
Oeverloze odyssee
Na zijn opgemerkt debuut met Duck Season (Temporada de patos) in 2004 stelde de Mexicaanse regisseur Fernando Eimbcke in februari zijn tweede langspeelfilm voor op het Filmfestival van Berlijn. Niet zonder succes. Lake Tahoe pakte de Alfred Bauer Award voor zijn grensverleggende cinematografie, en werd door de Internationale Federatie van Filmcritici bekroond met de FIPRESCI-prijs voor beste competitiefilm.Lake Tahoe is nochtans vrij eenvoudig van opzet. In de openingsscène zien we de zestienjarige Juan (Diego Cataño) ergens in de Mexicaanse staat Yucatán met zijn rode Nissan tegen een elektriciteitspaal aanrijden. In het aangrenzend dorpje gaat hij op zoek naar een garagist om het probleem met zijn stroomverdeler op te lossen, maar dat blijkt geen sinecure. Tijdens zijn queeste in het ogenschijnlijk verlaten en door onthaasting geregeerde niemandsland botst Juan op een handvol zonderlinge personages: de oude paranoïde garagist Don Heber (Hector Herrara) en zijn hond Sica, de wulpse tienermoeder Lucia (Daniela Valentine), en de door vechtsporten geobsedeerde jonge mecanicien David (Juan Carlos Lara). Samen met zijn gezellen rolt de jonge snaak van het ene avontuur in het andere, maar dat brengt hem geen stap dichter bij een oplossing voor zijn probleem. Aan de oppervlakte is Lake Tahoe een absurde komedie boordevol situatiehumor. Juan wil niets liever dan verlossing en rust, maar laat zich al te gemakkelijk inpalmen door de kapsones van zijn lotgenoten. Van Heber moet hij de hond uitlaten (de ontsnappings- en achtervolgingsscènes zijn hilarisch, ondanks het feit dat die zich om budgettaire redenen vooral buiten beeld afspelen), van Lucia moet hij babysitten terwijl ze zelf naar een optreden van een punkband gaat, met David moet hij noodgedwongen Chinese vechtfilms bekijken. Die stroomkabel kan wel even wachten. De film presenteert zich als een aaneenschakeling van expressionistische shots, die quasi exclusief met vaste camera zijn gefilmd. In combinatie met een traag ritme en de hoger beschreven humor levert die techniek een hoogst bevreemdende tragikomedie op. Maar dan wel eentje die in stukken is gehakt. De zwarte frames tussen de fragmenten door moeten een zekere continuïteit in de tijd aangeven, maar dat gebeurt helaas niet altijd even consequent en inspiratievol. Het heeft iets van een onzorgvuldig georchestreerde diavoorstelling met een verteller die geen ritme kan aanbrengen in zijn betoog. Toch verdient Eimbcke een dikke pluim voor de symbolische oase waarin hij zijn oeverloze odyssee onderdompelt. Inhoud, stijl en beeldvoering ontpoppen zich als het ware tot metaforen, die elk op hun manier de emotionele catharsis in het slot van de film preluderen. De schuifelende beelden staan voor verlamming, motorpech verbeeldt immobilisme, terwijl de fragmentaire montage & aritmische vertelstructuur de leegte en desintegratie van Juans microkosmos onderstrepen. Op die manier krijgt het vreemde gedrag van de protagonist en zijn kafkaiaanse zoektocht naar stabiliteit mondjesmaat een verklaring. Maar de verveling slaat snel toe. De plotontwikkeling is mager, de dialogen zijn schaars, en de muzikale begeleiding blijft uit. De camera gedraagt zich te afstandelijk: hij omarmt Juan niet, maar lijkt hem zelfs af te stoten. En dat is nefast voor de betrokkenheid van het publiek. Bovendien moet je als kijker vaststellen dat de plot een halfuur voor tijd al op zijn laatste benen loopt. Wat dan nog volgt is een langgerekte en deels overbodige epiloog. Lake Tahoe is volledig op locatie geschoten. De dorre Mexicaanse woestijn wordt zodanig in beeld gebracht, dat je als kijker de verzengende hitte en loomheid ervaart waarmee de personages worden geconfronteerd. In die zin is de titel misleidend. De oorspronkelijke Mexicaanse werktitel ¿Te acuerdas de Lake Tahoe? (Herinner je je Lake Tahoe?) dekt veel beter de lading van de film. Die verwijst naar Juans herinneringen aan de reis naar het bekende zoetwatermeer in de Sierra Nevada. Herinneringen die door zijn hoofd spoken, en gekristalliseerd zijn tot een bumpersticker op de gezinswagen. Veel meer dan een handvol peso’s, een camera en een cast van gemotiveerde leken had Eimbcke niet nodig. In Lake Tahoe laat de regisseur de personages en de beelden voor zich spreken, al hebben die eigenlijk niet zo gek veel te vertellen. Een gedurfd stilistisch experiment, maar niet zonder gevaren. Gezien op het 35ste Internationaal Filmfestival van Vlaanderen-Gent
terug naar boven | afdrukken |
bewaren als pdf | e-mail als PDF | als favoriet bewaren
| Een probleem op deze pagina melden
|