Meteen naar de tekst springen
Foto: organisatie

INDEX >> FESTIVALS >> LONDON EFFECTS AND ANIMATION FESTIVAL

LONDON EFFECTS AND ANIMATION FESTIVAL
Digitale ontboezemingen

 

Jo Anseeuw | 19/11/2001


Share/Bookmark

Het London Effects and Animation Festival (LEAF) heeft na drie dagen opnieuw de deuren achter zich toegetrokken. Het festival dat dit jaar wel beduidend minder bezoekers trok, blijft nog steeds één van de belangrijkste jaarlijkse afspraken in de digitale animatiewereld. Voor de achtste maal wisten de organisatoren een boeiende groep genodigden naar de Londense Olympia conferentieruimtes te lokken. Sommigen onder hen mochten in de aanwezigheid van de Londense Post-productie tovenaars ook nog een prijs afhalen tijdens de uitreiking van de LEAF-Awards.

Het festival in zijn huidige vorm is een bijna volledig digitale aangelegenheid geworden, maar toch weten de organisatoren elk jaar de digitale geestdrift wat te temperen met een meer klassiek startshot. Vorig jaar mocht de ondeugende Bill Plympton de eerste dag op gang schieten, terwijl dit jaar Michael Dudok de Wit die honneurs mocht waarnemen. Voor een nog redelijk lege zaal stelde hij er zijn schitterende Oscar-winnende kortfilm Father and Daughter voor, om nadien even in te gaan op het productieproces en vooral de gevoelens die daarmee gepaard gaan. Na hem werd meteen één van de grote kanonnen van het festival naar voor geschoven: Tom Sito van Warner Brothers Studio. De uitbundige Amerikaan kwam er zijn Osmosis Jones voorstellen, maar was vooral boeiend omwille van zijn indrukwekkende resumé. Zo werkte hij onder meer mee aan Beauty and the Beast, The Lion King, Pocahontas en was ook heel even head of story voor Shrek vooraleer hij, net als velen voor en na hem, de laan werd uitgestuurd. Gedurende het festival wist hij diverse panels of conferenties wat op te fleuren met zijn grappige anekdotes en recht voor de raapse tussenkomsten. Wie trouwens enkele jaren trouw dergelijke festivals volgt, heeft al snel door dat de postproductie wereld heel klein is. Iedereen kent er iedereen. Maar wat nog veel leuker is dat het blijkbaar ook een veel toegankelijkere wereld is dan de met vedetten bezaaide filmwereld. Oscarwinnaars staan net als het gewone publiek in de rij om hun koffie-injectie te krijgen, en zijn maar al te graag bereid om na hun presentatie allerhande vragen te beantwoorden.

Het festival bestaat traditiegetrouw uit drie dagen conferenties, maar wie in een meer besloten groep dieper op een onderwerp wil ingaan krijgt telkenmale de kans om de meer gespecialiseerde masterclasses bij te wonen. Zo sloten we zelf de eerste dag af met een namiddag masterclasses, geleid door de mensen van de Jim Henson's Creature Shop. De groep, ooit gesticht door de helaas overleden bedenker van The Muppet Show, is vooral bekend omwille van de knappe animatronicspoppen die uit de shops in Londen, New York en Los Angelos komen gerold, maar had het deze keer over hun digitaal compositing werk voor twee producties, Jack and the Beanstalk (een superproductie voor de Amerikaanse televisie) en Le Pacte des Loups (Brotherhood of the Wolves). In gedetailleerde, en vaak heel technische sessies, ontleedden ze enkele complexe scènes. Niet met behulp van enkel videobeelden, maar met hun high-end computers ter plaatse. En meteen wordt duidelijk dat hun rol in het productieproces vaak veel te weinig gewaardeerd wordt. Ogenschijnlijk eenvoudige scènes vormen immers vaak een complexe opeenstapeling van heel wat kleine bewerkingen, die enkel in hun samengesteld geheel het perfecte beeld vormen.

