Meteen naar de tekst springen

INDEX >> ACHTERGRONDEN >> VERFILMINGEN VAN POE (2/2)

VERFILMINGEN VAN POE (2/2)
Een snuifje filmgeschiedenis

 

Nico Peeters | 04/08/1996


Share/Bookmark

Vorige week kon je het eerste deel van dit artikel al lezen. Het handelde over de bewerkingen van boek naar doek, gaande van het begin van deze eeuw tot en met de bewogen jaren zestig. Deze week wordt er een blik geworpen op de recente filmbewerkingen.

Op het einde van de jaren zestig wou Corman nog een Poe-verhaal aan zijn lijstje toevoegen, namelijk The Gold Bug; maar dit plan werd uiteindelijk afgeblazen omdat het scenario te komisch was en te veel van de brontekst afweek. Daarbij kwam nog dat filmstudio AIP er een horrorstempel aan wou geven, wat volgens Corman niet kon. Daarom weigerde deze laatste uiteindelijk om zijn medewerking te verlenen.

Het was zo dat de naam van Poe op het einde van de jaren zestig en in het begin van de jaren zeventig synoniem stond met commercieel succes. Om die eenvoudige reden kwamen er verschillende films op de markt, die het etiket van een Poe-verfilming droegen maar in feite niets gemeen hadden met de grote Amerikaanse schrijver. Voorbeelden hiervan zijn Witchfinder General van Michael Reeves en The Oblong Box van Gordon Hessler, die onder andere had meegewerkt aan enkele Hitchcock-films. AIP was zo tevreden met het resultaat van The Oblong Box dat ze Hessler een contract gaven om nog drie films te maken; twee van de drie films kreeg het etiket 'Poe' opgeplakt: Cry of the Banshees (1969) en Murders of the Rue Morgue (1971).

Deze laatste titel was de laatste Poe-film die AIP maakte en kostte ongeveer 700.000 dollar. De lokaties voor de film werden in Spanje gevonden en hoewel de inhoud niet echt overeenkomt met het originele verhaal wemelt de film toch van Poe-thema's: mannen die van dode vrouwen bezeten zijn; de wil die de dood overwint. Ook opvallend is dat er in de filmversie een invloed van Leroux' Le Phantom de l'Opéra te bespeuren valt. Hoewel deze 'Poe'-films voor AIP zeker geen windeieren legden, waren de Poe-films van Corman veel populairder en vaak veel beter.

In 1971 zorgt regisseur Juan Lopez Moctezuma met de film La Mansion de la Locura voor een extra dieptedimensie in de Poe-verfilming. Hij verwerkt een aantal verhaallijnen van The system of Doctor Tarr and Professor Fether; de extra bijkomende dimensie is dat het Poe-verhaal als het ware een vehicle is voor een politieke parabel.

In 1972 komt het Italiaanse schrijversteam Corbucci, Grimaldi en Addessi op de idee om Poe zelf in een film te laten optreden. In een restaurant vertelt de auteur aan zijn vriend Lord Blackwood en aan een Amerikaanse journalist zelf griezelverhalen. De film heet Nella Stretta Morsa Del Ragno (Dracula in het slot van de schrik), van de hand van Antonio Margheriti (pseudoniem Anthony M. Dawson). De figuur van Poe wordt in deze Duitse/Franse/Italiaanse coproductie op fascinerende wijze gespeeld door Klaus Kinski.

In de film Madhouse (1973) wordt er nostalgisch teruggeblikt naar de Amerikaanse horrorfilms van de jaren zestig. James Clark laat in deze film enkele oude Poe-bewerkingen van Corman de revue passeren, met ondermeer Vincent Price en Peter Cushing, die allebei in 1994 stierven. Een hommage aan Poe vinden we ook terug in de film Torture Garden, uit 1966: een fanatische aanhanger van de werken van Poe doodt een Poe-verzamelaar om diens laatste schat te bemachtigen: de meester van de horror (gespeeld door Hedger Wallace), die verdoemd is tot het eeuwige leven en wenen en in een donkere kelder 'leeft'.

