
Gesprek met Jan Verheyen op de set van Dossier K
Binnenkort wordt het langverwachte Dossier K in de zalen uitgebracht. De kapitein van de opnames is regisseur Jan Verheyen, die de zware taak heeft, een waardige opvolger van De Zaak Alzheimer in te blikken. Moviegids vroeg aan Jan hoe hij met de stress weet om te gaan en wat we vanaf 9 december mogen verwachten in de bioscoop.
Lees ook het setbezoek Dossier K. – De grootste filmmachine van Vlaanderen
Hoe raakte je betrokken bij dit project? Wel, ik zal je eerlijk bekennen: dit heb ik geërfd. De bedoeling was dat Erik Van Looy de film zou regisseren. Hij had trouwens met Carl Joos al enkele jaren aan het scenario gewerkt. Dan kwam er plotseling een aanbod vanuit Woestijnvis dat Erik moeilijk kon weigeren. Zoals ze in maffiafilms zeggen: “They made him an offer, he couldn’t refuse”. Zoals je weet, komt alles echter met een prijs. Aan die exclusiviteitsovereenkomst was de voorwaarde dat hij niks meer mocht doen voor andere productiefirma’s. Dossier K zit bij Eyeworks en het toeval wou dat ik voor hen net Los en Vermist had gedaan. Zeker Vermist was een visitekaartje voor dit soort genre film. Plus het feit dat Erik en ik elkaar zeer goed kennen, is het dan uiteindelijk bij mij terechtgekomen. Laat ik het zo zeggen; ik ben zelden zo blij geweest met een exclusiviteitscontract van iemand anders (lacht). Dossier K is de opvolger van De Zaak Alzheimer, maar is eigenlijk ook geen vervolg… Nee, absoluut niet. Jef Geeraerts heeft een tiental boeken geschreven over de personages Vincke en Verstuyft en dat zijn telkens op zichzelf staande verhalen. De Zaak Alzheimer was het eerste boek dat verfilmd werd, Dossier K is het tweede. Het kan dus goed zijn dat nog een andere regisseur binnen drie jaar een ander boek verfilmd. Eén van de subplots in de vorige film is de spanning tussen politie en rijkswacht. Deze film speelt zich af ten tijde van de éénheidspolitie. De rancunes uit het verleden spelen natuurlijk nog wel, maar in principe behoren ze nu allemaal wel voor hetzelfde team. Dossier K is een op zichzelf staand verhaal, maar we nemen personages uit de eerste film mee. Zoals dit het geval is bij de Bourne-films of de Die Hard-serie. Heb je nu een grote druk of stress op je schouders? De vorige film was immers een immens succes. Lig je daarvan wakker of doe je gewoon je ding? Als je het mij vooraf had gevraagd, had ik zeer cool geantwoord dat ik daar niet van wakker lig en nu blijkt toch, in de praktijk, dat ik daar wél van wakker lig. Niet zozeer van de druk om het even goed of beter te doen dan De Zaak Alzheimer; trouwens de lat is weer een stuk hoger gelegd met “Loft”. Ik kon niet meer doen dan een zo goed mogelijke film te maken en ervoor te zorgen dat mensen die komen kijken tevreden zijn. Met hoeveel ze komen kijken, dat kan ik toch niet controleren. Daar ben ik nogal gelaten in. Ik zal er mijn best wel voor doen, zodat de mensen weten dat die film bestaat. De druk ligt vooral bij het afleveren van een film die aan de verwachtingen voldoet. We willen zeker geen “carbon copy” maken van de vorige film. Het is episch, het speelt zich af in Albanië en België, er zit veel meer actie in en zoals ik nu al ondervonden heb, is het zeer moeilijk om actiescènes te draaien die on-Vlaams zijn. Ik moet toegeven dat het veel moeilijker en zwaarder is dan ik op voorhand had ingeschat, met als gevolg dat er van mijn kant al slapeloze nachten zijn geweest. In het persbericht is er sprake van weinig spectaculaire achtervolgingen en shoot-outs, terwijl je nu zegt dat er veel actie is… Kijk, het is niet The Fast and the Furious. Als ik zeg dat er veel actie in zit, dan bedoel ik daarmee voor een film van Vlaamse bodem. Ik heb ook altijd gezegd - en ik ben daar heel consequent in - dat wij geen Amerikaanse films moeten willen maken. Dat doen zij sowieso veel beter. Dossier K zal het in de eerste plaats moeten hebben van geloofwaardige personages en een slim plot, maar daarnaast moeten we er wel voor zorgen dat we actiescènes brengen waarvan we geen rode kaken krijgen. Kan de film rekenen op een sterk script? Ik vind van wel. Carl Joos en Erik Van Looy zijn eraan begonnen en ik heb het dan afgewerkt. Het is een genrefilm, een policier. Ik heb daar niks op tegen, ik zie dat graag. We hebben wel geprobeerd