Meteen naar de tekst springen

INDEX >> FESTIVALS >> CINEMA NOVO 2010

CINEMA NOVO 2010
Wereldfilm wordt publieksvriendelijker

 

Matthias Van Wichelen | 11/05/2010


Share/Bookmark

De tijd dat uit de vroegere derdewereldlanden alleen loodzware statische drama’s kwamen, lijkt voorgoed voorbij. Het tempo ging de laatste jaren drastisch de hoogte in. De visuele aantrekkelijkheid is groter dan ooit en de montage is snediger en frisser. Het geluid is beter en de acteurs hebben hun schroom afgelegd.

Naast de onmiskenbare technische vooruitgang is er ook een verschuiving in de behandelde thema’s. Uiteraard blijven onderdrukking, kansarmoede, uitbuiting van kinderen en vrouwen, godsdienstwaanzin, misselijk makende oorlogssituaties en de uitwassen van het ongebreidelde kapitalisme ook voor de huidige generaties scenarioschrijvers en regisseurs belangrijke onderwerpen.

Er is echter meer dan ellende en miserie. De cinema van de jonge garde is stevig verankerd in de moderne wereld. Ze richt de blik op het heden. Het sociale engagement is niet verdwenen maar de vorm is tegenwoordig minstens even belangrijk als de boodschap. Vroeger schoten ze plaatjes bij hun politieke boodschap, nu maken ze cinema met een boodschap. Dat is een belangrijke nuance. Het hoofddoel is een goede film maken. Kan daarmee de wereld gered worden, fijn, maar het is bijzaak.

Door die veranderde benadering van cinema kan een filmliefhebber gerust drie Cinema Novo-films zien zonder in een diepe depressie te sukkelen en de hoogste brug op te zoeken.

Dit jaar stonden ook thrillers, romantische komedies en onschuldige feel good movies geprogrammeerd. De perfecte dosering van ernst en vermaak, sociaal engagement en spanning, klassieke cinema en vernieuwing maakte van Cinema Novo 2010 een uiterst genietbaar festival.

De winnaars
De vier prijswinnaars benaderen hun serieuze onderwerpen met een flinke portie wrange humor. Niet om de pil te verzachten maar in tegendeel om de ernst van de zaak te benadrukken. Geen humor zonder drama, geen drama zonder geloofwaardige, gevoelige personages. Door de beheersing waarmee de delicate verhalen verteld worden, stijgen ze ver uit boven het gros van de hedendaagse films.

De Camera Novoprijs – Cinco días sin Nora drijft de spot met de strakke regels die gelden wanneer een ultraorthodoxe joodse vrouw begraven wordt. Ze heeft haar zelfmoord minutieus voorbereid. In de uren die volgen op de fatale overdosis slaappillen, lopen haar ex-echtgenoot, kinderen, vrienden, familieleden, katholieke priesters en joodse geestelijken elkaar voor de voeten. Ze lokte hen allen met drogredenen naar de kleine flat. Het is haar manier om wraak te nemen voor het leven dat haar weinig geluk bracht. Zelfs na haar dood steekt ze haar naasten stokken in de wielen. Lachen met joden en hun geloof is een riskante zaak. Voor je het weet, staan de kranten vol boze lezersbrieven en heb je een batterij advocaten op je dak. Regisseur en scenarist Mariana Chenillo trekt er zich geen moer van aan. Hij gaat ver in zijn spot maar doet het op zo’n subtiele en ontwapenende manier dat het nooit grof of aanstootgevend wordt. De twee exen die ook na de dood nog met elkaar in de clinch liggen, zorgen voor een intelligente cocktail van zwarte humor, rake observaties en psychologische oorlogsvoering.

De Amakourouprijs van de jeugdjury – In Norteado probeert de jonge dertiger Andrés vanuit het Noord-Mexicaanse Tijuana illegaal de Verenigde Staten te bereiken. De ontmoeting met drie inwoners van de broeierige stad zet zijn onderneming op de helling. Hij raakt in de ban van de 40-jarige uitbaatster van een winkel, verdrinkt in de ogen van het jongere meisje dat er werkt en laat zich adviseren door de oudere vent die als een haan over zijn twee kippen waakt. Haalt zijn drang om zijn kans te wagen in Amerika het van de onverdeelde aandacht die de twee vrouwen hem schenken? Regisseur en scenarist Rigoberto Pérezcano komt met een droogkomisch antwoord dat treffend de creativiteit, de drang en de wanhoop van de jonge Mexicaan illustreert. De introductie van de personages neemt nogal wat tijd in beslag, maar eens de contouren geschetst zijn, ontpopt Norteado zich tot een bedwelmende film die absurde en surrealistische humor gebruikt in een bitter-realistisch kader. Andrés’ droom komt niet in gevaar door stoute Amerikaanse agenten of op dollars beluste mensenhandelaars maar door vier pronte borsten, twee per vrouw, allebei binnen handbereik. Zijn dilemma is herkenbaar, zijn twijfels begrijpbaar. De film plaatst de problematiek van illegale vluchtelingen in een heel andere – erg persoonlijke context. De kleine, erg persoonlijke en breekbare film toont één van hen, geeft hem een gezicht en een ziel, maakt van hem een mens.

