Meteen naar de tekst springen
Magnet (Big Man Japan)

INDEX >> ACHTERGRONDEN >>

JAPANSE CULTKOMEDIES
Japanse humor in Leiden

 

Bob van der Sterre | 07/01/2011


Share/Bookmark

Japanse filmmakers zijn ongenaakbaar in samoerai- en gangsterfilms. Maar Japanse films hebben ook nog een minder bekende kant: de cult-komedie. Het filmfestival in Leiden toonde afgelopen oktober in het Sieboldhuis, het Leidse museum gewijd aan Japanse kunsten, enkele recente Japanse films uit dat genre, die we hebben aangevuld met een paar uit de eigen collectie.

Ambtenarenbestaan
Het Leidse filmfestival vertoonde twee films van Hitoshi Matsumoto. Hij verschijnt sinds de jaren tachtig op Japanse televisie als komediant, in een duo-comedy-show genaamd Dauntaun. Matsumoto schreef en regisseerde in 2007 Dai-Nihonjin (Big man Japan) en in 2009 Shinboru (Symbol). Hoe grappig is een echte Japanse komediant?

Magnet (Big Man Japan) In Big man Japan vertelt Masaru Daisatô gezeten achter zijn bureau verveeld over zijn baan bij het ministerie van Defensie. Er wordt twee keer een steen door het raam geworpen. Hij kijkt niet op of om.

Daisatô’s ambtenarenbestaan is beslist anders dan andere ambtenarenbestaantjes. Op zijn brommertje rijdt hij naar een energiecentrale, waar hij honderd meter groot wordt gemaakt, en het vervolgens op moet nemen tegen monsters.

De monsters zijn verrukkelijk bizar. Zo is er een op een enorme lintworm lijkend wezen. Dat werpt zijn armen om een gebouw, ontwortelt het en smijt het dan in de rivier. Een ander monster heet Mean eye monster en zijn gemene oog zit op de plek waar normaal een geslacht zit. Dat werpt hij richting de tegenstander. Nadeel: het monster valt in slaap als het donker wordt.

Deze namaakdocumentaire begint traag maar wordt gaandeweg geestiger, maar dolgeestig, nee, dat toch niet. De parodie op de Japanse low-budget tv-serie Ultraman is wel erg geslaagd. Het aardigste van Big man Japan is dat de effecten van de film minimaal zijn maar maximaal uitpakken. Dat doet denken aan de originele effecten van Michel Gondry.

Freudiaanse actie
Matsumoto’s tweede film Shinboru (2009) is nog maffer dan Big man Japan. Ook deze heeft hij zelf geschreven en geregisseerd.

Shochiku (Symbol) Ergens onder de grond in Mexico wordt een Japanse man wakker in zijn pyjama. Hij ontdekt dat hij opgesloten zit in een witte ruimte zonder ramen of deuren. Engeltjes verschijnen en vallen weer terug in de muur, waarna hun piemeltjes overblijven. Daar kun je op drukken. Dan valt er tonijnfilet uit de muur, of een radio, of een golfclub, of loopt er ineens een Keniaanse krijger uit en in de muur.

Uit de ruimte ontsnappen is een ander verhaal. Er komt ook geen enkele verklaring voor wie deze sadistische Freudiaanse actie heeft verzonnen. Ondertussen bereidt de Mexicaanse worstelaar ‘Escargot Man’ zich voor op een voor hem kansloos worstelduel. Het lot van de Japanner onder de grond heeft met hem te maken.

In deze film trekt Matsumoto heel dapper zijn fantasierijke registers wijd open zonder acht te slaan op wat film al voor regels heeft bedacht. Hij is daarmee ronduit verbazingwekkend. Enige minpunt: met het zweverige einde verliest de film wat aan kracht.

Cultureel plichtsbesef
Ver uit de buurt van lachwekkend blijft de cultfilm Operetta tanuki gotten (Princess racoon), die Seijun Suzuki in 2005 op ruim tachtigjarige leeftijd maakte. Suzuki is ook de man achter gangsterklassiekers als Tokyo drifter en Branded to kill.

Waar een Japanse zaal mogelijk aldoor schatert, blijft het hier doodstil. Men gaat telkens verzitten al peinzende: wat moet dit toch voorstellen? Bizarre namaakdecors, musicalliedjes, theatraal acteerwerk. Anders dan in zijn gangsterfilms is er geen enkel aanknopingspunt.

Uit cultureel plichtsbesef blijven sommige mensen kijken maar alleen de allergeduldigste zien de hele film uit.

Zebramanpak
Zebraman werd gemaakt in 2004 door Takeshi Miike. Miike heeft van bizarre cultfilms vol geweld zijn handelsmerk gemaakt. Hij werd bekend met Audition en Ichi the killer.

Total Film (Zebraman) De vertoning van Zebraman in het Sieboldhuis had zelf veel weg van een komische sketch. De films werden er met een beamer vertoond en de dvd-speler weigerde dienst. Er werd een laptop gevonden. Na twintig minuten sprong de screensaver aan en die was er niet meer van af te krijgen. ‘Is er misschien een Mac-kenner in de zaal?’ Thuis dan maar de rest gekeken en ook maar meteen deel 2, die net is uitgekomen.

