Meteen naar de tekst springen
Heaven's Gate: Hollywood zou nooit meer hetzelfde zijn. (c) United Artists

INDEX >> KLASSIEKERS >>

HEAVEN’S GATE
Poort naar de Hel

 

Fred Caren | 06/03/2011


Share/Bookmark

Een passende cineastische metafoor voor de doodstrijd van filmstudio United Artists  veroorzaakt door regisseur Michael Cimino treft men in de apotheose van de klassieker King Kong uit 1933. Cimino is de belaagde trotse gorilla boven op het New Yorkse Empire State Building.

Hij vecht tegen schietende vliegtuigen en is bereid om te sterven voor zijn geliefde Fay Wray die hij angstvallig bij zich houdt. Fay Wray staat model voor Cimino’s omstreden film Heaven’s Gate (1980) die hij niet los wilde laten. Met veel moeite claimde United Artists zijn film en opende daarmee de poort naar hun eigen hel want de excessen van Cimino leidden de ondergang van deze vermaarde filmstudio in.

United Artists werd in 1919 opgericht door een consortium van wereldsterren die hun studio op ideologische grondslagen wilden runnen. Charlie Chaplin, Douglas Fairbanks en Mary Pickford gaven hun acteurs en regisseurs meer zeggenschap over hun werk. In haar lange geschiedenis tot aan Heaven’s Gate in 1980 bracht hun filosofie een ongeëvenaarde reeks oscarwinnende filmklassiekers voort, waaronder Annie Hall, In The Heat of the Night, Midnight Cowboy, The Apartment, West Side Story en vele anderen.

Nietsontziende puinhoop
Regisseur Michael Cimino (The Deer Hunter, Thunderbolt & Lightfoot) en United Artists vormden aanvankelijk een huwelijk gesmeed in de hemel, maar de wittebroodsweken duurden maar kort. United Artists’ topmannen Steve Bach en David Field waren in de eerste instantie zeer ingenomen met Cimino en buitengewoon genereus.

(c) United Artists De regisseur oogstte in 1978 zowel commercieel als artistiek succes met The Deer Hunter. Zij zagen in hem een grote kunstenaar: vergelijkingen met Picasso en Michelangelo waren niet van de lucht. Maar hoewel United Artists artistiek verantwoorde producten wilde leveren, bleef het een commerciële onderneming en geen opvanghuis voor gemartelde kunstenaars. Cimino kreeg van United Artists de ruimte om zijn visie te openbaren en hij maakte er een nietsontziende puinhoop van.

Het oorspronkelijke budget voor Heaven’s Gate was voor die tijd een riante elf miljoen dollar, maar pas na 44 miljoen dollar te hebben uitgegeven kwam er een turbulent einde aan deze recordbrekende mislukking. Cimino’s begin was alles behalve voortvarend, maar het duurde drie maanden en 18 miljoen dollar  voordat Bach en Field inzagen hoe megalomaan hij bezig was. Toen grepen zij in, legden restricties op en stelde een nieuwe producent aan.

Juiste wolk
Cimino had het bont gemaakt op de set in Montana. Een dag zaten ze vanaf vier uur  ‘s ochtends tot drie uur  ’s middags wachtend tot de juiste wolk voorbij kwam: een topcrew van honderden filmtechnici, acteurs en figuranten zaten daar te niksen. Wanneer een productieassistent opmerkte dat de crew geen ontbijt of lunch had gehad, antwoordde hij dat alleen het juiste licht van belang was.

(c) United Artists Zijn fratsen waren extreem: een vaak gehoorde grap uit die tijd was dat hij driehonderd paarden uitvoerig had geïnterviewd voordat hij de juiste voor hoofdrolspeler Kris Kristofferson koos. Hij vond dat een straat op een speciaal gebouwde set iets te smal was, maar in plaats van de ene kant iets te verbreden moest alles met de grond gelijk gemaakt worden.

De roemruchte veldslag tegen het einde was een riskante onderneming, keer op keer moest het over. Vermoeide acteurs en figuranten haalden levensgevaarlijke toeren uit tussen vliegende wagenwielen en struikelende paarden. Sommigen, waaronder Jeff  Bridges, vreesden voor hun leven.

Voor United Artists was de maat vol: artistieke vrijheid was een ding, een vrijbrief aan Cimino om het bedrijf te ruïneren zat niet in zijn contract. Alle extremiteiten werden later minutieus genoteerd door Michael Epstein in zijn uitstekende documentaire The Making and Unmaking of  Heaven’s Gate (2004).