Een derde opvallende film in verband met Poe is The Spectre of Edgar Allan Poe (1972). De film wordt gedragen door de vraag: wat dreef Poe tot de bizarre wereld van de waanzin en de moord? Het antwoord van de film komt magertjes en stupide over: Lenore, de vriendin van Poe, wordt bijna levend begraven, maar kan nog net op tijd gered worden door de auteur; ze houdt er echter wel een trauma aan over. Poe brengt zijn geliefde naar de instelling van dokter Grimaldi en beleeft er verschillende avonturen met de waanzinnigen. Deze gestoorde mensen zullen de basis leggen voor zijn interesse in het Unheimliche en het bizarre. Een andere opmerkelijke film die gefascineerd is door de figuur Poe, is Il Gatto Nero (1980) van Lucio Fulci. Hierin wordt het boze door een zwarte kat geïncarneerd.

In de jaren tachtig ontstond er in de film opnieuw een zekere hype rond de verhalen van Poe. De eerste die in dit rijtje past, is de Brit Harry Alan Towers, die vijf Poe-films wilde produceren. Door het matige succes van de eerste drie films, werd er besloten de volgende twee films, respectievelijk The Raven en Some Words with a Mummie, niet te draaien. Hij had actuele Poe-films voor ogen, met daarin een kleine gotische inbreng. De eerste verfilming heet Buried Alive (ook wel gekend onder de titel Lost Girls). Hij bevat elementen van The Black Cat en The Tell-Tale Heart. De regie is in handen van de Fransman Gerard Kikoine, vroeger actief in de pornofilmbranche. De film gaat over een lerares die gaat werken in een opvoedingsgesticht voor meisjes in Ravencroft en wordt er geconfronteerd met stemmen van geesten en hallucinaties die handelen over het feit dat ze levend begraven wordt.

Ook van deze film kan gezegd worden dat hij ver weg staat van het Poe-origineel. Producent Towers heeft een Cormanachtig trekje overgenomen: een aantal sets van Buried Alive worden gerecycleerd in zijn tweede Poe-productie, The Fall of the House of Usher (1989). De regie is deze maal in handen van Alan Birkinshaw, die ook verantwoordelijk was voor de enscenering van The Masque of the Red Death (1989). Ook deze laatste film staat ver weg van de Poe-gedachtenkronkels: een vrouw werkt voor een magazine en moet een aantal foto's maken van een feest. Op deze foto's staat onder andere een moordenaar, gehuld in het masker van de rode dood. Ook de meester van de B-films was al geruime tijd van plan om op te treden als producent van The Masque of the Red Death, in een nieuw kleedje gestoken. Als regisseur koos hij Larry Brand, bekend van de film The Drifter (1988); het draaiboek werd geschreven door Baryl Haney, coauteur van Friday the 13th Part VII.

Door vele critici wordt deze film gezien als een van de betere Poe-adaptaties. Een tweede Poe-film waarvan de productie in handen was van Corman is gebasseerd op het verhaal Morella, onder regie van Jim Wynorski (1989). In datzelfde jaar kwam er nog een andere Poe-adaptatie op de filmmarkt terecht, namelijk The Haunting Fear, dat gebasseerd is op het verhaal Premature Burial. De leuze van Fred Olen Rays, de maker van deze film, is 'veel-snel-goedkoop'. Een zeer speciale film, is Il Piacere (1989) van Aristide Massacesi. Hij heeft zich gespecialiceerd in pornofilms. In deze film duikt Leonora op. Zij staat symbool voor het erotische, dat op zijn beurt verbonden wordt met typische Poe-motieven.

Er zijn natuurlijk ook nog regisseurs die veel bewondering hebben voor het werk van Poe, en dus niet louter handelen vanuit commerciële belangen. Een voorbeeld hiervan is de Japanse Shimako Sato. In de Engelse productie Tale of a Vampire (1992) ontleent ze elementen uit het gedicht Annabel Lee. De zes strofen van dit gedicht zijn het blijvende gedenkteken van Poe aan zijn jong gestorven vrouw. De film gaat over de zoektocht van een vampier naar zijn verloren geliefde. Dit is in feite geen echte adaptatie van het gedicht, maar de film ademt wel als het ware de atmosfeer uit van de brontekst. Wie ook opkijkt naar Poe zijn George A. Romero en zijn vriend Dario Argento. Deze laatste kwam op het idee om een anthologie van Poe-verhalen te maken, in samenwerking met Romero. Aanvankelijk wilden ze vier episodes maken, met vier verschillende regisseurs. Men dacht aan mensen als Stephen King, Clive Barker, John Carpenter en Anthony Perkins. Uiteindelijk werden er drie episodes gemaakt.

