisch litteken, waarbij franjes nooit op hun plaats zijn. En dat maakt het voor de niet betrokken toeschouwer een erg moeilijk verteerbaar kijkstuk. Maar dankzij Wajda konden de Polen, na zich in 1989 van het communistisch juk te hebben ontdaan, vorig jaar ook het verwerkingsproces van hun grootste verlies ooit aanvatten. En dat is precies wat Katyn wil doen: de Russische leugen doorprikken, zonder zeepbellen te blazen. (jdk)

De Deens-Zweedse coproductie Heaven’s Heart (***) opent met een scène die uit een film van Woody Allen zou kunnen komen. Twee koppels zitten aan een mooi gedekte tafel. Ze naderen de vijftig, komen niets te kort en vooral: ze zijn al 7 x 7 x 7 jaar met elkaar getrouwd. Een onschuldige converstatie na een slok wijn zet hun stabiele leven op de helling. De collega van één van de vier tafelgenoten heeft zijn vrouw en kinderen verlaten voor een twintig jaar jongere minnares. Heaven’s Heart is een klein kamerdrama waarin de nadruk ligt op de tekst. De film speelt zich binnenshuis af: conversaties rond de keukentafel, boven de kookpotten of in de sofa. De vier Zweedse acteurs zijn grandioos. De zwarte humor in het scenario compenseert de nogal voorspelbare afloop van het verhaal. Heaven’s Heart is een echte acteurs- en auteursfilm. Intelligent, uitdagend en amusant. (mvw)

De meest Amerikaanse film van het festival is honderd procent Fins. De 13-jarige Juhani wordt naar een instelling voor moeilijk opvoedbare jongens gestuurd. Een bootje brengt hem naar het eiland waar het tehuis gevestigd is. Juhani heeft zijn babyzusje vermoord. Zijn verblijf in verschillende gastgezinnen was geen succes. Dit is zijn laatste kans om zich te herpakken. De directeur van de instelling is streng. Home of the Dark Butterflies (**) volgt slaafs de platgetreden paden. Wat volgt, is een stevige ontgroening, masturabiewedstrijden onder pubers, een ontluikende romance met de mooie tienerdochter van de directeurs, nachtmerries en het voortbestaan van de instelling dat in gevaar komt omdat de overheidsfinanciering stopgezet wordt. De beelden zijn vaak prachtig en op de cast is weinig aan te merken, maar regisseur Dome Karukoski heeft de scherpe kanten van het verhaal weggeveild. Het ziet er niet slecht uit, het is licht verteerbaar, insinueert diepgang, maar uiteindelijk is het ontzettend oppervlakkig en al duizend keer verteld. (mvw) 

Guy Ritchie, of voor de liefhebbers van de roddelpers beter bekend als Meneer Madonna, heeft iets goed te maken. Zijn twee vorige langspelers, Swept Away en Revolver, konden noch het publiek noch de pers bekoren en het is dan ook begrijpelijk dat Ritchie met RocknRolla (** ½) terugkeert naar de bron. Net als Lock, Stock and Two Smoking Barrels en Snatch is RocknRolla een hyperkinetische, met een overdaad aan personages en plotwendingen gevulde Britse gangsterprent geworden die we nergens echt serieus moeten nemen maar die als tussendoortje best wel te pruimen is. Het probleem is dat Ritchie weinig nieuws toe te voegen heeft aan de genreclichés en stereotiepe karakters die hij eerder al (beter) opvoerde. Zijn enerverende stijl mag dan wel iets afgenomen zijn, het blijft – vooral in het begin – een strijd om al te weten wie de spelers zijn, wat hun motieven en redenen zijn en waar het in godsnaam allemaal over gaat! Dat uiteindelijk alles min of meer op zijn pootjes terechtkomt heeft vooral te maken met de vertolkingen van de enthousiaste ensemblecast, die zich overduidelijk kostelijk hebben geamuseerd. Vooral Tom Wilkinson, Mark Strong, Gerard Butler en Toby Kebbell doen hun uiterste beste om niet te worden verzwolgen door de plot en de ontelbare montagetrucjes die Ritchie niet achterwege kan laten.  (kdm)

