Bin-jip (Foto: Bright Angel)
INDEX FESTIVALS 34TH INTERNATIONAL FILM FESTIVAL ROTTERDAM
Het is 27 januari en het feest kan beginnen. Dat is niet helemaal eerlijk om te zeggen, want het festival is gisteravond al van start gegaan met de vertoning van onder andere de voor diverse Oscars genomineerde film Sideways. Een heerlijke film over wijnproevers en de complexiteit die het leven met zich mee kan brengen.
Door naar vandaag: het programma dicteert vandaag als eerste film, A Time Far Past van Ho Quang Minh, een melodramatisch relaas over een kleine jongen die op zijn twaalfde uitgehuwelijkt wordt aan een achttienjarige jongedame in het Vietnam van 1954. Tegen de achtergrond van het afdruipen van de Fransen en de opkomst van de communistische beweging in Vietnam zien we de jongen opgroeien tot een soldaat die in de verste verte niets voelt voor zijn echtgenote. Hij wordt zelfs verliefd op een andere meid.
Minh schetst een interessante kijk op een samenleving die in de loop van een aantal jaren compleet op zijn kop gezet werd. Ware het niet dat de film an sich weinig bijzonders te melden heeft. Het acteren is middelmatig en de cameravoering en art direction zijn ook al weinig opzienbarend. Het is niet vaak dat er een film uit Vietnam terechtkomt in een Westers land en aan A Time Far Past is te zien waarom dat is. Een redelijke opener van het festival, maar meer ook niet.
Zonder ook maar op enigerlei wijze gehinderd te zijn door enige voorkennis van de film Bin- jip (3-Iron) ga ik kijken naar de nieuwe film van de Zuid Koreaanse regisseur Kim Ki-duk. En hij maakt met deze film alle verwachtingen waar. Vorig jaar blies hij mij van de sokken met Spring Summer Fall Winter Spring en nu is dat niet minder.
De minimalistische manier waarop Kim zijn verhaal vertelt over twee stille mensen is indrukwekkend te noemen. Hij weet met een uitermate uitgekiende opbouw van het scherm en zijn karakteristieke beklemmende stiltes je volledig op te nemen in de wereld die door zijn personages bewoond wordt. Daarbij komt nog dat hij weer over de hele linie de beschikking heeft over een cast die ijzersterk is. De twee hoofdrolspelers hebben vrijwel geen tekst (de actrice zegt één keer 'I Love You'), waardoor de uitdrukkingen op hun gezicht en de verbintenis die zij voelen des te dieper en begrijpelijker wordt. Deze Koreaanse versie van Bonnie en Clyde is nu al zeker een van de favorieten in mijn top-10 van dit festival.
I Am A Sex Addict. Nee, dat zijn niet mijn woorden. Dit zijn de woorden van Caveh Zahedi, een regisseur die in zijn gelijknamige film zijn prostitueeverslaving uit de doeken doet. In zijn film reconstrueert hij hoe deze verslaving diverse van zijn relaties naar de knoppen heeft geholpen. Hij doet dit op een manier die onorthodox te noemen is; met veel humor, een razendsnelle montage, en een ziekelijke gewoonte om zich constant tot de kijker te richten neemt hij ons mee op zijn reis door de tijd.
Het absurdisme dat ten grondslag ligt aan de niet aflatende stroom pogingen om van zijn verslaving af te komen doet veelal denken aan het vroege werk van bijvoorbeeld Woody Allen. I Am A Sex Addict is volledig opgenomen op video en dat is te zien. Het beeldformaat is zelfs niet groter dan het televisiescherm. Erg amusant en aan te raden.
Brodre (Brothers) van Susanne Bier is geen meesterwerk. De film was in Denemarken een enorm kassucces en het is wel te zien waarom: een cast met namen als Ulrich Thomsen (Festen) en Connie Nielsen (Gladiator) in haar eerste (!) Deenstalige rol van haar carrière (en dat terwijl ze in Denemarken geboren is) en een script geschreven door Bier en Anders Thomas Jensen (Wilbur Want To Kill Himself). Een uitstekend recept dus voor een stevig stukje drama, zou je zeggen. Gelukkig heeft Bier ook nog eens het Dogma idee laten varen.
