Meteen naar de tekst springen
organisatie

INDEX >> FESTIVALS >> INTERNATIONAAL FILMFESTIVAL VAN VLAANDEREN - GENT

INTERNATIONAAL FILMFESTIVAL VAN VLAANDEREN - GENT
Grote en kleine Goden op een festival

 

Matthias Van Wichelen  /  Kenny De Maertelaere | 21/10/2007


Share/Bookmark

En zo gaat het dan: we kijken een jaar lang uit naar het festival, wachten nagelbijtend op het programma, selecteren een onrealistische hoeveelheid films die we moeizaam in onze agenda’s passen en transformeren in met rode ogen starende wezens van het duister. Deze vierendertigste editie van het festival bleek naar goede gewoonte solide, al waren er best enkele teleurstellingen en bleven we weinig verrast in de zalen achter. Moviegids zag, kwam en overwon en legt u nu de resultaten voor! 
 
**** Meer dan vier verlammende uren; zo lang was de originele cut van The Assassination of Jesse James by the Coward Robert Ford; een prent wiens titel bijna evenveel tijd in beslag neemt om uit te spreken. Na een door creative differences geplaagde postproductie beslisten de makers (en producent/ster Brad Pitt die zijn gezag liet gelden) om een tweeënhalf uur durende versie in de zalen te brengen. En het is een juweel aan het festivalfirmament geworden. Brad Pitt vertolkt de illustere outlaw/revolverheld in een op zijn minst opvallende, ingetogen western die nergens herinneringen oproept aan de conventies van het op en top Amerikaanse genre of de spaghettisliertencowboys van Leone. Meer nog dan een “mannen in het zadel”-film is The Assassination…, net als regisseur Andrew Dominiks vorige film Chopper, een blik op de beweegredenen en psyche van een levensgevaarlijke kerel. Nergens worden pogingen ondernomen om Jesse James als een soort Robin Hood te portretteren. Pitt’s James is een labiele, door stemmingswisselingen getergde moordenaar. Altijd op de loer, dodelijk voor vriend en vijand. Dé ster van de film is echter Casey (broer van Ben) Affleck als Robert Ford; de wezelachtige knaap die in Jesse’s gunst wil komen en uiteindelijk de wolf in de schapenvacht blijkt. Gedreven door een ziekelijke idolenverering is de ontknoping tussen James en Ford onafwendbaar en de zeer knappe regie van Dominik en de prachtige fotografie van Roger Deakins toveren de film om in een atypische western, met als vroeg hoogtepunt een fantastisch, iconisch in beeld gebrachte treinoverval. Niet te missen!
 
*** ½ De Duitse oprichtster van een school voor blinde kinderen in Lhasa, Tibet nodig Erik Weihenmayer uit om haar kinderen een hart onder de riem te komen steken. Op 25 mei 2001 was Weihenmayer de eerste blinde die de top van de Mount Everest bereikte. In plaats van een gewone speech te gaan geven, verzamelt Weihenmayer een eersteklas team van bergbeklimmers rond zich dat gespecialiseerd is in blindenbegeleiding. Hun doel is om met zes blinde Tibetaanse tieners de Lhakpa Ri te beklimmen, 7045 meter hoog. Ter vergelijking: de Mont Blanc is 4808 meter hoog. De documentaire Blindsight volgt de expeditie van begin tot einde, maar doet veel meer dan dat. Ze schetst de positie van blinden in het hedendaagse Tibet, duidt aan hoe de lokale bevolking aankijkt tegen die bergtoppen, zoekt het persoonlijke verhaal van de zes jonge klimmers en toont boven al een grote waardigheid. Blindsight is emotioneel erg geladen. Het idee om met zes onervaren blinde gasten een van de hoogste en gevaarlijkste bergen ter wereld op te trekken, is nogal gestoord, maar Blindsight toont dat het kan, dat de mogelijkheden van de blinden en bij uitbreiding van alle mensen, onuitputtelijk zijn.
 
*** ½ Hana Makhmalbaf is 21, het zusje van Samira en de dochter van Mohsen Makhmalbaf. Wie? Samira won de grote Jury Prijs op het festival van Cannes 2003 met At Five in the Afternoon en in 2000 met Blackboards. Met Apples won ze prijzen in Buenos Aires, Locarno, München, Thessaloniki, Turijn en Valladolid. Papa Mohsen is de regisseur van Kandahar, Gabbeh en Bicycleran. Hij is de producer van Osama, die de Golden Globe won voor de beste niet-Engelstalige film. Hana heeft haar filmtalent niet van vreemden. Ze schreef haar eerste scenario op haar achtste. Debuteren deed ze met Joy of Madness, een film over het productieproces van At Five in the Afternoon. Buddha Collapsed out of Shame is de indrukwekkende tweede film van de Iraanse regisseuse. Het poëtische verhaal speelt zich af aan de voet van het gebergte waar ooit de Buddhabeelden stonden die door de Taliban werden opgeblazen. In een van de grotten woont de zesjarige Baktay. Wanneer ze haar buurjongetje ziet lezen in zijn schoolschrift, raakt ze geprikkeld en wil ze ook naar school. Baktay wil naar school. Meer heeft het verhaal niet om het lijf. De manier waarop Makhmalbaf het uitwerkt is briljant en hartverscheurend. De dialogen lijken mantra’s: bezwerend en opzwellend. Ze laten geen uitweg. Er is niet te ontsnappen aan de boodschap, aan de tragiek, maar ook niet aan de wilskracht van het zesjarige Afghaanse meisje. Baktay is de sterkste vrouw die dit jaar op het filmfestival te zien is. Respect!
 
