Bleak Night: favoriet maar geen Tiger-winnaar. (c) CJ Entertainment
Het filmfestival van Rotterdam bestond dit jaar veertig jaar en had ook veertig uiteenlopende filmlocaties, zoals het oogziekenhuis, het maritiem museum, Hotel New York, gemeentearchief Rotterdam. Een echte filmcriticus is natuurlijk serieus met zijn vak bezig en rent voornamelijk in en uit Pathé, Cinerama, Doelen en Lantaarn/Venster, nu een prachtig gebouw op Kop van Zuid; hopend dat je op tijd bent voor de volgende film, want die is er op het IFFR altijd.
The autobiography of Ceausescu (Roemenië, 2010)
Drie uur lang beelden van Ceausescu, beginnend bij het einde, het moment van de militaire rechtszaak waarna hij geëxecuteerd zou worden. Onderweg zien we hem veel zwaaien, loopt hij langs steden die door aardbevingen zijn getroffen, krijgt hij Nixon op bezoek, gaat zelf naar China, opent een warenhuis. Maar er zijn ook intieme kiekjes als hij gaat volleyballen.
Deze film is beslist niet voor iedereen, en voorkennis is handig, net als geduldig zitvlees. Veel van deze beelden zijn hooguit interessant om een beeld te krijgen van hoe de pr-machine van de Communistische partij werkte. Maar de beelden werken wel, je raakt langzaam geboeid, en je ziet allerlei dingen geopenbaard worden: hoe Roemenië zich afzette tegen het Warschaupact (contact VS, pro-Dubcek); hoe een dictatuur werkt, zoals wanneer het paleis wordt gebouwd (‘Het wordt wel groot hè’ zegt zelfs Ceausescu) of wanneer iemand een kritische noot laat horen in het parlement; hoe machtspolitiek werkt (gezellig onderonsje met bedaard rokende Brezjnev op een vliegveld); hoe Ceausescu zijn volleybalwedstrijden won (net omlaag trekken).
Andrej Ujica: ‘Al dat materiaal lag gewoon in de nationale archieven, ook de privébeelden. Interessant van de privébeelden zijn de jachtopnamen. Ik ben zo goed als zeker dat Ceausescu die eerste beelden van de beren zelf heeft gefilmd. Hij zat namelijk alleen in die jachtcabine. Hij wist niet goed hoe de camera’s werkten dus is het niet al te scherp. Ik heb bewust geen context gegeven zodat de beelden meer voor zichzelf spraken. Je kunt wel tussenhoofdstukken inlassen maar waar leg ik dan de grens? Dat moet ik dan doen bij alle nieuwe momenten uit Ceausescu’s leven en dat haalt de vaart uit de film.’
The baron (Portugal)
Een schoolinspecteur heeft in een uithoek van het land een ontmoeting met ‘de baron’. Ze praten en dansen met elkaar.Deze film, een verfilming van een roman, heeft een voorgeschiedenis. In de Tweede Wereldoorlog was de film al eens eerder gemaakt, maar niet afgemaakt omdat het fascistische regime er niet blij mee was. Met deze film heeft Edgar Pera dat willen rechtzetten aan de hand van het toenmalige script. De film zou een combinatie moeten zijn van Amerikaanse gothic en Duits expressionisme. De stijl van Pera maakt zeker indruk maar al gauw begint het te vervelen, elke seconde iets nieuws is te veel, en houvast van een verhaal is er niet. De mogelijkheid op interessant mysterie wordt zo om zeep geholpen.
Bleak night (Zuid-Korea)
Op een Koreaanse school wordt een jongen niet zo snel geaccepteerd door de rest van de klas. Hij heeft last van de dominante Ki-Tae. Na verloop van tijd komt de jongen toch bij de groep en is het vooral Ki-Tae die zichzelf geïsoleerd ziet.
Een favoriet van nogal wat mensen maar geen Tiger-winnaar, dit debuut van Yoon Sung-Hyun. De nadruk in de meeste stukken over deze film ligt op de getoonde pikorde die zou heersen in de Zuid-Koreaanse scholen. Die pikorde verschilt volgens mij niet erg met de pikorde op om het even welke plek waar jongens of mannen bij elkaar komen. Ik zie gewoon jonge jongens die zich staande proberen te houden tijdens puberteit. Het dramatische gegeven van dit verhaal is ook niet zo heel origineel maar toch is het een prima film. Dat heeft te maken met het feit dat het acteerwerk van deze jonge jongens verbazingwekkend doeltreffend is, waardoor je wel om hen gaat geven. Ook prettig is dat er is gekozen voor verschillende hoofdpersonen. Jammer alleen dat de film net iets te lang duurt.
