Meteen naar de tekst springen
Weinstein Co.

INDEX >> FESTIVALS >> 26ste BRUSSELS INTERNATIONAAL FESTIVAL VAN DE FANTASTISCHE FILM

26ste BRUSSELS INTERNATIONAAL FESTIVAL VAN DE FANTASTISCHE FILM
Het dagboek van de dood

 

Hans Dewijngaert  /  Steve De Roover  /  Jos Wolffers | 31/03/2008


Share/Bookmark

Van 27 maart tot 8 april leverde Moviegids, de knoflook en crucifix dapper in de hand, strijd met de vampiers, zombies, ondoden en ander zootje ongeregeld die in en rond Tour & Taxis in Brussel ronddwaalden. De oogst van het 26ste Internationaal Festival van de Fantastische Film vegen we hieronder op een hoopje.

Stuck
Regisseur Stuart Gordon maakte zich midden jaren tachtig onsterfelijk bij horden horrorfans, door achtereenvolgens het briljante Re-Animator en het heerlijk decadente From Beyond te draaien. Hoewel er nog diverse interessante projecten volgden, evenaarde hij nooit meer zijn eerste twee meesterwerken en dit bleef hem een beetje achtervolgen. Maar Gordon geeft niet zomaar op en Stuck bewijst dat de aanhouder hoe dan ook ooit wel eens wint. De op ware feiten gebaseerde prent is zonder enige twijfel één van de beste films die de populaire horrorcineast in zijn lange carrière gerealiseerd heeft. De Amerikaanse filmmaker heeft zoals vanouds de teugels strak in handen en het geheel is boeiend, vlot en met zijn gekende visie en flair ingeblikt. De voor een Oscar genomineerde Stephen Rea is perfect gecast en ook Mena Suvari wist ons zeer aangenaam te verrassen. Hoewel Stuck helemaal geen typische rechttoe rechtaan horrorfilm is, duiken er toch enkele uitermate grimmige en bloedige scènes op. De speciale make-upeffecten zien er geweldig uit en zoals steeds in het ‘Stuart Gordon-universum’ is al de vettigheid en prettigheid gekruid met heerlijk venijnige donkere humor. Kortom, Stuck is een comeback van jewelste voor Stuart Gordon! Waardering: *** (Steve De Roover)

Frontiere(s)
Waar moeten we onze lofzang starten? Hoewel Frontiere(s) van de talentvolle Xavier Gens duidelijk in het verlengde ligt van Alexandre Aja’s briljante Haute Tension, en tevens schatplichtig is aan Tobe Hooper’s klassieker The Texas Chainsaw Massacre, heeft de film een onmiskenbare eigen identiteit. De film start als een typisch Franse urban-thriller, die zich afspeelt tijdens de presidentsverkiezingen in de turbulente buitenwijken van Parijs. Het geheel is uiteraard voorzien van flitsende montage en snedige Franse hiphop, maar vergis je niet want voor je het weet, draait Frontiere(s) uit op wellicht één van de hardste, goorste en meest grimmige horrorfilms die we in lange tijd gezien hebben (en dat wil écht wel iets zeggen!). Hoewel de prent bevolkt wordt door een zootje ongeregeld, leef je de hele tijd mee met de akelige avonturen van de personages. Er wordt uitstekend geacteerd en Samuel Le Bihan bewijst opnieuw wat voor een straf acteur hij wel niet is. Maar het is echter de jonge Karina Testa die het meeste lof verdient. Hoewel ze geen cliché schreeuwkoningin is, neemt ze op verbluffende wijze het publiek mee in het sterkste staaltje van survival aller tijden. Xavier Gens verdient overigens lof om nergens de ‘softie’ uit te hangen, want Frontiere(s) is zonder twijfel een debuut met ballen. Vanaf de start grijpt deze mokerslag van een Franse prent het publiek bij de strot en laat deze pas na de furieuze climax los. Frontiere(s) is echt zo één van die films die je moe, vuil en bezweet achterlaat in een bioscoopstoeltje. Een film waar je angstig van achterom kijkt als je ’s nachts alleen over de straat loopt… Vergeet Saw en Hostel, want dit is het echte werk! Waardering: ***1/2 (Steve De Roover)

The Mother Of Tears: The Third Mother
Door de heropleving van het horrorgenre dat al een tijdje aan de gang is, kreeg de nog steeds erg geliefde Italiaanse horrormaestro Dario Argento eindelijk de kans om zijn geliefde en succesvolle “Three Mothers”-trilogie af te sluiten. Het is vanaf de openingcredits dan ook duidelijk dat de wereldberoemde horrorcineast niets aan het toeval wil overlaten. Het zit niet alleen ongelooflijk snor qua muziek (Claudio Simonetti), maar ook qua special effecten (Sergio Stivaletti) en de cast (Asia Argento, Udo Kier en Daria Nicolodi) is het smullen geblazen. Helaas wordt het al snel duidelijk dat de ongekende hoogtes van Suspiria – het eerste en nog steeds beste deel in de trilogie – nergens gehaald zullen worden in The Mother Of Tears. Daarvoor is het door Argento geschreven verhaal te warrig, de dialogen te houterig en dan hebben we het nog niet eens gehad over het bij momenten buitenmatig knullige acteerwerk. Toch is het sluitstuk uit de trilogie uitermate entertainend te noemen. Alleen al de geweldig sappige moordsequenties, knap onderlijnd door Simonetti’s heerlijk bombastische en met duivelse koren aangedreven soundtrack, zijn de prijs van een bioscoopticketje waard. Verder tovert de regisseur de meest bizarre plotwendingen uit zijn hoge hoed, zodat je door de totale verbazing en verwarring zelfs door de meest goedkope schokeffecten tegen het plafond springt. De fans in het afgeladen volle Tour & Taxis konden duidelijk de directe links naar Suspiria en Inferno appreciëren en beloonden de film - om al zijn enthousiaste onnozelheid - met een oorverdovend applaus. Waardering: **1/2 (Steve De Roover)

Flick
Het zombiegenre heeft de afgelopen jaren al talloze mutaties ondergaan (van nazi-zombies tot zombie-strippers), maar wat ons betreft is een rock&roll-zombiefilm toch weer iets nieuws. Helaas is het frisse uitgangspunt zowat het enige dat Flick echt boven de massa doet uitsteken. De eerste langspeelfilm van David Howard is namelijk niet meer dan een klassieke wraakfilm, met alle beperkingen van dien. Hugh O'Connor speelt de verlegen Johnny 'Flick' Taylor die de knappe Sally ten dans wil vragen. Hij raakt echter slaags met haar bezitterige vriendje, en dezelfde avond rijdt Johnny zich te pletter in het kanaal. Vijftig jaar later wordt zijn lijk ontdekt en dankzij de muzieksmaak van de lokale dj wordt Johnny weer tot leven gewekt. Regisseur Connor heeft duidelijk gevoel voor stijl (de Sin City-achtige look is erg geslaagd) en ook met de muziek en de acteerprestaties zit het wel snor. Maar toch kan Flick niet écht boeien. Daarvoor is het plot niet voldoende gefocust en wordt er gewoon té veel geleurd (vooral Faye Dunaway krijgt onfatsoenlijk veel screentime). Connor krijgt een flinke pluim voor de moeite, maar wellicht zal zijn talent en vindingrijkheid in een volgend project beter tot zijn recht komen. Waardering *1/2 (Jos Wolffers)