*** ½ Wat voetbal verenigt, dat scheidde geen militaire dictatuur, ook de Braziliaanse niet. Cao Hamburgers magische The Year My Parent's Went of Vacation speelt zich af in 1970, het jaar van het wereldkampioenschap voetbal in Mexico. Brazilië had toen een wonderbaarlijk sterk elftal aangevoerd door Pele. Met hun jogo bonito verpletterden ze de tegenstanders. De jonge Mauro volgt het op de voet. Vlak voor het WK begint, vertrekken zijn ouders op vakantie, ze laten hem achter bij zijn grootvader in Bom Retiro, de joodse wijk van Sao Paulo. Dat ze op vakantie gaan, is wat ze Mauro vertellen. Ze gaan op de vlucht voor het alziende oog van de militairen die een klopjacht geopend hebben op de tegenstanders van het regime. Een uur voor Mauro op de stoep van zijn grootvaders huis wordt afgezet, sterft zijn opa aan een hartaanval. De kleine man moet het alleen zien te redden. The Year My Parent's Went of Vacation is een onweerstaanbare coming-of-age film die sterk doet denken aan het Argentijnse Kamchatka. Voetbal houdt de Brazilianen op de been. Het spel is een schild dat hen beschermt tegen de harde realiteit, het broze geluk dat iedere moment aan diggelen kan geslagen worden door nieuwe willekeurige arrestaties van vrienden of familieleden. De jonge Michel Joelsas loopt heerlijk door de film, zich drukmakend om de domme bondscoach en wachtend op zijn mama en papa die beloofd hadden terug te zijn voor de grote finale. Zeer integere, menselijke cinema.
 
*** ½ Wanneer Gus van Sant of Wong Kar-wai het doen, vallen alle critici in bewondering plat achterover. Van buitenlandse filmmakers verdragen we blijkbaar altijd wat meer dan van Vlamingen. Small Gods gaat die vervelende houding van Vlamingen ten opzichte van de producties uit eigen land volledig verbannen. Het debuut van Dimitri Karakatsanis is cinema zoals die bij ons te weinig gemaakt wordt. Karakatsanis benut de breedte en de lengte van het bioscoopscherm optimaal. Iedere centimeter is gevuld met magnifiek in beeld gebrachte shots. Extreme close-ups, troebele flarden, schokkende camera’s, bevreemdende vergezichten. Small Gods haalt visueel alles uit de kast, zo goed gedoseerd dat het geen moment verveelt of ergert. Zijn beelden zijn functioneel om het donkere verhaal over te brengen. Over dat verhaal vertellen we lekker niets. Enkel dat het een roadmovie is en dat Karakatsanis zijn puzzel stukje bij stukje legt. Het tempo is perfect, Titus De Voogdt, Steffi Peeters, Dirk Van Dijck en Louiza Vande Woestyne leveren state of the art vertolkingen en de muziek van Aldo Struyf zet de kers op de taart. Small Gods is het sprekende bewijs dat een goede cinema alles te maken heeft met lef en niet met geld.
 
*** ½ Filmpersonages die willen overleven doen er goed aan niet de foute afslag te nemen, om zeker te zijn dat ze het juiste vliegtuig pakken, gekke lifters weren en goed op te letten voor ze de bus nemen. De politiefanfare van het Egyptische Alexandrie is uitgenodigd om de opening van een Arabisch Cultureel Centrum in een Israëlisch stadje op te fleuren. Door een stommiteit stappen ze op een bus die helemaal de verkeerde kant uitrijdt. Het in prachtig babyblauw geklede gezelschap strandt in een doods Israëlisch stadje. De eerste bus in de goede richting vertrekt pas de volgende dag. Omdat er in het doodse hol geen hotel is, overnachten ze bij een aantal gezinnen thuis. Tijdens de avond, nacht en ochtend ontstaan hechte banden gebaseerd op respect, genegenheid en openheid. The Band’s Visit is ontroerend eenvoudig en oprecht. Mooi om te zien hoe een Israëli en een Arabier samen vertederd kijken naar het wiegje waarin een baby ligt te slaapt. Kleine scènes, milde humor, een positieve boodschap: een hartverwarmend filmpje.
 
*** ½ De engelen hebben geen geslacht, maar het is een waarheid als een koe dat katholieken darmen hebben en naar het toilet moeten. Het bezoek van Johannes-Paulus II is voor de bewoners van een Uruguyaans dorp aan de grens met Brazilië de kans om een graantje mee te pikken van het massa-evenement. El Baño del Papa – het toilet van de paus – is een optimistisch-realistische film. Smokkelen met hun gammele fietsen is de belangrijkste bron van inkomsten voor de dorpelingen. Met vallen en opstaan proberen ze hun leven beter te maken. Het hele dorp koopt massaal chorizo, brood, kaas en frisdrank aan voor de Braziliaanse pelgrims die komen luisteren naar de paus. Beto heeft een beter plan. Hij graaft een gat in de grond en bouwt een toilet. Een ongecompliceerd verhaal dat met de minuut dieper graaft en bijkomende problemen blootlegt. Het regisseursduo Enrique Fernández en Cesar Charlone focust niet op de economische moeilijkheden maar op de wilskracht van de mensen waardoor El Baño de Papa zich met kleine weerhaakjes vasthecht aan ons hart.
 
*** ½ De vijftienjarige Argentijnse Alex woont met haar ouders in een vissersdorpje in Uruguay. Vlak na haar geboorte hebben haar ouders Buenos Aires verlaten om haar te beschermen tegen nieuwsgierige en bemoeizuchtige blikken van de buitenwereld. Alex is geboren als hermafrodiet. Met een vrachtlading medicijnen houdt ze de ingewikkelde fysieke situatie onder controle. Nu ze seksueel ontwaakt, dringt zich een moeilijke keuze op. Lucia Puenzo’s regiedebuut XXY bevat alle elementen die de Argentijnse onafhankelijke cinema op dit ogenblik waarschijnlijk de boeiendste ter wereld maken: een sterk persoonlijk verhaal, rake dialogen, natuurlijke vertolkingen, een broeierige sfeer en een verrassend scenario. XXY heeft niet de pretentie de problematiek van de hermafrodiet uit de doeken te doen. Het gaat enkel om Alex en de keuzes die haar ouders tot nu toe voor haar gemaakt hebben. De sobere aanpak laat het verhaal perfect ontbolsteren. Puenzo laat geen detail onbelicht. Als een onderzoekrechter bewandelt ze alle pistes. Het is nu al uitkijken naar haar volgende film.
 
