Meteen naar de tekst springen
Foto: New Line

INDEX >> ACHTERGRONDEN >> J.R.R. TOLKIEN

J.R.R. TOLKIEN
De vader van de ring

 

Werner Peeters | 15/12/2002


Share/Bookmark

John Ronald Reuel Tolkien werd geboren op 3 januari 1892 in Bloemfontein, Zuid-Afrika. Hij was de oudste zoon van twee Engelse immigranten, bankbediende Arthur Reuel Tolkien en Mabel Suffield. Hij had ook nog een jongere broer, Hilary. Wanneer hij net vier jaar is geworden, sterft zijn vader, en moeder besluit met haar twee zoons terug te keren naar de West Midlands, en de Tolkiens vestigen zich in de West Midlands, op de scheidingslijn tussen het platteland en de grauwe industrieterreinen rond Birmingham. In Birmingham liep John Ronald school in King Edward's School. Een ander belangrijk feit uit die tijd is dat de weduwe Tolkien zich rond 1900 bekeert tot het rooms-katholicisme, en haar twee zoons moeten noodgedwongen volgen.

De familie heeft het al niet breed, en wanneer moeder Mabel in 1904 te horen krijgt dat ze suikerziekte heeft, wordt de situatie er zeker niet beter op. Op 15 oktober van dat jaar worden de twee Tolkien-kinderen volledig wees, en worden noodgedwongen achtereenvolgens ondergebracht bij een aangetrouwde tante, Beatrice Suffield, en dan bij een kennis, mevrouw Faulkner, die een pension runt. Hun parochieprister, eerwaarde Francis Morgan, zorgt zowel op materieel gebied als voor hun geestelijke vorming voor de twee kinderen. De jonge John heeft op dat moment al een flinke talenknobbel ontwikkeld, zowel voor dode talen zoals Latijn, Gotisch en Grieks, als voor levende talen, zoals Fins. Zijn moeder heeft hem dan al wat Frans en Latijn geleerd. John richt zelfs op school een literair clubje op, de Tea Club Barrovian Society. De leden van de club geven literaire kritiek op elkaars werk, en komen regelmatig na schooltijd bij elkaar.

Eén van de andere gasten in het pension van mevrouw Faulkner is het negentienjarige meisje Edith Bratt. De dan drie jaar jongere John wordt tot over zijn oren verliefd, maar eerwaarde Morgan steekt een stokje tussen hun relatie. In 1911 stuurt hij John naar Exeter College om zich te verdiepen in de oude Germaanse talen; John gehoorzaamt zonder morren. Wanner hij in 1913 21 wordt, en eerwaarde Morgan geen reet meer te zeggen heeft over Johns liefdesleven, neemt hij na drie jaar de draad van zijn relatie met Edith weer op. Zijn studieresultaten zijn intussen op zijn best matig te noemen, maar hij behaalt toch net zijn graad. Hij heroriënteert zijn studie dan van klassieke talen naar de specifieke studie van de Engelse taal. Tijdens die studie komt hij voor het eerst in contact met het epische Crist of Cynewulf, een middeleeuwse tekst waarin ergens het woord "middangeard" voorkomt, een oude uitdrukking voor het rijk tussen hemel en hel. Uit die periode dateren zijn eerste, vrij amateuristische pogingen, om een oud-Engelse mythologische wereld te scheppen. Tolkien ondervond namelijk dat, als de Engelse taal iets achter heeft op de klassieke talen, het een compleet ontbreken van een scheppingsverhaal is. De Grieken hebben de Ilias en de Odyssee, en de vele verhalen over de goden van de Olympus, de Romeinen een daarvan gepikte versie, de Scandinavische volkeren hebben de Edda, met verhalen over de goden van de Asgaard, en de Finnen hebben de Kalevala; de Engelsen hebben niks. In 1914 bekeert Edith zich ook tot het katholicisme, en ze verhuist samen met John naar Warwick. In augustus breekt in Europa intussen de Eerste Wereldoorlog uit.