The Rage
Onder de echte gorehounds wordt Robert Kurtzman op handen gedragen. Kurtzman stond aan de wieg van de make-up- en effectenstudio KNB en verzorgde inventieve en gruwelijke effecten voor From Dusk Till Dawn, Army of Darkness, Scream en talloze andere genrefilms. Met The Rage wilde Kurtzman naar eigen zeggen een schaamteloos vermakelijk gruwelfestijn draaien, speciaal voor de fans. Helaas is dat in alle opzichten mislukt. The Rage lijkt wel een amateurproductie die door een groepje ongetalenteerde filmstudenten in elkaar is geflanst. De film werd gedraaid op spotgoedkope high-def video, wat het geheel er enkel maar goedkoper doet uitzien. Ook de shotkeuze en montage is ondermaats, amateuristisch en beschamend, zeker voor iemand die al jaren in Hollywood zijn boterham verdient. Enkel met de make-up zit het (zoals verwacht) wel goed. Kurtzman laat zich helemaal gaan en dompelt zijn hoofdrolspelers letterlijk onder in het bloed en de ingewanden. Helaas zijn de digitale speciale effecten dan weer om te huilen. Pluk een willekeurige b-monsterfilm uit de onderste rekken van de videotheek en je zult betere effecten zien dan in The Rage. Ongetwijfeld moet dit onding leuk zijn geweest om te maken (horroriconen Andrew Divoff en Reggie Banister vermaken zich uitstekend), maar zelfs de meest geduldige filmkijker zal moeite hebben dit gedrocht tot het einde uit te zitten. Waardering: ½ (Jos Wolffers)

Exte: Hair Extentions
Veel Japanse horrorfilms houden de maatschappij al dan niet opzettelijk een spiegel voor. Klassiekers als Ringu of Dark Water zijn uiteraard bedoeld om het publiek de stuipen op het lijf te jagen, maar zijn tegelijk ook een raak statement over hoe moderne (Japanse) ouders met hun kinderen omgaan. Thema's als verwaarlozing en mishandeling zitten ook in Exte: Hair Extentions. Dat is verrassend, want op het eerste gezicht is de nieuwste van Sion Sonno (The Suicide Club) een horrorfilm over hairextentions die uit alle mogelijke lichaamsopeningen schieten. Het werk van Sonno wordt gekenmerkt door een stevige sociale inslag, en ook in Exte krijgt het dramagedeelte even veel aandacht als het horrorgedeelte. Dat levert een bijzonder interessante, maar ook wat onevenwichtige film op. Chiaki Kuriyama speelt een jonge kappersleerling Yuko die plots het hoederecht krijgt over het dochtertje van haar zus. Het meisje is jaren zwaar mishandeld en snakt naar affectie. Maar ook Yuko heeft niet veel tijd voor haar, zeker nu ze naast haar kappersstudie ook de strijd moet aangaan met dodelijke extentions. Regisseur Sonno zit duidelijk niet om gruwelijke ideeën verlegen, maar verliest naar het einde van de film toch wat de controle. Bovendien onderschat hij de impact die het kleine mishandelde meisje heeft op het publiek. De manier waarop de hoofdpersonages met haar omgaan, is schokkender om te zien dan een pluk haar die uit een oogbol puilt. Waardering: **1/2 (Jos Wolffers)

Jack Brooks, Monster Slayer
Veel jonge filmmakers zijn grootgebracht op een dieet van jaren '80-horror en proberen de fun van die goeie ouwe tijd door te geven aan het publiek van nu. Dit leidde al tot de recente boom van gruwelijke horrorfilms als Hostel, Saw en Haute Tension, en nu lijkt ook de monsterhype te zijn herboren. Regisseur John Knautz is duidelijk dol op klassiekers als An American Werewolf in Londen, Evil Dead en The Fly en probeert net als zijn grote voorbeelden een coole monsterfilm op poten te zetten zonder gebruik te moeten maken van computereffecten. En net die primitieve charme maakt van Jack Brooks, Monster Slayer een waar feest. Het duurt weliswaar iets té lang voordat de film echt op gang komt, maar zodra loodgieter Jack Brooks (Trevor Matthews) oog in oog komt met gemuteerd supermonster Robert Englund, gaan alle remmen los. Het uitstekende camerawerk, goede montage en de opzwepende muziek verbergen de budgetbeperkingen met gemak, en de indrukwekkende rubberen monsters zijn zowel hilarisch als angstaanjagend. Een échte geheimtip voor de liefhebbers van retro-monsterhorror. Waardering: **1/2 (Jos Wolffers)

Gong Tau – An Oriental Black Magic
Onder genreliefhebbers is regisseur Herman Yau vooral bekend van onnoemelijk veel rommel uit de Hongkongse Cat. III-cinema. Binnen dit keuringslabel is zowat alles toegestaan en Yau speurt al 20 jaar ongegeneerd naar de grenzen van het aanvaardbare. Dat leverde zoals gezegd tientallen prulfilms op, maar ook twee cultklassiekers: The Untold Story en het onbeschrijfelijk bizarre The Ebola Syndrome. Voor zijn nieuwste film breekt Yau een blik occulte horror open en trakteert hij zijn publiek op bakken walgelijke gore, vieze beesten, sperma-in-een-kopje en rondvliegende hoofden. Des te opvallender is echter dat onder al deze excessen zowaar een prima film schuilgaat. Mark Cheng speelt politieagent Rockman die ooit een beruchte seriemoordenaar verwondde en nu machteloos moet toekijken hoe de maniak een Gong Tau (een soort Aziatische voodoo-spreuk) over zijn vrouw uitspreekt. Samen met zijn partner probeert Rockman de banvloek op te heffen, maar verzinkt steeds dieper in een web van occulte gebeurtenissen. Het werk van regisseur Yau wordt misschien niet gekenmerkt door subtiliteit of goede smaak, maar met Gong Tau etaleert hij toch een zeker gevoel voor stijl. Het scenario zit goed in elkaar, het camerawerk is pittig, de acteerprestaties zijn prima en de film bevat voldoende shocks om zelfs de meest doorgewinterde genrefan een gevoel van onbehagen te bezorgen. Niet geschikt voor gevoelige kijkers, maar een aanrader voor gevorderden. Waardering: **1/2 (Jos Wolffers)

