Meteen naar de tekst springen
A-Film

INDEX >> KLASSIEKERS >> ENFANTS DU PARADIS

ENFANTS DU PARADIS
Met z’n allen verliefd op één vrouw

 

Bob van der Sterre | 07/09/2010


Share/Bookmark

Enfants du paradis is een drie uur lang durende zeldzaam geslaagde aanval op je cynisme. Kroppen worden weggeslikt, tranen rollen, je schatert; allemaal voordat je het door hebt. En dat voor een film die zich dit jaar gepensioneerde mag noemen.

In Enfants du paradis volgen we de levens van enkele hoofdrolspelers in de wijk genaamd ‘Boulevard du temple’, daar waar in Parijs in 1840 het toneel floreerde. Daar vinden we onder andere het theatertje Funambules. De goedkoopste plaatsen, het allerhoogste balkon, worden ‘het paradijs’ genoemd.

Als de talenten van twee acteurs per toeval worden ontdekt, krijgt het theater de wind in de rug. Baptiste Debureau, gevoelige pantomimespeler, en Frederick Lemaître, lichtvoetig komediant, tillen de Funambules naar grotere hoogten.

Ondertussen zien we hoe actrice Garance nogal wat hoofden op hol laat slaan met haar schoonheid en eenvoud. Niet alleen die van Baptiste en Frederick, maar ook die van hertog de Montray en een beetje van de dichtende moordenaar Lacenaire. Garance fladdert overal tussendoor. En eerlijk is eerlijk: het zijn de mannen die het allemaal enorm serieus nemen. Zelf zegt ze: ‘Ik ben simpel, zo simpel. Ik ben wat ik ben. Ik hou van de mensen die van mij houden.’

Klotsende romantiek
Enfants du paradis is geschreven door Jacques Prévert, geregisseerd door Marcel Carné, en net na de bevrijding van Frankrijk in 1945 aan het publiek vertoond. De film van drie uur is ondanks zijn lengte geen moment saai. Prévert verstond de kunst om levendige karakters te schetsen en clichés te mijden en Carné was een meester in het scheppen van sfeer. Liefhebbers van hun werk zullen ook enthousiast worden van de prachtkomedie Drôle de drame uit 1937.

Het idee voor de film begon tijdens een gesprekje tussen acteur Barrault en Carné, waarin Barrault voorstelde om een film te maken rondom pantomimespeler Debureau. Prévert leek dat idee niks. Het karakter Lacenaire leek hem interessanter. Uiteindelijk vatte Prévert het zo samen: ‘Ze lieten me niet toe om een verhaal te schrijven over Lacenaire, maar ik mocht Lacenaire wel in een film met Debureau stoppen.’

Het script is helder en oersimpel. Alles draait om romantiek, in werk, in liefde. Rode draad is Garance’s ontregelende verschijning.

Die klotsende romantiek van het script was best een risico. Dat had stroperig kunnen uitpakken. Maar dankzij de toevoegingen stijgt de film ver boven het gemiddelde uit. Die zaken zijn allemaal buitengewoon, de filmstijl, de dialogen, het acteren, de decors, de geschiedenis, en karakters als Lacenaire.

Verder is het evenwicht in deze film opmerkelijk. Alsof Prévert bij het schrijven een poster van yin yang aan de muur had hangen. Alle acteurs hebben ongeveer een even groot aandeel. De toon is dan weer hectisch en kluchtig, dan weer tragisch en intiem. Van volle theaters gaan we naar intieme hotelkamers, van verlaten steegjes ’s nachts naar drukke boulevards overdag. Baptiste die zwaarmoedig is en Frederick met zijn lichtvoetige natuur. Pantomime zelf is ook ideale tragikomedie.

Hommage aan een tijdperk
Het gaat te ver om Enfants du paradis waargebeurd te noemen, maar er zit wel heel veel waars in. Carné en Prévert waren dol op het theater van de negentiende eeuw, in het bijzonder de periode rond 1840. Carné noemde de film een hommage aan die tijd.