Carancho (Argentinië)
Man bij een verzekeringsmaatschappij is kampioen oplichten geworden met het zogenaamd creëren van verkeersongelukken. Mensen verongelukken en ze krijgen geld – net als de verzekeringsmaatschappij. Hij krijgt een affaire met een meisje dat bij de ambulancedienst werkt en in zijn werkzaamheden wordt betrokken. Hij wil zijn slechte leven achter zich laten maar er zijn nog wat schulden die vereffend moeten worden. Dan loopt het flink uit de hand.
Vlot en goed gemaakte thriller. Je wordt zoals dat heet als kijker in het verhaal gezogen. Een interessant inkijkje in het doen en laten van de Argentijnse E.H.B.O. en alles wat eromheen hangt (zoals gewonde mannen die daar nog een keer met elkaar op de vuist gaan). Een soort E.R. maar dan viezer. Wat de sfeer wel doet, doet het script niet, want dat valt te makkelijk te voorspellen. De film doet het beter met zijn romantiek met twee gepassioneerd gespeelde hoofdrollen. Film heeft ook een van de meest indrukwekkende eenvoudige versierpogingen ooit, die te maken heeft met het tellen van auto’s die door rood licht rijden.
Cirkus Colombia (Bosnië)
Man keert terug na verblijf in Duitsland in zijn geboortedorp. Hij wil zich daar vestigen en dat moet dan maar ten koste van zijn ex, die nog steeds in dat huis woonde, met zijn zoon. Alles wordt geregeld en gaat goed, tot zijn kat ontsnapt. Zijn vriendin kan iets te goed opschieten met zijn zoon. En dan staat de oorlog ook nog op uitbreken.
Deze film van Tanovic vond ik een heerlijk staaltje cinema, met leuke karakters, een prima script en charmant acteerwerk van de bovenste plank. Opmerkelijk is hoe grappig de film is terwijl de komende oorlog een sinister wolkendek legt over het verhaal. Omdat je om de karakters geeft, wil je ze toeroepen: Wegwezen! De houding van deze mensen (zoals de burgemeester die ineens alle autoriteit verliest) zegt meer dan een verfilmde strijd. Enig minpunt vond ik wat al te ongelooflijke verwikkelingen aan het slot.
Danis Tanovic: ‘Veel mensen noemen deze film optimistisch. Ik begrijp daar niet veel van als je ziet hoe de oorlog in de lucht hangt. Nou ja, ik ben zelf ook wel een positief mens, dat moet ook wel als je vijf kinderen hebt. Ik heb veel aangepast van het oorspronkelijke boek van Ivica Djikic. Het boek telde slechts 90 bladzijden, mijn script al meer dan 130 bladzijden. Het einde heb ik flink veranderd. Het duurde heel lang voor ik het eindelijk goed had, maar toen was het er, pats, en ik ben er nu heel gelukkig mee. Dat moment van het einde heb ik zelf meegemaakt en dat was heel raar. Ook ben ik blij dat ik dankzij het boek eindelijk een keer een mooie filmtitel heb want ik had altijd van die rare titels, No man’s land, Hell, Triage. Miki Manojlovics acteren leek op wie? Walter Matthau? O, van de Billy Wilder-films. Was zeker niet bewust, maar ik zal Miki eens vragen of er invloed in zijn spel zat.’
Dharma jungle (Frankrijk)
Een man moet een script moet maken voor ene Lofski terwijl er ergens een strijd wordt uitgevochten.Groot gebrek aan logica kenmerkt deze film van cultregisseur F.J. Ossang. Een paar leuke ideeën (scène met de trap, scène in het ziekenhuis) maar die vallen in een groot gapend gat van een onnozel verhaal waar je als kijker niet veel mee kunt. Het helpt ook niet veel dat iedereen heel stom speelt. Jammer, want op basis van de trailer verwacht je een heel ander soort film – eentje die wel interessant is om te kijken.
Essential killing (Polen)
Vincent Gallo is een Afghaan in deze film, die ontsnapt uit een Pools CIA-kamp en dan gedwongen wordt door de bossen te rennen, boomschors te eten en mensen te vermoorden.
De film is een overlevingsfilm à la Papillon, wat we dus al eerder hebben gezien. Verder wil de film niets zeggen, en dat is geen punt, als het dan maar goed amuseerde. Maar zo’n loslopende killer observeren is niet mijn idee van amusement. Mooie beelden van bossen en bergen maar daarvoor kun je ook gewoon de trein pakken naar Zakopane.