Shutter
Omdat Hollywood regelmatig om goede ideeën verlegen zit, wordt de mosterd steeds vaker in het Oosten gehaald. Met als gevolg dat de Aziatische horrormarkt de afgelopen jaren letterlijk werd leeggeplunderd. Helaas moesten we voor elke The Ring een The Ring Two slikken, voor elke The Grudge een The Eye. De remake van het Thaise griezelfestijn Shutter valt ergens tussenin. Joshua Jackson en Rachel Taylor mogen aantreden als pas getrouwd koppel dat naar het bruisende Tokio verkast en te maken krijgt met een opdringerig spook dat zich te pas en te onpas op allerlei foto's manifesteert. En uiteraard brengt de zoektocht naar de identiteit van het spook een aantal onfrisse geheimen naar boven. Fans van het origineel zullen merken dat het oorspronkelijke scenario tamelijk slaafs wordt gevolgd, maar gelukkig heeft de remake wel voldoende frisse invalshoeken om zijn bestaan te rechtvaardigen, vooral omdat de ontknoping van de remake donkerder is dan het origineel. Toch slaagt de Japanse regisseur Masayuki Ochiai (Infection) er niet in om de beklemmende sfeer van het origineel te benaderen. Daarvoor voelt de film vaak te “Amerikaans”. Enkel naar het einde toe spant Ochiai de spanningsboog strak genoeg aan en de sterke ontknoping mist zijn effect niet. De horrorpuristen zoeken beter origineel op, maar als het echt niet anders kan, is deze remake een prima alternatief. Waardering: **1/2 (Jos Wolffers)

Dark Floors
De ondertitel van Dark Floors luidt “The Lordi Motion Picture”. Yup, dat heeft u goed gelezen. Dark Floors is inderdaad een horrorfilm rond de gemaskerde schreeuwlelijkerds die een paar jaar geleden het Eurovisiesongfestival wonnen. Voor velen was dat al horror genoeg, maar voor de bandleden van Lordi een excuus om met hun Kabouter Plop-griezel ook de bioscopen te veroveren. Helaas heeft Dark Floors meer weg van een knullige kermisattractie dan een échte horrorfilm. Het flinterdunne scenario is een lachertje (een handjevol clichés baant zich een weg door een verlaten ziekenhuis), de acteerprestaties en dialogen om te gillen (telt u maar eens hoe vaak u het zinnetje “I want the red crayon” hoort) en de opgepompte schikmomenten even voorspelbaar als flauw. Het grootste probleem zit hem nog in de Lordi-monsters zelf. Hun maskers zijn weliswaar indrukwekkend, maar in een écht horrorsetting zijn ze even angstaanjagend als een pluizig konijntje. Zelfs de met speciale effecten overladen finale (zowat letterlijk geplukt uit de House on Haunted Hill-remake) is een spanningsloos rommeltje. Nee, Lordi is nu niet bepaald een groep waarvan we gillend van weglopen. Tenzij ze onverwacht hun nieuwste hit aanzetten, natuurlijk. Waardering: * (Jos Wolffers)

Postal
Uwe Boll is zowel een cultfiguur als een populair mikpunt van spot. Met zijn films Alone in the Dark en BloodRayne maakte hij geen vriendjes bij de traditioneel erg mondige gamersgemeenschap, en met In The Name of the King schopte hij zowat alle fantasyliefhebbers tegen de schenen. Voeg daar nog aan toe dat Dr. Boll het geld voor zijn films bij elkaar schraapt via dubieuze financiële constructies, en je hebt een man “we all love to hate”. Met Postal probeert Boll al zijn critici van repliek te dienen. In een stuurloze tirade tegen alles wat lief en heilig is, spuugt hij al zijn frustraties van zich af. Als kapstok voor zijn filmische woede-uitbarsting diende het spel Postal, dat in principe gaat over een moorddadige postbode, maar hier enkel wordt gebruikt om de gamers nog eens een flinke trap na te geven. Daarnaast lardeert Boll zijn film met racistische en politiek incorrecte moppen waar zelfs South Park-jongens voor zouden terugschrikken, bruut geweld, schietpartijen, lesbische seks en een algeheel gebrek aan respect. Dat levert een aantal leuke momenten op (de eindscène met Osama bin Laden en George W. Bush is een giller), maar over de hele lijn is Postal te traag en stuurloos om écht indruk te maken. Boll gedraagt zich eerder als een gestoorde gek die op de hoek van de straat iedereen staat uit te schelden. Maar zeg nu zelf: neemt u zo iemand serieus? Waardering: *1/2 (Jos Wolffers)

Bukarest Fleisch
Een van de meest frisse films van het festival komt uit Duitsland en is nota bene een eindwerk. De inkt op het diploma van de jonge filmstudent Andy Fetscher was nog niet droog, of hij mocht zijn debuutfilm Bukarest Fleisch al komen voorstellen op een aantal internationale filmfestivals. Terecht, want Bukarest Fleisch biedt naast een stevige portie horror ook een prima scenario en uitstekend acteerwerk. Friederike Kempter speelt de jonge Lara, die te horen krijgt dat haar ouders en zusje om het leven zijn gekomen bij een auto-ongeluk in Roemenië. Samen met drie vrienden gaat Lara naar Boekarest om de lichamen van haar familie te claimen. Gaandeweg ontdekt Lara dat hun dood echter geen ongeluk was, maar een afrekening. De vader van Lara was namelijk corrupt en zorgde ervoor dat afgekeurd en afgedankt Duits vlees via een hulporganisatie bij Roemeense straatkinderen terecht kwam. Voor zijn eco-horrorfilm had regisseur Fetscher amper 50.000 euro, maar hij gaat te werk als een echte professional. Het goede digitale camerawerk en de pittige montage (met hints naar Dogma '95 en Von Triers The Kingdom) getuigen van een opvallende zelfzekerheid. Het scenario gaat tijdens de ontknoping weliswaar wat uit de bocht (om nog maar te zwijgen over een volledig misplaatste, “kijk-eens-wat-ik-durf” lesbische seksscène), maar Fetscher is een talent om in de gaten te houden. Hij heeft al laten weten dat zijn volgende film een échte western wordt. Benieuwd hoe hij dat gaat aanpakken. Waardering: *** (Jos Wolffers)