*** Zolang er ergens ter wereld iemand wordt uitgebuit, zal Ken Loach blijven filmen. In It’s a Free World… keer richt hij de lens op Oost-Europese arbeiders die door uitzendkantoren naar Groot-Brittannië worden gehaald om er te komen werken in de bouw of in het fabriek. Geen vlammende aanklacht echter, maar een waarachtig en spannend verhaal over een Britse uitzendconsulente die in een van die uitzendkantoren werkt. Wanneer ze wordt van het ene moment op het andere ontslagen wordt, opent ze een eigen kantoortje. Ze heeft genoeg ervaring in de business en contacten met klanten in de UK en de juiste instanties in Polen. Het begin is moeilijk en de verleiding om met illegale arbeiders te werken, wordt iedere dag groter. In It’s a Free World… trekt Ken Loach de lijn tussen goed en slecht krommer dan in het gros van zijn eerdere films. Het is een harde wereld. Iedereen wil overleven. Zoals vanouds bestaat de cast uit onbekende gezichten die heel natuurlijke vertolkingen leveren. En er valt heus wat te lachen in de zevende film die Loach maakt op basis van een scenario van de grote Paul Laverty.
 
*** Er is geen enkele reden om de Estse film Klass niet in België te releasen. Het debuut van regisseur en scenarist Ilmar Raag is visueel briljant, razend knap gemonteerd, meeslepend verteld en indrukwekkend natuurlijk gespeeld door de niet-professionele jonge cast. Joosep wordt gepest door zijn snobistische klasgenoten. Wanneer hij na de turnles in zijn blote flikker in de douches van de meisjes wordt gegooid, komt Kaspar tussenbeide. De klas heeft nu twee doelwitten. Kaspar ondervindt een enorme druk om zijn steun aan Joosep te stoppen. Ilmar Raag stelt pertinente vragen over groepsdynamica, eergevoel en loyaliteit. Hij kadert heel consequent zijn verhaal over ontsporing en normvervaging, laat overdrijvingen en veralgemeningen achterwege. Scenarist Raag heeft zijn verhaal zodanig goed opgebouwd dat de regisseur in hem een op voorhand gewonnen race loopt. Klass is spannende, moderne cinema met een grote emotionele impact. Hij komt aan als een onverwachte dreun op de neus.
 
*** Once is de winnaar de Xplore-Award, uitgereikt door de jongerenjury. De feel good Movie film van John Carney is van een zeldzaam suikerspinnen fragiliteit. Een Ierse stofzuigerreparateur verdient wat bij door liedjes te spelen op straat. Op een dag gooit een Tsjechische pianiste die naar Dublin emigreerde tien Eurocent in zijn gitaarkist. Ze raken aan de praat en besluiten samen muziek te maken. Wat volgt is mooi, heel mooi. Tussen de jongen en het naamloze meisje ontstaat een broze tederheid die hen helpt hun liefdesverdriet te verwerken. Glen Hansard is de leadzanger van de folkrockgroep The Frames die onlangs op Werchter, Pukkelpop en Dour speelde. De Tsjechische immigrante wordt gespeeld door de Tsjechische Markéta Irglová. Beiden acteren voor de eerste keer en de onbevangenheid waarmee ze dat doen, is hartverwarmend. Ze worden geholpen door regisseur John Carney die hen niet al te moeilijke dingen laten doen en hen vooral laat musiceren. De liedjes die Hansard en Irglová samen schreven voor de film zullen iedere singer-songwriter liefhebber overtuigen. Ze vangen het gebrek aan een echt verhaal op. Een pluim ook voor de moedige manier waarop Carney zijn film laat eindigen.
 
*** Fluwelen horror is de beste manier om Away from Her te omschrijven. In het regiedebuut van de Canadese actrice Sarah Polley vertoont Fiona (een meer dan fantastische Julie Christie) een vroege vorm van Alzheimer vastgesteld. Veertig jaar is ze al getrouwd met Grant, altijd waren ze bij elkaar. Fiona besluit in een gespecialiseerde kliniek te gaan wonen. De regels van de instelling verbieden ieder contact met de buitenwereld gedurende de eerste dertig dagen van de opname. Grant kijkt machteloos toe hoe de ziekte zich langzaam doorzet en zijn vrouw aftakelt. Hij is er ook getuige van hij zijn vrouw zich begint te hechten aan een medepatiënt. Sarah Polley maakte als actrice furore in The Sweet Hereafter en Exotica, films van Atom Egoyan die Away from Her produceerde. Op haar achtentwintigste toont ze als regisseur en scenariste een opvallende volwassenheid en inzicht in het leven van haar oudere personages (allemaal zestigers). Ze voelt hen perfect aan en vindt de perfecte toon om het verlies en de pijn te schetsen.
 
*** Zeven jaar na zijn opvallende debuut Wilde Mossels is Erik de Bruyn terug met Nadine. De film is gemaakt met steun van het Vlaamse Audiovisueel Fonds. In ruil voor die investering van ons belastingsgeld mogen Kürt Rogiers, Tom van Landuyt en Matthias Schoenaerts in hun piepkleine bijrolletjes het titelpersonage bepotelen. Dat lijkt een goede deal. Nadine een zeer knap geconstrueerde en machtig gefotografeerde film over een vrouw die uit frustratie over haar onvervulde kinderwens de baby ontvoert van haar ex. Samen reizen ze naar het zuiden van Europa. Erik de Bruyn onthult hoe het tot de wanhoopsdaad is kunnen komen. Drie verschillende actrices spelen Nadine in verschillende fases van haar leven. Halina Reijn, Monic Hendrickx en Sanneke Bos lijken niet op elkaar. De fysieke verschillen vallen in het niet omdat De Bruyn ons inmiddels zo diep in het verhaal heeft vertrokken dat de vertelling naadloos verdergaat, ook al heeft Nadine de ene keer blond haar en de andere keer zwart. Nadine is een film die de ruimte opzoekt, zowel letterlijk als figuurlijk. De Bruyn is weggetrokken van de grachtengordel die de Nederlandse film in een wurggreep houdt. Weidser, gedurfder en emotioneel veel rijker dan het gros van de slimme, semi-artistieke films die bij onze Noorderburen gedraaid wordt. Enkel het nut van de voice-over is twijfelachtig. Het verhaal had gerust zonder gekund. Detailkritiek. Nadine is een erg knap werk.
 