Het is duidelijk dat regisseur Atom Egoyan in Adoration (* ½) heel wat te vertellen heeft over onze multiculturele samenleving, het leven na 9/11, de invloed van het internet en massahysterie; het is alleen jammer dat de verpakking waarin hij op zoek gaat naar opinies over deze zaken zo onvoorstelbaar slaapverwekkend is. Adoration, op het jongste festival van Cannes nochtans genomineerd voor de Gouden Palm, verhaalt over hoe de jonge Simon een alternatieve familiegeschiedenis uitwerkt en die, bij wijze van toneeloefening, aan zijn omgeving tracht te verkopen. De omstandigheden die daaruit voortvloeien veroorzaken een hetze online en roepen vragen op bij Simons eigen identiteit en die van de mensen in zijn leven. Op zich zeker geen oninteressant gegeven maar wij merkten algauw dat de prent ons lang niet kon boeien. De eindeloze, pseudo-intellectuele conversaties op het internet gaan vervelen; hoogdravende ideeën ten spijt: uiteindelijk toont Egoyan ons niets meer dan een jongeman die aan zijn computer zit; terwijl het broeiende conflict en de discussies in de virtuele wereld ons koud lieten. Enkele flashbacks moeten de gaten in de plot opvullen en bieden nog een beetje vuur maar op dat moment is het duidelijk too little, too late. De vertolkingen zijn overwegend prima (vooral Scott Speedman krijgt na een carrière als pretty boy in weinig opmerkelijke films eindelijk het métier onder de knie), Egoyans intenties nobel, de muziek van Mychael Danna repetitief doch sfeervol maar uiteindelijk blijft Adoration een gemiste kans. (kdm)

Al meteen bij de openingsbeelden van Fabrice Du Welz’s Vinyan (*** ½) wordt duidelijk dat dit een film is waarin alles mogelijk is. Bijna absurd grote credits (die het ego van Du Welz amper kunnen verhullen) worden opgevolgd door een surrealistische onderwaterhel (of zo lijkt het toch), terwijl op de klankband een waanzinnig geschreeuw in intensiteit toeneemt, een onderaards gerommel opstijgt en het “water” rood kleurt. Als meteen daarna de nog steeds zeer indrukwekkend ogende Emmanuelle Béart in bikini uit het water oprijst, lijkt het erop dat de kijker even kan verpozen. Béart en Rufus Sewell vertolken Jeanne en Paul Bellmer; een koppel dat na de verdwijning van hun zoon tijdens de tsunami nog steeds in Thailand vertoeft. Als Jeanne op enkele dvd-beelden haar verloren gewaande zoontje meent te herkennen leidt dat tot een hallucinante zoektocht naar het kind. De hoofdrolspelers worden geconfronteerd met hun eigen “heart of darkness” terwijl ze steeds dieper afdalen in een fysische en psychische hel. Was Du Welz’s debuut Calvaire bijna meteen te identificeren als een psychologische horrorfilm dan is het bij Vinyan aanvankelijk toch niet zo duidelijk. Het duurt echter niet lang vooraleer Vinyan zich ontpopt tot een verontrustende, ambitieuze, spannende en gitzwarte thriller. Du Welz heeft een uitstekend oog voor het vreemde en het bizarre en speelt dat talent opnieuw uit in enkele beangstigende scènes. Hoe minder u te weten komt over de finale hoe beter. Als de film dat punt bereikt, is er van enig plot bijna geen sprake meer en primeert de sfeerschepping. De allerlaatste, onafwendbare minuten laten het publiek verdwaasd achter. (kdm)

De Franse Sylvie Verheyde kijkt in Stella (***) terug op haar eerste jaar op de middelbare school. Haar ouders baten een café uit in een volkswijk van Parijs. De vaste klanten zijn klaplopers, nietsnutten, werkloze dronkenlappen en andere kerels waar je op de tram niet spontaan een babbeltje mee maakt. Bovendien zitten de klanten vaker op Stella’s moeder dan op hun barkruk wat natuurlijk voor spanning zorgt in het huwelijk. Het komt er op neer dat Stella in het geheel niet wordt opgevoed. Haar schoolresultaten variëren van belabberd over heel slecht tot absoluut ondermaats. Eén vriendinnetje maakt ze op haar school: de dochter van een joodse psychiater van Argentijnse origine. Door haar invloed begint Stella een beetje beter haar best te doen op school. Want een leven zoals dat van haar ouders, wil ze vermijden. Léora Barbara is fenomenaal in de titelrol. Ze is de ultieme kansarme je m’en foutiste. De manier waarop ze alle regels en waarschuwingen aan haar laars lapt, werkt aanstekelijk. Ze is een nachtmerrie voor gemotiveerde leraars, een heks voor jongens die haar willen kussen: een heerlijk kind. Sylvie Verheyde vrolijkt het verhaal op met een kitscherige soundtrack vol Franse hits uit de jaren zeventig. Stella is een stevige nostalgische film met een groot hart. (mvw)