The Broken
Regisseur Sean Ellis maakte een paar jaar geleden zo veel indruk met zijn kortfilm Cashback dat hij er meteen een langspeelfilm van mocht maken. Dat deed hij met klasse, en de lange versie van Cashback werd dé geheimtip op de internationale filmfestivals. Met zijn tweede film maakt Ellis heel bewust een stijlbreuk. The BrØken is een beheerste, stijlvolle thriller die al dan niet opzettelijk aan een aantal bekende genreklassiekers doet denken. Helaas kunnen we die invloeden hier niet vermelden omdat we anders al een groot deel van het plot weggeven. Dat is meteen ook de grootste handicap van The BrØken. De film steunt volledig op een flinterdunne premisse en om optimaal van de film te kunnen genieten, is het beter om er op voorhand helemaal niets over te lezen. Het uitgangspunt is voldoende: Gina McVey (Lena Headey) ziet op een dag haar exacte dubbelgangster voorbij rijden. Ze is er zo van onder de indruk dat ze even niet goed oplet en in een vreselijk verkeersongeval terecht komt. In het ziekenhuis denken de dokters dat Gina er een lichte hersenbeschadiging aan heeft overgehouden, en ook Gina begint te twijfelen aan de realiteit om haar heen. Qua sfeer en opbouw doet The BrØken nog het meest denken aan Birth van Jonathan Glazer. Net als Glazer kiest Ellis voor een subtiele opbouw met een broeierige sfeer, geheimzinnige gebroken spiegels en een aantal meesterlijke spanningsmomenten. De ontknoping is zelfs zo subtiel dat veel kijkers wellicht op hun honger blijven zitten. Ellis gaat nooit voluit en geeft zijn publiek slechts kleine hints van wat er de personages al dan niet te wachten staat. Wonderlijk en eigenzinnig, en opnieuw het bewijs dat Ellis beslist niet binnen de lijntjes kleurt. Waardering *** (Jos Wolffers)

Dr. Hell (Doctor Infierno)
Doctor Infierno moest zo'n beetje het Spaanse antwoord worden op The Matrix, Godzilla en Braindead, maar dan gemixt in één handige film. Kon niet misgaan, dachten we bij onszelf, maar helaas is Paco Limon géén Peter Jackson, Ishiro Honda of Larry en Andy Wachowski. De man probeert hier en daar wel vernuftig uit de hoek te komen, maar dan wordt het al snel pijnlijk duidelijk dat er bijzonder weinig geld voor handen was (budget: 20.000 euro). De speciale effecten zijn hallucinant slecht en hetzelfde kunnen we zeggen over de compleet lachwekkende actiescènes. We hebben weliswaar nog nooit iemand afgerekend op een laag productiebudget, maar het grote probleem met deze Doctor Infierno is dat er ook voor de rest geen scheet te beleven valt. Het compleet van de pot gerukte verhaal is te onnozel voor woorden, de regie belachelijk amateuristisch, de humor infantiel en de weinig charismatische cast lijkt absoluut de records te willen breken in de categorie “stuitend slecht acteren”. In al die jaren op het Brusselse Internationaal Festival van de Fantastische Film hebben we al het één en ander ondergaan, maar het is toch al jaren geleden dat we het nog eens zo moeilijk hebben gehad om de drang te onderdrukken om niet simpelweg recht te staan en buiten te gaan. Kortom, deze hysterische Spaanse low budget farce is werkelijk te mijden als de pest. Waardering: 0 (Steve De Roover)

Los Cronocrímenes (Timecrimes) 
De tijdlijn is geen rechte, maar een kromme. Tenminste, dat leren we in de knappe, inventieve en spannende tijdreisthriller Los Cronocrímenes. De Spaanse regisseur Nacho Vigalondo verbaasde vier jaar geleden als 26-jarige knaap met zijn op diverse festivals bekroonde kortfilm 7:35 de la mañana. Met zijn eerste langspeler bevestigt hij zijn kundigheid als filmmaker. Films met tijdreizen als onderwerp vormen vaak een onontwarbaar kluwen dat na verloop van tijd elke logica tart. Niet zo bij Vigalondo's eigen scenario dat zo strak uitgewerkt is dat er geen speld tussen te krijgen is. Opmerkelijk is dat hij verschillende scènes vanuit andere perspectieven aan de toeschouwer toont. Dat levert wat puzzelwerk op, maar het eindbeeld klopt perfect. De solide Spaanse acteur Karra Elejalde (Los Sin nombre) draagt bijna de hele film op zijn eentje. Een bevreemdend telefoontje in het nieuwe huis dat hij met zijn vrouw betrekt, is het startpunt voor een maalstroom van ellende. Nadat hij door een omzwachtelde man aangevallen wordt, belandt hij in een vreemde faciliteit waar een wetenschapper werkt aan een tijdreismachine. Met slechts een drietal locaties en een miezerig budget serveert Nacho Vigalondo een vindingrijke, nagelbijtende thriller. Waardering: *** (Hans Dewijngaert)

The Wizard Of Gore
Het betreft hier een remake van de gelijknamige Herschell Gordon Lewis-klassieker, ingeblikt door genrebelofte Jeremy Kasten (All Souls Day, The Thirst) en met cultfavoriet Crispin Glover op de affiche. Regisseur Kasten kiest voor een groezelig film-noir sfeertje en focust zijn prent op de detective Edmund Bigelow, ingevuld door Kip Pardue. Een keuze waar we ons niet helemaal in konden vinden, omdat illusionist Montag the Magnificent – toch de attractie van The Wizard Of Gore – zo wat op het achterplan verdwijnt. De momenten waar hij wél in opduikt worden mooi gedomineerd door Crispin Glover, die zijn heerlijk excentrieke zelf weer volledig kan laten gaan in een over-the-top performance. Kasten heeft schijnbaar een voorliefde voor genre-acteurs omdat verder ook nog Brad Dourif, Bijou Phillips en een totaal onherkenbare Jeffrey Combs opduiken. Helaas is het acteerwerk over het algemeen behoorlijk pover. Vooral Brad Dourif en Kip Pardue lijken enkel en alleen aanwezig te zijn voor de cheque. The Wizard Of Gore is verder met weinig zwier ingeblikt en ook narratief lijkt Kasten niet de sterkste te zijn. Herschell Gordon Lewis, “The godfather of gore” zelf, stopte het origineel tot aan de nok vol met gore toestanden, maar ook daar faalt deze moderne versie miserabel. Er is wel wat bloed en dergelijke te zien, maar het blijft allemaal nogal proper en braafjes. Als je enkele Suicide Girls moet gebruiken om je film levendig te houden, dan weet je wel hoe laat het is… Waardering: * (Steve De Roover)