John Tolkien maakt nog tot juni 1915 zijn studies in Oxford af, en deze keer slaagt hij wel met overschot. In zijn vrije tijd probeert hij voor het eerst een taal te ontwikkelen om zijn mythologie te dragen, die hij Qenya noemt (niet te verwarren met het latere Quenya), sterk verwant aan Fins. Dan vervoegt hij het leger, en in Staffordshire wordt hij opgeleid tot artillerist bij de Lancashire Fuseliers. Vlak voor hij in 1916 naar Frankrijk wordt verscheept, huwt hij nog met Edith. Zijn verblijf in Frankrijk is echter maar van korte duur, want na een paar maanden al heeft hij loopgravenkoorts - een soort van tyfus - en in november keert hij naar Engeland terug, waar hij eerst nog een maand in een ziekenhuis verblijft. Tot zijn grote ontzetting zijn de meeste leden van de Tea Club Barrovian Society omgekomen aan het front. Die ervaringen zal hij later neerpennen in de verhalen uit The Silmarillion, over de oorlog tegen Morgoth. Ondanks het feit dat hij regelmatig hervalt in zijn ziekte, krijgt hij meer kans om bij zijn geliefde Edith te verblijven. Rond die periode dateren ook de eerste schrijfsels over Beren en Luthien, een sterfelijke man en een onsterfelijke elvin die verliefd worden op elkaar, een thema dat ook in The Silmarillion wordt uitgewerkt. In feite staan de figuren model voor hemzelf en Edith. Op 16 november 1917 wordt hun eerste kind geboren, John Francis Reuel Tolkien.

Wanneer de oorlog eindigt en Tolkien noodgedwongen afzwaait, zoekt en vindt hij werk bij de uitgever die de Oxford English Dictionary uitgeeft. In 1920 wordt hij echter tot zijn eigen grote verbazing professor Engels aan de universiteit van Leeds, waar hij eerder voor de grap heeft gesolliciteed. Intussen werkt hij verder aan zijn Elf-talen in een verzameling mythologische verhalen, die later bekend zullen worden als The Book Of Lost Tales, een voorloper-versie van The Silmarillion, en samen met E.V. Gordon aan Sir Gawain And The Green Knight. Samen met Gordon richt hij opnieuw een literaire club op, de Viking Club, die zich voornamelijk bezighoudt met het lezen en bespreken van oude Scandinavische sagen. Tijdens zijn verblijf in Leeds worden er nog twee zonen geboren, Michael Hilary Reuel en Christopher Reuel. In 1925 keert Tolkien terug naar Oxford, waar er een positie vacant is verklaard.

Naast zijn onderwijsopdracht - voornamelijk aan eerstejaars - stelt Tolkiens onderzoek kwantitatief niet veel voor: hij publiceert raar of zelden wetenschappelijke artikels, maar wanneer hij dat toch doet, dwingt hij enorm veel respect af bij zijn collega's. Hij publiceert onder meer werk over het middeleeuwse gedocht Beowulf en over de geschiedenis van het verschil tussen Engels en Welsh. In 1929 bevalt Edith van hun laatste kind, hun enige dochter Priscilla. Geïnspireerd door het familieleven begint Tolkien meer voor kinderen in het algemeen en die van hem in het bijzonder te schrijven, zoals voorleesverhaaltjes voor het slapengaan, en een bundel fictieve brieven van de Kerstman.

Zijn grootste verwezenlijking is dat hij te Oxford voor de derde keer in zijn leven een literair genootschap opricht, The Inklings. Ook hier kwamen de leden op regelmatige basis samen om elkaars literaire exploten te becommentariëren. De Inklings tellen onder hun leden vele latere bekende schrijvers. Eén van zijn clubgenoten is C.S. Lewis (wiens leven door acteur Anthony Hopkins voortreffelijk wordt vertolkt in de film Shadowlands). Lewis bekeert zich onder invloed van Tolkien ook tot het katholicisme, en schrijft een reeks sterk christelijk geïnspireerde kinderboeken, The Chronicles of Narnia, die vandaag de dag nog steeds in Amerika gretig afname vinden, alsook SF-werk zoals Perelandria.

Intussen blijft Tolkien tussendoor aan zijn sprookjes werken, en in 1936 komt één van zijn onvolledige manuscripten van The Hobbit in handen van Susan Dagnall, uitgeefster bij het legendarische George Allen & Unwin. The Hobbit vertelt de avonturen van hobbit Bilbo Baggins, die op trektocht gaat met dertien dwergen om de schat van de draak Smaug te heroveren. Op zijn tochten steelt Bilbo van het wezen Gollum een ring die zijn drager onzichtbaarheid verleent. Na een lange reeks avonturen wordt de draak verslagen, en keert Bilbo terug naar Hobbiton. Dagnall vraagt Tolkien het manuscript af te werken, en presenteert het aan directeur Stanley Unwin. Die laat het lezen aan zijn 10-jaar oude zoon, en omdat die er zo enthousiast over is, zet hij het licht op groen voor publicatie. In 1937 verschijnt de eerste uitgave, en Tolkien wordt in kringen van jeugdliteratuur van de éne dag op de andere beroemd. Uiteraard vraagt uitgever Stanley Unwin of Tolkien een gelijkaardig werk op het schap heeft liggen. Tolkien is dan net bezig aan zijn boek met legenden, die hij later The Silmarillion zal noemen, en legt een definitieve versie voor aan Unwin. De verzameling mythen is echter zo academisch van aard, dat Unwin beleefd het manuscript afwijst, tot grote teleurstelling van Tolkien. Unwin vraagt of Tolkien in de plaats daarvan geen sequel op The Hobbit kan schrijven. Tolkien stemt, niet helemaal overtuigd, in met het voorstel, en begint aan het boek met werktitel "The New Hobbit".