Filmmakers houden van feesten en houden ook wel een beetje van prijzen. Traditiegetrouw wordt de eerste dag van het festival dan ook afgesloten met de LEAF-awards. Maar in tegenstelling tot de meer klassieke uitreikingen houden ze het in Londen liever gewoon. Geen avondkledij, geen jas en das, maar vooral genoeg drank. Want daar houden ze wel, even goed uit de bol gaan nadat ze de hele dag aan een of andere blockbuster hebben zitten knutselen. Zittend op de dansvloer van de hippe London Hippodrome discotheek werd er dan ook uitbundig gejoeld bij de uitreiking van de prijzen. Heel wat Londens post productiehuizen (onder meer Passion Pictures, Cinesite en Moving Picture Company) gingen met de prijzen aan de haal, maar de hoofdvogel, voor beste feature film, werd afgeschoten door PDI/Dreamworks, voor het schitterende Shrek.

De tweede dag van het festival werd op gang getrokken door twee pioniers, Stan Hayward en Bob Godfrey. Aan de hand van heel oud beeldmateriaal nam Hayward het publiek terug naar de digitale pioniersdagen begin jaren 60, toen alle programmeerwerk nog via ponskaarten gebeurde en elke fout meedogenloos werd afgestraft. Jammer genoeg liet de verouderde 16 mm projector hen in de steek toen ze de legendarische The Mathematician wilden vertonen. Blijkbaar was er een gremlin in de zaal, want ook Jeff Kleiser van Kleiser-Walczak Construction Company had technische problemen. Zonder zich echter nog te bekommeren over zijn falende PowerBook nam hij het publiek mee op de set van The One, de nieuwste actiefilm van Jet Lee. Daarin moet het nieuwe martial arts fenomeen het opnemen tegen zichzelf. Meestal worden dergelijke tweeling-sequenties in twee passen gefilmd, maar omdat de gevechtssequenties het vaak moesten hebben van de lichamelijk impact werd besloten om met een stand-in te werken. Deze kreeg een gezichtsmasker in de vorm van Lee opgeduwd, waarna de gevechten gewoon werden opgenomen. Daarna moest Lee voor een stationaire camera een hoop gezichtsexpressies ophoesten die daarna, met heel wat retoucheerwerk, digitaal op het masker werden geplaatst. De firma Kleiser-Walczak is bekend omwille van hun synthespians, of digitale acteurs. Zij waren één van de eersten om digitale stuntmannen te gebruiken, onder meer in Judge Dredd. Ook voor The One werd gretig in die digitale acteurspool gegrepen. De film bevat immers heel wat scènes waarin Jet Lee aan een immens tempo komaf maakt met zijn tegenstanders, die als het ware in slowmotion bewegen. Om de opnames niet nodeloos complex te maken voerde Lee zijn bewegingen in zijn eentje uit voor de camera, waarna digitale tegenstanders, inclusief kogels, aan de scènes werden toegevoegd.

Maar het hoeft niet altijd zo spectaculair te zijn. Juan Nouche en Manuel Cristobal van het Spaanse Dygra kwamen er hun digitale langspeelfilm voorstellen, The Living Forest. Een 80 minuten durend huzarenstukje waar amper 50 mensen voor nodig waren. Langspeelfilms krijgen vaak de meeste publiciteit maar uiteindelijk zijn er ook heel veel reclamefilms en de zogenaamde idents (de korte geanimeerde logo's van programma's of televisiestations) die vaak aan ons netvlies passeren. Zo kwam The Mill de knappe Levi's reclame voorstellen waarin modellen alle wetten van de natuur tarten met hun flexibele gewrichten.