Eden Log
Ook sciencefiction staat steevast op de menukaart van het BIFFF, ook al wordt het genre de laatste jaren eigenlijk steeds minder beoefend. Voor regisseur Franck Vestiel een goede kans om weer eens iets nieuws te proberen binnen het genre. Vestiel begon zijn carrière als regieassistent en werkte onder meer aan bekende Franse producties als Blueberry, Ils, Nid de Guêpes en La Sirène Rouge. Voor Eden Log staat Vestiel voor het eerst zelf achter de camera, helaas met gemengd succes. Eden Log is strikt gezien scifi, maar vraag ons niet om te vertellen hoe de vork in de steel zit. Wij hebben Eden Log ervaren als een lange aaneenschakeling van bizarre gebeurtenissen en plotwendingen, die elkaar zonder enige noemenswaardige logica opvolgen. Clovis Cornillac speelt een man met geheugenverlies die ontwaakt in een modderplas en zich op kracht van een aantal vage hints door een ondergronds doolhof baant, op zoek naar ... euhm ... een boom die de wereld van alternatieve energie voorziet. Of zoiets dergelijks. Eden Log laat zich misschien nog het best bekijken als uit de hand gelopen video-experiment, of als vleesgeworden wensdroom van een regisseur met veel visuele flair, maar een tragisch gebrek aan narratieve kwaliteiten. Het verzorgde camerawerk, de goede setdesign en originele soundtrack is nog enige wat Eden Log enigszins de moeite waard maakt. Voor de rest is dit slaapverwekkend pompeuze onding eigenlijk niet om aan te zien. Waardering: * (Jos Wolffers)

Le Prince de ce Monde
Gezien de grote hoeveelheid sterke Belgische films van de afgelopen jaren mag u het ons niet kwalijk nemen dat we stiekem uitkeken naar Le Prince de ce Monde. Helaas doet het speelfilmdebuut van regisseur Manuel Gómez ons eerder denken aan de trieste jaren tachtig, de periode waarin de Belgische filmindustrie door haar diepste dal ging. Gómez beloofde de stampvolle Grote Zaal een “occult horrorfestijn, niet geschikt voor gelovige zieltjes”, maar wat we te zien kregen was een armoedige, hilarisch slechte amateurproductie (note bene betaald door de Franstalige Gemeenschap) waarin zangeres Lio, Jean-Henri Compère en Jean-Claude Dreyfus zich volstrekt belachelijk maken. Het scenario raakt kant nog wal (iets met een priester die in de handen valt van een occulte sekte) en heeft niet eens een fatsoenlijk einde, en het camerawerk is zo amateuristisch dat zelfs de plaatselijke videoamateurs beter werk hadden geleverd. Maar dan hebben we nog geen antwoord op de vragen hoe Laurent Lucas in dit onding verzeild is geraakt, hoe de productie de steun heeft gekregen van de Franstalige Gemeenschap en waarom de organisatie dit prul überhaupt op het programma wilde zetten. Waarschijnlijk zijn de producenten erin geslaagd Le Prince de ce Monde te verkopen als “de nieuwe Calvaire”. En dat terwijl het eindresultaat meer lijkt op iets dat de Belgische trashproducent James Desert (Engine Trouble) op een regenachtige zondagmiddag in elkaar heeft geprutst. Waardering: ½ (Jos Wolffers)

Ekusu Kurosu: Makyô Densetsu (X-Cross)
Diegenen die de Aziatische cinema een beetje volgen, weten dat Japanse filmmakers zich erg bewust zijn van hun doelgroep. Meer nog dan in de Amerikaanse filmindustrie worden Japanse mainstreamers vaak nauwkeurig toegesneden op één specifiek kijkerspubliek. Dat is ook het geval voor X-Cross. Achter de gruwelijke façade van rituele moorden en verminkingen schuilt namelijk een makke horrorthiller, specifiek bedoeld voor ... jawel: tienermeisjes. X-Cross is misschien niet zo “girly” als Cutie Honey of Yo-Yo Girl Cop, maar regisseur Kenta Fukasaku (de zoon van de legendarische Kinji Fukasaku) is toch duidelijk niet vies van glitternagellak, roze schaduwen (!), chatten en giechelen. De twee hoofdrolspeelsters zijn bovendien de helft van de speelduur bezig met bellen of sms'en, wat X-Cross misschien wel tot de eerste échte gsm-thriller maakt. Helaas staat daar tegenover dat het scenario halverwege verschrikkelijk ontspoort. De opbouw is nog best aardig (Fukasaku maakt handig gebruik van een Rashomon-achtige vertelstijl), maar zodra de twee meisjes het geheim achter een reeks rituele moorden ontdekken, verzandt X-Cross in een reeks doelloze achtervolgingen waarbij de hoofdrolspeelsters op de meest onmogelijke momenten uitgebreid over hun gevoelens beginnen te discussiëren. Enkel een paar leuke actiescènes en een hilarische bitchfight met een gigantische schaar en een kettingzaag redden dit spanningsloze vehikel van de allerlaagste score. Waardering: *1/2 (Jos Wolffers)

I Know Who Killed Me
Het nieuwe vehikel van Lindsay Lohan loopt sinds deze week ook in de reguliere bioscoopzaal, maar dat betekent niet dat de kwaliteit hoog is. Het lijkt wel alsof La Lohan niet alleen privé op het verkeerde pad is gesukkeld, maar dat ook haar carrierekeuzes niet van de slimste zijn. Het verhaal gaat over een tiener die op een avond een afspraakje misloopt na een voetbalwedstrijd en vermist geraakt. Het meisje weet – in tegenstelling tot zovele andere torture porn films – uit de handen van een psycvhopatische moordenaar te ontsnappen, maar blijkt, eens in het ziekenhuis, te denken dat ze een andere persoonlijkheid heeft. Het idee is zo gek nog niet, maar de uitwerking is werkelijk van de pot gerukt. De film werd in die mate afgekraakt door de Amerikaanse filmpers, dat I Know Who Killed Me in maart een nieuw record vestigde bij de uitreiking van de Razzies: acht beeldjes! Waardering: * (Hans Dewijngaert)

Doomsday
Als er één film is waar we dit jaar op de redactie enorm naar uitkeken, was het wel Neil Marshall’s Doomsday. De prent, die het best te omschrijven valt als een openlijke liefdesbrief aan het adres van John Carpenter, George Miller en jaren ’80 genrecinema, is een energieke en bikkelharde postapocalyptische sciencefiction/actieprent met een uitstekend gecaste Rhona Mitra in de hoofdrol. Deze beeldschone Britse actrice, die eindelijk eens een deftige hoofdrol op haar filmografie mag schrijven, tackelt de rol van harde tante Eden perfect. Je zou het haar op het eerste gezicht niet nageven, maar je gelooft na een tijdje echt dat deze knappe agente grotere ‘cojones’ heeft dan Snake Plissken en “Mad Max” Rockatansky bij elkaar! Het verhaal gaat soms wat verloren in de oorverdovende explosie van hyperkinetische actie, kannibalisme, sadomasochisme, gitzwarte humor en gore toestanden, maar dat kan en mag de pret niet drukken. De bombastische soundtrack van genrefavoriet Tyler Bates pompt de adrenaline enkel maar verder door en blies bijna letterlijk het dak van het Tour & Taxis gebouw, waardoor het anders zo ambiancerijke BIFFF-publiek regelmatig compleet stil werd. De immer sympathieke Marshall polste tijdens de Q&A even of wij hetzelfde hadden opgemerkt, maar geen nood mijnheer Marshall, want bij de rollen van de eindcredits barstte een luidkeels en enthousiast applaus los. Doomsday is dan ook een onvervalste rollercoaster ride, met een moddervette knipoog naar de jaren tachtig. Anarchie zowaar! Om het met de woorden van Neil Marshall te zeggen: prepare for D-Day! Waardering: *** (Steve De Roover)