Basisschoolleraar Ichikawa Shiinichi ontdekt na enige aarzeling dat hij superkrachten heeft als hij zijn zebramanpak aantrekt. Die krachten moet hij inzetten om zijn favoriete leerling te redden uit handen van buitenaardse wezens, een jongetje in een rolstoel die heilig gelooft in Zebraman.

Zebraman is amusant door de speelsheid en flair waarmee Miike de mangastrip heeft verfilmd. Goedkoop ogende effecten zijn in deze film juist een doel om vrolijkheid teweeg te brengen, zoals het krabmonster dat dodelijk is gewapend met huis-tuin-en-keuken-scharen.

In Zebraman 2 komen we terecht in 2025. Tokyo is overgenomen door een wetenschapper die Zebramans krachten heeft gestolen en geïmplanteerd in ‘Zebra queen’. Ze willen een Zebradictatuur vestigen door alle rebellen om vijf uur ’s middags om zeep te helpen. Onze held leidt het verzetsleger.

Ook deze film is nog steeds behoorlijk bizar amusement, maar je mist toch wel het vriendelijke en goedkope van het eerste deel. Dit is meer een serieuze poging om een blockbuster à la Hollywood te maken. Alhoewel je zo’n einde als in deze film nooit in die blockbuster zal zien. Echt cult is dit niet meer.

Griezelkomediemusical
Happiness of the Katakuri’s is zeker en vast een cultfilm. De film begint met een kom soep waaruit een mannetje verschijnt, dat de huig uit de keel van een dame trekt, ermee wegvliegt, landt, de huig opeet, zelf wordt opgegeten door een kraai, die op zijn beurt wordt gedood door een lappen beer met dolkenklauwen. En dat allemaal met klei-animatie.

Ventura (The Happiness of the Katakuris De Katakuri’s hebben een bed-and-breakfast midden in de rimboe, maar het wil niet vlotten, want de dood heerst alom. De film is van alle films van Miike nog het meest een poging tot een (zwarte) komedie. Dat lukt niet helemaal – is het grappig als een tor in de neusgat van een nieuwslezer kruipt om hem te laten stikken? – maar het is zonder twijfel een van de meest luchtige Japanse films. Happiness of the Katakuri’s wint vooral punten omdat het zich niets aantrekt van genres. Je zou de film nog het beste kunnen omschrijven als een griezelkomediemusical.

Plotloze scènes
In Funky Forest van Katsohito Ishii is er zelfs geen sprake meer van een poging om nog een verhaal te vertellen. Het zijn losse, plotloze scènes, die hooguit bizarre sciencefiction-effecten gemeen hebben. Zelfs voor de mensen die wel wat cult gewend zijn, zal dit een tikje te bizar zijn.

Voorbeeld één: schoolmeisje loopt in gang man in geel pak met staart aan voorkant en man in obertenu tegen het lijf. Ze vragen of ze een snoer in haar navel wil stoppen. Doet ze. Snoer zit verbonden aan een apparaat. Ze halen de deksel er af en er verschijnt iets wat op een enorme aars lijkt. Daaruit vissen ze een heel klein mannetje. Dat is ene meneer Yamada. Hij deelt mee dat de testresultaten laten zien dat het meevalt met de wrat van de man in het gele pak. Dat pak blijkt dan aan zijn lichaam vast te zitten.

Voorbeeld twee: Takefumi, een dj, heeft een droom waarin hij de opdracht krijgt om aan een strand dansjes te doen met rare wezens. Dat doet hij dan ook. Ruim een half uur zien we hem dansen, met computergeanimeerde wezens, met kinderen. Het mooiste is dat de hele episode niets toevoegt aan het verhaal, de sfeer, de karakters.

Culturele barrière? Zo diep als de Grand Canyon! In bizarheid valt deze film vermoedelijk door niets te overtreffen, of het moet Princess racoon zijn. Voor een beter te behapstukken film kun je beter Ishii’s Taste of tea kijken, een fijngevoelige speelfilm over een aparte familie. Buitengewoon cult van Ishii moet ook Party 7 (2000) zijn, maar daar konden we helaas niet over beschikken.

Dodelijke toupés
Die bizarre films, goed en minder goed, werpen de vraag op waarom het toch niet mogelijk is in Japan om gewoon een goede komedie te maken, eentje waar je bespaard blijft van extremen.

Wat je aldoor mist, zijn echt geestige dialogen en karakters. In de Japanse film komt de humor vooral uit commentaarloze, bizarre, stripachtige beelden. Terugkerend is een shot van karakters die elkaar zwijgend observeren.