Panelgesprekken zijn er ook meestal bij de vleet, maar jammer genoeg monden die meestal in niks uit. Zo was het afsluitend panelgesprek over de toekomst van de visuele effecten een grote tegenvaller. Gelukkig werd dat ruimschoots goedgemaakt over het panelgesprek over animaties voor diverse beeldformaten. Bill Seneshen bijvoorbeeld kwam er uiteenzetten hoe hij met zijn ploeg bij PDI/Dreamworks bezig is met onderzoek naar de mogelijkheid om Shrek naar Imax om te zetten. Blijkbaar een heus huzarenkarwei omdat het Imax formaat heel wat extra eisen stelt aan de filmmaker. Zo moet er veel omzichtiger omgegaan worden met cuts en moet ook het beeld met extra personages en achtergronden opgevuld worden.

Op de derde dag van het festival werd heel even de steeds nauwere connectie tussen de film- en spelletjes wereld belicht door Tom Hershey van Sony Pictures Imageworks. Tijdens het festival liepen trouwens ook een aantal specifieke spelletjes-seminaries, maar omdat een mens fysisch maar op één plaats tegelijk kan zijn... Ook ILM was nog maar eens van de partij. Bill George en Sandra Scott kwamen er Planet of The Apes voorstellen, maar lieten het klassiek the making of materiaal voor éénmaal grotendeels achterwege. In hun conferentie probeerden ze meer de nadruk te leggen op de rol van een visual effects supervisor en een visual effects producer in het grote filmgeheel. Scott, de producer, beschreef haar rol meer als een zorgzame, en luisterende moeder, een babysitter vaak die de gemoederen vaak moest bedaren en nu en dan feestjes moest organiseren om de moegestreden troepen terug leven in de blazen. Dus blijkbaar zijn de artiesten bij het beroemde Industrial Light + Magic ook maar mensen. Net als bij PDI/Dreamworks trouwens, want in zijn masterclass over het maken van Shrek had Bill Seneshen heel wat bloopers tussen het technisch baanbrekende werk gesmokkeld. Onzichtbare vijanden, omhoog fladderende rokken, of helemaal verdwenen kleren tot een met heel lange haren bedekte ezel. Nog maar eens bleek dat het enorme succes niet zomaar een toevalstreffer was. Ook Walking With Dinosaurs was vorig jaar een geweldig succes. Mike Milne, één van de Londense digitale pioniers kwam dit jaar er de langverwachte opvolger, Walking With Beasts voorstellen dat die avond in première ging op de BBC. En aan de eerste beelden te zien hebben de mensen van FrameStore zichzelf overtroffen.

Het echte hoogtepunt van het festival was dit jaar echter geen digitaal wonder, of één of andere blockbuster. Net als enkele jaren geleden kwam Richard Willams het publiek in vervoering brengen met zijn levendig vertelde en met meel anekdotes doorweven animeerervaringen. Williams is bekend geworden nadat hij voor Who Framed Roger Rabbit de beginsequentie had geanimeerd. Maar de man was in de animatiewereld reeds een fenomeen. Zo stond hij ondermeer in voor de wereldberoemde intro's van de Pink Panther serie. In zijn jonge jaren wou Williams de grote geheimen van de allergrootste Disneylegendes kennen en in zijn queeste naar de animatieperfectie werd hij dan ook met de meesten onder hen bevriend. Al die kennis dreigde verloren te gaan, en daarom besloot hij jaren geleden om uitgebreide animatieworkshops te organiseren, waarin jonge maar ook reeds ervaren animatoren gedurende drie tot vijf dagen worden ondergedompeld in de fundamentele basisprincipes van de animatie. Voor het eerst probeerde Williams die informatie te comprimeren tot een twee uur durende masterclass. Iets waar hij trouwens meesterlijk in faalde. Want veel verder dan heel wat leuke en interessante anekdotes en enkel basisprincipes kwam de man tot zijn eigen grote spijt niet. Het talrijk opgekomen publiek (waaronder ook enkel prominente sprekers van andere firma's) lieten het echter niet aan hun hart komen en waren na het seminarie één en al uitbundigheid. Gelukkig heeft Williams juist een boek gepubliceerd (The Animator's Survival Kit) waarin hij al zijn principes duidelijk uiteenzet. De wachtrij om het boek te laten signeren door de nu al legendarische animator was dan ook een evenement op zich.