Eervolle vermelding van de jury – Volgens de Turkse overheid telt Istanboel 13 miljoen inwoners. Officieuze maar waarschijnlijk meer realistische cijfers hebben het over 19 miljoen. Eén van hen is de 83-jarige Mithat Bey. Hij verzamelt al zijn hele leven alles waar hij de hand op kan leggen. Zijn flat is een veredelde opslagplaats vol kranten, wekkers, uurwerken, flessen drank, onzuivere geluidopnames en andere brol die geen halve cent waard is. De oude man is een koppigaard die ooit moest kiezen tussen zijn huwelijk en zijn verzamelingen. Hij woont nu vereenzaamd in een stofberg. De conciërge is zijn beste vriend. Wanneer hij te horen krijgt dat het flatgebouw gesloopt moet worden omdat het niet voldoet aan de nieuwe veiligheidsvoorschriften, stort zijn wereld in elkaar. Jarenlang leefde hij in een vast ritme: alles geordend, de kans op verrassingen tot nul herleid. In een stad waar een kat haar jongen niet in terugvindt, leeft hij onverstoorbaar zijn eigen leven. Hij heeft zijn vaste lunchadres en koopt zijn kranten al een eeuwigheid aan dezelfde kiosk. Hij is een slak in een wriemelende massa, een eenmansfront tegen de onstuitbare vooruitgang tot die vooruitgang hem inhaalt. 10 to 11 (11'e 10 kala) is een ode aan sterke karakters en een prachtig portret van Istanboel.

De publiekslieveling 2010 – Okuribito, de verrassende winnaar van de Oscar voor de beste buitenlandse film in 2008, kreeg van het Brugse kennerspubliek net iets meer punten dan El Secreto de Sus Ojos, de Argentijnse Oscarwinnaar van dit jaar. De Japanse film kreeg veel te weinig aandacht bij de release in de Belgische bioscopen in november vorig jaar. De korte inhoud van de film klinkt eerlijk gezegd ook weinig uitnodigend. Wanneer zijn orkest failliet wordt geklaard en ophoudt te bestaan, verhuist een professionele cellospeler van de stad naar zijn geboortedorp op het Japanse platteland. Daar herschoolt hij zich tot ceremoniële aflegger. Hij bereidt de doden volgens de eeuwenoude tradities voor op de reis naar hun laatste rustplaats. Zijn nieuwe job en de rurale omeving dwingen hem zijn visie op het leven en de mensen die hem omringen te herzien. Okuribito is een intens portret van een dertig die tot inkeer komt. In de behoedzaam opgebouwde karakterstudie heeft iedere geste een betekenis. Geen woord gaat verloren. In zijn contact met doden hervindt het hoofdpersonage zijn zin in het leven. De weg naar de catharsis is lang maar levert een tedere, ontroerende, pure en verrijkende film op.

Het peloton
Illusiones ópticas is een maar half gelukte Chileense film van Christián Jiménez. Hij schreef het scenario samen met Alicia Scherson, de maakster van het prinsheerlijke Play. Het duo doorspekt deze mozaïekfilm met zwartgallige humor en bittere commentaren op de cynische praktijken van Vida Sur, een private ziekteverzekeringsmaatschappij in het zuiden van Chili. Rafa en zijn zus Manuela wonen in een huisje in een sombere buitenwijk. Hij is bewaker in een overdekt winkelcentrum, zij is bediende bij Vida Sur, het bedrijf waar de hele film om draait. Rafa wordt verleid door Rita, een ravissante kleptomane. Hij mag haar toyboy zijn als hij een oogje dichtknijpt wanneer ze haar tas vol onbetaalde spullen propt. Hoeveel mannen zouden dat een slechte deal vinden? Rita's ex-echtgenoot is de grote chef van Vida Sur. Hij plant een ingrijpende herstructurering. Een van de slachtoffers van die herschikking is vijftiger David, een man die aan zijn kantoorstoel vergroeid is. David wordt niet ontslagen. Hij wordt getransfereerd naar de outplacement afdeling... Terwijl het bedrijf zonder verpinken mensen op straat zet, bedenkt het een betoverende marketingcampagne om de diensten van het bedrijf aan te prijzen. Juan wordt het speerpunt van die campagne. Hij was blind. Na een door Vida Sur betaalde operatie ziet hij opnieuw vage contouren. De kritiek die Illusiones ópticas uit, is aan de simpele en voorspelbare kant. Er zitten goede scènes in, maar in zijn geheel overtuigt de film niet. De toegevoegde waarde van de mozaïsche opbouw is minimaal en als geëngageerde komedie weegt hij veel te licht.