Vikaren (The Substitute)
Iedereen heeft in zijn jeugd wel eens een eigenaardige leraar gehad, iemand die je maar moeilijk kon doorgronden en die je zelfs met verenigde inspanningen niet klein kreeg. Ulla (Paprika Steen) is zo'n lerares. Ze werkt als invalster voor het Deense Ministerie van Onderwijs en komt op een dag voor de klas van de 13-jarige Carl (Jonas Wandschneider) te staan. Carl en zijn klasgenoten zijn erg onder de indruk van Ulla, maar hebben ook het gevoel dat er iets niet pluis is met haar. Want waarom weet ze het antwoord op al hun vragen? En waarom lijkt ze precies te weten wat iedereen denkt? Maar vooral: waarom heeft ze altijd een merkwaardige zilveren bol in haar handtas? Regisseur Ole Bornedal (bekend van de ijzingwekkende thriller Nattevagten en de Amerikaanse remake Nightwatch) windt geen doekjes om het geheim van Ulla (daar zorgt de hilarische openingsscène met een platte kip wel voor), maar slaagt er toch in om een dijk van een thriller in elkaar te zetten waarbij je alles wat je ziet keer op keer in twijfel trekt. Vikaren is weliswaar bedoeld voor een jeugdig publiek, maar regisseur Bornedal weet ook dat je jongeren niet hoeft te betuttelen: tieners zijn immers dol op een stevige portie spanning en griezel. Vikaren is dus opgebouwd als een échte volwassenenthriller, met een goede spanningsboog, vindingrijke speciale (monster)effecten en zwarte humor. Maar wat belangrijker is, de tieners zijn échte tieners: ze zijn brutaal, leep, nieuwsgierig en vloeken als ouwe zeerotten. Doe daar nog de ijzersterke acteerprestaties van de hele cast bij (vooral de hilarische Paprika Steen krijgt een pluim), en je hebt een film waar jong en oud van zal smullen. Waardering: *** (Jos Wolffers)

A L'Interieur
À l'intérieur komt even hard aan als de brandblusser die in Gaspar Noé's Irréversible een gezicht tot appelmoes herleidt. De film is de bloederigste, strafste en gewaagdste mainstream horrorfilm van de laatste jaren. Dat is geen sloganeske reclametaal, maar de keiharde werkelijkheid. Vanaf het moment dat de naamloze moordenares (Béatrice Dalle) haar intrede maakt en het gemunt heeft op het ongeboren kind van een zwangere vrouw (Alysson Paradis), barst het geweld met vulkanische kracht los. De bloederige eruptie vol pijn en angst is genadeloos, beestachtig, onmenselijk. Debutanten Alexandre Bustillo en Julien Maury zuigen de kijker, begeleid door een sobere regie en een industriële soundtrack, op in een gitzwarte maalstroom. Dat ontging Hollywood niet. Het regisseursduo mag als volgende project de Hellraiser-remake regisseren. Waardering: *** (Hans Dewijngaert)

[Rec]
Tien jaar gelden verraste The Blair Witch Project vriend en vijand door met de camera op de schouder door de bossen te trekken. Dat de handheld camera ook vandaag nog effectief is, bewijst de Spaanse film [Rec] waarin een ambitieuze reporter en haar cameraman vast komen te zitten in een appartementsgebouw waar een virus is uitgebroken dat pure razernij veroorzaakt. De camera van de twee hoofdrolspelers is het oog waarmee de toeschouwer naar de gebeurtenissen kijkt. De manier waarop met de camera op de schouder heen en weer gehost wordt, mag dan wel nauwelijks vernieuwend zijn, effectief is het trucje wel. De montage is bonkig en hypersnel. De camera zwiept van hot naar her, dendert trappen op, botst tegen muren en deuren. Regisseur Balagueró houdt het tempo strak. Tijd om even op adem te komen niet. [Rec] is een enerverende, zenuwachtige, jachtige film. Het claustrofobisch, enge gevoel bereikt een bijna ondraaglijk orgelpunt wanneer Angela en Pablo op het einde van de film naar een zolder vluchten. Helaas vergeten de makers in hun chaotische beeldenstorm ook maar enige aandacht te besteden aan de personages die zich in het oog van de storm bevinden. Waardering: **+ (Hans Dewijngaert)

The Cottage
Over een stijlbreuk gesproken. Nog geen twee jaar geleden verbaasde regisseur Paul Andrew Williams vriend en vijand met zijn aangrijpende prostitutiedrama London to Brighton. Even leek hij zich zelfs te ontpoppen tot de nieuwe koning van de Britse sociale film. Maar wat blijkt? Williams is een doorgewinterde horrorliefhebber en gebruikte het succes van zijn doodernstige debuutfilm om de krankzinnige griezelkomedie The Cottage van de grond te krijgen. Williams voelt zich duidelijk thuis in het horrorgenre en kent de valkuilen als geen ander. Vandaar dat hij zich naar eigen zeggen extra heeft ingespannen om de typische horrorelementen te omkaderen met een sterk verhaal en scherpe humor. En daar is hij uitstekend in geslaagd. The Cottage begint eigenlijk als een misdaadkomedie: twee klungelende gangsters (Andy Serkis en Reece Shearsmith) proberen de rondborstige, vuilbekkende blondine Tracey (Jennifer Ellison) te ontvoeren en eisen losgeld van haar steenrijke vader. Uiteraard valt het hele plan op z'n kont, en al snel stapelen de lijken zich op. Maar wat vreemder is: net als de carrière van Williams maakt ook The Cottage halverwege een From Dusk 'till Dawn-achtige bocht en gaat het scenario een volledig onverwachte kant uit. Voor Williams de ideale gelegenheid om een aantal platgetrapte genreclichés op z'n kop te zetten en zijn voorliefde voor de slasherfilms uit de jaren '80 te etaleren. Het grote publiek heeft wellicht weinig boodschap aan The Cottage, maar voor liefhebbers van Shaun of the Dead, Brain Dead of Black Sheep is dit een echte aanrader. Waardering: *** (Jos Wolffers)

