
Schone Schijn
Er zijn zo van die films die over alles en niets lijken te gaan. Net als je denkt dat je min of meer door hebt naar wat voor verhaal je zit te kijken vinden er weer plotwendingen en gebeurtenissen plaats die al het voorgaande in een ander daglicht hullen. Soms is het leuk om meegevoerd te worden en je te laten overvallen door alle twists en turns. Maar het kan ook frustrerend zijn; vooral als je enkele cruciale momenten lang op voorhand ziet aankomen en het geheel in een zootje ontaardt. Dat overkomt Savage Grace, een bizarre prent die alles tegelijk wil zijn: een historisch drama, een erotische thriller, een tragikomedie en een romantische speelfilm.Als de naam van regisseur Tom Kalin niet meteen een belletje doet rinkelen, schaam u dan vooral niet. De man heeft in de voorbije jaren vooral kortfilms gemaakt en zijn bekendste wapenfeit is Swoon uit 1992; een biografisch misdaaddrama over twee homoseksuele geliefden die in de jaren ’20 een kind ontvoerden en vermoorden. Deze Savage Grace bevindt zich duidelijk in hetzelfde vaarwater: ook hier draait het om een op ware feiten gebaseerde vertelling van een misdaad en speelt seksualiteit onder de protagonisten een grote rol. Julianne Moore vertolkt de rol van Barbara Baekeland, een weinig succesvolle actrice die boven haar stand is getrouwd met Brooks Baekeland. Brooks leeft in de schaduw van zijn in idolenstand verheven grootvader Leo; de in Sint Martens-Latem geboren uitvinder van bakeliet. Samen komen ze op alle societyfeestjes en ontmoeten ze de meest prominente figuren maar algauw blijkt dat het huwelijk verdorven is. Barbara blijft een outsider en haar zielige pogingen om toch tot de “rich & famous” door te dringen blijven weinig succesvol; met emotionele uitbarstingen als gevolg. Haar relatie met haar zoon Tony is al even bevreemdend (zo vraagt ze het kind of hij nog van haar zal houden “als haar borsten gaan hangen”) en in de slaapkamer is er tussen haar en Brooks weinig sprake van oprechte liefde of zelfs passie. In het leven van de Baekelands borrelt nijd, afgunst en geweld onder de oppervlakte. Terwijl Tony opgroeit en het gezin voortdurend naar andere oorden verhuist, lijkt een breuk tussen man en vrouw onafwendbaar, ontdekt Tony zijn eigen seksualiteit en geeft de film nieuwe betekenis aan de term “moederskindje”. Het probleem met Savage Grace is dat de film nergens intrigerend uit de hoek komt. Het verhaal biedt voldoende ruimte om de eigenaardigheden van het gezin uit te spelen maar Kalin dringt nooit door tot de zwartgeblakerde kern van de zaak. Het verhaal kabbelt gestaag voort van de ene naar de andere scène en blijft best wel middelmatig en onderhoudend maar meer hoeven we niet te verwachten. Het wordt tevens nooit duidelijk wat Kalin wil vertellen. Aanvankelijk lijkt de film (vooral voor wie niet op de hoogte is over de voorgeschiedenis) een soort pastiche te worden; met weelderige kostuums en indringende, bijna aan de parodie grenzende filmmuziek. Savage Grace roept in de eerste act herinneringen op aan het veel betere Far From Heaven (ook al met Moore), ook een prent die een blik wierp op wat er schuilging achter de façade. Maar in tegenstelling tot die film, die als een ode aan en een deconstructie van de films uit de jaren ’50 bekeken kon worden, blijft het doel van Savage Grace onduidelijk. Als de conflicten tussen de personages dan toch aan bod komen vestigt de film algauw de focus op Eddie Redmayne als de opgegroeide Tony en zijn seksuele escapades. Dat is het begin van een weinig boeiend middenstuk waarin de makers heel lang rond een ontknoping en een onderwerp dansen dat de meeste kijkers al veel eerder zullen hebben opgemerkt. Als het onvermijdelijke dan uiteindelijk toch gebeurt blijft de kijker eerder achter met de sarcastische opmerking “tja, dat hadden we echt niet zien aankomen” dan met een “wauw”-gevoel. De vertolkingen zijn behoorlijk maar weinig meer. Julianne Moore heeft bewezen dat ze tot veel meer in staat is dan wat ze hier presteert en heeft het niet gemakkelijk met haar rol. Haar Barbara is een irriterende, vaak hysterische bitch en haar emotionele onstabiliteit zorgt ervoor dat het bijna onmogelijk wordt om met haar te identificeren. Haar zoon wordt in twee verschillende tijdsperiodes vertolkt door Barney Clark (Oliver Twist) en Eddie Redmayne (The Good Shepherd). Tony wordt ergens halverwege de film het hoofdpersonage en verdringt andere personages naar de achtergrond. Figuren komen en gaan maar niets blijft hangen, niets beklijft. Stephen Dillane, die Brooks vertolkt, probeert er met zijn relatief kleine rol en weinig tekst wel nog iets van te maken. Het wordt al meteen duidelijk dat Brooks niet gelukkig is met Barbara aan zijn zijde maar hij is allesbehalve de perfecte echtgenoot; met zelf enkele demonen in de kast. Het is jammer dat dit personage na verloop van tijd bijna volledig verdwijnt en slechts sporadisch terug opduikt maar zo zit het verhaal nu eenmaal in elkaar. Zoals eerder aangehaald is de finale zeker niet de “holy shit”-ontknoping geworden die de makers in gedachten hadden. Hadden we hen eerst nog subtiliteit kunnen aansmeren dan verdwijnt zelfs de gedachte daaraan in de laatste tien minuten. Kalin gooit alle kaarten op tafel, onthult eindelijk wat hij met zijn film wil vertellen en slaagt er niet in om het beproefde geduld van het publiek te belonen. Een ramp is dit zeker niet maar dit is niets meer dan een middelmatige fait divers. Gezien op het 35ste Internationaal Filmfestival van Vlaanderen-Gent
terug naar boven | afdrukken |
bewaren als pdf | e-mail als PDF | als favoriet bewaren
| Een probleem op deze pagina melden
|