Het klinkt zo veel beter om film de zevende kunst te noemen, maar is het realistischer en eerlijker om toe te geven dat cinema een industrie is waar veel geld in omgaat. Investeerders willen hun centen zien renderen. Wanneer dat niet lukt, trekken ze zich terug. Het gebrek aan commercieel succes dwong Woody Allen om New York te verlaten en zijn tenten op te slaan in Londen. Na de desastreuze box office resultaten van Scoop en Cassandra’s kreeg Allen geen enkele Brit nog zo gek om nog maar een half Pond te investeren. Dus vertrok het Woody Allen-circus naar Barcelona waar hij Vicky Cristina Barcelona (***) draaide. Om een nieuwe flop te vermijden wordt de marketingcampagne gevoerd rond twee thema’s: Woody goes Gaudi en de kus van Pénelope Cruz en Scarlett Johansson. Wat Gaudi betreft: wie in Barcelona filmt, kan moeilijk om hem heen. Er is een aantal scènes in overbekende Gauditrekpleisters, maar daar blijft het bij. Van een Gaudihommage is geen sprake. En de tong die Cruz en Johansson met elkaar draaien? Tja… wie toevallig niest op het moment dat Cruz en Johansson hun gezicht naar elkaar draaien, heeft het gemist. Het goede nieuws is dat Vicky Cristina Barcelona die marketing bullshit niet nodig heeft. Het is een vlotte, onderhoudende, grappige moderne film. Scarlett Johansson speelt voor het eerst sinds Match Point een uitstekende rol als Cristina, een ruimdenkende, lekkere Amerikaanse stoot die onmiddellijk valt voor de charmes van een Spaanse kunstenaar, gespeeld door Javier Bardem. Cristina verblijft twee maanden in Barcelona met haar hartsvriendin Vicky (Rebecca Hall, een ware revelatie!). Vicky is ernstig en beredeneerd, Cristina is een romantische ziel die zich in ieder amoureus avontuur stort, zeker als dat gedoemd is om te mislukken. Pénelope Cruz speelt de ex van Bardem. Ze raken alle vier betrokken in een soort vierkantsrelatie, maar dan anders. Vicky en Cristina worden vermeld in de titel maar de film draait volledig rond Javier Bardems personage. Bardem is heel sterk als Iberische macho: grappig, sexy en hondsbrutaal. Vicky Cristina Barcelona is een subtopper in Woody Allens omvangrijke oeuvre. (mvw)

Ieder filmfestival dat zichzelf respecteert, programmeert minstens één donkere, gemene, onconventionele Argentijnse film. Dit jaar is dat La Rabia (*) , een drama dat zich afspeelt in het Argentijnse binnenland. Het leven is er hard, keihard. De dorpsbewoners verdragen elkaar. Ze werken samen als het moet, negeren elkaar als ze kunnen. Omdat niets menselijks hen vreemd is, gaan ze wel eens met elkaar vrouw naar bed of beledigen ze elkaars kinderen. La Rubia is niet om te lachen, niet om te wenen. Typisch zo’n film die niet op gang komt. Wanneer de actie los zou kunnen barsten, rolt de generiek over het scherm. De animatiebeelden die de fantasiewereld van één van de kinderen weergeven, zijn best aardig, maar niet meer dan dat. La Rabia is snel vergeten. (mvw)