Le grand tour (België)
Een groep vrienden (van een gelegenheidsorkest) gaat lopen door de Ardennen. Het doel: een regionaal feest. Als dat erop zit, hebben ze geen zin meer om naar huis te gaan. Maanden dolen ze rond. Na het zoveelste regionale feest gaan sommigen naar huis en blijven sommigen doorlopen met de leider, Vincent.
De film, een namaakdocumentaire, oogt als een Waalse Dogma-variant. Zo zijn de namen van de personages hetzelfde als de echte namen van de acteurs. Je kunt de film makkelijk in een laadje met ‘midlife-crisis-films’ stoppen maar dat is niet zo zinvol om te doen. Het is entertainend of niet. En de film is op momenten best vermakelijk, maar als maatjesgedoe niet je ding is, zoals in mijn geval, dan zal de film je niet veel doen.
Ik vond het wel goed dat de film de valkuil van een Festen-achtig schandaal weet te mijden. Vincent is gelukkig weer gelokaliseerd tijdens het filmfestival. Waar anders dan bij de bar.
Gromozeka (Rusland)
Drie Russische vrienden worstelen met het leven. Een man wiens dochter in de pornowereld speelt, een man die een affaire heeft maar niet kan beslissen met wie hij verder wil, en een man van wie zijn vrouw een affaire heeft.
Deze film van Vladimir Kott is niet zo clichématig als veel soortgelijke familiedrama’s en het spel van deze mannen is bekoorlijk. Het schematische verhaal is deugdelijk maar had wat frisser gekund, denk ik, nu blijft de film te netjes voldoen aan de normen van een arthousefilm, ook in stijl. Niettemin verveelde de film me geen tel en worden me ook niet allerlei belangwekkende maatschappijthema’s door de strot geduwd.
Vladimir Kott: ‘Deze mannen maken een midlife-crisis door, ja, maar dat is naar mijn mening niet iets specifieks voor hun leeftijd. Je maakt van je twaalfde tot je tachtigste diverse moeilijke momenten door. Je hoopt dan dat je er iets van leert. Zelf heb ik ze ook gehad maar helaas weinig van geleerd. Voor deze film heb ik er lang over gedaan voordat ik de juiste acteurs had gevonden. Ik zocht vermoeide gezichten van gewone mensen, geen bekende acteurs. Ook de locatie was belangrijk. De film speelt zich af in Moskou maar ik heb mijn best gedaan om alles wat aan Moskou herinnert achterwege te laten. Dit is een gewone stad met gewone buurten.’
Hot as hell (Japan)
Twee jongens verprutsen een drugsverkoop. Ze moeten weg, beslist de baas. Maar de vent die dat moet uitvoeren, faalt in zijn werk, en wordt in elkaar getimmerd door de maten van die jongens. Ondertussen raakt een meteropnemer in contact met het sombere vriendinnetje van de man met de ondankbare klus.
De film, gemaakt door Okuda Yosuke, een Tarantino-liefhebber, heeft zijn momenten, bijvoorbeeld aan het begin, of als de meteropnemer het sombere meisje ontmoet. Een echt Tarantino-moment is als een van de gangsters vertelt hoe endorfinen eigenlijk een legale drugs zijn. Maar de film blijft aan de vlakke en voorspelbare kant. Ik zie weinig van de briljant droge humor uit Japanse misdaadfilms als Shark skin man & peach hip girl. Vermoedelijk is deze film een soort startschot voor Yosuke’s filmcarrière en hopelijk zal hij hierna een Kitano-achtig pad kunnen belopen.
Je suis un no man’s land (Frankrijk)
Een popster wordt versierd na een concert. Hij wordt door een redelijk geschifte dame meegenomen naar haar huis, waar hij ontsnapt, door de bossen dwaalt, en dan ineens bij zijn ouders thuis in de woonkamer staat.
Tot zover is deze film van Thierry Jousse een piekfijne komedie, erg geestig. De rol van de komisch begaafde Judith Chemla biedt veel plezier. Misschien is het ook niet slecht dat zij uit het verhaal verdwijnt anders zou het een flauw verhaal worden van een gestoorde fan. Maar de komische swing wordt nu ingeruild voor een deuntje overbekend familiedrama. Dat schiet dus niet op. Hij keert onvrijwillig terug in zijn verleden, etc. etc. Kleurrijke karakters uit het dorp, etc. etc. Een beetje drama, natuurlijk, geen probleem maar waarom al deze verplichte figuren? De eerste en laatste twintig minuten zijn nu aardig, de rest is cinemavulsel.
