Meteen naar de tekst springen

INDEX >> ACHTERGRONDEN >> VERFILMINGEN VAN POE (1/2)

VERFILMINGEN VAN POE (1/2)
Een snuifje filmgeschiedenis

 

Nico Peeters | 28/07/1996


Share/Bookmark

Edgar Allan Poe (1809-1849) is een belangrijk fenomeen in de internationale literatuur. Hij wordt door velen beschouwd als de grondlegger van de moderne sciencefiction en het detectiveverhaal.

Het bekendste detectiveverhaal van zijn hand is Murders in the Rue Morgue, waar detective Dupin de moord op twee vrouwen via een briljant denkwerk oplost. Eén van de eerste bewerkingen naar het witte doek is in handen van Robert Florey, in 1931. Het is echter een verfilming die moeilijk te verbinden is met Poe, en voornamelijk doordrenkt is met een Darwineske filosofie. Andere verfilmingen die sterk verwijderd zijn van het origineel, zijn ondermeer The Phantom of the Rue Morgue (1954) van Roydel Ruth en Murders in the Rue Morgue (1971) van Gordon Hessiers.

Een zeer knap gemaakte bewerking van verhaal naar doek is La Chute de la Maison Usher (1928). Jean Epstein slaagt erin om een typisch gegeven van Poe, in een stomme film, naar voren te brengen: dit is namelijk dat het vreselijke zich steeds incarneert in de mens zelf en niet in zijn omgeving, wat zeer duidelijk is in The Tell-Tale Heart. Tevens slaagt Epstein erin, via piepende deuren, duistere gangen en mysterieuze schaduwen, een Unheimlichkeit bij de kijker op te roepen: het is alsof de toeschouwer zich gevangen voelt in het huis Usher en er niet uit ontsnappen kan. Vele Poe-verfilmingen hebben problemen met het korte karakter van de verhalen. Epstein ontloopt dit probleem omdat hij zich een korte, semi-surrealistische en niet-complexe prent tot doel had gesteld.

Een minder geslaagde verfilming van The Fall of the House of Usher is van Roger Corman, namelijk House of Usher (1960). Het is het eerste deel van een reeks Poe-adaptaties. De kritiek op deze versie was tweeledig. Enerzijds had ze betrekking op het baliekluiverige en oppervlakkige draaiboek, anderzijds op de slechte acteerprestatie van Vincent Price. Een andere verfilming van Corman die in deze reeks van adaptaties past, is The Tomb of Ligea, maar ook deze film werd aanvankelijk niet door de critici gewaardeerd, hoewel hij dicht bij het oorspronkelijk werk ligt. Om in de jaren zestig te blijven, is er nog de film Histoires Extraordinaires (1967) van Roger Vadims het vermelden waard. Hij vermengt het groteske met veel sarcasme, een gegeven dat later nog vele malen zal herhaald worden.

Al in het vroege-stomme-film-tijdperk waren de short stories van Poe ideeënleveraars voor de filmmakers. In 1909 verfilmt Maurice Tourneur The System of Doctor Tarr and Professor Fether (Le Système du Docteur Goudron et du Professeur Plume). 1914 is ook een belangrijk jaar voor de Poe-verfilmingen, mede door David Wark Griffith, die verschillende thema's van de Amerikaanse grootmeester vermengt om zo tot een nieuw verhaal van waanzin en slecht geweten te komen.

De Duitser Ridchard Oswald adapteert in 1919 The Black Cat voor een episode van Unheimliche Geschichten. Dit is het begin van verschillende bewerkingen van het vandaag de dag legendarisch geworden verhaal. Een zeer sensationele en populaire versie ontstaat door de handen van Max Reinhardt en F.W. Murnau. Zij spelen in op een kattenfobie, op incest, sadisme, masochisme, necrofilie en zwarte kunst. De film kostte aanvankelijk 91.125 dollar; maar werd nog met 6.500 dollar duurder om de horror en de seksuele notie af te zwakken.

Van uitzonderlijk belang voor de Poe-verfilmingen en al kort aangehaald, is Roger Corman. Zijn films proberen het Poe-universum weer te geven, maar worden tevens bepaald door B-film-conventies, Freud en een Oscar Wilde-achtige stijl. De werking van Cormans films zijn het grootst wanneer de toeschouwer ze voor de eerste keer ziet. De eerste Cormanverfilming is House of Usher. Deze film kostte 270.000 dollar en werd in drie weken in elkaar geknutseld. Uiteindelijk bracht de film meer dan twee miljoen dollar in het laadje. Opmerkelijk bij deze verfilming en de vele andere verfilmingen is het sterk afwijken van de brontekst.