(c) United Artists Eindelijk was het zo ver: Bach en Field mochten de film zien. De sfeer in de screening room was grimmig want de 44 miljoen dollar die Cimino had uitgegeven was in 1980 een astronomisch bedrag. Na het zien van de final cut was Bach woedend. Hij zag tot zijn schrik dat de film een ongelofelijke en totaal onacceptabele vijf uur en 25 minuten duurde. Commercieel een niet te slijten ramp aan een Amerikaans publiek gewend aan het snelle Hollywood hapje van pakweg 90 minuten.

Bach dwong Cimino om drastisch in te knippen en een versie van drie uur en vijftien minuten ging in 1980 in première. De kritieken waren vernietigend, bijna niemand nam de moeite de film te bekijken: de kassa rinkelde niet, hij fluisterde bijna onhoorbaar. De totale opbrengst tot vandaag de dag is anderhalf miljoen dollar.

Maanden na de eerste desastreus verlopen première probeerde United Artists het met een nog verder verminkte versie van 2 uur 29 minuten. Heaven’s Gate werd er niet beter op en was een grotere mislukking dan zelfs de beruchte Cleopatra twintig jaar eerder. Cimino’s reputatie was beschadigd en het vermaard United Artists ging failliet. Later werd er een bescheiden doorstart gemaakt onder auspiciën van grote broer MGM.

Cinematografische triomf
Maar hoe slecht was Heaven’s Gate? De film was helemaal niet slecht. Integendeel, voor sommigen voornamelijk Europese critici, is het nog steeds een visueel meesterwerk. Cimino was een briljante reclameman geschoold op Madison Avenue, een originele MadMan, en over visuele pracht kon niemand hem wat leren. De film ziet er oogverblindend mooi uit, zondermeer een cinematografische triomf van compositie, kleur en stijl. Men kon honderden stills uit de film halen en het Van Gogh museum in Amsterdam vullen met een  tentoonstelling van formaat.

(c) United Artists Vorm om door een ringetje te halen dus, maar inhoud helaas om er rustig bij in slaap te vallen. Traagheid krijgt hier een nieuwe dimensie met een spanningsboog die naar een rechte lijn nijgt. Er gebeurt in de eerste 90 minuten vrijwel niets, er wordt wel gedanst. Er wordt heel veel gedanst.

Heavens’s Gate is een grimmige anti-western en verhaalt over de waargebeurde Johnson County Cattle War van 1892 in  Wyoming. Rijke veebaronnen willen arme voornamelijk Oost-Europese immigranten uitmoorden voor vermeende veediefstal. Sheriff James Averill (Kris Kristofferson) probeert de immigranten te beschermen. Moordzuchtige huurlingen uit Paris, Texas onder leiding van Nathan Champion (Christopher Walken) worden door de baronnen ingehuurd. Averill en Champion houden van dezelfde vrouw: de boordeeleigenares, Ella Watson (Isabelle Huppert). Beide mannen worstelen met hun rollen in dit bloedige conflict.

Clowneske alcoholist
De acteerprestaties zijn uitstekend te noemen, het triumviraat van hoofdrolspelers, Kris Kristofferson, Christopher Walken en Isabelle Huppert zijn weliswaar geen onvergetelijke personages, maar innemend zijn zij wel. Alleen de vermaarde Britse acteur John Hurt is hopeloos miscast als de clowneske alcoholist Billy Irvine.

(c) United Artists Er zijn veel magistrale scènes te bewonderen, maar helaas is het geheel vele malen minder dan de som der delen. En hoewel de magie van The Deer Hunter afwezig is, bekruipt je regelmatig het gevoel dat er ergens een meesterwerk in schuilgaat, maar ondanks verwoede pogingen kreeg noch Cimino noch United Artists het lek boven.

Ontegenzeggelijk speelde de omstreden politiek beladen plot een rol in het mislukken van Heaven’s Gate. Een volksopstand tegen de rijke gevestigde orde zit iets te dicht bij Marxisme: boze, straatarme immigranten die “wij zijn arm, maar wij hebben ook rechten” roepen. Nee, hier moet men bij het Amerikaanse publiek niet mee aankomen, alleen al het vermoeden van socialistische principes veroorzaakt braakneigingen.