Nog meer mozaïek. Men on the Bridge speelt zich af op de Bosporusbrug in Istanboel. In haar indrukwekkende debuut Men on the Bridge (Köprüdekiler) volgt Asli Özge een drietal personages: een 17-jarige rozenverkoper, een eenzame politieagent en een taxichauffeur. Alle drie zijn ze dagelijks terug te vinden op de iconische brug. De aard van hun problemen is verschillend, maar het desastreuze effect op hun leven is even groot. De rozenverkoper wil een echte baan met een vast salaris zodat hij de achtergestelde wijk waarin hij woont kan verlaten. De flik zoekt al chattend een lief maar hij mist vooral zijn mama. De taxichauffeur heeft van 's morgens tot 's avonds het gezeik van zijn vrouw aan zijn kop. Hij verdient niet genoeg, zijn job biedt geen toekomst, hun huis is sjofel, hij is niet genoeg thuis... Oorspronkelijk was Men on the Bridge opgezet als een documentaire. Een wet die politiemannen verbiedt mee te werken aan films, gooide roet in het eten. Özge liet iedereen zichzelf spelen behalve de agent, die wordt vertolkt door diens broer. Het resultaat is een erg aangrijpende en rauw realistische film die Istanboel op een heel andere manier toont. Niet iedereen in de bruisende, kleurrijke en muzikale metropool straalt van het geluk. Dit debuut dat evolueert op de hartenklop van de miljoenenstad barst van de ongepolijste, herkenbare en confronterende scènes. De film toont een jonge generatie die verlamd wordt door angst en onzekerheid. De onervaren cast levert intense vertolkingen die de worsteling van de personages treffend illustreert. Ze staan op een scharnierpunt in hun leven. Ze moeten vooruit. Het is tijd om beslissende keuzes te maken. Ook Turkije zit in een tweestrijd. Hoe is de technologische vooruitgang te verzoenen met de strenge regels van de Islam? Concreter: is het niet hypocriet om als goede moslim geen alcohol te drinken maar wel hele nachten te spenderen in anonieme chatrooms? Hoe verzoen je de jachtige, mondaine leefwereld van Istanboel met het trage leven op het platteland honderden kilometers verder? De vrolijkste film van het festival is dit niet, waarschijnlijk wel me de meest waarachtige en doorleefde.

Nog eens Istanboel, deze keer gezien van op het water. Hayats vader vaart met zijn bootje de Bosporus op en af. Hij levert schimmige goederen en diensten aan de bemanning van voorbij varende tankers. Zijn 14-jarige dochter weet niet exact wat hij uitspookt. Ze ervaart wel dat hij zich niets aantrekt van het huishouden, niet de minste belangstelling toont voor haar prestaties op school en dat ze zelfs voor de basiselementen van haar opvoeding niet bij hem moet zijn. Aan haar grootvader heeft ze nog minder. Hij ligt rochelend en hoestend in zijn bed. In de verte glimt de onbereikbare stad. De glimmende rivier die voor handel, plezier en transport zorgt, vormt de natuurlijke – in Hayats ogen onoverbrugbare – grens tussen haar en een stabiel zorgeloos leven. My Only Sunshine (Hayat var) is een portret van een gekneusde tiener die opgroeit in onfortuinlijke omstandigheden: niemand die haar helpt, iedereen die iets van haar verwacht. Regisseur Reha Erdem schonk veel aandacht aan de vormgeving van zijn harde drama. Ieder shot is doordacht. Zijn spel met de schittering van het water en het inventieve gebruik van de kleurrijke romp van de gigantische tankers als achtergrond zijn het opvallendst. Het genie zit ook in de kadrering van de ‘kleine scènes’: de close-ups, de Bosporus-brug in de mist, de glans van Hayats bruine haar, de geleidelijk ontluikende schoonheid van het pubermeisje, de afwisseling van weidse beelden met benauwende observaties in het gammele huis aan de waterkant. Een chaotisch, enerverend, botsend en klotsend klanktapijt vult de exquise beeldenpracht aan. De beklemmende soundtrack jaagt de kijker voortdurend op zodat die het gevoel krijgt samen met Hayat opgesloten te zitten. Zelfs met de ogen toe, is er geen ontsnappen aan. My Only Sunshine is het verhaal van een verloren jeugd. Erhem portretteert een meisje dat zich verzet, dat in stilte vecht. Met Elit Iscan heeft hij het de ideale hoofdrolspeelster die de ingetogen woede mondjesmaat ventileert. De achteloze manier waarop de onthutsende climax verfilmd is, snijdt de adem af: snoeihard maar wondermooi. Reha Erdem is een naam om te onthouden.