Funny Games U.S.
Een geweldfilm zonder geweld, ook dat moet kunnen op het BIFFF. De letterlijke remake van Hanekes Funny Games uit 1997 hoort eerder thuis in de kleinere bioscopen dan in de lawaaierige Grote Zaal, maar de ironie hiervan zal de organisatie waarschijnlijk niet zijn ontgaan. Funny Games is immers het slechte geweten van elke horrorliefhebber: een bikkelharde studie over geweld, machtsmisbruik en manipulatie. Een film over schijnbaar zinloze geweldplegingen waarin geweld pijn doet en de kijker ruimschoots de tijd krijgt om na te denken over de gevolgen ervan. Haneke staat bekend om zijn compromisloze stijl, maar Funny Games behoort in beide incarnaties tot zijn beste werk. Hij maakt de kijker immers opzettelijk tot medeschuldige. Een van de moordenaars (ijzingwekkend gespeeld door Michael Pitt) richt zich zelfs rechtstreeks tot de kijker, en lijkt te beseffen dat hij een publiek heeft. Als zijn hulpeloze slachtoffer Tim Roth vraagt waarom hij hem niet gewoon afmaakt, is zijn laconieke antwoord: “Omdat we nog maar halverwege zijn. Je mag de waarde van entertainment toch niet onderschatten?” Haneke had met deze remake (die op enkele verwaarloosbare details identiek is aan het origineel, zelfs tot op de decors en muziek) nog een bijkomende bedoeling: door de film in het Engels te draaien, wilde hij ook het Amerikaanse publiek (traditioneel als de dood voor ondertitels) de kans geven om zichzelf te confronteren met de zin en onzin van geweld. Ook producente en hoofdrolspeelster Naomi Watts vond dat nodig, en zette haar tanden in het project. Zij geeft de film de nodige starpower en gaat voor het oog van Hanekes camera diep door het stof. Entertainment kun je het kwalijk noemen, maar jongens wat een film! Waardering: ***1/2 (Jos Wolffers)

The Hideout
Regisseur Pupi Avati filmde de afgelopen 35 jaar een indrukwekkende cv bij elkaar, maar toch bleef het mainstreamsucces uit. Onder genreliefhebbers is Avati vooral bekend om zijn intellectuele zombiefilm Zeder en de griezelmystery The House with Laughing Windows, maar zijn andere films verdwenen al snel in de anonimiteit. Dat sombere lot ligt ook in het verschiet voor zijn nieuwste, want The Hideout is niet meer dan een kleurloze spookfilm die nooit goed op gang komt. Het verhaaltje speelt zich af in “de Verenigde Staten”, een land dat sprekend op Italië lijkt en wordt bevolkt door slecht gedubde Europeanen en b-Hollywoodsterren op hun retour. Laura Morante speelt een vrouw die net uit een instelling is ontslagen en een nieuw leven wil opbouwen als restaurantmanager. Uiteraard kiest ze daarvoor de ideale locatie: een afgelegen herenhuis met een gruwelijke geschiedenis. Al snel gebeuren er allemaal verschrikkelijke dingen, en naarmate het plot zich in een slakkengang ontvouwt, ontdekt je dat je de met veel poeha aangekondigde plotwending inderdaad al mijlenver had zien aankomen (even nadenken over de titel is eigenlijk al voldoende). Behalve wat goedgemikte (maar goedkope) shocks, het fraaie camerawerk van Cesare Bastelli en de Bernard Herrman-achtige muziek van Riz Ortolani heeft The Hideout verrassend weinig te bieden. Sterker nog, Avati lijkt wel te zijn blijven hangen in de jaren '80. Deze keer helaas geen compliment. Waardering: *1/2 (Jos Wolffers)

The Machine Girl
Japanse filmmakers lijken wel een patent hebben op krankzinnige onzin. De afgelopen jaren zijn er op het BIFFF al heel wat bizarre Aziatische horrorfilms de revue gepasseerd, maar The Machine Girl spant werkelijk de kroon. Regisseur Noboru Iguchi verdiende zijn strepen met allerhande tv-producties, kortfilms en de bizarre nudie-actiefilm Sukeban Boy en draaide met The Machine Girl een lowbudget trashfilm die alleen al omwille van uitzinnige hoeveelheid bloed en ingewanden een plaatsje verdient in de annalen van de wereldcinema. Maar daar stopt het niet. Zoals de titel al doet vermoeden, gaat The Machine Girl over het jonge Japanse schoolmeisje Ami die ontdekt dat haar broertje werd vermoord door een groep gewelddadige yakuza. Uiteraard zweert ze bloedwraak, maar tijdens haar vendetta wordt door de yakuza gevangen genomen en verliest ze een arm. Niet getreurd, want met behulp van een slimme automonteur vervangt ze de afgehakte arm door een machinegeweer en maakt ze korte metten met het tuig dat haar broertje heeft vermoord. Voor regisseur Iguchi het excuus om echt alle remmen los te gooien. En in Japanse termen betekent dat rondvliegende ledematen, machinegeweren, kettingzagen, drilboor-bh's, ninja's, hysterische acteerprestaties en algehele waanzin. Sfeer en stijl heeft het allemaal niet (Iguchi filmde het handeltje bij elkaar op spotgoedkope en spuuglelijke digitale video), maar het wordt met zo veel enthousiasme gebracht dat je er onbedoeld om moet gniffelen. Op voorwaarde dat je over een sterke maag beschikt, natuurlijk. Waardering: ** (Jos Wolffers)

Diary Of The Dead
Het is en blijft een vaststaand feit dat George A. Romero’s originele Dead-trilogie een absolute mijlpaal is in de moderne horror- en filmgeschiedenis. Toch duurde het bijna twintig jaar eer Romero Land Of The Dead eindelijk gefinancierd kreeg. Hoewel de langverwachte vierde zombiefilm de verwachtingen niet helemaal wist in te lossen, keken we toch uit naar het onafhankelijk geproduceerde vijfde deel: Diary Of The Dead. Helaas waren de lichten in de zaal nog niet goed gedoofd of uw nederige dienaar voelden al nattigheid. Onafhankelijk of niet, Diary Of The Dead is vooral een pijnlijk voorbeeld van hoe de legendarische cineast van weleer is blijven steken en opnieuw probeert te scoren met dezelfde kunstjes en truckjes. De speciale make-upeffecten zijn zonder twijfel dik in orde, maar hoewel de brave man enorm zijn best doet om de levende doden op creatieve en gore manieren het hoekje om te helpen, je hebt het allemaal al eens eerder - en vooral beter - gezien. Bovendien wordt de o zo typische sociale commentaar dit keer bijna echt in de strot van de kijker geramd. Waar is de subtiele George A. Romero die we kennen van Dawn Of The Dead? Het geleverde acteerwerk is op zijn zachtst gezegd pover en het helpt niet dat de personages saai en inspiratieloos zijn. Sommige weggerotte zombies tonen meer fut dan de ‘levende’ karakters. Een keer of twee toont George A. Romero zich van zijn meesterlijke zijde, maar dit krediet verdwijnt als sneeuw voor de zon wanneer weer één van de bordkartonnen personages opgeofferd wordt omdat het irritante hoofdpersonage ‘moet’ blijven filmen… Zucht. Je zou er bijna van gaan verlangen dat good ol’ George opnieuw wat kan gaan rondhangen in ‘development hell’ voor twintig jaar. Waardering: *1/2 (Steve De Roover)