Ze deden veel research. Carné zei dat alle karakters zijn gebaseerd op bestaande figuren. Frederick Lemaître bijvoorbeeld is gebaseerd op acteur en schrijver Frederick Lemaître, Baptiste Debureau op Jean-Gaspard Deburau, acteur en mimespeler, Pierre-Francois Lacenaire op de man met dezelfde naam, een dichter en moordenaar die werd gefusilleerd via de guillotine, en Duc de Montray op Duc de Morny, een Frans staatsman.

Enfants du paradis zit soms dichtbij de werkelijkheid. Het stuk L’auberge des adrets in deel twee is echt opgevoerd in 1823. Debureau had daadwerkelijk de hoofdrol. Voor de settings in de film werden gravures in boeken nauwkeurig bekeken, zoals Edmond Texiers’ Tableau de Paris. Deze gravures werden soms letterlijk nagemaakt.

Volgens Edward Baron Turk, schrijver van een boek over Carné’s werk, is er ook flink wat geromantiseerd. Zo was Debureau’s Pierrot niet het elegante en gevoelige karakter zoals in Enfants du paradis. De vernieuwende pantomime (pantomime macabre) werd bedacht door iemand anders bij Funambules, acteur Paul Legrand. Diens karakter komt meer overeen met de rol van Debureau in de film. En Frederick Lemaître debuteerde niet in de Funambules, en ook niet in het stuk van de film.

Aan de andere kant: hoe goed zouden we met werkelijke feiten zo het verhaal in worden gesleurd, met de hectische scène waarbij Lemaître en Debureau tegelijkertijd debuteren op het toneel, de een als leeuw, de ander als Pierrot? Het is scripttechnisch een prachtige oplossing om het zo te doen, dus waarom niet? Dat heet dichterlijke vrijheid.

‘Ik lach altijd’
Misschien was Debureau niet zoals we hem leren kennen, Barrault maakt er wel een fraai karakter van, met wie we kunnen meeleven. Als hij hoort dat Garance Garance heet, beeft hij. Als ze vraagt waarom, zegt hij van geluk te beven. Uit de mond van Barrault geloof je dat meteen. Barrault zei in een interview: ‘Ik ben zelf Baptiste, hij zit heel dichtbij mijn eigen gevoelsleven.’

Het mimespel van Barrault komt niet uit de lucht vallen. Hij had in de jaren dertig intensief mime gestudeerd, met een collega, Etienne Decroux. Volgens Barrault kon Decroux het niet hebben dat hij beter was. ‘Vandaar dat hij me eerst steunde, en me later ging tegenwerken.’ Fraaie zet in dit opzicht was Carné’s casting van Decroux als beulende vader van Debureau.

Barrault maakt veel indruk, maar alle acteurs weten wel weg met hun rollen. Pierre Brasseur is bijvoorbeeld in topvorm als charmeur en komedie-acteur Frederick Lemaître. Ik hou ook van Arletty’s rol als Garance. Wie anders zou zo kunnen zeggen: ‘Ik lach altijd’? Marcel Herrand is erg sterk als gentleman-moordenaar Lacenaire (‘Je had gewoon harder moeten slaan’). Hij is zo’n man die je net zo sympathiek als onsympathiek vindt.

De acteurs zien er allemaal goed uit in deze film. Carné’s perfectionisme is daar toch wel een van de belangrijkste redenen voor. Maar zoals zo vaak met perfectionistische filmers: het zijn niet de makkelijkste mensen. Herrand noemde Carné’s regie van deze film zijn slechtste herinnering aan cinema.

1800 figuranten
De film is getekend door het moment van verfilmen: midden in de Tweede Wereldoorlog. Materialen vinden in de Vichy-zone, bijvoorbeeld, was zo goed als onmogelijk. ‘Zonder zwarte markt had Enfants du paradis nooit bestaan’, zegt de set-designer van de film, Alexandre Trauner. ‘Ieder boutje, ieder stuk hout werd gekocht via de zwarte markt.’