In de BBC-documentaire reeks Japanorama (2002-2007) over de Japanse cultuur wordt de conclusie getrokken dat er niet zoiets is als een Japanse komedie. Een typische Japanse komedie volgens Japanorama is Cop in a wig, een film over een dodelijke toupés werpende detective. ‘Maar in politiek-satire-porno heeft Japan geen gelijke’, zegt Jonathan Ross, de presentator. Hij geeft als voorbeeld The glamorous life of Shaniko Hanai. ‘Daarin krijgt een prostitué een relatie met de wijsvinger van president George W. Bush.’

Rudy Kousbroek, de helaas onlangs overleden essayist met grote kennis van Azië, ging nog verder. Hij schreef over het boek De spiegel van de zonnegodin van Ian Buruma: ‘Buruma schrijft met andere woorden over Japan (…) zoals zij het zouden moeten doen als zij beschikten over wat hun ontbreekt, namelijk een groot gevoel voor humor.’

Japanners houden natuurlijk ook wel van lachen maar ze leven ook in een serieuze cultuur waarin individualisme niet iets vanzelfsprekends is. In hetzelfde boek schrijft Buruma: ‘Men bestaat voornamelijk in de context van een groep.’ Hierdoor mis je het relativerende, persoonlijke van een regisseur en trekken de films naar het enige uitvluchtsoord: uitzinnige fantasie. Van die uitzinnige fantasie wordt in Japan wel genoten terwijl dat in de Europese cinema not-done is. Zelfs een milde fantast als Irakli Kvirikadze (o.a. Luna papa) vinden we al veel te extreem.

Typerend voor de Japanse ernst is wat hun meest lichtvoetige regisseur, Juzo Itami, overkwam. Na het verschijnen van zijn misdaadkomedie Monbo no onna werd hij neergestoken door yakuza-leden. Zij vonden dat hij hun praktijken ‘te echt’ had verfilmd.

Bronnen:  Ian Buruma: De spiegel en de zonnegodin, De Arbeiderspers, 1984; Japanorama, BBC, 2002-2007; Imdb.com

Magnet (Big Man Japan) Shochiku (Symbol) Total Film (Zebraman) Ventura (The Happiness of the Katakuris
PLANEET CINEMA

Planeet Cinema is een online filmmagazine. We bekijken films zonder grenzen: oud of nieuw, populair of obscuur.

We geven graag nieuw schrijftalent de kans om online te publiceren.

Planeet Cinema beschikt over een uitgebreid archief van meer dan 6.000 artikelen sinds 1993.

 

HOME
RECENSIES
ACHTERGRONDEN
FESTIVALS
KLASSIEKERS

Twitter Facebook

 

THEMA

THEMA - UIT DE KUNST
Vrouw in een mannenwereld


Met de hulp van een historica draaide de Franse regisseur Bruno Nuytten in 1988 een biopic over een van Frankrijks meest bekende vrouwelijke kunstenaars uit de negentiende eeuw. De gelijknamige film vertelt haar tragische levensverhaal begeleid door de dramatische muziek voor hoofdzakelijk strijkers van componist Gabriel Yared.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
De beeldhouwer die niet wou schilderen


Quizvraagje voor bij de barbecue: wat hebben Mozes, Johannes de Doper, Marcus Antonius, Henry VIII, Michelangelo en God de Vader zelve gemeenschappelijk? Antwoord: ze werden allemaal op film vereeuwigd door Charlton Heston.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Het spanningsveld van de kunstenaar


Een kunstschilder die in de tweede helft van de negentiende eeuw in het zog van het impressionisme op de kunstscène verschijnt, is Auguste Renoir. Deze Fransman die ongeveer 6000 schilderijen maakte, is echter niet de enige kunstenaar die Gilles Bourdos met de film Renoir in de verf zet.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Genialiteit ondergedompeld in miserie


Quoth the raven: ‘nevermore’. Edgar Allan Poe schreef de beroemde dichtregel in 1845, en sindsdien heeft zijn raaf de populaire cultuur niet meer verlaten. Als zelfs The Simpsons je gedicht opnemen in hun Treehouse of Horrorreeks, weet je dat je het als dichter gemaakt hebt.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Pop-art tot de tiende macht


Thierry Guetta is een Fransman die in Los Angeles een tweedehands kledingzaak heeft. Via via ontmoet hij een street art-kunstenaar en hij – notoir allesfilmer – springt bij en filmt alles. Meer street art-kunstenaars laten zich filmen. Een idee voor een documentaire is geboren. Maar er is iets loos. Guetta zal niet rusten voor hij alle kunstenaars heeft gefilmd. Hij ontmoet er veel. Maar er ontbreekt er een: Banksy, die intussen wereldberoemd is geworden met zijn ironische street art.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Wie is er bang van Alfred Hitchcock?


In 2012, meer dan 30 jaar na zijn dood, verschenen er plots twee films over het leven van Alfred Hitchcock. Het mag een wonder zijn dat het zolang geduurd heeft. Hitchcock was een mysterieus man en een gedroomd object voor een biopic.

>>>

UIT HET ARCHIEF

Universal Pictures International
THE MUMMY: TOMB OF THE DRAGON EMPEROR
Versheidsdatum ruim overschreden
>>>