In 1961 volgt The Pit and the Pendelum, met onder andere Vincent Price in de hoofdrol. De derde film die in het rijtje past, is The Premature Burial (1961); een verhaal dat handelt over de angst om levendig begraven te worden. Het maxime van de film luidt ook hier niet werkgetrouwheid, wel atmosfeerovereenkomst. De volgende film van Corman in verband met Poe is Tales of Terror, drie maanden na The Premature Burial was deze film al klaar. Hij combineert vier Poe-verhalen, waaronder The Black Cat en The Cask of Amontillado en wordt tevens als één van de beste verfilmingen gezien hoewel de film maar met zestig procent met de brontkst overeenkomt.

Poe bleef Corman nog verschillende malen inspireren, denken we maar aan The Raven, een film gebasseerd op het bekendste gedicht van Poe. In plaats van een verhaal over liefde en angst ontstond er een satire op verschillende griezelclichés, met maar één overeenkomst met het gedicht, namelijk het opduiken van een raaf. Deze film bracht desondanks 1,4 miljoen dollar op. Nog een laatste Poe-verfilming is The Tomb of Ligea. Hier eindigt Corman zijn Poe-cyclus. Na deze verfilmingen van Poe verdiepte Corman zich in een andere literaire grootmeester, Lovecraft. Door de commerciële successen die Corman behaalde, voelde vele andere regiseurs zich ook geroepen om uit hetzelfde vaatje te tappen. Een mooi voorbeeld hier is The Masque of the Red Death (1964) van Nicolas Roegs.

Wordt vervolgd...

PLANEET CINEMA

Planeet Cinema is een online filmmagazine. We bekijken films zonder grenzen: oud of nieuw, populair of obscuur.

We geven graag nieuw schrijftalent de kans om online te publiceren.

Planeet Cinema beschikt over een uitgebreid archief van meer dan 6.000 artikelen sinds 1993.

 

HOME
RECENSIES
ACHTERGRONDEN
FESTIVALS
KLASSIEKERS

Twitter Facebook

 

THEMA

THEMA - UIT DE KUNST
Vrouw in een mannenwereld


Met de hulp van een historica draaide de Franse regisseur Bruno Nuytten in 1988 een biopic over een van Frankrijks meest bekende vrouwelijke kunstenaars uit de negentiende eeuw. De gelijknamige film vertelt haar tragische levensverhaal begeleid door de dramatische muziek voor hoofdzakelijk strijkers van componist Gabriel Yared.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
De beeldhouwer die niet wou schilderen


Quizvraagje voor bij de barbecue: wat hebben Mozes, Johannes de Doper, Marcus Antonius, Henry VIII, Michelangelo en God de Vader zelve gemeenschappelijk? Antwoord: ze werden allemaal op film vereeuwigd door Charlton Heston.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Het spanningsveld van de kunstenaar


Een kunstschilder die in de tweede helft van de negentiende eeuw in het zog van het impressionisme op de kunstscène verschijnt, is Auguste Renoir. Deze Fransman die ongeveer 6000 schilderijen maakte, is echter niet de enige kunstenaar die Gilles Bourdos met de film Renoir in de verf zet.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Genialiteit ondergedompeld in miserie


Quoth the raven: ‘nevermore’. Edgar Allan Poe schreef de beroemde dichtregel in 1845, en sindsdien heeft zijn raaf de populaire cultuur niet meer verlaten. Als zelfs The Simpsons je gedicht opnemen in hun Treehouse of Horrorreeks, weet je dat je het als dichter gemaakt hebt.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Pop-art tot de tiende macht


Thierry Guetta is een Fransman die in Los Angeles een tweedehands kledingzaak heeft. Via via ontmoet hij een street art-kunstenaar en hij – notoir allesfilmer – springt bij en filmt alles. Meer street art-kunstenaars laten zich filmen. Een idee voor een documentaire is geboren. Maar er is iets loos. Guetta zal niet rusten voor hij alle kunstenaars heeft gefilmd. Hij ontmoet er veel. Maar er ontbreekt er een: Banksy, die intussen wereldberoemd is geworden met zijn ironische street art.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Wie is er bang van Alfred Hitchcock?


In 2012, meer dan 30 jaar na zijn dood, verschenen er plots twee films over het leven van Alfred Hitchcock. Het mag een wonder zijn dat het zolang geduurd heeft. Hitchcock was een mysterieus man en een gedroomd object voor een biopic.

>>>

UIT HET ARCHIEF

Foto: Columbia
BICENTENNIAL MAN
One is glad to serve
>>>