Acteur Robert le Vigan was een fascismeliefhebber. Hij kwam daardoor op de to do-list van het verzet en vluchtte samen met de schrijver Céline. Alle scènes met Le Vigans rol, Jéricho, moesten worden overgedaan door Pierre Renoir, broer van regisseur Jean Renoir (en beiden zoons van de schilder).

De componist Joseph Kosma en set-designer Trauner waren joden en moesten onderduiken. Via stiekem doorgestuurde boodschappen wisten zij hun adviezen toch bij de filmmakers te krijgen.

Er waren maar liefst 1800 figuranten, van wie er nogal een aantal uit het verzet waren. De film moest ook een aantal collaborateurs en Vichy-aanhangers laten meewerken. Zodoende heeft de film veel te danken aan de wonderlijke samenwerking van verzetsmensen en collaborateurs.

Geld was ook een groot probleem. De film werd gefinancierd door een Fransman die zich moest terugtrekken nadat de nazi’s hem te joods hadden bevonden. Ook de Italiaanse co-producer moest zich terugtrekken toen de Duitsers zich bemoeiden met de strijd in Italië in 1943. De productie bleef stilliggen totdat Pathé de financiering op zich nam.

En soms mengde de natuur zich in dit alles, zoals een grote storm die een deel van de Boulevard du Temple verwoestte. Die moest deels worden herbouwd. De kosten waren enorm.

Zelfs de inval van de geallieerden bij Normandië maakte de productie ingewikkeld. Zouden geallieerden per ongeluk de filmkopie bombarderen? Zouden de Duitsers de film expres vernietigen? Alle moeite voor niets? Marcel Carné borg een exemplaar op in een kluis van de Bank van Frankrijk, een in een huisje in de Provence en een in het kantoor van Pathé.

Garance als symbool
Het is verleidelijk om de film te zien als verzetsdaad, om in alles onderdrukte Fransen dan wel onderdrukkende Duitsers in te vullen. Edward Baron Turk schrijft bloedserieus dat Garance rijmt op la France en dat de hertog Garance net zo onderdrukt als de Duitsers deden met de Fransen. De politieagenten (de autoriteiten) worden de hele film onsympathiek geportretteerd.

Zinniger lijkt het me om te denken dat Carné ondanks de Tweede Wereldoorlog zijn missie wilde volbrengen: bewijzen dat Frankrijk nog cultuur kon maken. Hij zei dat zelf ook zo: ‘Ik heb geholpen te bewijzen dat Frankrijk wel zijn strijd maar niet zijn geest had verloren.’ En is dat niet veel belangrijker dan wat het wel betekent dat die agenten onsympathiek worden neergezet?

Ook al hoor je niemand jubelen over de Franse cultuur in de film, de film werd meteen als Gallisch folklore beschouwd. Sommigen zagen daar een verlangen in om een samenleving te hebben vrij van vreemde culturen, net als de nazi’s. Als bewijs hiervoor wordt gegeven dat Jéricho een onsympathiek type is.

Wie kan hier beter antwoord op geven dan Carné zelf? Hij presenteerde ooit Enfants du paradis in de cinematheek van Jeruzalem. ‘Iemand vroeg me toen of de rol van Jéricho niet heel erg beantwoordde aan antisemitische stereotypen. Ik was verbijsterd door deze beschuldiging. Het idee was nooit in me opgekomen.’

Sommige mensen zijn teleurgesteld geweest dat Enfants du paradis niet nog wat actiever opriep tot verzet. Die mensen hebben vermoedelijk het meest naïeve denkbeeld dat je je kunt voorstellen. Hoe had zo’n film ooit in bezet Frankrijk gemaakt moeten worden?