*** Auf der Anderen Seite is niet het meesterwerk geworden waar filmliefhebbers op hoopten. Wanneer de vriendin van zijn vader sterft, gaat Nejat in Turkije op zoek naar haar dochter. Dat blijkt een Koerdische activiste te zijn die intussen naar Duitsland in gevlucht. Auf der Anderen Seite is een heel mooie film over toeval en kruisende wegen. Als een vertellende sprinkhaan springt Fatih Akin van het ene personage op het andere en van de ene verhaallijn op de andere. De vertolkingen zijn niet altijd even genuanceerd maar dat doet weinig af van de kracht van Akins film. Nu de Turken klaar staan om de Koerden in het noorden van Irak een lesje te leren, wint de film nog aan actuele waarde. Fathik Akin is een grootse regisseur in wording maar voorlopig blijft hij nog meer de man van Gegen die Wand dan van Auf der Anderen Seite.
 
*** Melvil Poupaud is een verdomd fijne acteur. Als mooie jongen kan hij gemakkelijk van de ene lucratieve romantische komedie naar de andere fladderen. Hij doet dat niet maar kiest consequent voor artistiek uitdagende rollen waarbij hij zichzelf telkens in vraag stelt. Twee jaar schreef hij geschiedenis is François Ozons Le Temps qui Reste. In Un Homme Perdu van Danielle Arbid speelt hij opnieuw een fotograaf. Hij is een eeuwige reiziger die aan een razend tempo foto's maakt van zijn bedactiviteiten met de prostituees. Hij maakt veel foto's en doet het met veel prostituees. Toevallig komt hij in een Arabisch land in contact met een man die leidt aan een ernstige vorm van geheugenverlies. De artistieke hoerenloper en de man zonder verleden zetten samen hun reis verder richting Jordanië. Un Homme Perdu is een stevige brok cinema met ongebruikelijke personages die niet geschreven zijn om te behagen maar om een bijzonder intrigerend verhaal te vertellen. Dat is ook uitstekende gelukt, met dank aan Melvil Poupaud in een opnieuw veeleisende rol die hem als beau garçon niet flatteert maar wel de kans geeft te bewijzen dat hij een van de interessantste Franse acteurs van zijn generatie is.
 
*** Hallam Foe is een blij weerzien met acteur Jamie Bell en regisseur David Mackenzie. De eerste zal altijd wel een beetje Billy Elliot blijven. De tweede scoorde in 2003 een festivalhit met het gitzwarte Young Adam. Hallam Foe is de verfilming van een roman van Peter Jinks. Het titelpersonage is een bijzonder ventje. Hij kan het overlijden van zijn moeder niet verwerken. Vlak na haar dood twee jaar geleden trok de nieuwe vriendin van zijn vader (Claire Forlani) bij hen in. Dat het niet botert tussen haar en Hallam is geen overdrijving. Wanneer het conflict uit de hand loopt, trekt Hallam naar Edinburgh waar hij een baantje vindt in een groot hotel. Foe is een meester inbreker en een semi-professionele gluurder. Zijn perverse trekjes maken hem quasi onmogelijk als hoofdpersonage van een commerciële film. Maar Mackenzie en Bell maken het onmogelijke waar. De avonturen van Foe in de Schotse hoofdstad zijn meeslepend, erg grappig en verrassend. Knappe, kleine cinema. Wij willen Jamie Bell meer zien.
 
*** De Catalaan Cesc Gay maakte met Krámpack en En la Ciudad twee alleraardigste films. Ficció past mooi in dat rijtje. Om zijn scenario af te werken, gaat een succesrijke filmregisseur een tijdje logeren bij een vriend die een huisje heeft in de bergen rond Barcelona. Tijdens een etentje beseft hij ineens dat hij muurvast zit. Professioneel en privé staat hij stil. Hij heeft een vrouw en twee kinderen, woont in de stad, zijn films zijn succesvol. Maar toch. De aanwezigheid van een violiste stelt de situatie op scherp. Zij gaat een meisje adopteren met haar vriend. De prille veertigers zitten in een comfortabele situatie. Gaan ze alles wat ze hebben riskeren voor een avontuur? Cesc Gay geeft het antwoord in een weemoedige, bluesy film. De puntgave vertolkingen van Montse Germán, Eduard Fernández (vorig jaar nog de macho iberico in El Método) en Javier Cámara en de delicate dialogen tillen Ficcio naar een hoog niveau. Er borrelt een grootse film in Cesc Gay. Het kan niet lang meer duren eer die er ook uit zal komen.
 
*** In 1996 won de Tsjechische regisseur Jan Sverák de Oscar voor de beste buitenlandse film met Kolya. Jan Sveráks vader Zdenek schreef mee het scenario en speelde de innemende hoofdrol in de prijzenpakker. Vader en zoon gaan op herhaling in de aangename tragikomedie Vratné lahve - Empties in het Engels. Zdenek Sverák speelt een uitgebluste leraar literatuur die er de brui aan geeft en op prepensioen gaat. Hij beseft al snel dat thuis zitten niets voor hem is en zoekt een baantje. Eerst als fietskoerier, later als bediende in de supermarkt. Zijn uithuizigheid zet zijn veertigjarige huwelijk onder druk. Empties moet het hebben van de droogkomische escapades van het wijze hoofdpersonage dat er niet in slaagt twee slimme beslissingen na elkaar te nemen. De humor is zoet, het verhaalt zoekt rustig zijn weg, de clichés ontwijkend, de warmte opzoekend. Empties is een superlieve film.
 
*** De jonge Juan José Ballesta is een uitstekende acteur. In die drie films die bij ons in de zalen te zien waren, bewijst hij een breed scala aan rollen aan te kunnen. Ballesta was piepjong toen hij de hoofdrol speelde El Bola, een pakkende film over een 12-jarige jongen die opgroeit in een gewelddadig, kansarm milieu. In Planta 4A is hij een van de vier kaalkopjes op de kinderkankerafdeling van een Madrileens ziekenhuis. In Cabeza de Perro leidt zijn personage Samuel aan een vreemde hersenaandoening: zijn hersenen zijn hypergevoelig. Hij slikt een massa medicijnen, moet veel slapen en mag niet te veel televisie kijken. Zijn leven is door zijn ziekte enigszins beperkt en zijn ouders werken met hun overbeschermende gedrag op zijn zenuwen. Op bezoek bij zijn neef in Malaga gaat hij na een nachtje feesten een dutje doen in de laadwagen van een busje. De volgende ochtend wordt hij wakker in Madrid, 535 km verder. Samuel begint aan een tocht door de Spaanse hoofdstad. De vreemdste creaturen kruisen zijn pad. Hij vindt baantjes die hij niet kan houden omdat zijn aanvallen steeds frequenter terugkeren. Wanneer hij Consuelo (Adriana Ugarte) ontmoet, verandert zijn leven. Dankzij de ontwapenende blik van Ballesta en het off beat karakter van Adriana Ugarte vormen zij een natuurlijk, erg spontaan schermvullend duo. Cabeza de Perro is een lichtvoetige, publieksvriendelijke film die de uitstraling van Ballesta perfect uitspeelt.
 