Met goede moed begint Tolkien aan het werk, en de zoon van zijn uitgever, Rayner Unwin, voorziet hem regelmatig van feedback. Het verhaal draait rond Frodo, de neef van de hobbit Bilbo uit het eerste boek, die de ring van zijn oom erft, en op de vlucht moet wanneer dienaren van de duistere eigenaar van de ring hem achtervolgen. Terwijl Tolkien aan het boek werkt, schuurt de gesel van de Tweede Wereldoorlog alles in Europa plat. Critici menen dat de visies van Hobbiton bij de terugkeer van Frodo sterk geïnspireerd zijn op het door de Luftwaffe gebombardeerde Engeland. Hoe het ook zij, naarmate hij geconfronteerd wordt met de gruwelen van de nazi's, wordt ook de sfeer in de boeken grimmiger; tegen die tijd is The New Hobbit al lang geen kinderverhaaltje meer. In 1954 moet de uitgever het manuscript bijna uit Tolkiens handen sleuren omdat de meester- perfectionist tot in het oneindige de details ervan wil bijschaven. Het enorm volumineuze werk wordt tussen 1954 en 1955 in drie delen uitgegeven, onder de titel The Lord Of The Rings.

Nog meer dan The Hobbit geniet het boek in de kortste keren grote naambekendheid. De kritieken erover zijn eerder verdeeld, en de BBC maakt in 1956 een sterk ingekort twaalfdelig luisterspel voor de radio. De verkoopscijfers zijn echter fenomenaal, en nog voor de paperback-editie zijn de kosten voor de publicatie al ruim terugverdiend. Die paperbackversie komt er in 1965; alleen is het niet de uitgever die deze op de markt heeft gebracht, maar het gaat om een piraatversie. Vooral in het milieu van hippies wordt het boek beschouwd als het ultieme anti-oorlogsstatement, en het boek bereikt een cultstatus. Het proces over het copyright geeft het boek ook bij het grote publiek mogelijk nog wat meer naambekendheid. Tolkien was financieel gezien binnen voor de rest van zijn leven, maar hij was niet zo gelukkig met de gang van zaken: hij betreurde het idee dat zijn voornaamste fans diegene waren die liefst zijn werk tot zich namen onder invloed van al wat je kan drinken, spuiten of snuiven. Bovendien werd zijn leven onhoudbaar wanneer zijn compleet stonede fans hem midden in de nacht probeerden op te bellen - zonder rekening te houden met het tijdsverschil tussen de Verenigde Staten en Engeland - en het zelfs zo ver kwam dat ze zijn voortuin tot bedevaartsoord opwaardeerden. Tolkien en zijn gezin verhuisden noodgedwongen naar een residentiële wijk in Bournemouth, en namen een geheim nummer. In 1959 treedt Tolkien terug als professor te Oxford. Hij houdt aan de media-gekte een bijzonder wantrouwen over aan alles wat met moderne media te maken heeft. Bij de schaarse interviews die hij weggeeft voelt hij zich zelfs ongemakkelijk als zijn stem met een bandopnemer wordt opgenomen; uit angst dat de opname als het evangelie zal worden beschouwd door een nieuwe generatie hippies.

En Tolkien werkte voort. Honderden, duizenden geschriften rolden uit zijn pen, meestal varianten op het onafgewerkte legendenboek The Silmarillion. Daarnaast schrijft hij ook zowel Middenaarde- gerelateerd werk, zoals The Adventures Of Tom Bombadil, Farmer Giles of Ham, Leaf by Niggle, and Smith of Wootton Major, alsook tal van verhalen die in zijn mythologie passen, als niet- Middenaarde gerelateerd werk, voornamelijk Engels-literaire studiën. Zijn ziekelijke drang naar perfectie maakt dat, telkens hij opnieuw een fanbrief krijgt met een verzoek om meer details in de plot van het boek, delen van Lord Of The Rings gaat herschrijven, en ook zijn nota's voor de "definitieve" versie van The Silmarillion gaat aanpassen. Ook The Hobbit en The Lord Of The Rings komen in gereviseerde versie aan de markt, tot grote frustratie van de uitgever. In plaats van af te geraken genereert Tolkien naast The Silmarillion nog een onontwarbaar kluwen van nevengeschriften, commentaren en uitdiepingen.