Jara, het 35-jarige hoofdpersonage in de Uruguayaanse film Gigante is een kerel die zelden met honger van tafel gaat. Hij combineert twee jobs. Op weekdagen is hij nachtwaker in een hypermarkt. De kans is klein dat er een nog saaiere baan is want de winkel is ’s nachts gesloten dus is er behalve de schoonmaakploeg niemand om in de gaten te houden. In het weekend is hij buitenwipper in een club. Jara deelt een flat met zijn zus en haar zoon. Wanneer hij op een slome nacht de onhandige schoonmaakster Julia in de smiezen krijgt, krijgen zijn nachten reliëf. Hij gaat haar intenser volgen en raakt in de ban van het al bij al onopvallende meisje. De schuchtere dertiger blijft veilig in zijn donkere controlekamer. Haar aanspreken zit er voorlopig niet in. Hij verkiest de anonieme verliefdheid boven het risico van de afwijzing. Uruguayaanse working class heroes vormen de ziel van deze alleraardigste film die eindigt waar de doorsnee romantische komedie begint. De romantische tocht van Jara en Julia heeft veel weg van de processie van Echternach: drie stappen vooruit, twee achteruit. De debuterende regisseur Adrián Biniez heeft zijn zelfgeschreven scenario piekfijn verfilmd. Hij verving de zuurstokroze elementen van traditionele liefdesfilms door heimelijkheid, voyeurisme, stalking en een hinderlijk minderwaardigheidscomplex.De onervaren Horacio Camandule is onvergetelijk als ongeschoolde romanticus. Een vrouw achtervolgen zoals hij dat doet is niet koosjer, maar het gedrag van de vent is o zo herkenbaar en lief. Gigante kan zo de filmhuizen in. Voor een knappe, geduldig opgebouwde auteursfilm vol gortdroge humor en rake observaties bestaat zeker een publiek.

The Full Monty meets Cool Runnings, The Karate Kid en Billy Elliot in het Israëlische A Matter of Size (Sippur Gadol), een film die moeiteloos verschillende genres combineert en zich in geen enkel etiket laat opplakken, behalve dan ‘sterke film’. Vrijgezel Herzl is het diëten moe. Hij is dertig plus, honderdvijftig kilo plus en woont nog bij zijn mama. Hoewel hij kok is van opleiding wast hij borden af in een Japans restaurant. Dieper kan hij niet meer zakken. De tv in het eethuis spuwt continu beelden van sumowedstrijden. Bovendien heeft de graatmagere Japanse eigenaar van het restaurant een verleden als sumocoach. 1 + 1 = 2. Herzl ziet sumoworstelen als de ultieme manier om zijn eigenwaarde terug te winnen en respect af te dwingen van de buitenwereld. De tonronde loser wordt sportheld. Nu nog zijn andere mollige vrienden overtuigen dat ze het succesrijkste sumoteam uit de Israëlische geschiedenis kunnen worden… A Matter of Size is een denderende formulefilm. De mannen ontwaken uit hun mentale slaap en ontdekken dat ze sterker, beter en mooier zijn dan ze zelf dachten. Wanneer de eindgeneriek over het scherm rolt, zijn ze dartele veulens. Voor het zo ver kwam hebben ze natuurlijk woelige waters doorzwommen en onmogelijke hinderneissen overwonnen. Zo gaat dat in dit soort films. Overspelige echtgenotes, twijfels aan de seksuele geaardheid, onverwachte nieuwe liefdes, bizarre geheimen en pure leugens hypothekeren hun succes. Met pareltjes van relativerende humor - de beelden van de waggelende buddha’s in hun oudroze sumobroeken zijn briljant – snijdt het regisseursduo de dreigende klefheid kundig de pas van af. A Matter of Size is een crowd pleaser van de edelste soort.