*** De Spaanse gebroeders Ulloa verfilmden de gelijknamige roman van Santiago Roncagliolo. Tristán Ulloa maakte tot nu toe vooral naam als acteur. Hij speelde onder andere in Salvador (Puig Antich), Volverás en Pleure pas Germaine. Zijn bekendste rol speelde hij in Julio Medems Lucia y el Sexo. Hij maakte met zijn broer David al een kortfilm. Pudor is hun debuut als regisseurs van een langspeelfilm. Het siert hen dat ze niet voor de gemakkelijkste weg gekozen hebben met hun zwaarmoedige film over een disfunctionele familie die uit elkaar valt door het onvermogen te communiceren. De vader is ziek, de dochter zit in haar pubertijd en krijgt haar eerste lustgevoelens. De moeder des huizes voelt zich niet meer begeerd, het zoontje maakt liever ruzie met zijn schoolvriendinnetje dan ermee te spelen en de inwonende grootvader tenslotte zou veel liever in het rusthuis gaan wonen. Het is een hele hoop ellende en er is meer dan vijf minuten creatieve moed voor nodig om die te ordenen en er een boeiend verhaal van te maken. De Ulloa’s zijn er niet volledig in geslaagd. Niet alle verhaallijnen zijn even interessant en de emoties worden al eens al te eenvoudig verwoord. Dankzij de heel stevige acteerprestaties, vooral van Elvira Mínguez en Nancho Novo maar zeker ook van de nieuwkomers Natalia Rodríguez en Carolina Román blijft Pudor.
 
*** Fedja van Huêt is machtig in het door vrouwen gedomineerde Nadine. Hij is ook opmerkelijk goed in Wolfsbergen, de film van Nanouk Leopold. De Rotterdamse hanteert een rijke beeldtaal en weet haar momenten te kiezen om emotioneel toe te slaan. In Wolfsbergen gaat ze net niet ver genoeg om helemaal te overtuigen. Ze vult te veel stiltes op met dialogen die het verhaal van richting moeten doen veranderen. Er zijn te veel praatjes bij plaatjes, met als dieptepunt een afschuwelijk lelijke zin die de achtergrond van Eva schetst. Het interessantste personage is Sabine’s dochter. Zij praat het minste. De plottwists spreken voor zich, om niet te zeggen dat ze vrij ongeloofwaardig en voorspelbaar zijn. Het uitgangspunt is nochtans prikkelend. Konraad (Piet Kamerman), de broer van Maria (Catherine Ten Bruggencate) schrijft een brief naar al zijn familieleden om hen op de hoogte te brengen dat hij niet meer verder wil leven. De aankondiging deblokkeert de levens van al de aangeschrevenen. Sommige ontwikkelingen zijn bij het haar getrokken. De film moet het vooral hebben van de werkelijk superieure vertolkingen van Jan Decleir, Fedja van Huêt, Tamar Van den Dop, Karina Smulders en Piet Kamerman.
 
*** La León speelt zich af in hetzelfde zompige Argentijnse binnenland als het indrukwekkende Los Muertos, een van de allerbeste films van 2006. Regisseur Santiago Otheguy is niet de vrolijkste Frans maar hij weet verduiveld goed hoe hij sfeer kan scheppen. Alvaro is een eenzaat, een homoseksueel die in zijn vrije tijd de ruggen herstelt van bibliotheekboeken. Hij woont op een eiland in het midden van de Paranàrivier. Eén keer per dag is er een boot die de bewoners naar het vasteland brengt. La León is een zeer mooi gefilmde kijk op een microkosmos, overheerst door angst, conservatisme en bittere onverdraagzaamheid. Hoofdrolspeler doet het heel sober en ingetogen, perfect in de stijl van de film die door zijn donkere aard - zowel letterlijk als figuurlijk - in de lage landen commercieel niet levensvatbaar is.
 
*** Op het allerlaatste moment werd Todd Haynes’ I’m Not There toegevoegd aan het programma in Gent. Cate Blanchett werd in Venetië eerder dit jaar bekroond voor haar rol in deze spraakmakende prent. Om het met een understatement te zeggen: I’m Not There is een uitdaging, ook voor de meest ervaren filmkijker die al eens een experimentele en hermetische film gezien heeft. Een spoedcursus Bob Dylanologie is aangeraden om de film echt te waarderen. Haynes laat vijf acteurs en een actrice verschillende aspecten spelen van het ongrijpbare karakter van Bob Dylan. Geen van de personages speelt de singer songwriter. Ze spelen allemaal een stukje. Samen zijn ze de muziekgod. I’m not There opent met een elfjarig Afro-amerikaans ventje dat zichzelf Woody Guthrie noemt. Woody Guthrie is een van Dylans grote inspiratiebronnen, net als Arthur Rimbaud die gespeeld wordt door Ben Whishaw. Kameleon Christian Bale speelt de jonge folk-Dylan, Cate Blanchett is de Dylan uit zijn Don’t Look Back-periode, Heath Ledger vertegenwoordigt zijn dandy-gehalte, het personage van Richard Gere tenslotte verwijst naar de rol die Dylan speelde in Sam Peckinpahs Patt Garrett and Billy the Kid. De voice-over is ingesproken door Kris Kristofferson die Billy the Kid speelt in die film. I’m Not There gaat netjes rechtdoor tot Cate Blanchett voor het eerst in beeld komt. Vanaf dat moment versplintert de film en hopt Haynes van het ene karakter naar het andere. Hij stelt vooral de jongere kijkers danig op de proef door drastisch af te wijken van de traditionele manier van vertellen. I’m Not There is in ieder geval de moeite waard, alleen al omdat hij zo bizar is. Om te weten of het nu een goede film is of eerder een interessante, moet hij nog eventjes bezinken.
 
