
Het bloedbad van Taiji
Met Man on wire leverde de Britse cineast James Marsh vorig jaar een intrigerende documentaire af waarvan het scenario opvallend veel gelijkenissen vertoonde met dat van de betere caperfilm. The Cove, het regiedebuut van Louie Psihoyos, tapt plottechnisch uit hetzelfde vaatje, maar gooit het inhoudelijk over een heel andere boeg. Ook de inspiratie is verschillend: stond in Man on wire de hang naar esthetiek centraal, dan opereert The Cove in het hart van de ethiek. The Cove volgt een groep activisten, filmmakers en duikers die afreizen naar het Japanse kuststadje Taiji, de draaischijf van de internationale dolfijnenhandel. Hun missie is duidelijk: infiltreren in de streng bewaakte baai om er voor het oog van de wereld het bloedbad te filmen waarbij jaarlijks duizenden dolfijnen het leven laten, in de hoop op die manier de gruwelijke praktijken een halt toe te roepen. Het team wordt geleid door Richard O'Barry, de man die de dolfijnen trainde voor de populaire tv-serie Flipper en zo mee aan de wieg stond van de miljardenindustrie die hij nu zo verguist, en regisseur Psihoyos, natuurfotograaf bij National Geographic en medeoprichter van de Ocean Preservation Society. In ware Ocean’s 11-stijl leggen de makers uit hoe hun clandestiene plan tot stand kwam: het omzeilen van de metershoge omheiningen en met prikkeldraad afgezette tunnels, het infiltreren van de streng bewaakte lagune, het voortdurende kat-en-muisspel met de boze vissers en de lokale politie en maffia. Voor de opnames zelf werden getrainde vrijduikers ingezet die de baai op strategische plaatsen voorzagen van gesofisticeerde nachtzichtapparatuur en nagemaakte rotsen met ingebouwde camera’s (ontworpen door George Lucas’ beroemde special effects-bedrijf Industrial Light & Magic). Wat de film zo boeiend maakt, is de manier waarop Psihoyos en co verschillende genres met elkaar vermengen. The Cove is geen geitenwollensokkendocumentaire zoals er dertien in een dozijn gaan, maar brengt een eigenzinnige mix van spionagethriller, docudrama en horrorfilm. De structuur versterkt de boodschap zonder in goedkope sensatie te vervallen. De bloedige beelden zijn dan wel erg shockerend, het zijn vooral de intelligente verteltechniek, de verbluffende cinematografie en de guerrillajournalistieke aanpak die van The Cove een meeslepende documentaire maken. Zo bevat de film naast het capermotief en de gruwel een enorme schat aan informatie over de illegale handel in dolfijnen. Een deel van de gevangengenomen dieren wordt verkocht aan dolfijnentrainers uit alle hoeken van de wereld, de rest wordt geharpoeneerd, geslacht en als walvissenvlees verkocht in supermarkten. Verder komen we heel wat te weten over de intelligentie van dolfijnen, de onmacht van de Internationale Walvisvaartcommissie, en de met de dolfijnvangst gelieerde omkoop- en voedselschandalen (kwikvergiftiging) in Japan. Het eindresultaat is beklijvend. De beelden van de missie en het bloedbad worden knap afgewisseld met interviews en archiefbeelden en zijn door Geoffrey Richman (de editor van o.a. Murderball en Sicko) zorgvuldig gemonteerd tot een aantrekkelijke film. Als de prijzenslag doorgaat en de waardering bij het publiek een voorbode is voor de Oscarnominaties (de film won publiekprijzen op o.a. Sundance, Silverdocs, Sydney en het Filmfestival van Gent), dan zit The Cove aardig op koers om straks met een Academy Award te gaan lopen. Gezien op het 36ste Internationaal Filmfestival van Vlaanderen-Gent.
terug naar boven | afdrukken |
bewaren als pdf | e-mail als PDF | als favoriet bewaren
| Een probleem op deze pagina melden
|