De jonge Bosnische moslima Aida Begic debuteert met Snow (***), een klein drama dat zich afspeelt in een dorp in Bosnië. De enige mannelijke bewoners zijn een opa en een jongetje van een jaar of zes. Al de andere zijn vrouwen. Hun mannen en zonen zijn nooit teruggekeerd na de oorlog. De vrouwen overleven dankzij de opbrengst van de fruitoogst. Begic volgt een paar dagen het reilen en zeilen in dorp. De gesluierde Alma is de koppigste. Wanneer hun kar met potten confituur aan grut wordt gereden door een vrachtwagen ziet ze hoop. De chauffeur is een knappe, jonge vrijgezel die als schadevergoeding belooft de hele zomervoorraad op te zullen kopen. Een paar dagen later duiken twee zakenlui op die alle huisjes in het dorp wil opkopen. Buitenlandse investeerders zijn op zoek naar goedkope bouwgrond. Snow is een film over de gevolgen van de burgeroorlog. De personages zijn getraumatiseerd, maar Begic vermijdt al te zware dialogen of therapeutische dialogen. De oorlog was vreselijk, absoluut, maar het leven gaat verder. Snow is een realistische, positieve film die een aartsmoeilijk onderwerp op een heel interegere en tegelijkertijd toegankelijke manier benadert. Een aanrader! (mvw)

Net als het sterke Een ander zijn geluk is Unspoken (** ½) een film over het onvermogen de dingen te zeggen die moeten gezegd worden. Vier jaar geleden verdween de dochter van Emmanuelle Devos en Bruno Todeschini. Ze hebben er nooit over kunnen praten. Het gemis maakt hen radeloos. Overal zien ze hun dochter. Fien Troch vertelt niets nieuws in haar tweede, langverwachte film. Het thema is al honderden keren behandeld door grote regisseur. Bij Fien Troch is het verhaal totaal ondergeschikt aan de vorm. Er is geen zoektocht naar het kind, wel de illustratie van verdriet en vertwijfeling. Ze filmt haar personges vaak in tegenlicht zodat ze een schimmenspel lijken te spelen. Ze filmt hen van heel dichtbij. Vooral Todeschini wordt steeds in (extreme) close-up gefilmd. Het laat de acteurs toe heel klein en intiem te spelen en dat doen ze fantastisch goed. Hun angst en pijn zijn tastbaar. Gelukkig dat ze zo goed zijn, want ondanks de artistieke kwaliteit van Unspoken, gaat de verveling toeslaan. Misschien waren de verwachtingen te hoog gespannen maar de tweede film van Fien Troch valt een beetje tegen. (mvw)

Hoewel de titel, de regie van Robert Weide (verantwoordelijk voor afleveringen van Curb Your Enthusiasm) en de door Amerika omarmde Britse Simon Pegg in de hoofdrol anders doen vermoeden is How to Lose Friends and Alienate People (**) allesbehalve de keiharde satire op de celebrity-cultus geworden die wij graag hadden gezien.  In plaats daarvan kregen we een clichématige, met karikaturale personages doorspekte romantische komedie te zien die vooral in de derde act volledig ontspoord. Gelukkig kan Pegg als acteur op zoveel sympathie van het publiek rekenen dat hij zelfs de meest cynische filmcriticus aan zijn zijde weet te scharen. Als romantische leading man doet hij het lang niet slecht maar het is toch tijdens de vele “fish out of water”-momenten dat Pegg’s onmiskenbare talent even het daglicht lijkt te zien. Het is net daarom erg jammer dat de plot rond een ongeloofwaardige romance draait. De aanvallen op Hollywood en de opgeblazen windbuilen die er vertoeven zijn nooit sterk genoeg om te beklijven of echt grappig te worden. In Tinseltown zullen ze er ongetwijfeld hartelijk om moeten lachen en romantische zielen zullen hier ook wel enige pret aan beleven (wint de Britse “everyman” het hart van de mooie Kirsten Dunst? Coming to a theatre near you soon!) maar wie op zoek gaat naar een parodie op de filmindustrie of zelfs een realistische adaptatie van het boek met dezelfde titel laat dit best aan zich voorbijgaan. (kdm)

Profit Motive and the Whispering Wind (*) is een met plakband gemonteerde shotsequentie van gedenkplaten en grafzerken van kleine en grote Amerikaanse vrijheidsstrijders, gelardeerd met zwart-wittekeningen en opnames van natuurbeelden waarop enkel de wind te horen is. De volle 58 minuten lang. Faalt grotendeels als contemplatie, en is te vrijblijvend als hommage. Te vermijden. (jdk)