Dit drama, over een Deense Afghanistan-veteraan die doodgewaand wordt, draait om het feit dat zijn weduwe aan de haal gaat met zijn broer na gehoord te hebben dat haar echtgenoot niet meer thuis zal komen. Wanneer hij toch terugkeert heeft hij zoveel trauma's te verwerken dat hij die ene confrontatie niet ook nog eens erbij kan gebruiken. Een explosie is onvermijdelijk. Deze explosies zijn op zeer overtuigende wijze op het scherm gebracht door Bier, of we het nou hebben over de gruwelen in Afghanistan of de woedeuitbarsting van Thomsen in de keuken die zijn broer heeft helpen installeren in het huis van zijn vrouw.
Ulrich Thomsen staat altijd garant voor een solide acteerprestatie, maar in deze film overstijgt hij zichzelf. Zonder enige ogenschijnlijke moeite weet hij emoties tevoorschijn te toveren die van het ene op het andere moment kunnen veranderen van vertederend naar angstaanjagend. Nielsen daarentegen komt er iets minder flatteus vanaf, haar personage had een veel breder spectrum aan emoties mee moeten krijgen. Niet het bijna expressieloze koude exterieur dat zij hier laat zien. Brothers is niettemin zeker een aanrader als deze later dit jaar in de bioscopen zal verschijnen.
My Generation van Noh Dong-Seok uit Zuid Korea is een opmerkelijke film in de zin dat er bijzonder weinig plot te bekennen valt. Het verhaal gaat over een jongen en een meisje die leven aan de minder gefortuneerde kant van de florerende Koreaanse samenleving. Op allerlei mogelijke manieren proberen zij aan geld te komen om in hun meest basale levensbehoeften te voorzien. Wanneer het meisje opgelicht wordt, worden de schulden zo hoog dat wellicht zelfs de geliefde camera van de jongen verkocht zal moeten worden.
Je kan bij My Generation eigenlijk niet spreken van een speelfilm. Het is bijna alleen maar een observatie. De hoofdrolspelers zijn zichzelf en de camera volgt hen op de voet. Dong- Seok houdt zich echter niet afzijdig. Hij poseert als een derde persoon door wiens ogen wij het relaas van deze jongeren aanschouwen. Dat levert een intiem en af en toe ontroerend portret af met een open einde.
Giuliani Time is een documentaire over de veel bekritiseerde ex-burgemeester van New York. Een intelligente docu dus die van begin tot heden de carrière van Rudolph Giuliani uitstippelt. Wat een openbaring. Het beeld dat wij hier in Europa hebben van Giuliani is er een van een keihard leider die New York met zijn Zero Tolerance beleid heeft veranderd van een door criminaliteit overlopen stad tot een voorbeeldige stad waarin vooral de toerist met een gerust hart rond kan lopen. Het andere beeld is die van de man die in plaats van George W. Bush het land op sleeptouw nam toen die twee vliegtuigen zich in de Twin Towers boorden.
Wat wij echter veelal niet weten is dat bijvoorbeeld de familie van Giuliani banden had met de maffia en dat Giuliani bereid is alle mogelijke middelen aan te wenden om zijn doelen te bereiken, in dit geval het schoonvegen van de straten van New York. Regisseur Kevin Keating laat gedurende deze 130 minuten durende docu minutieus zien hoe Giuliani de vrijheid van meningsuiting met regelmaat van de klok aan zijn laars lapt en dat hij met zijn beleid de kloof tussen rijk en arm in zijn acht jaar durende regime alleen maar groter heeft gemaakt. Vorig jaar was The Fog of War van Erroll Morris de grote politieke ogenopener. Dit jaar is Giuliani Time dat.
Benoit Jacquot is dit jaar een van de Filmmakers in Focus en er is een behoorlijk aantal films van hem te bewonderen op het IFFR. Zo ook zijn nieuwste film, A Tout de Suite, waarin hij voor de vierde keer samenwerkt met actrice Isild Le Besco (zelf ook te zien op het IFFR met haar eigen film Demi-tarif). Helaas kon ik niet ten volste genieten van A Tout Suite. Doordat de operateur het nodig vond om zowel de vaste Nederlandse ondertitels als de digitale Engelstalige ondertitels te projecteren werd het beeld gehalveerd waardoor er weinig van de film overbleef. Daarbij komt ook nog eens dat de film zelf in eerste instantie niet bijzonder enerverend is. Naarmate het drama toenam in deze film werd het acteren uiteindelijk ook meer interessant. Helaas was dit wel te laat om deze film als geheel te redden.