om de “bad guys” zeer interessant te maken. Voor Ledda (Jan Decleir’s personage) in De Zaak Alzheimer voelde je een soort empathie. Dat is hier met Nazim Tahir ook het geval. We zitten dus met een aantal personages die een heel interessante backstory hebben. Wat het allerslimste eigenlijk nog is, is dat zowel Vincke als Tahir op het einde van de film zullen ontdekken dat ze allebei pionnen zijn. Dat ze worden gestuurd door een systeem dat ze eigenlijk niet langer beheersen. In die zin is het bijna een noodlotsdrama. Dit klinkt nu heel zwaar, maar wat dat betreft, wijkt het nogal af van de standaard policier met heel duidelijke “good guys” en “bad guys”. Je voelt dat er lang werd gesleuteld aan het script. Erik Van Looy begon aan het script en daarna nam jij de fakkel over. Ga je Erik enigszins betrekken bij deze film? Erik krijgt setfoto’s en ik vind het wel belangrijk dat hij ook maagdelijk naar de eerste montage kan kijken. Dat doen wij vaak met onze films. Maar verder kan je toch maar één kapitein op het schip hebben. Ik denk dat het voor hem best wel een beetje lastig moet zijn, omdat De Zaak Alzheimer toch wel zijn kindje is en hij hier ook veel aan geschreven heeft. Op een bepaald moment heeft hij voor zichzelf echter een beslissing genomen en heeft hij dit project moeten loslaten. Ik heb een kleine kring vrienden en vertrouwelingen wiens oordeel ik belangrijk vind en Erik zit daar sowieso bij. In dit geval is dit nog anders, omdat hij zo van nabij bij het project betrokken is geweest. Ik zou het wel fijn vinden mocht Erik het een goeie film vinden. Je vorige thriller, Alias, was niet zo’n daverend succes in vergelijking met je andere films. Heb je daaruit geleerd? Het is toch een ander genre. Dit is echt een policier. Bij Alias heb ik, denk ik, als ik het achteraf moet analyseren, één kapitale fout gemaakt. Ik heb twee genres gemengd. Alias begint als een vrij traditionele thriller en kantelt dan in het laatste halfuur naar iets wat ik zeer graag zie: een mix van zeer zwarte humor en horror. Je voelde echt al bij de eerste previews het publiek mee kantelen. De kijker wilde daar niet in mee gaan. Het referentiekader, zeker binnen Vlaamse cinema, is helemaal anders. In diezelfde periode was What lies beneath uitgekomen en werd een hit. Draai dit in het Nederlands en niemand zou het geloofwaardig gevonden hebben. Doordat het Amerikaans is en zeer glossy, passeert dat. Alias faalde dus door de vermenging van die twee genres. Dat is ook de reden waarom ik nooit een horrorfilm heb gemaakt, omdat ik op één of andere manier zeer sterk het gevoel heb dat dit genre niet van ons is. Ik wil dit ooit wel eens doen, maar dan zal het wellicht zeer moeilijk worden om daarmee te scoren. Je regisseerde daarnaast ook enkele komedies en drama’s. Wat maak je het liefst? Ik maak gewoon graag films. Ik ga op zoek naar een verhaal dat ik goed vind, wil vertellen en een jaar van mijn leven wil aan besteden, samen met een groep mensen die ook interesse hebben. Dan pas ik me als regisseur aan qua stijl. Wat mijn komedies betreft, het is niet dat ik American Pie heb gemaakt. Het waren films die ergens over gingen. Mijn volgende film wordt een hele grote romantische komedie. Het kan me eigenlijk niet schelen waar de verhalen vandaan komen. Zolang ik er een band mee heb en het wil verfilmen, vind ik het prima. Om in Dossier K-stijl af te sluiten: wat zijn je favoriete politiefilms? Je verrast me een beetje met de vraag, maar zal mijn best doen om er enkele op te sommen. Seven zit er zeker bij, door de combinatie van factoren: een goed verhaal, want daar begint het toch altijd mee, ingevuld op een manier die verrassend is én goed geacteerd. Ik stel me dezelfde vragen als de gemiddelde kijker (geloof ik het en is het aantrekkelijk gebracht). Daarnaast uiteraard Heat met Al Pacino en Robert de Niro, The French Connection, die misschien lichtjes gedateerd is, maar toch nog redelijk straf blijft, een aantal films die Chabrol gemaakt heeft, Jar City (Mýrin), een IJslandse film, die ik geweldig straf vond van sfeer en tot slot een aantal zeer mooie Scandinavische films, die bij ons nauwelijks bekend zijn. Foto: Els van Bosbeke
terug naar boven | afdrukken |
bewaren als pdf | e-mail als PDF | als favoriet bewaren
| Een probleem op deze pagina melden
|