In de onafhankelijke Amerikaanse productie The Guatemalan Handshake (***) voltrekt de plot zich langs een reeks mysterieuze stroompannes ergens in Pennsylvania. De buurtbewoners vormen een bont allegaartje, en worstelen elk afzonderlijk met hun problemen. Een eenzame oude vrouw treurt om haar verloren gelopen hondje, een Guatemalaanse buschauffeur is volledig het noorden kwijt, een zwangere vrouw bereidt zich voor op een demolition derby, een jonge padvinder verkwist zijn geld, enz. De film presenteert zich aanvankelijk als een ogenschijnlijk betekenisloze collage van absurditeiten, maar ontpopt zich langzaam maar zeker tot een allegorische droomwereld om U tegen te zeggen. The Guatemalan Handshake blinkt uit in originaliteit en boogt op een lichtvoetig script waarin de spitsvondigheden zich opstapelen. Let vooral op de tragiek van de oude vrouw, het lot van de terminaal zieke schildpad, en het knaloranje autootje dat voortdurend van eigenaar verandert. Zonder twijfel één van de meest excentrieke films op deze festivaleditie. (jdk)

De Noorse tragikomedie O'Horten (***) van Factotum-regisseur Bent Hamer verhaalt over een 67-jarige machinist die na veertig jaar dienst met pensioen gaat. De mathematische structuur in zijn leven ruimt plaats voor onzekerheid. Odd (Bård Owe) moet het beruchte zwarte gat zien op te vullen, en laat zich leiden door het lot. Hij belandt van de ene absurde situatie in de andere, en trotseert gevaren waarvan hij zelfs in zijn stoutste dromen niet had durven proeven. Deze strak geregisseerde competitiefilm, die we ook aantreffen in het Plus Parcours, toont op een meeslepende en herkenbare manier hoe een pensioen aanleiding kan geven tot stuurloosheid en deceptie. Dat realiseert de protagonist zich al de eerste dag, als hij zich na een avondje ongewild babysitten verslaapt en de trein zonder hem ziet vertrekken. Maar het mooie aan O’Horten is dat de film ons probeert mee te geven dat die verwarrende situaties ook de kiemen van een nieuw begin in zich kunnen dragen. Een kurkdroge satire vol verrassingen, met een treffende muzikale score en prachtige sfeerbeelden. (jdk)

Wie, ondanks de start van het vierde seizoen van Prison Break op de Vlaamse beeldbuis, niet genoeg kan krijgen van het gevangenisleven (en de vele pogingen om er uit weg te geraken) kan tijdens het festival terecht bij The Escapist (***); een oerdegelijke, rauwe Britse gevangenisfilm die nergens de conventies en clichés van het genre verwerpt maar ze, integendeel, omarmt. Vanaf de openingsscène (een close-up van het getergde gezicht van Cox, terwijl Leonard Cohen op de klankband klinkt) tot de bevreemdende finale is The Escapist niet alleen een zeer goed gemaakte prent maar vooral een knap staaltje entertainment dat nergens de aandacht laat verslappen en dankzij een uitgekiende montage erg spannend blijft. Door de vele genregenoten die eraan zijn voorafgegaan kampt de film uiteraard met een sterk déjà vu-gevoel maar dat mag de pret niet drukken. De ontknoping zal voor een oplettende kijker niet als een totale verrassing komen maar de kronkelige weg die erheen leidt blijft boeiend. En dan zijn er nog de bijrollen van Steven Mackintosh en Damian Lewis als de twee broers die de gevangenis van binnenuit leiden. Vooral Lewis straalt een dodelijke dreiging uit als de angstaanjagende Rizza die, zonder ooit zijn stem de hoogte in te jagen, nu al ongetwijfeld een van de meest beklemmende bad guys is die we op dit festival zullen ontmoeten. Vergeet Michael Scofield met zijn tattoeages; geef ons maar de hulp van Cox’ Frank Perry om uit een zwaarbewakend cellencomplex te ontsnappen! (kdm)