Naast Bin-jip (3-Iron) loopt ook Samaria (Samaritan Girl) van Kim Ki-duk op dit festival, de andere nieuwe titel van het Zuid-Koreaanse wonderkind. Op een enkel foutje in de plot na is Samaria een prachtige film geworden. Het verhaal draait om twee jonge dames die samen een prostitueezaakje runnen. De jonge Jae-yeong doet de daad en de eveneens jonge Yeo-jin regelt de zaken. Wanneer Jae-yeong om het leven komt voelt Yeo-jin zich begrijpelijk schuldig en besluit om al het verdiende geld terug te geven aan de klanten van Jae-yeong. De vader van Yeo-jin, een politierechercheur, begint haar te volgen en neemt het recht in eigen handen. Met fatale gevolgen.
De gevoeligheid die Kim in Bin-jip en Spring, Summer... liet zien is in Samaria ook duidelijk terug te vinden. De relatie tussen de twee meisjes is ogenschijnlijk zakelijk, maar wanneer zij samen in een badhuis zitten komt er een genegenheid naar boven die voelbaar is. Voelbaar is ook hier weer de karakteristieke kalmte die Kim zo perfect beheerst. Met ogenschijnlijk simpele schermcomposities weet hij onderbewust genoeg details over te brengen zodat de kijker zelf zijn eigen idee kan vormen over de personages en hun relaas. Zelfs in een film als Samaria, die op het eerste gezicht verdacht eenvoudig lijkt te zijn. En dan is daar nog dat prachtige einde... maar daarvoor moet je zelf de film maar gaan zien.
Goddess en Onde (Waves) zijn beiden genomineerd voor een VPRO Tiger Award, maar ik kan melden dat ik nog niet erg onder de indruk ben van de kwaliteit. Goddess is een uitermate gestileerd Russisch drama met een kinderlijke fascinatie voor het leven na de dood. Onde (Waves) is een simplistische kijk op een relatie tussen een blinde man en een vrouw met een uitzonderlijk grote wijnvlek in haar gezicht.
Goddess begint met een knalharde soundtrack die de kijker direct in de film zuigt. Een film die in eerste instantie veel weg lijkt te hebben van het werk van David Lynch. Naargeestige interieurs, vreemde passanten en een nog vreemdere ontwikkeling in de plot. Het taalgebruik en de constant cryptische uitstapjes die scenariste Renata Litvinova (tevens regisseur en hoofdrolspeelster) maken het er allemaal ook niet makkelijker op. Waar het allemaal om draait in Goddess is het oplossen van een kidnapping door politieagente Faina. Het vreemde van Goddess is dat deze zaak al halverwege de film opgelost wordt en dat Litvinova daarna op een vreemdsoortige manier zich te goed doet aan buitenissige speculaties over het leven na de dood en het vinden van een manier om als levende mens daar een kijkje te gaan nemen. Litvinova raakt volslagen het spoor bijster in deze tweede helft (en als zij dat niet is, dan is het de kijker wel). De sterke fotografie van Vladislav Opelyants en de muziek van onder anderen Igor Vdovin en Nick Cave weerhouden de kijker ervan om weg te lopen. Ik was het roerend eens met een van de personages toen deze aan het eind van de film zei: "Ik ben toe aan een borrel."
Onde (Waves) probeert een beeld te schetsen van hoe het is om te leven met een handicap, of liever: hoe het is om te leven met iemand die ook een handicap heeft. Debuterend regisseur Francesco Fei heeft heel erg veel plannen in zijn hoofd die hij tot uiting wil brengen. Hij wil ons laten voelen door middel van een uitstekende soundtrack hoe de blinde Luca geluid en beelden ervaart, maar hij heeft daar zo ontzettend veel moeite in gestopt dat de rest van de film er een beetje bij in schiet. De film opent sterk, dat zeker, met een beklemmende trektocht door een van kleuren onttrokken cruiseschip gevolgd door een nog beklemmender bezoekje aan het appartement van Luca in het donker met behulp van een enkele zaklamp. Daarna zakt de film finaal in en moet volledig leunen op de gevoelloze acteerprestaties van de twee hoofdpersonen. Het gaat zelfs zo ver dat Francesca (de tegenpool van Luca) zich ontpopt tot een onplezierige, jaloerse trut waar geen mens enige sympathie voor zal kunnen opbrengen. Waarom Luca dit wel doet, zal altijd wel een vraag blijven.