Love in a puff (HK)
Cherry en Jimmy ontmoeten elkaar op de rookplek in Honk Kong-centrum, waar mensen van allerlei bedrijven hun rookpauzes houden. Het klikt prima tussen de twee maar Cherie heeft al een vriendje. Wat te doen? Nog maar eentje opsteken dan.
Charmante film, prettig tegenwicht tegen al die zware, sombere films op het festival. De twee kettingrokende karakters houden de film tot ongeveer een uur aantrekkelijk licht. Dan hoop je op iets magisch maar de film blijkt niet meer te zijn dan je doorsnee romantische komedie maar dan uit Hong Kong. Dat is nog altijd aantrekkelijker dan de zoveelste uit de VS maar het is ook wel jammer – dat zelfs daar dit soort formats gemeengoed zijn geworden.
My joy (Rusland)
Vrachtwagenchauffeur Georgy rijdt met zijn vracht dwars door Rusland. Hij slaat af van de hoofdweg, wordt neergeknuppeld en vanaf dat moment is hij zichzelf niet meer.
Toegegeven, My joy is ook somberstemmend en langzaam, maar deze film loont wél om te blijven kijken. Het verhaal heeft bijvoorbeeld geen arthouse-stramien maar een cynische wereldvisie die wordt ontvouwd door regisseur Loznitsa.
Een portret van een plek waar de weg en ook de beschaving eindigt. De bewoners van dit platteland zijn net zo hard en immoreel als het land zelf. Zelfs meisjes van nog geen achttien zijn uiterst onvriendelijk. Zie de verbazing als Georgy over een markt loopt en allemaal cynische, verweerde koppen bekijkt, en zelfs ondersteboven wordt gelopen door een of andere boer. Deze schets vliegt ook af en toe dwars door de geschiedenis. Eigenzinnige keuze van Loznitsa en wat je er ook van vindt: je moet toegeven dat het zelden in cinema te zien is. Waar ik wel wat moeite mee had, was de enorme transformatie van Georgy. Maar dat is het aardige van een goede eigenzinnige film: die hoeft niet alles te verklaren. Mooie beelden (van Oleg Mutu), onvoorspelbaar verhaal, mysterieuze karakters; kortom, echte cinema.
My perestroika (Rusland)
Deze documentaire beschrijft de levens van vijf voormalige klasgenoten, die de perestrojka hebben meegemaakt en de moeilijke tijden die volgden, met gangsters, roebelcrisis, kapitalisme. In deze documentaire van Robin Hessman krijgen we ook jeugdbeelden te zien en een bondige schets van de gebeurtenissen in de jaren negentig.
De film is best aardig om te zien maar nogal vrijblijvend. Je had ook zo vijf andere Moskovieten kunnen nemen zonder echt veel te verliezen. Echt interessant is het ook niet voor als je al wat meer van het onderwerp afweet. Heel af en toe word je wakker geschud door een opmerking als: ‘Mijn man, een vice-directeur van een bank, werd toen neergeschoten’.
Outbound (Roemenië)
Vrouw komt uit gevangenis voor een dag. Ze reist door het land om zaken te regelen, zoals met haar broer, haar ex en haar zoon. De meesten zitten niet op haar te wachten maar haar zoontje lijkt haar terugkeer wel prima te vinden.
Deze film van Bogdan Apetri werd gepresenteerd als al weer een nieuw talent uit Roemenië. Een typisch voorbeeld van kunstzinnig opportunisme: iets is in de mode dus moet het goed zijn. Mij viel deze film niet goed maar ik ben ook van nature niet geschikt om films met louter drama en leed te waarderen. Ik zie daar geen ontroering in maar eerder verveling. Kaarsrecht verhaal, saai karakter (die Matilda kon mij niets schelen), doorsnee filmstijl. De film wordt gered door Mimi Branescu, die heel sterk patser Paul speelde.
Outrage (Japan)
Een man wordt een poot uitgedraaid in de damesclub die hij bezoekt. Deze man blijkt lid te zijn van een beruchte yakuza-familie. Er moeten excuses worden gemaakt. Dat doe je met afhakken van vingers. Deze losslingerende vingers gaan niet ver genoeg. De zaak loopt uit de hand en voor je het weet lopen diverse mannen van diverse families elkaar af te maken.