Luxemburg heeft een even grote filmtraditie als de Seychellen of Albanië. Nuits d’Arabie (***) hoort thuis in de categorie exotische cinema.Het hoofdpersonage Georges is het archetype van de Luxemburger: uiterst correct, fantasieloos, geordend en ernstig. Hij is kaartjesknipper op de trein. Op een avond ontmoet hij de jonge Yamina. De volgende avond is ze daar opnieuw en alweer heeft ze geen ticket en weet ze niet waarheen. Georges laat haar overnachten in zijn caravan. Langzaam raakt hij in de ban van het jonge Algerijnse meisje dat naar eigen zeggen op de vlucht is voor een bende Algerijnse jongeren. Yamina is een frisse wind door Georges’ suffe bestaan. Ze schudt hem wakker. Wanneer ze plotseling verdwijnt gaat hij naar haar op zoek. Nuits d’Arabie is een opvallend goed gemaakte, elegant in beeld gebracht film met een knappe soundtrack. Sabrina Ouazani en Jules Werner vormen een mooi, complementair stel. Werner incarneert de naïviteit van de westerling die met stijgende verwondering en verbazing kijkt naar de Arabische cultuur en omgangsvormen. Hij snapt er geen fluit van maar hij is wel gefascineerd. De mooie, levendige, indrukwekkende Yamina met haar stralende glimlach verandert zijn leven voorgoed. Yamina is een lief meisje waarvan je instinctief aanvoelt dat ze iets in haar schild voert. Had ook Georges dat maar geweten... Ouazani was intussen te zien als bakkersmeisje te zien in Cédric Klapisch’ Paris. De fim van Paul Kieffer heeft op alle filmfestivals waar hij werd geprojecteerd goede commentaren gekregen. Er is geen reden waarom dat in Gent anders zou zijn. (mvw)

In het intrigerende maar uiteindelijk erg middelmatige Savage Grace (**) zien we Julianne Moore als Barbara Baekeland; een – zo blijkt – vrij labiele vrouw die de druk om zich verheven en adellijk te gedragen onmogelijk kan combineren met haar plotse uitbarstingen en vuilbekkerij. Hoewel de film zich aanvankelijk als het duistere neefje van Far From Heaven (ook al met Moore) laat bekijken blijft het gissen naar de beweegredenen van regisseur Tom Kalin en de scenarist. De prent zwalpt tussen verschillende genres, grenst door de voortdurend opdringerige muziek bijna aan parodie, laat halverwege de verhaallijn rond manlief Brooks (een intrigerende rol van Stephen Dillane) verwateren en wordt vervolgens een biseksuele tragedie met dramatische consequenties. Op de vertolkingen valt weinig aan te merken en visueel ziet het er allemaal behoorlijk uit maar wanneer zelfs een uitstekende actrice als Moore er niet in slaagt om het publiek aan haar rol te binden (integendeel, haar hysterie werkt vaak op de zenuwen… en lachspieren) en de kijker de “dramatische revelatie” al tijdens de eerste tien minuten kan voorspellen, dan is het duidelijk dat dit geen hoogvlieger is. (kdm)

De scenarist van Savage Grace – Howard A. Rodman – is geheel toevallig ook verantwoordelijk voor het draaiboek van August (** ½); een hippe, moderne prent over de val van internetbedrijf LandShark, een maand voor de val van de Twin Towers. Oprichters Tom Sterling (Josh Hartnett) en zijn broer Josh (Adam Scott) hebben het helemaal gemaakt. Tom is de “pretty boy”; het gezicht van het bedrijf; de klier die er elke avond op los fuift en met de knapste vrouwen het bed deelt. Josh is de brave huisvader maar tevens ook het creatieve brein achter het bedrijf. Het grote probleem met deze film is dat het nooit echt duidelijk wordt wat de broers eigenlijk “doen”. Hun vader (een leuke bijrol van Rip Torn) stelt Tom deze vraag maar krijgt nooit een bevredigend antwoord en net als hem bleven ook wij op onze honger zitten. De film wil een karakterschets tonen van een jonge, arrogante kerel die alles heeft wat hij zich kan wensen maar toch nooit echt gelukkig kan worden. Het subplot met de mooie Naomi Harris dooft uit, de film kabbelt doelloos van de ene naar de andere scène en waarom precies David Bowie deze prent op zijn cv wou is ons een groot raadsel. De regie is echter in orde en vooral de vertolkingen houden het schip drijvende. Josh Hartnett begint eindelijk te beseffen waar hij als acteur goed in is en weet zijn personage de juiste energie mee te geven. In de rest van de cast vooral bekende gezichten (zelfs Andre Royo uit The Wire duikt op) die zonder uitzondering goed werk afleveren. Het is, met dit talent voor en achter de camera, dan ook onvergeeflijk dat deze film nooit echt tot leven komt en niets meer blijft dan een tijdverdrijvend tussendoortje. (kdm) 

