
Huisje Weltevree
Sociaal-realistische drama's zijn zo eigen aan de Britse kroon als fish 'n chips. Van Gary Oldmans snoeiharde Nil by Mouth tot Ken Loach's... uhm... nagenoeg gehele oeuvre. Er is in de Britse cinema altijd een plaats voorbehouden voor films die de zelfkant van de maatschappij belichten. Personages wentelen zich in hun marginaliteit, vastgeroest in een vicieuze cirkel. De toon mikt steevast op kommer en kwel. Fish Tank lijkt op het eerste zicht een zoveelste variant op dit (sub)genre te worden. De camera schudt en beeft, het weer is grauw en de personages hebben het niet breed. Ze schelden elkaar de huid vol en vloeken als waren het robuuste maffiosi of dronken matrozen! Het vijftienjarige hoofdpersonage Mia geeft een ex-beste vriendin een kopstoot... en dan is de prent nog maar pas begonnen! Fish Tank belooft meteen een helse rit te worden en regisseuse/scenariste Andrea Arnold, nog fris van haar arthouse- triomftocht met Red Road, slaagt er in om de film een eigen identiteit aan te meten. Het leverde haar dit jaar in Cannes een nominatie voor de Gouden Palm en de Juryprijs op. Mia (debutante Katie Jarvis) droomt van een carrière als danseres; zodra ze de kans heeft gaat ze oefenen in een leegstaand appartement en met haar “urban moves” wil ze het maken in de grote, boze wereld. Thuis moet ze op niet veel steun rekenen; haar moeder heeft haar eigen dromen ver weggestopt. Ze ligt voortdurend met haar oudste dochter overhoop en de jongste telg in het gezin vloekt als Joe Pesci in Goodfellas. Van een vader is al lang geen spoor meer. Op een dag duikt haar moeder op met een nieuwe vriend. Connor (Michael Fassbender) lijkt de ideale vaderfiguur te worden; hij neemt het gezin mee op uitstapjes, toont interesse in de levens van de dochters en – zoals Mia tijdens een nachtelijke spionage opmerkt – blijkt ook nog eens de ideale dekhengst voor haar wulpse moeder. Het is net die gebeurtenis die leidt naar het duistere en ongemakkelijke vervolg; de vader -dochterrelatie tussen Mia en Connor komt zwaar onder druk te staan en het leven binnen het “nieuwe” gezin zal nooit meer hetzelfde zijn. Andrea Arnold mag dan wel visueel netjes binnen de lijnen kleuren van wat we ons bij dit soort films kunnen voorstellen (weinig cameratruckjes, een faux –documentaire -aanpak) en met een niet bijster origineel verhaal uitpakken (een plotwending in de derde act vermoedden wij al vrij vroeg), haar film is daarom niet minder knap. Zonder nodeloze expositie schetst ze meteen een wrang beeld van een milieu en de drie vrouwen die er – ondanks alles – samen in moeten overleven. Het huiselijke geweld is nooit gratuit. Het voelt beklemmend reëel aan zonder dat het publiek zich van de personages gaat afwenden. Ook Mia's moeder (een sterke, meer dan vermeldenswaardige Kierston Wareing) is een gevallen vrouw, verbitterd door een leven dat anders moest verlopen. Connor (de overal opduikende en steevast uitstekende Michael Fassbender) is voor iedereen de prins op het witte paard. Fassbender vertolkt hem als een goedlachse, vriendelijke en betrokken kerel. Het siert Arnold dat ze hem niet als een wandelend cliché heeft uitgewerkt. Connor is geen “marginaal”, maar een doodgewone man met een doodgewone job. Hij geniet van de kleine dingen, drinkt graag een pint en is niet gewelddadig. Wanneer de duistere kant van zijn persoonlijkheid dan toch aan de oppervlakte komt, is het voor de kijker even erg als voor de personages om hem van zijn voetstuk te zien vallen. Dé ster van de film is en blijft de jonge Katie Jarvis. Dat dit haar eerste rol is (volgens de overlevering werd ze ontdekt tijdens een hevige ruzie met haar vriendje) is des te indrukwekkender. Ze speelt een meisje dat tegen wil en dank een vrouw moet worden en de beslissingen die ze op haar weg naar volwassenheid neemt zijn vaak twijfelachtig, maar steeds begrijpelijk. De laatste tijd zien we vaker films over mensen die uit hun milieu willen ontsnappen (onder meer De Helaasheid der Dingen en het tijdens het Filmfestival van Gent populaire maar ietwat overschatte Precious). Fish Tank hoort zeker bij de betere films over dit onderwerp. Andrea Arnold kiest verrassend voor een niet gitzwarte sfeer, laat ruimte voor hoop en plezier (de dansscène op de parkeerplaats) en sluit af met een ontroerende, positieve noot (die duodans!). Fish Tank dreigt in deze barre eindejaarsperiode wat te worden overschaduwd door apocalyptische rampscenario's, gierige Ebenezers en blauwe aliens maar laat u dat vooral niet weerhouden om dit bescheiden pareltje te ondergaan. Geen meesterwerk maar zeker uw tijd en aandacht waardig. Take that, ya cunt!
terug naar boven | afdrukken |
bewaren als pdf | e-mail als PDF | als favoriet bewaren
| Een probleem op deze pagina melden
|