In 1971 overlijdt Edith, en Tolkien keert terug naar Oxford. Hij komt de slag echter niet te boven, en op 2 september 1973 sterft de grootmeester. De twee geliefden zijn samen begraven op het kerkhof van Wolvercote, ten noorden van Oxford. Op het grafschrift staan de namen Beren en Luthien.

Wie dacht dat de dood van Tolkien het einde van zijn publicaties inhield, moet zijn mening danig herzien. Zijn zoon Christopher, de enige van zijn vier kinderen die in de voetsporen van zijn vader is getreden - John werd priester, Michael schoolmeester en Priscilla sociaal werkster - is lector geworden aan de universiteit, en neemt de taak op zich om de honderd keer herschreven Silmarillion te beëindigen. Na vier jaar zwoegen, verschijnt in 1977 het boek eindelijk voor het grote publiek. Het is echter veel mythischer van opzet, en zelfs de grootste Tolkien-adepten hebben moeite met het doorploegen van de vaak cryptische teksten. De kritische respons is deze keer veel milder: Tolkien heeft eindelijk zijn volwaardige mythologie geschapen. En wat meer is, er is nog zoveel restmateriaal over dat zoon Christopher nog voor jaren redigeerwerk heeft met alle onuitgeschreven geschriften in een enigszins leesbare vorm te presenteren. In 1980 verschijnt Unfinished Tales, en dat is nog maar het begin. Er verschijnen daarop in de reeks The History Of Middle Earth nog 12 boeken met schetsen, kaarten, alternatieve versies, kortom, wat men op een DVD als extra zou bestempelen. Uitgever George Allen & Unwin weet niet meer waar hij het heeft: het onleesbaar geachte The Silmarillion verkoopt als zoete broodjes, het nog ingewikkeldere Unfinished Tales nog veel meer, en voor de "langdradige en complexe studie van Middenaarde", zoals Christopher zijn titanenwerk noemt, is er blijkbaar een vaste reeks kopers, die, telkens wanneer er nieuwe kafttekeningen verschijnen, de hele reeks opnieuw kopen. Ook boeken over het werk en leven van Tolkien worden gretig gelezen, zoals de reeks kalenders van de gebroeders Hildebrandt, die het werk van Tolkien veelvuldig van illustraties hebben voorzien.

Ook het gehele fantasy-genre, tot dan toe niet beschouwd als een serieuze literaire tak, kent een hausse. Heelder reeksen boeken van duizenden bladzijden elk, tot voor enkele jaren onverkoopbaar geacht, worden mega-verkoopsuccessen die de lijsten van de boekverkoop weken aanvoeren. Zonder het pad dat Tolkien bereid had, zouden talloze reeksen romans het levenslicht nooit gezien hebben. Het Rad Des Tijds van Robert Jordan, Een Lied Van IJs en Vuur van George Martin, werken van David en Leigh Eddings, Paul en Karen Anderson, allen hebben ze bij Tolkien mosterd gehaald. Enkelen onder hen slaan ook nieuwe wegen in, situeren hun fantasie-werelden in andere tijdvakken (Guy Gavriel Kay, Brian Aldiss) of maken er prehistorische romans van (Grey Keyes, Jean Auel), hedendaagse fantasy (Roger Zelazny's Amber-reeks) of wagen zich zelfs aan een cross-over tussen fantasy en SF (Julian May). Ook groeien fantasy en de moderne SF, waarvan Isaac Asimov als de grondlegger wordt beschouwd, dichter tot elkaar. Allemaal halen ze wel iets uit Tolkiens werk, al was het maar de epische strijd tussen goed en kwaad, anderen pikken grotere porties tot en met de eigennamen en de clichéfiguren die aan het genre eigen zijn; zo is Zifnab in de Poort des Doods van Weis en Hickman een overduidelijke Gandalf-kloon. Onvermijdelijk slaat het succes ook over op de andere media, waaronder film, en films als Star Wars, Krull en Willow worden plots opgewaardeerd van B-materiaal tot eigentijdse produkten.