The Oxford Murders
Regisseur Alex de la Iglesia geniet misschien niet de naamsbekendheid van een Almodóvar of Amenábar, maar sinds hij in 1996 de Gouden Raaf én de Méliès-prijs won voor zijn duivelse komedie El Día de la Bestia is de excentrieke Spanjaard een graag geziene gast op het BIFFF. Ook The Oxford Murders werd enthousiast onthaald, al vond de la Iglesia dat hij zich voor de film even moest verontschuldigen voor het feit dat zijn eerste Engelstalige film strikt gezien geen komedie is. The Oxford Murders wordt inderdaad niet gekenmerkt door de voor hem zo typische hyperkinetische zwarte humor en is eerder een stijlvolle en keurig opgebouwde whodunnit, waarin Elijah Wood en John Hurt op zoek gaan naar een moordenaar die “een oude vrouw heeft vermoord, in de woonkamer, met een kussen”. Het publiek mag meespelen en de la Iglesia strooit lustig met cluedo's die je voortdurend op het verkeerde been zetten. Voor het slimme scenario en de ijzersterke ontknoping liet de la Iglesia zich liet inspireren door het boek van Jorge Guerricaechevarría, die niet vies blijkt te zijn van hogere wiskunde en filosofie. Naast de nodige denkspelletjes bevat The Oxford Murders dus ook filosofische beslommeringen over toeval en lotsbestemming. Maar ondanks al deze boeiende elementen mist de film over de hele lijn wat vaart, en de acteerprestatie van Elijah Wood is op z'n zachtst gezegd onevenwichtig. De fans mogen echter gerust zijn. Want ook al is dit geen grand cru, de la Iglesia bewijst wel dat zijn films ook in het Engels niets van hun charme moeten inboeten. Waardering: **1/2 (Jos Wolffers)

The Eye
De reclamecampagne rond The Eye laat uitschijnen dat heel de wereld op de film zit te wachten. Dat is schromelijk overdreven. Wie alle originele, Aziatische spookfilms in de weegschaal legt met hun Amerikaanse remakes weet in welke richting de balans overhelt. De originele The Eye (Gin gwai) werd in 2002 geregisseerd door de broertjes Oxide en Danny Pang. In de remake van David Moreau en Xavier Palud speelt Jessica Alba de zelfstandige, talentvolle concertpianiste Sydney Wells, die sinds haar vijfde blind is. Na een hoornvliestransplantatie kan ze terug zien, maar meer dan haar lief is. Baadde het Aziatische origineel van de Pangs uitgebreid in sfeer, dan kiezen de nieuwe regisseurs voor een directere aanpak. De jonge, enthousiaste aanpak die ze hanteerden in hun Frans debuut Ils moet in The Eye plaatsmaken voor puur formulewerk, en dat is je reinste verspilling van talent. Het regieduo kan zich nog enigszins verschuilen achter het excuus dat er in de montage met hun film geprutst is. De geruchten doen de ronde dat Hollywoods grootste knoeier Patrick Lussier gedurende twee weken extra scènes heeft opgenomen. Het resultaat is dat er nu meer schrikscènes in The Eye zitten. Het maakt de film misschien oppervlakkig bekeken spannender, maar wie dieper graaft, stuit nu sneller op het bot. Waardering: ** (Hans Dewijngaert)

PLANEET CINEMA

Planeet Cinema is een online filmmagazine. We bekijken films zonder grenzen: oud of nieuw, populair of obscuur.

We geven graag nieuw schrijftalent de kans om online te publiceren.

Planeet Cinema beschikt over een uitgebreid archief van meer dan 6.000 artikelen sinds 1993.

 

HOME
RECENSIES
ACHTERGRONDEN
FESTIVALS
KLASSIEKERS

Twitter Facebook

 

THEMA

THEMA - UIT DE KUNST
Vrouw in een mannenwereld


Met de hulp van een historica draaide de Franse regisseur Bruno Nuytten in 1988 een biopic over een van Frankrijks meest bekende vrouwelijke kunstenaars uit de negentiende eeuw. De gelijknamige film vertelt haar tragische levensverhaal begeleid door de dramatische muziek voor hoofdzakelijk strijkers van componist Gabriel Yared.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
De beeldhouwer die niet wou schilderen


Quizvraagje voor bij de barbecue: wat hebben Mozes, Johannes de Doper, Marcus Antonius, Henry VIII, Michelangelo en God de Vader zelve gemeenschappelijk? Antwoord: ze werden allemaal op film vereeuwigd door Charlton Heston.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Het spanningsveld van de kunstenaar


Een kunstschilder die in de tweede helft van de negentiende eeuw in het zog van het impressionisme op de kunstscène verschijnt, is Auguste Renoir. Deze Fransman die ongeveer 6000 schilderijen maakte, is echter niet de enige kunstenaar die Gilles Bourdos met de film Renoir in de verf zet.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Genialiteit ondergedompeld in miserie


Quoth the raven: ‘nevermore’. Edgar Allan Poe schreef de beroemde dichtregel in 1845, en sindsdien heeft zijn raaf de populaire cultuur niet meer verlaten. Als zelfs The Simpsons je gedicht opnemen in hun Treehouse of Horrorreeks, weet je dat je het als dichter gemaakt hebt.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Pop-art tot de tiende macht


Thierry Guetta is een Fransman die in Los Angeles een tweedehands kledingzaak heeft. Via via ontmoet hij een street art-kunstenaar en hij – notoir allesfilmer – springt bij en filmt alles. Meer street art-kunstenaars laten zich filmen. Een idee voor een documentaire is geboren. Maar er is iets loos. Guetta zal niet rusten voor hij alle kunstenaars heeft gefilmd. Hij ontmoet er veel. Maar er ontbreekt er een: Banksy, die intussen wereldberoemd is geworden met zijn ironische street art.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Wie is er bang van Alfred Hitchcock?


In 2012, meer dan 30 jaar na zijn dood, verschenen er plots twee films over het leven van Alfred Hitchcock. Het mag een wonder zijn dat het zolang geduurd heeft. Hitchcock was een mysterieus man en een gedroomd object voor een biopic.

>>>

UIT HET ARCHIEF

Foto: Disney
BROTHER BEAR
In andermans berenpoten
>>>