*** De bekendmaking van Die Fälscher als de winnaar van het 34ste filmfestival in Gent deed de wenkbrauwen fronsen. De Oostenrijkse film is zeker niet de beste van het festival, het is wel de film die het beste past binnen het thema van de filmtiendaagse: de impact van muziek op de film. Stefan Ruzowitzky's film speelt zich af in een concentratiekamp. Geen klezmer en traditionals op de soundtrack maar Argentijnse tango. Het contrast tussen de vurige passie van de muziek en het duistere tijdsgewricht waarin de prijswinnaar zich afspeelt, werkt uitstekend. Voor de rest is Die Fälscher degelijk, zelfs oerdegelijk gemaakt. Vaardig in beeld gebracht, knap geacteerd en geen moment vervelend. Maar de film ontbeert briljante momenten, een vonk van genialiteit behalve het hoofd ook het hart van de filmliefhebber te veroveren.
 
*** De Gentse jury bekroonde regisseur Saverio Constanzo voor de heel eigenzinnige manier waarop hij In Memoria Di Me vormgaf. Saverio Constanzo scoorde een bescheiden art house hit met het verrassende Privata waarin het Israëlische leger de bovenverdieping opeist van het huis waarin een Palestijnse familie woont. In Memoria Di Me speelt zich net als zijn debuut grotendeels binnenshuis af. Om zijn existentiële crisis te bedwingen treedt Andrea toe tot het klooster. De film volgt hem tijdens zijn proeftijd binnen de muren van het klooster. Het is een test van zijn geloof en zijn doorzettingsvermogen. De leiding van het klooster roept de novicen op kritisch te zijn voor zichzelf en voor elkaar. Iedere zwakte moet aan hen gerapporteerd worden. Het is een wonder dat deze bijzondere Italiaanse film een distributeur gevonden heeft. Saverio Constanzo schotelt namelijk extreem zware kost voor met lange filosofische mijmeringen over het geloof, opoffering en boetedoening. De dialogen zijn hoogstaand, gaan erg diep en zijn dus ook vermoeiend. Maar In Memoria Di Me blinkt uit in de manier waarop Constanzo de innerlijke strijd van Andrea uitbeeldt. Door te spelen met licht en camerastandpunten krijgen de gangen telkens een heel ander uitzicht. Alsof je telkens naar een ander gebouw kijkt. Iedere scène is omkaderd, door een muur of een deur, door de gangen… In Memoria Di Me is een film gemaakt door een heel getalenteerde man.
 
*** The Savages, van regisseur en scenariste Tamara Jenkins, ging begin dit jaar tijdens het Sundance Festival in première en is zo’n typische “independent” tragikomedie à la Little Miss Sunshine waarvan we bijna moreel verplicht zijn om ze aan te prijzen. Gelukkig is The Savages, waarin Philip Seymour Hoffman en Laura Linney als broer en zus zich over hun dementerende vader (Philip Bosco) moeten ontfermen, een bijzonder vermakelijke, vaak ontroerende en verzorgd gerealiseerde prent geworden. Niet alles werkt, enkele “grappige” passages zijn ronduit overbodig (waarom moet Hoffman opeens in een nekverband rondlopen?) en verraden een soms wanhopig verlangen om The Savages als een nieuwe Sideways te verkopen (de film werd niet toevallig geproduceerd door Sideways-regisseur Alexander Payne). De vertolkingen maken echter veel goed. Linney en Hoffman zijn subliem maar het is Bosco die bijblijft als de uitwerpselen aan een spiegel wrijvende, langzaam in een mentale leegte wegzinkende grijsaard.
 
*** Twee jaar terug zagen we hoe David Cronenberg en zijn nieuwe fetisjacteur Viggo Mortensen A History of Violence op het Filmfestival van Gent kwamen voorstellen. Dit jaar geen Cronenberg of Mortensen te zien maar dat belette de organisatoren niet om hun tweede samenwerking, Eastern Promises, op het festival te programmeren. De prent verhaalt over hoe een jonge vroedvrouw (een alweer uitstekende Naomi Watts) zich ontfermt over het pasgeboren kind van een in het kraambed overleden vrouw. Het dagboek van het meisje leidt haar naar een restaurant waar ze betrokken raakt bij de Russische maffia in de “underground” van London. Viggo Mortensen vertolkt Nikolai; de koelbloedige “chauffeur” van baas Semyons zoon Kirill (een over the top Vincent Cassel), die vuile klusjes voor de familie moet opknappen. De film lijkt aan de oppervlakte, met zo’n internationale cast, als een europudding in elkaar te vallen en de met bijna karikaturale accenten uitgesproken dialogen dreigen in ongewilde “Allo, Allo” comedy weg te glijden. Maar Cronenberg houdt zijn film op het scherp van de snee, injecteert clichématige plotwendingen met bevreemdende gebeurtenissen (Kirills baas-onderdaan “relatie” met Nikolai) en knalt er enkele hondsbrutale scènes tegenaan (in Cronenbergs wereld worden kelen niet zomaar overgesneden, ze worden “opengehakt”). Eastern Promises is een broer van A History of Violence (Mortensens personage is in veel opzichten een verwrongen spiegelreflectie van History’s Tom Stall), loopt net niet in het honderd tijdens de plotwendingen opeenstapelende derde act maar blijft een knap gemaakte en sfeervolle misdaadthriller. Om nog maar te zwijgen van de bijna absurde, bloederige knokpartij tussen een naakte Mortensen en twee kleerkasten in een sauna!
 