De werktitel van dit project was Poe, maar veranderde uiteindelijk in Two Evil Eyes. Hierin werden verschillende verhaalelementen van Poe bewerkt: The Facts in the Case of M. Valdemar, The Black Cat, Berenice, Murders in the Rue Morgue, The Pit and the Pendulum, Annabel Lee en Ligea. De film wordt echter een grote flop; volgens kenners omdat er teveel afgeweken wordt van de stijl van Corman en omdat de geest van Poe te sterk beklemtoond wordt.

Ook Stuart Gordon had de wens om een verhaal van Poe te bewerken voor het doek. De opnamen waren gepland voor mei 1989, maar twee weken voor deze datum, werd het project afgeblazen. Gordon had wegens gezondsheidproblemen Honey, I Shrunk the Kids niet kunnen draaien. Nu dat ook zijn Poe-film The Pit and the Pendulum niet doorging, had hij schrik voor de vooruitgang van zijn carrière. Charles Band (bekend van de prent Puppetmaster), die ook meewerkte aan de film, bleef echter niet bij de pakken zitten. Hij kon Paramount overtuigen met hem en Gordon in zee te gaan voor het maken van de Poe-film. In 1990 kon uiteindelijk begonnen worden met de opnames. Gordon slaagt er in, na vele tegenslagen, één van de beste Poe-verfilmingen te maken.

Dit was dan de korte ontdekkingsreis in de wereld van Edgar Allan Poe. Algemeen kan besloten worden dat zijn naam in de twintigste eeuw de kassa doet rinkelen, dit in tegenstelling tot de negentiende eeuw, waar hij door velen verguisd werd en waar hem geen succes gegund werd.

PLANEET CINEMA

Planeet Cinema is een online filmmagazine. We bekijken films zonder grenzen: oud of nieuw, populair of obscuur.

We geven graag nieuw schrijftalent de kans om online te publiceren.

Planeet Cinema beschikt over een uitgebreid archief van meer dan 6.000 artikelen sinds 1993.

 

HOME
RECENSIES
ACHTERGRONDEN
FESTIVALS
KLASSIEKERS

Twitter Facebook

 

THEMA

THEMA - UIT DE KUNST
Vrouw in een mannenwereld


Met de hulp van een historica draaide de Franse regisseur Bruno Nuytten in 1988 een biopic over een van Frankrijks meest bekende vrouwelijke kunstenaars uit de negentiende eeuw. De gelijknamige film vertelt haar tragische levensverhaal begeleid door de dramatische muziek voor hoofdzakelijk strijkers van componist Gabriel Yared.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
De beeldhouwer die niet wou schilderen


Quizvraagje voor bij de barbecue: wat hebben Mozes, Johannes de Doper, Marcus Antonius, Henry VIII, Michelangelo en God de Vader zelve gemeenschappelijk? Antwoord: ze werden allemaal op film vereeuwigd door Charlton Heston.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Het spanningsveld van de kunstenaar


Een kunstschilder die in de tweede helft van de negentiende eeuw in het zog van het impressionisme op de kunstscène verschijnt, is Auguste Renoir. Deze Fransman die ongeveer 6000 schilderijen maakte, is echter niet de enige kunstenaar die Gilles Bourdos met de film Renoir in de verf zet.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Genialiteit ondergedompeld in miserie


Quoth the raven: ‘nevermore’. Edgar Allan Poe schreef de beroemde dichtregel in 1845, en sindsdien heeft zijn raaf de populaire cultuur niet meer verlaten. Als zelfs The Simpsons je gedicht opnemen in hun Treehouse of Horrorreeks, weet je dat je het als dichter gemaakt hebt.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Pop-art tot de tiende macht


Thierry Guetta is een Fransman die in Los Angeles een tweedehands kledingzaak heeft. Via via ontmoet hij een street art-kunstenaar en hij – notoir allesfilmer – springt bij en filmt alles. Meer street art-kunstenaars laten zich filmen. Een idee voor een documentaire is geboren. Maar er is iets loos. Guetta zal niet rusten voor hij alle kunstenaars heeft gefilmd. Hij ontmoet er veel. Maar er ontbreekt er een: Banksy, die intussen wereldberoemd is geworden met zijn ironische street art.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Wie is er bang van Alfred Hitchcock?


In 2012, meer dan 30 jaar na zijn dood, verschenen er plots twee films over het leven van Alfred Hitchcock. Het mag een wonder zijn dat het zolang geduurd heeft. Hitchcock was een mysterieus man en een gedroomd object voor een biopic.

>>>

UIT HET ARCHIEF

Fox
ROBOTS
Singing in the Oil
>>>