Mommo the Bogeyman (Kiz Kardesim) vertelt het waanzinnige verhaal van de 9-jarige Ahmet en zijn zusje Ayse die door hun vader achtergelaten worden bij hun kreupele, ongeletterde grootvader. De plaats van actie is een godvergeten dorp in Anatolië. Het jongetje runt het huishouden, zorgt voor zijn kleinere zus en verzorgt zijn zieke grootvader. Hij doet het zonder ook maar één enkele keer te klagen. Van zijn moeder herinnert hij zich niets meer. Ze stierf toen hij een peuter was. Zijn vader woont een paar straten verder bij zijn tweede vrouw die niets te maken wil hebben met de kinderen uit zijn eerste huwelijk. Broer en zus zijn alleen op de wereld. De grootvader ziet twee mogelijke oplossingen: de kinderen naar Duitsland laten emigreren waar hun tante woont of hen verkopen aan stedelingen die een goedkope hulp in het huishouden nodig hebben. De eerste optie leidt tot een procedureslag die door steeds strenger wordende wetten en de vele bureaucratische obstakels maanden kan aanslepen en handen vol geld kost. Het tweede is onmenselijk. Mommo the Bogeyman is een film over menselijke waardigheid in onmenselijke omstandigheden. De kinderen blijven hoopvol en vergevingsgezind zoals alleen kinderen dat kunnen zijn. Voor zo ver de omstandigheden het toelaten genieten ze van hun kindzijn: ze spelen in de zon, genieten stiekem van een stuk chocolade. De film schetst perfect hoe een ongelukkige samenloop van omstandigheden mensonwaardige toestanden creëert. De volwassenen nemen hun verantwoordelijkheid niet op, de kinderen zijn onmachtig. Regisseur Atalay Tasdiken bewaart de nodige afstand tot het verhaal. Het relaas van de verwoeste jeugd van twee kinderen spreekt voor zich. Tasdiken koos voor een warm kleurenpalet en rustige beeldcomposities die haaks staan op de psychologische gruwel van het verhaal. De dreiging zit verweven in de trage scènes die geen functie lijken te hebben in de ontwikkeling van het verhaal: de levering van een paar zakken bloem, Ahmet die olie laat persen, broer en zus die op de bank een boekje lezen. Dagelijkse niet-vermeldenswaardige bezigheden die door de wetenschap dat aan dit het rustige, ongevaarlijke leventje een einde komt een sterke dramatische lading krijgen. De regisseur toont de kinderen in hun natuurlijke, welhaast idyllische omgeving. Ze horen er thuis en ze zullen er uit weggerukt worden. Mommo is een ontregelende film die een tijdje blijft nazinderen, niet alleen door het pittige onderwerp en de onvermijdelijke slotscènes maar ook door de zuivere en integere vertelstijl en de natuurlijke vertolkingen van de kinderen.

Donkerder dan donker is de leefwereld van de personages in Tehroun, een grensverleggende Iraanse film die zich afspeelt in een van de smerigste en gevaarlijkste buurten van Teheran. Drie gelukzoekers uit de provincie ervaren al snel dat het geld ook in Teheran niet voor het oprapen ligt. Eén van hen heeft een baby gehuurd om zijn dramatische impact als bedelaar te vergroten. Dat lukt hem vrij aardig tot er misdadige mechanismen in werking treden waartegen hij geen verweer heeft. Tehroun heeft de look and feel van een Amerikaanse misdaadfilm uit de vroege jaren zeventig. Onmachtige, naïeve mannen die hun hand overspelen worden keihard geconfronteerd met de onbuigzame regels van de misdaadwereld. Die zijn simpel: alles is toegestaan zolang je niemand voor de voeten loopt, geen fouten maakt en je baas of collega’s niet in gevaar brengt. Doe je dat wel dan rest er niets anders dan bidden en vluchten. Tehroun toont een deel van Teheran dat we nooit eerder zagen in een speelfilm. De film doet dat met zoveel bravoure en intensiteit dat hij de kijker vanaf de openingsscènes bij het nekvel pakt en niet meer loslaat. De knallende dialogen, uitmuntende fotografie en krachtige vertolkingen behoren tot het allerbeste dat de laatste jaren in Iran gemaakt is. Nader T. Homayoun geeft met dit zinderende debuut visitekaartje af.