Niettegenstaande een aantal hoogtepunten was het festival duidelijk aan een minder jaar bezig. Ook de Digital Media World exhibition die tegelijkertijd werd gehouden was duidelijk minder indrukwekkend. Enkele grote software en hardware fabrikanten waren duidelijk afwezig. Volgens de organisatoren het gevolg van de recessie en het 11 september drama. Volgend jaar verhuist het festival naar een nieuwe locatie, dichter bij het bruisende Soho. Met films als Star Wars en Lord of the Rings zou het programma er wel eens heel indrukwekkend kunnen uitzien.

PLANEET CINEMA

Planeet Cinema is een online filmmagazine. We bekijken films zonder grenzen: oud of nieuw, populair of obscuur.

We geven graag nieuw schrijftalent de kans om online te publiceren.

Planeet Cinema beschikt over een uitgebreid archief van meer dan 6.000 artikelen sinds 1993.

 

HOME
RECENSIES
ACHTERGRONDEN
FESTIVALS
KLASSIEKERS

Twitter Facebook

 

THEMA

THEMA - UIT DE KUNST
Vrouw in een mannenwereld


Met de hulp van een historica draaide de Franse regisseur Bruno Nuytten in 1988 een biopic over een van Frankrijks meest bekende vrouwelijke kunstenaars uit de negentiende eeuw. De gelijknamige film vertelt haar tragische levensverhaal begeleid door de dramatische muziek voor hoofdzakelijk strijkers van componist Gabriel Yared.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
De beeldhouwer die niet wou schilderen


Quizvraagje voor bij de barbecue: wat hebben Mozes, Johannes de Doper, Marcus Antonius, Henry VIII, Michelangelo en God de Vader zelve gemeenschappelijk? Antwoord: ze werden allemaal op film vereeuwigd door Charlton Heston.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Het spanningsveld van de kunstenaar


Een kunstschilder die in de tweede helft van de negentiende eeuw in het zog van het impressionisme op de kunstscène verschijnt, is Auguste Renoir. Deze Fransman die ongeveer 6000 schilderijen maakte, is echter niet de enige kunstenaar die Gilles Bourdos met de film Renoir in de verf zet.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Genialiteit ondergedompeld in miserie


Quoth the raven: ‘nevermore’. Edgar Allan Poe schreef de beroemde dichtregel in 1845, en sindsdien heeft zijn raaf de populaire cultuur niet meer verlaten. Als zelfs The Simpsons je gedicht opnemen in hun Treehouse of Horrorreeks, weet je dat je het als dichter gemaakt hebt.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Pop-art tot de tiende macht


Thierry Guetta is een Fransman die in Los Angeles een tweedehands kledingzaak heeft. Via via ontmoet hij een street art-kunstenaar en hij – notoir allesfilmer – springt bij en filmt alles. Meer street art-kunstenaars laten zich filmen. Een idee voor een documentaire is geboren. Maar er is iets loos. Guetta zal niet rusten voor hij alle kunstenaars heeft gefilmd. Hij ontmoet er veel. Maar er ontbreekt er een: Banksy, die intussen wereldberoemd is geworden met zijn ironische street art.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Wie is er bang van Alfred Hitchcock?


In 2012, meer dan 30 jaar na zijn dood, verschenen er plots twee films over het leven van Alfred Hitchcock. Het mag een wonder zijn dat het zolang geduurd heeft. Hitchcock was een mysterieus man en een gedroomd object voor een biopic.

>>>

UIT HET ARCHIEF

Benelux Film Distributors
THE BOX
Spelletje knopdrukken
>>>