Nog niet eerder is het Palestijns-Israelisch conflict zo indringend en aangrijpend in beeld gebracht als in Private, het speelfilmdebuut van de Italiaan Saverio Costanzo. In deze film draait het om een Palestijns gezin dat in een huis woont waar de Israëli's hun oog op hebben laten vallen. Dit schijnt aan de orde van de dag te zijn, wat deze film alleen maar in zijn urgentie versterkt.
De brutaliteit waarmee de Israëli's de bovenste verdieping van het huis innemen en het gezin dwingen om te leven op de begane grond is stuitend te noemen. Regisseur Costanzo neemt ons mee in de turbulente gebeurtenissen aan de hand van beelden die akelig veel weg hebben van een documentaire. Private is dan ook uit de hand gedraaid.
In Locarno won deze film zowel een Bronzen als een Gouden Luipaard. Het is goed te zien waarom de Gouden Luipaard naar deze film ging. Het thema is actueel en vooral controversieel. Daar bovenop komt het niet vaak voor dat een buitenlandse regisseur het voor elkaar krijgt om zowel Palestijnse als Israëlische acteurs op één scherm te krijgen. Verdiend Private deze prijs ook als we kijken naar het geheel? Tja, het voelde bij Private aan alsof Costanzo naar het einde toe materiaal tekort kwam en besloten heeft om voort te borduren op eerder behandelde onderwerpen (om zo maar die negentig minuten vol te maken). Vergeet die laatste minuten en 'geniet' van de rest, zo luidt het devies.
Wie heeft er in 2001 op zitten letten en heeft Storytelling van Todd Solondz gezien? Dit was een film verdeeld in twee delen (fictie en non-fictie), het ene deel beduidend langer dan de andere. Dezelfde opzet gebruikt regisseur Liu Fendou voor zijn regiedebuut Lu Mao Zi (Green Hat), maar Liu Fendou knoopt zijn verhalen naadloos aan elkaar in plaats van twee aparte verhalen te serveren. Daaraan voegt hij ook nog eens toe dat de twee delen voorzien zijn van twee compleet verschillende stijlen. En wat een verrassing bleek dat te zijn.
Het eerste deel is gemaakt in de stijl van de snelle misdaadfilms van Quentin Tarantino of Guy Ritchie. Drie jongemannen besluiten een bank te beroven om zo de overtocht van een van de heren naar Amerika te kunnen bekostigen. Vlak na de roof en vlak voor zijn vertrek naar de VS hoort hij echter dat hij niet welkom is bij zijn vriendin aldaar. Uit woede en verdriet kidnapt hij een dame en maakt hij een einde aan zijn eigen leven.
De politieagent die de jongen het plan uit zijn hoofd wilde praten heeft ook zijn eigen problemen. Hij is niet meer in staat om zijn vrouw te bevredigen en heeft maar al te goed door dat zij vreemd gaat. De rest van de film is opgezet als een echt Chinees drama: weinig beweging en veel betekenisvolle stiltes. Dit komt allemaal tot uiting in de magnifieke slotscènes in de kleedkamer van een badhuis, waar de agent de man met wie zijn vrouw vreemd gaat confronteert met zijn problemen. Genageld aan het scherm zat ik te kijken hoe de agent de man stelselmatig breekt en zijn vrouw gelukkig ziet zijn vanuit een kluisje.