Het van poëtische metaforiek zwangere The Song of Sparrows (*** ½) is een Iraans drama van formaat. We volgen het leven van Karim (Reza Najie), een eenvoudige struisvogelboer die ontslagen wordt en zijn geluk gaat beproeven in de hoofdstad Teheran. Zonder het goed en wel te beseffen is hij plots taxichauffeur op een motorfiets. Het stadsleven brengt hem in aanraking met de valkuilen van het materialisme en consumerisme, maar Karim lijkt niet veel keuze te hebben. Hij moet een vrouw en drie kinderen onderhouden, en bovendien heeft zijn oudste dochter een nieuw hoorapparaat nodig om haar examens te kunnen afleggen. Regisseur Majid Majidi (Children of Heaven) schildert zijn personages al even kleurrijk en expressief als zijn landschappen. Hij verenigt de typische stijlkenmerken van de Iraanse cinema met een toegankelijke dramaturgie, personageconstructie, esthetiek en semantiek. Zo hebben alle dieren duidelijk hun betekenis in het verhaal: de struisvogels symboliseren nostalgie, de mussen uit de titel verbeelden hoop, de goudvissen staan voor een nieuw begin. De beelden zijn van een adembenemende schoonheid, de emoties zijn eenvoudigweg des mensen. Een pareltje uit de wereldcinema. (jdk)

Het Mexicaanse Lake Tahoe (** ½) vertelt het verhaal van Juan (Diego Cataño), een jonge snaak die in een ogenschijnlijk verlaten Yucataans dorpje met de wagen van het gezin tegen een paal aanrijdt. Hij gaat op zoek naar een garagist om het probleem met zijn stroomverdeler op te lossen, maar dat blijkt geen sinecure in het door onthaasting geregeerde niemandsland. Lake Tahoe laat zich lezen als een aaneenschakeling van expressionistische shots, die quasi exclusief met vaste camera zijn gefilmd. In combinatie met droge humor, zonderlinge personages en een traag ritme levert die techniek een hoogst bevreemdende tragikomedie op. Maar dan wel eentje die in stukken is gehakt. De zwarte frames tussen de fragmenten door moeten voor een zekere continuïteit in de tijd zorgen, maar dat gebeurt helaas niet altijd even consequent en inspiratievol. Bovendien moet je als kijker vaststellen dat de plot een halfuur voor tijd al op zijn laatste benen loopt. Wat dan nog volgt is een langgerekte en grotendeels overbodige epiloog. Een gedurfd experiment, maar niet zonder gevaren. (jdk)

Young at Heart (*** ½), de openingsfilm van de sectie Almost Cinema, speelt maar twee keer. Vanavond in de Domzaal van de Vooruit en op 13 oktober om 14u30 in Kinepolis. Dat is zonde: met meerdere projecties in grotere zalen op betere uren gaat de documentaire geheid lopen met de publieksprijs. Het bijna onmogelijk om niet geraakt te worden door het aangrijpende en hilarische verhaal van een Amerikaanse koor van hoogbejaarden dat met veel succes het oeuvre van Coldplay, The Clash, Sonic Youth en James Brown herinterpreteert. De documentaire volgt het koor tijdens de voorbereiding op een concert in Northhampton, Massachussets. De dirigent wil zes nieuwe songs toevoegen aan hun reportorium. De teksten onthouden lukt niet bij iedereen even goed en ernstige gezondheidsperikelen zijn een rem op de vooruitgang. Regisseur Stephen Walker vermijdt te tranerige situaties en focust op het groeiproces en de kracht die uitgaat van het samenzijn. De oneliners van de mannelijke koorleden, het enthousiasme van de oma’s en de flaters tijdens de repetities geven de warme film een humorische injectie. Young at Heart is zo goed dat zelfs de ferventste Coldplayhaters geen diarree krijgen van de Fix You-versie die een tonronde solozanger brengt. Een heerlijke film. (mvw)