Opvallend, als je de film dan kijkt, is hoe ver weg de oorlog eigenlijk is. Er is geen soldaat te zien, over strijd tussen landen hoor je niemand iets zeggen. Het gaat over verliefde mensen. Enfants du paradis was formidabel escapisme in die tijd, zoals mensen nu Avatar gaan zien om de dagelijkse sufheid te ontvluchten. Als ik mag kiezen, voor mij duizend keer liever de eerste.

Bronnen:
Edward Baron Turk: Child of paradise, Harvard University press, Londen 1989.
Michel Perez, Les films de Carné, Paris, 1986.
Imdb.com, wikipedia.com, dvdclassik.com, youtube.com, marcel-carne.com
Niet gezien, wel aanrader: documentaire Il était une fois... Les enfants du paradis uit 2009.

REEKS (114) - KLASSIEKER
In deze rubriek snuffelen we elke editie langs grote, kleine en vergeten filmklassiekers.

PLANEET CINEMA

Planeet Cinema is een online filmmagazine. We bekijken films zonder grenzen: oud of nieuw, populair of obscuur.

We geven graag nieuw schrijftalent de kans om online te publiceren.

Planeet Cinema beschikt over een uitgebreid archief van meer dan 6.000 artikelen sinds 1993.

 

HOME
RECENSIES
ACHTERGRONDEN
FESTIVALS
KLASSIEKERS

Twitter Facebook

 

THEMA

THEMA - UIT DE KUNST
Vrouw in een mannenwereld


Met de hulp van een historica draaide de Franse regisseur Bruno Nuytten in 1988 een biopic over een van Frankrijks meest bekende vrouwelijke kunstenaars uit de negentiende eeuw. De gelijknamige film vertelt haar tragische levensverhaal begeleid door de dramatische muziek voor hoofdzakelijk strijkers van componist Gabriel Yared.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
De beeldhouwer die niet wou schilderen


Quizvraagje voor bij de barbecue: wat hebben Mozes, Johannes de Doper, Marcus Antonius, Henry VIII, Michelangelo en God de Vader zelve gemeenschappelijk? Antwoord: ze werden allemaal op film vereeuwigd door Charlton Heston.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Het spanningsveld van de kunstenaar


Een kunstschilder die in de tweede helft van de negentiende eeuw in het zog van het impressionisme op de kunstscène verschijnt, is Auguste Renoir. Deze Fransman die ongeveer 6000 schilderijen maakte, is echter niet de enige kunstenaar die Gilles Bourdos met de film Renoir in de verf zet.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Genialiteit ondergedompeld in miserie


Quoth the raven: ‘nevermore’. Edgar Allan Poe schreef de beroemde dichtregel in 1845, en sindsdien heeft zijn raaf de populaire cultuur niet meer verlaten. Als zelfs The Simpsons je gedicht opnemen in hun Treehouse of Horrorreeks, weet je dat je het als dichter gemaakt hebt.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Pop-art tot de tiende macht


Thierry Guetta is een Fransman die in Los Angeles een tweedehands kledingzaak heeft. Via via ontmoet hij een street art-kunstenaar en hij – notoir allesfilmer – springt bij en filmt alles. Meer street art-kunstenaars laten zich filmen. Een idee voor een documentaire is geboren. Maar er is iets loos. Guetta zal niet rusten voor hij alle kunstenaars heeft gefilmd. Hij ontmoet er veel. Maar er ontbreekt er een: Banksy, die intussen wereldberoemd is geworden met zijn ironische street art.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Wie is er bang van Alfred Hitchcock?


In 2012, meer dan 30 jaar na zijn dood, verschenen er plots twee films over het leven van Alfred Hitchcock. Het mag een wonder zijn dat het zolang geduurd heeft. Hitchcock was een mysterieus man en een gedroomd object voor een biopic.

>>>

UIT HET ARCHIEF

Warner Bros.
DOMINION - PREQUEL TO THE EXORCIST
De Duivels van Hollywood
>>>