The Lord Of The Rings blijft nog echter het meeste tot de verbeelding spreken. In 1978 al probeert Ralph Bakshi op experimentele wijze het boek om te vormen tot een tekenfilm. Het feit dat in de helft van de film het budget opgesoupeerd is, en de experimentele animatietechnieken een grote voorkennis van het boek vergen, maken zijn project een commerciële flop. Wanneer dan eind jaren '90 de Australische cult-regisseur Peter Jackson, tot dan toe voornamelijk bekend voor dingen waarvoor het predikaat B-film nog een eerbewijs is, de film als een mega-blockbuster wil schieten, lacht iedereen hem aanvankelijk uit. Zijn devotie aan het project en het respect waarmee hij Tolkiens werk bejegent, dragen de goedkeuring weg van de miljoenen Tolkien-fans. En de legende is weer een stukje onsterfelijker geworden.

Bedankt, John. Je hebt ons onze mythologie beloofd; we hebben hem gekregen.

BIBLIOGRAFIE
- M. Adelmund. In de ban van Tolkien. Het Spectrum, 2001
- H. Carpenter. Tolkien: A Biography. George Allen and Unwin, London, 1977.
- H. Carpenter. The Inklings: C. S. Lewis, J. R. R. Tolkien, Charles Williams, and their friends. George Allen and Unwin, London, 1978.
- D. Day. The Hobbit companion. London, Pavilion Books, 1997
- P.H. Kocher. Master of middle-earth. Houghton Mifflin, USA
- J. Pearce. Tolkien: man and myth: a literary life. London: HarperCollins, 1998

PLANEET CINEMA

Planeet Cinema is een online filmmagazine. We bekijken films zonder grenzen: oud of nieuw, populair of obscuur.

We geven graag nieuw schrijftalent de kans om online te publiceren.

Planeet Cinema beschikt over een uitgebreid archief van meer dan 6.000 artikelen sinds 1993.

 

HOME
RECENSIES
ACHTERGRONDEN
FESTIVALS
KLASSIEKERS

Twitter Facebook

 

THEMA

THEMA - UIT DE KUNST
Vrouw in een mannenwereld


Met de hulp van een historica draaide de Franse regisseur Bruno Nuytten in 1988 een biopic over een van Frankrijks meest bekende vrouwelijke kunstenaars uit de negentiende eeuw. De gelijknamige film vertelt haar tragische levensverhaal begeleid door de dramatische muziek voor hoofdzakelijk strijkers van componist Gabriel Yared.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
De beeldhouwer die niet wou schilderen


Quizvraagje voor bij de barbecue: wat hebben Mozes, Johannes de Doper, Marcus Antonius, Henry VIII, Michelangelo en God de Vader zelve gemeenschappelijk? Antwoord: ze werden allemaal op film vereeuwigd door Charlton Heston.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Het spanningsveld van de kunstenaar


Een kunstschilder die in de tweede helft van de negentiende eeuw in het zog van het impressionisme op de kunstscène verschijnt, is Auguste Renoir. Deze Fransman die ongeveer 6000 schilderijen maakte, is echter niet de enige kunstenaar die Gilles Bourdos met de film Renoir in de verf zet.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Genialiteit ondergedompeld in miserie


Quoth the raven: ‘nevermore’. Edgar Allan Poe schreef de beroemde dichtregel in 1845, en sindsdien heeft zijn raaf de populaire cultuur niet meer verlaten. Als zelfs The Simpsons je gedicht opnemen in hun Treehouse of Horrorreeks, weet je dat je het als dichter gemaakt hebt.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Pop-art tot de tiende macht


Thierry Guetta is een Fransman die in Los Angeles een tweedehands kledingzaak heeft. Via via ontmoet hij een street art-kunstenaar en hij – notoir allesfilmer – springt bij en filmt alles. Meer street art-kunstenaars laten zich filmen. Een idee voor een documentaire is geboren. Maar er is iets loos. Guetta zal niet rusten voor hij alle kunstenaars heeft gefilmd. Hij ontmoet er veel. Maar er ontbreekt er een: Banksy, die intussen wereldberoemd is geworden met zijn ironische street art.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Wie is er bang van Alfred Hitchcock?


In 2012, meer dan 30 jaar na zijn dood, verschenen er plots twee films over het leven van Alfred Hitchcock. Het mag een wonder zijn dat het zolang geduurd heeft. Hitchcock was een mysterieus man en een gedroomd object voor een biopic.

>>>

UIT HET ARCHIEF

Buena Vista
CARS
Ka-Chow!
>>>