Séraphine (**) is een integere biopic over de gelijknamige Franse artieste. Yolande Moreau speelt haar weinig vleiende rol met verve. Het titelpersonage is een al wat oudere vrouw die door haar engelbewaarder ingefluisterd krijgt dat ze geboren is als kunstenares. Overdag poetst ze huizen en wast ze lakens in de rivier, ’s nachts werkt ze als een bezetene aan haar schilderijen. Haar ontmoeting met een invloedrijke Duitse kunsthandelaar doet haar kansen keren. Nee, er volgt geen from zero to hero-verhaal. De kunstenares is labiel en de Eerste Wereldoorlog kondigt zich aan. Martin Prevost filmt voornamelijk in donkere tinten. Er zitten prachtige shots tussen en Ulrich Tukur is overtuigend als kunsthandelaar. Toch gaat de film na een tijdje vervelen. Het tempo ligt te laag en dat maakt van Séraphine een saaie film over een boeiend onderwerp. (mvw)

Woody Harrelson is de zwakke schakel in Transsiberian (* ½). Dat geldt zowel voor zijn personage als voor zijn vertolking Voor de zoveelste keer in zijn carrière speelt Harrelson, een wat sullige, naïeve oer-Amerikaanse positivo. Hij stapt in Peking met zou vrouw (Emily Mortimer) op de Transsiberische express richting Moskou. Vanaf het moment dat hij opstapt, hangt er spanning in de lucht. Zeker wanneer ze Carlos (Eduardo Noriega) en Abby (Kate Mara) ontmoeten. De plotwendingen in Transsiberian zij zo voorspelbaar dat het kijkplezier er snel af is. Een aantal keren creëert regisseur Brad Anderson spannende, beloftenvolle situaties maar de film leidt sterk onder het gebrek aan chemie tussen het trio Emily Mortimer – Woody Harrelson - Ben Kingsley. Het ronduit groteske laatste half uur brengt de film de nekslag toe. (mvw)

The Visitor (*** ½), de openingsfilm van deze 35ste editie van het Filmfestival Gent, brengt een nu eens swingende en frivole, dan weer aangrijpende, doch steeds herkenbare aanklacht tegen de immigratiepolitiek in de VS. Walter Vale (Richard Jenkins) doceert economie aan de Connecticut College. Hij is al enkele jaren weduwnaar en lijkt wel zijn dagen onder hypnose te slijten. Maar op een dag klopt de wereld aan. Wanneer hij na een conferentie over globalisering op zijn appartement in New York aankomt, ontdekt hij een jonge Senegalese vrouw in zijn bad. Zainab en haar Syrische vriend Tarek blijken er al enkele maanden te wonen. Al snel begrijpt Walter dat het koppel slachtoffer is geworden van oplichters. Zainab en Tarek mogen blijven. Een ideale gelegenheid voor Walter om te ontdekken dat het leven meer te bieden heeft dan op meeneemmaaltijden de leegte trotseren, en dat zijn favoriet muziekinstrument misschien toch niet de piano is… Jenkins, die in het verleden altijd in de schaduw van de ‘groten’ moest acteren, zet hier een erg geloofwaardige, warme en diep doorleefde rol neer. Hij incarneert het leed maar ook de hoop van zijn omgeving. Regisseur Tom McCarthy weet die emoties goed te vertalen en levert met The Visitor een meer dan waardige opvolger af voor zijn sterk regiedebuut The Station Agent uit 2003. Zijn tweede langspeler wordt gedragen door ijzersterke acteerprestaties, afwisselend thematisch gestoffeerde en luchtige verhaallijnen, en een muzikale begeleiding om bij te zinderen. Vooral Walters hoog afro-gehalte en zijn platonische (?) relatie met Tareks moeder Mouna (de Israëlische Hiam Abbass) leveren cinematografische hoogstandjes op die de kijker nog lang zullen bijblijven. Een dijk van een competitiefilm, en een zeer geslaagde aftrap voor een hopelijk kleurrijk festival! (jdk)

terug naar boven | afdrukken | bewaren als pdf | e-mail als PDF | als favoriet bewaren | Een probleem op deze pagina melden


INDEX  >  FESTIVALS  >  FILMFESTIVAL VLAANDEREN GENT 2008 Aanmelden | Maak account (0 bezoekers online)
"movie, de interactieve filmgids" TM © 1993-2010 by Tele-Line Videotex Services VZW
Reacties, vragen en opmerkingen naar: moviegids@moviegids.be. Movie verkoopt of verhuurt geen video's of DVD's. Indien u wil weten of een bepaalde filmtitel beschikbaar is, neem dan best contact op met een videotheek of winkel of plaats een bericht op het forum.
Design © 2005 Scaramanga Productions.