Na Heaven’s Gate zou Hollywood nooit meer hetzelfde zijn, geen regisseur zou ooit weer zoveel vrijheid van een filmstudio krijgen. Cimino won wel een Razzie in 1982 voor  slechtste regisseur van het jaar, maar hij ging vrolijk verder met filmen. Hij zou later bescheiden successen boeken met The Sicilian (1987) en The Sunchaser (1996), maar bij Picasso en Michelangelo kwam hij nooit in de buurt. Hij had met The Deer Hunter zijn piece de resistance al geleverd.

In 1979, toen het filmen op locatie eindelijk klaar was, wilde Cimino de machtige voor Heaven’s Gate gebouwde cabine in Montana verbranden. Hij vroeg eerst aan de acteurs of iemand belangstelling had. Jeff Bridges stak zijn hand op en nam het huisje mee op een trailer naar zijn ranch in het zuiden. Het staat er vandaag nog, vertelt Bridges. Een monument voor een spectaculaire en gedenkwaardige mislukking. Bridges lacht: “Je moet niet te hard tegen de gevel leunen anders stort het in.” Figuurlijk gesproken net als de film Heaven’s Gate zelf. 

(c) United Artists (c) United Artists (c) United Artists (c) United Artists (c) United Artists

REEKS (117) - KLASSIEKER
In deze rubriek snuffelen we elke editie langs grote, kleine en vergeten filmklassiekers.

PLANEET CINEMA

Planeet Cinema is een online filmmagazine. We bekijken films zonder grenzen: oud of nieuw, populair of obscuur.

We geven graag nieuw schrijftalent de kans om online te publiceren.

Planeet Cinema beschikt over een uitgebreid archief van meer dan 6.000 artikelen sinds 1993.

 

HOME
RECENSIES
ACHTERGRONDEN
FESTIVALS
KLASSIEKERS

Twitter Facebook

 

THEMA

THEMA - UIT DE KUNST
Vrouw in een mannenwereld


Met de hulp van een historica draaide de Franse regisseur Bruno Nuytten in 1988 een biopic over een van Frankrijks meest bekende vrouwelijke kunstenaars uit de negentiende eeuw. De gelijknamige film vertelt haar tragische levensverhaal begeleid door de dramatische muziek voor hoofdzakelijk strijkers van componist Gabriel Yared.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
De beeldhouwer die niet wou schilderen


Quizvraagje voor bij de barbecue: wat hebben Mozes, Johannes de Doper, Marcus Antonius, Henry VIII, Michelangelo en God de Vader zelve gemeenschappelijk? Antwoord: ze werden allemaal op film vereeuwigd door Charlton Heston.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Het spanningsveld van de kunstenaar


Een kunstschilder die in de tweede helft van de negentiende eeuw in het zog van het impressionisme op de kunstscène verschijnt, is Auguste Renoir. Deze Fransman die ongeveer 6000 schilderijen maakte, is echter niet de enige kunstenaar die Gilles Bourdos met de film Renoir in de verf zet.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Genialiteit ondergedompeld in miserie


Quoth the raven: ‘nevermore’. Edgar Allan Poe schreef de beroemde dichtregel in 1845, en sindsdien heeft zijn raaf de populaire cultuur niet meer verlaten. Als zelfs The Simpsons je gedicht opnemen in hun Treehouse of Horrorreeks, weet je dat je het als dichter gemaakt hebt.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Pop-art tot de tiende macht


Thierry Guetta is een Fransman die in Los Angeles een tweedehands kledingzaak heeft. Via via ontmoet hij een street art-kunstenaar en hij – notoir allesfilmer – springt bij en filmt alles. Meer street art-kunstenaars laten zich filmen. Een idee voor een documentaire is geboren. Maar er is iets loos. Guetta zal niet rusten voor hij alle kunstenaars heeft gefilmd. Hij ontmoet er veel. Maar er ontbreekt er een: Banksy, die intussen wereldberoemd is geworden met zijn ironische street art.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Wie is er bang van Alfred Hitchcock?


In 2012, meer dan 30 jaar na zijn dood, verschenen er plots twee films over het leven van Alfred Hitchcock. Het mag een wonder zijn dat het zolang geduurd heeft. Hitchcock was een mysterieus man en een gedroomd object voor een biopic.

>>>

UIT HET ARCHIEF

Foto: A-Film
ANY WAY THE WIND BLOWS
Tom Barman, windkracht 12
>>>