*** De pers en het publiek hebben het Ben Affleck de laatste jaren niet altijd even gemakkelijk gemaakt. De man acteerde in de ene na de andere flop, ondernam zielige pogingen om zich net als zijn makker Matt Damon te ontpoppen als actieheld en werd een door de media opgejaagde loser aan de zijde van Jennifer Lopez. Met de film Hollywoodland wist hij opnieuw respect op te bouwen en ook met Gone Baby Gone, zijn langspeelfilmdebuut, maakt hij een goede indruk. Gebaseerd op het boek van Dennis Lehane (de man achter Mystic River), volgen we zoektocht van de in Boston actieve detective Patrick Kenzie (na The Assassination of Jesse James… een alweer fantastische Casey Affleck) en zijn partner/vriendin Angie (Michelle Monaghan) naar een verdwenen meisje. Hun onderzoek brengt hen naar de onderbuik van het misdaadleven in de stad, legt duistere motieven bloot binnen het politiekorps en zal hun leven voor altijd veranderen. Affleck regisseert met vaste hand, bouwt de spanning zorgvuldig op en toont zich als een echte acteursregisseur die de knappe vertolkingen van broer Casey, Ed Harris, John Ashton, Amy Ryan (sterk als de white-trash moeder van het kind), Amy “Carnivàle” Madigan, Titus “Deadwood” Welliver en Morgan Freeman tot een geheel samenvoegt. Lang niet de beste film op het festival maar een goed gemaakte misdaadthriller waar Affleck terecht trots op kan zijn. Zijn Gone Baby Gone verdient zeker een plaats naast het solide maar overschatte Mystic River.
 
*** Een van de meest pretentieloze films op het Filmfestival was ongetwijfeld Tom DiCillo’s Delirious. Steve Buscemi is Les Galantine, een egotrippende paparazzo, die kiekjes schiet van alom aanbeden idolen. Als hij de zwerver Toby (een zich volop op zijn Leonardo DiCaprio-achtige imago stortende Michael Pitt) ontmoet gaan de poppen aan het dansen. Les wil Toby wegwijs maken in de wereld van de fotografie maar dan wordt Toby “ontdekt” als een jonge, beloftevolle acteur. De twee komen lijnrecht tegenover elkaar te staan. Delirious is een grappig, soms oprecht dwaas tussendoortje over de kracht van celebrity, rioolputjournalistiek, vriendschap, mediageilheid en liefde. DiCillo weet al deze elementen wonderwel te verenigen, kan rekenen op een energieke vertolking van de immer geslaagde Buscemi, de frisse aanwezigheid van een zich duidelijk amuserende Michael Pitt en schuwt enkele zwartkomische, schrijnende taferelen niet (zoals de scène waarin Les zijn ouders probeert te overtuigen van het belang van zijn job). Aangenaam filmpje!
 
** Het Filmfestival pakte dit jaar uit met een blik op het oeuvre van producent/regisseur/schrijver Walter Hill. Vooral zijn westerns en cultfilms (zoals The Warriors) werden belicht en ook zijn jongste project, de meer dan drie uur durende en met Emmy-Awards bekroonde televisiefilm Broken Trail uit 2006, werd integraal tijdens het Festival getoond. In Broken Trail zien we Robert Duvall als een oude cowboy die samen met zijn neef (Thomas Haden Church) een grote groep paarden naar Wyoming leidt. Onderweg ontmoeten ze een slavenhandelaar en zijn nieuwe vangst: vijf Chinese jongedames op wie enkel een leven in de prostitutie wacht. Ze redden de meisjes en besluiten zich over hen te ontfermen. Broken Trail is een weinig ambitieuze, bewust ouderwetse western die Hill (die de laatste jaren, op de pilootaflevering van Deadwood na, veel van zijn geloofwaardigheid verloren had) terug “in het zadel plaatst”. Technisch is de film, zelfs naar televisienormen weinig opvallend, met om de haverklap “rustpauzes” die ongetwijfeld door reclameblokken werden opgevuld op de Amerikaanse beeldbuis. Thomas Haden Church levert rustig werk af maar het is opnieuw Robert Duvall die op zijn oude dag de show steelt. Zijn rol lijkt erg op het personage dat hij ook al in Kevin Costners Open Range speelde en toont weinig nieuws maar de ene scène waarin we een klein beetje meer informatie krijgen over wie deze man is kan zelfs door een erg middelmatige beeldregie en een tergend traag scenario niet worden verpest.
 
** In 1972 zagen we hoe Michael Caine en Laurence Olivier, twee grootmeesters van de Britse acteerkunst, lijnrecht tegenover elkaar stonden in Sleuth, een adaptatie van Anthony Shaffers gelijknamige toneelstuk over een rijke kerel en de minnaar van diens vrouw. Als de bedrogen man zijn jonge rivaal bij hem uitnodigt is dat het begin van een mentaal spelletje dat steeds meer uit de hand dreigt te lopen. Anno 2007 vond Shakespeare-dweper Kenneth Branagh het nodig om dit verhaal opnieuw te verfilmen en hij maakte er een overdadig geregisseerde, doch niet oninteressante mislukking van. Michael Caine vertolkt hier de rol van de enigmatische bedrogen man en krijgt weerwerk van Jude Law (die eerder ook al Caine’s rol op zich nam in de remake van Alfie). Aanvankelijk lijkt de film een bloedspannende thriller te worden maar de vele plotwendingen, de soms hysterische vertolking van Jude Law (die dan weer wel duidelijk geniet van de kans om naast Caine te mogen staan) en de voortdurende visuele trucjes maken er een narratief zooitje van. Caine is wel uitstekend maar ook hij kan niet verhinderen dat de finale niet de broodnodige uppercut is die de makers ongetwijfeld hadden bedoeld.
 
** Vorig jaar won Anders Morgenthalers bevreemdende animatiehybride Princess de jongerenprijs op het filmfestival. Dit jaar stond Morgenthalers film Ekko minder in de kijker maar dat maakt het resultaat er niet minder eigenaardig op. In deze “Echo” volgen we een man die zijn zoontje naar een verlaten villa heeft ontvoerd. Hij wil er een laatste keer tijd doorbrengen met zijn zoon vooraleer hij door de autoriteiten en zijn moeder definitief bij hem wordt weggehaald. In het huis wachten enkele demonen uit het verleden en terwijl het zoontje steeds moeilijker te handhaven wordt en de invloed van de buitenwereld onafwendbaar blijkt moet de vader de trauma’s uit zijn eigen jeugd onder ogen zijn. Een horrorfilm, een drama, een tragikomedie, een dubieuze jeugdfilm… Ekko is dit alles en meer. Alleen, de film maakt nergens een keuze en blijft zo’n typisch Filmfestivalcuriosum. Wie het heeft gezien zal het niet gauw vergeten maar de anderen hebben nu ook niet meteen iets belangrijks gemist. Film- en Prison Break-liefhebbers dienen uit te kijken naar de “schreeuwerige” cameo van Peter Stormare!
 