Prachtig ingetogen drama dat 180 graden tegenover het eerste deel van de film staat waarin platte humor de boventoon voert. Een aangename verrassing die vreemd genoeg toch als een complete film aanvoelt. Liu Fendou kan wel eens een naam zijn om naar uit te kijken in de komende jaren
Muziek is vaak een ondergeschoven kindje in de filmindustrie. Vaak gebruikt als opvulling en niet als centraal thema. Gelukkig is op het IFFR een programma getiteld Exploding Cinema: Sound Check, waarin de muziek en het geluid op de voorgrond treden. In Touch the Sound volgen we percussioniste Evelyn Glennie, een op het eerste gezicht niet echt opzienbarende dame. Ze kan bijzonder goed overweg met elk soort muziekinstrument waar je op kan slaan, of dat nu een berg afval is of een dure xylofoon. Het maakt haar niets uit. Maar dan komt de aap uit de mouw: ze is doof! Onbegrijpelijk. Ze praat als een horend persoon en ze bespeelt zeker zo goed (of zelfs beter) haar instrumenten.
We krijgen stelselmatig van regisseur Thomas Riedelsheimer haar geschiedenis te horen tussen een aantal prachtige (vaak geïmproviseerde) muziekstukken in. Deze muziek is van een zo wonderschone helderheid dat je je bijna tot tranen geroerd voelt. In Japan, New York, Engeland en Californië laat Glennie ons voelen hoe het is voor haar om geluid te voelen en niet te horen. Touch the Sound is zeker één van de meest overweldigende ervaringen die ik ooit in de bios heb gehad. Doe je ogen dicht en laat je meevoeren op die prachtige tonen.
Mattijs Grannetia volgt voor Movie het 34ste Internationale Film Festival van Rotterdam. Volgende week leest u zijn belevenissen tijdens de tweede week.
Planeet Cinema is een online filmmagazine. We bekijken films zonder grenzen: oud of nieuw, populair of obscuur.
We geven graag nieuw schrijftalent de kans om online te publiceren.
Planeet Cinema beschikt over een uitgebreid archief van meer dan 6.000 artikelen sinds 1993.
HOME
RECENSIES
ACHTERGRONDEN
FESTIVALS
KLASSIEKERS
Patricio Guzman is een filmmaker die als geen ander verbonden is met de moderne geschiedenis van Chili. Hij werd bekend met zijn epische en gelauwerde documentaire La Batalla de Chile. Een kroniek van de periode dat Salvador Allende aan de macht kwam tot aan de coup van 1973.
>>>
Agressieve agenten slaan met wapenstokken in op burgers. Tanks rollen door de straten. Mensen worden weggevoerd. Enge muziek. Als het filmpje is afgelopen, wachten leiders van de Chileense oppositie op de reactie van René Saavedra, reclameman. ‘Ik denk dat dit niet verkoopt’, zegt hij. Ontsteltenis alom. Weet hij dan niet hoe schurkachtig het regime is? Natuurlijk weet hij dat, maar als je wilt dat mensen voor jou stemmen, dan moet je het anders aanpakken.
>>>
De Latijns-Amerikaanse cinema is de laatste tientallen jaren gedomineerd door Argentinië, Brazilië en Mexico. In de schaduw heeft Chili zich ontwikkeld tot een minstens even boeiend en verrassend filmland. Het blijft voorlopig een goed bewaard geheim omdat de meeste films het commerciële circuit in Europa niet halen. Op filmfestivals gooien ze wel hoge ogen en winnen ze steeds belangrijkere onderscheidingen.
>>>
Een debutant kan je Dustin Hoffman bezwaarlijk noemen. De meermaals gevierde acteur van onder meer The Graduate, Kramer versus Kramer, Tootsie en Rain Man is ondertussen 75 jaar maar met Quartet maakt hij zijn debuut als regisseur. Daarvoor kon hij een beroep doen op een resem Britse steracteurs op leeftijd en een sterke theatertekst.
>>>
Britten en romantische komedies: het is een match die werkt. Waar Amerikanen het vaak niet kunnen laten om hun romcoms te overgieten met een zeemzoeterige sentimentaliteit die bij overmatig gebruik tot zware maagkrampen kan leiden, is het Britse recept heel wat lekkerder.
>>>
De liefde is lenig, maar is ze ook sterker dan de zwaartekracht? De verliefde snuiter Adam stelt de vraag in Upside Down (2012), een merkwaardige sciencefictionfilm waar twee werelden met een omgekeerde zwaartekracht tegen elkaar aan schurken. In Warm Bodies (2013) is de vraag: kan de liefde het hart van een zombie weer laten kloppen? Twee keer geldt: de vraag stellen, is ze beantwoorden.
>>>
Foto: UIP