De dertigjarige Zuid-Koreaanse dichter Sun-woo heeft het niet onder de markt. Een overzichtje van zijn problemen: hij zet al maanden geen woord meer op papier, rookt als een Turk en drinkt als een tempelier. Zijn liefje heeft zijn zwijnerijen lang verdragen maar bolt het na een zoveelste alcoholische uitspatting af. Wanneer Sun-woo in een zeldzaam helder moment eindelijk beseft dat hij zorgen heeft, start hij een romantische missie om zijn lief terug te winnen. I'm in Trouble (Nanneun gonkyeonge cheohaetda!) is het fijne debuut van Sang-min So die met zijn rustige, uitgebalanceerde shots een bevreemdend kader schept voor een ongewone romantische komedie. Het hoofdpersonage is de minst poëtische dichter ooit. Dat zijn stuntelige en ondoordachte pogingen contraproductief blijken, dringt nauwelijks tot hem door. En toch, naarmate de film vordert wint de lamlendige lummel aan sympathie, maakt het 'je oogst wat je zaait'-gevoel plaats voor 'niet-opgeven-gast!' Of het hem lukt, speelt op het eind geen rol meer. Regisseur en scenarist Sang-min So heeft tegen dan de regels van het genre al zo hard verwrongen en gemanipuleerd dat het spel en het proces belangrijker en spannender zijn dan het resultaat.

PLANEET CINEMA

Planeet Cinema is een online filmmagazine. We bekijken films zonder grenzen: oud of nieuw, populair of obscuur.

We geven graag nieuw schrijftalent de kans om online te publiceren.

Planeet Cinema beschikt over een uitgebreid archief van meer dan 6.000 artikelen sinds 1993.

 

HOME
RECENSIES
ACHTERGRONDEN
FESTIVALS
KLASSIEKERS

Twitter Facebook

 

THEMA

THEMA - UIT DE KUNST
Vrouw in een mannenwereld


Met de hulp van een historica draaide de Franse regisseur Bruno Nuytten in 1988 een biopic over een van Frankrijks meest bekende vrouwelijke kunstenaars uit de negentiende eeuw. De gelijknamige film vertelt haar tragische levensverhaal begeleid door de dramatische muziek voor hoofdzakelijk strijkers van componist Gabriel Yared.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
De beeldhouwer die niet wou schilderen


Quizvraagje voor bij de barbecue: wat hebben Mozes, Johannes de Doper, Marcus Antonius, Henry VIII, Michelangelo en God de Vader zelve gemeenschappelijk? Antwoord: ze werden allemaal op film vereeuwigd door Charlton Heston.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Het spanningsveld van de kunstenaar


Een kunstschilder die in de tweede helft van de negentiende eeuw in het zog van het impressionisme op de kunstscène verschijnt, is Auguste Renoir. Deze Fransman die ongeveer 6000 schilderijen maakte, is echter niet de enige kunstenaar die Gilles Bourdos met de film Renoir in de verf zet.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Genialiteit ondergedompeld in miserie


Quoth the raven: ‘nevermore’. Edgar Allan Poe schreef de beroemde dichtregel in 1845, en sindsdien heeft zijn raaf de populaire cultuur niet meer verlaten. Als zelfs The Simpsons je gedicht opnemen in hun Treehouse of Horrorreeks, weet je dat je het als dichter gemaakt hebt.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Pop-art tot de tiende macht


Thierry Guetta is een Fransman die in Los Angeles een tweedehands kledingzaak heeft. Via via ontmoet hij een street art-kunstenaar en hij – notoir allesfilmer – springt bij en filmt alles. Meer street art-kunstenaars laten zich filmen. Een idee voor een documentaire is geboren. Maar er is iets loos. Guetta zal niet rusten voor hij alle kunstenaars heeft gefilmd. Hij ontmoet er veel. Maar er ontbreekt er een: Banksy, die intussen wereldberoemd is geworden met zijn ironische street art.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Wie is er bang van Alfred Hitchcock?


In 2012, meer dan 30 jaar na zijn dood, verschenen er plots twee films over het leven van Alfred Hitchcock. Het mag een wonder zijn dat het zolang geduurd heeft. Hitchcock was een mysterieus man en een gedroomd object voor een biopic.

>>>

UIT HET ARCHIEF

Warner Bros
PLUK VAN DE PETTEFLET
Annie M.G. Schmidt op haar best
>>>