** It’s Not You, It’s Me (of No sos vos, soy yo) is een Argentijnse romantische komedie uit 2004 (!!) die om een of andere reden in het festivalprogramma verzeild is geraakt. Het is een bijwijlen ludieke, glimlach veroorzakende prent waarbij wij ons vooral afvroegen waarom ze dit in Hollywood nog niet als een remake naar voren hebben geschoven (of misschien wel; deze rom-coms lijken toch allemaal op elkaar). Diego Peretti, die het hoofdpersonage Javier speelt, weet de neurotische, door de liefde in de steek gelaten protagonist goed te vertolken maar het scenario is doorzichtig en de gebeurtenissen cliché. Plezant zolang het duurt maar om daarna meteen weer te vergeten.
 
** Een oude trees ontfermt zich in een vrouwengevangenis over een hyperexplosieve jonge moordenares. De bejaarde pianolerares geeft al sinds mensenheugenis pianoles aan vrouwelijke criminelen van allerlei allooi. Musica delenit bestiam feram in het Latijn; music soothes the savage beast in het Engels. Vier Minuten vertelt in stukken en brokken het verhaal van de lerares en de getroubleerde leerlinge. Regisseur Chris Kraus is niet zuinig op clichés en holle symboliek. De vier minuten uit de titel slaan op de enige vier minuten van de film die deugen en ze zitten helemaal op het eind. Na de voorspelbare aanloop, extra zwaar verteerbaar door de theatrale manier van acteren, ontploft de film toch nog. De slotscènes zijn grandioos maar ze doen de 108 slappe minuten die eraan voorafgaan niet vergeten.
 
** Moeite noch kosten zijn gespaard om van UPA! Una Pelicula Argentina de hype van het festival te maken. Dat is niet helemaal gelukt, vooral omdat de film niet bijzonder origineel is. De slagzin op de affiche vat het verhaal perfect samen: "In het begin willen ze samen een film maken. Op het einde willen ze enkel vermoorden." Een jonge regisseur heeft met zijn kortfilm een geldprijs gewonnen op een Noors filmfestival. Met het gewonnen geld kan hij aan zijn eerste speelfilm beginnen. Hij is van plan de meest eigenzinnige onafhankelijke Argentijnse film aller tijden te maken maar wordt al gauw geconfronteerd met lastige producers, nukkige actrices, vriendschappen die kraken en zijn eigen onvoorspelbare karakter. UPA bevat grappige scènes, maar slaat de bal even vaak mis als raak. Als relativering van de bloedserieuze Argentijnse cinema heeft het filmpje verdiensten maar in zijn geheel is UPA een pluimgewicht.
 
* Hoeveel extreme close-ups kan een kijker verdragen in een film. Ongeveer vijfentachtig minder dan er in Tussenstand zitten. En waarom filmt Mijke De Jong de gesprekken tussen een gescheiden koppel telkens vanachter het hoofd van een van de twee? Dat is nog niet zo erg. Maar waarom filmt hij zo vaak die achterhoofden van belachelijk dichtbij? Waarom, waarom, waarom? Het doet er niet zoveel toe. Tussenstand is een irritante film.
 
De films die de komende weken en maanden in de reguliere bioscoopprogrammatie opduiken krijgen dan een uitgebreidere recensie – afhankelijk van de recensent van dienst met een andere sterrenquotatie.
PLANEET CINEMA

Planeet Cinema is een online filmmagazine. We bekijken films zonder grenzen: oud of nieuw, populair of obscuur.

We geven graag nieuw schrijftalent de kans om online te publiceren.

Planeet Cinema beschikt over een uitgebreid archief van meer dan 6.000 artikelen sinds 1993.

 

HOME
RECENSIES
ACHTERGRONDEN
FESTIVALS
KLASSIEKERS

Twitter Facebook

 

THEMA

THEMA - UIT DE KUNST
Vrouw in een mannenwereld


Met de hulp van een historica draaide de Franse regisseur Bruno Nuytten in 1988 een biopic over een van Frankrijks meest bekende vrouwelijke kunstenaars uit de negentiende eeuw. De gelijknamige film vertelt haar tragische levensverhaal begeleid door de dramatische muziek voor hoofdzakelijk strijkers van componist Gabriel Yared.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
De beeldhouwer die niet wou schilderen


Quizvraagje voor bij de barbecue: wat hebben Mozes, Johannes de Doper, Marcus Antonius, Henry VIII, Michelangelo en God de Vader zelve gemeenschappelijk? Antwoord: ze werden allemaal op film vereeuwigd door Charlton Heston.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Het spanningsveld van de kunstenaar


Een kunstschilder die in de tweede helft van de negentiende eeuw in het zog van het impressionisme op de kunstscène verschijnt, is Auguste Renoir. Deze Fransman die ongeveer 6000 schilderijen maakte, is echter niet de enige kunstenaar die Gilles Bourdos met de film Renoir in de verf zet.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Genialiteit ondergedompeld in miserie


Quoth the raven: ‘nevermore’. Edgar Allan Poe schreef de beroemde dichtregel in 1845, en sindsdien heeft zijn raaf de populaire cultuur niet meer verlaten. Als zelfs The Simpsons je gedicht opnemen in hun Treehouse of Horrorreeks, weet je dat je het als dichter gemaakt hebt.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Pop-art tot de tiende macht


Thierry Guetta is een Fransman die in Los Angeles een tweedehands kledingzaak heeft. Via via ontmoet hij een street art-kunstenaar en hij – notoir allesfilmer – springt bij en filmt alles. Meer street art-kunstenaars laten zich filmen. Een idee voor een documentaire is geboren. Maar er is iets loos. Guetta zal niet rusten voor hij alle kunstenaars heeft gefilmd. Hij ontmoet er veel. Maar er ontbreekt er een: Banksy, die intussen wereldberoemd is geworden met zijn ironische street art.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Wie is er bang van Alfred Hitchcock?


In 2012, meer dan 30 jaar na zijn dood, verschenen er plots twee films over het leven van Alfred Hitchcock. Het mag een wonder zijn dat het zolang geduurd heeft. Hitchcock was een mysterieus man en een gedroomd object voor een biopic.

>>>

UIT HET ARCHIEF

Foto: Buena Vista
HOLES
Wie een kuil graaft voor een ander...
>>>