Kitano en yakuza zijn al vaker een gelukkige combinatie geweest en ook in Outrage werkt het prima. Toegegeven, het verhaal is misschien wat doorzichtig, maar wat een prachtige cinema je ervoor terugkrijgt! Je ziet dat al meteen als je de stoet mercedessen achter elkaar ziet rijden. De combinatie van fraaie beelden en messcherp acteerwerk levert aan de lopende band parels van droge, harde misdaadcinema. Deze hardheid doet bij tijd en wijlen denken aan Kitano’s vroege werk. Sommigen beelden zullen te veel zijn voor de gevoelige kijkers, zoals wanneer er een stanleymes tevoorschijn wordt gehaald, maar de liefhebbers van Kitano’s sfeervolle geweldscinema komen wel weer aan hun trekken. Schijnt eerste deel te zijn van een trilogie.
The piano in a factory (China)
Een man die als artiest werkt, gaat scheiden van zijn vrouw. Maar naar wie gaat de dochter? De dochter zegt dat het wel leuk zou vinden als papa een piano zou hebben. Dynamisch als de man is, trommelt hij zijn vrienden op, om een piano te stelen, en als dat niet lukt, er dan in vredesnaam maar zelf een te maken.
Simpel verhaal maar toch aangename film, The piano in a factory. Voor Chinese begrippen behoorlijk eenvoudig en speels gefilmd. En er valt echt wat te grinniken. Het maken van de piano is een prettige aanleiding om een inkijkje te hebben in de levens van deze doodgewone Chinezen. De film van Zhang Meng is heel wat echter, stadser en rauwer dan het werk van klassieke Chinese filmauteurs zoals Zhang Yimou. Er zijn ook veel beelden van lege fabrieken en gebouwen. Dit soort films past prima in wat men nu geloof ik de Zesde Generatie van Chinese filmmakers noemt. The piano in a factory doet wel merkwaardig weinig met de emoties van de kijker.
Post mortem (Chili)
Man die op een mortuarium werkt in Chili in 1973, krijgt te maken met een oneindige stroom lijken. Zelf heeft hij een oogje op een vrouw die samenleeft met een man die tot de oppositie behoort.
Als er geen expliciete seksscènes waren geweest, zou de film kinderlijk eenvoudig de Oscar van de buitenlandse film winnen. Precies zo’n type film: dramatisch, sober, veelzeggend, ambivalente karakters. Pablo Larrain heeft zijn best gedaan en de film zit goed in elkaar. Maar Post mortem is ook vermoeiend. Het is de zoveelste film over dat tijdperk. En waarom die focus altijd op ellende? Je zou Pinochet bijna gaan bedanken voor zijn bijdrage aan de Chileense filmindustrie van vandaag de dag. Voor mij tien keer liever een lichtvoetiger en menselijker film als Whisky (ook al komt die uit Uruguay).
El sicario room 164 (Italië/Mexico)
Charles Bowden schreef het boek over ‘El Sicario’, een verhaal van een ex-huurmoordenaar van Mexicaanse kartels. Regisseur Gianfranco Rosi filmde ‘El sicario’ in een van diens werkplaatsen, een hotelkamer met nummer 164.
El sicario grijpt ondanks zijn eenvoudige opzet (man beschrijft letterlijk wat hij deed) me meer bij de keel dan een fictieve film zou kunnen. Bruut is niet alleen hoe hij vertelt hoe mensen aan hun einde komen, maar ook dat hij ze ‘afleverde’ en niet wist wat er met die mensen gebeurde. Lugubere details die schokken omdat ze (vermoedelijk) waar zijn. Opmerkelijk vond ik ook hoe de systematische denkwijze van deze moordenaar wordt blootgelegd. Zoiets had ik nog nooit gezien.
Rosi: ‘Of het allemaal waar is wat hij vertelde, doet er voor mij niet toe. Cinema is cinema. Ik ben geen journalist. Daarom heb ik ook geen beelden gebruikt van moorden in Juarez, die ik nog wel heb gefilmd, en waarbij ik twee keer ben beschoten. Mij gaat het om het archetype van zo’n killer. Die zou je evengoed in Rusland, Italië of Japan kunnen vinden. Ook al heeft die El sicario zoveel mensen gedood, het is een verstandige man, geen waanzinnige. Hij mailt me bijna elke dag om te zeggen dat hij nog leeft. Hij is ontzettend handig met internet en vindt soms recensies van mijn films die ik nog niet eens had gelezen. De film heb ik in drie dagen gemaakt terwijl ik voor mijn vorige project vijf jaar bezig was.’
Sleep (Japan)
Raar en pervers verhaal lijkt alleen maar te willen schokken met incestueuze beelden. Moeder is ooit verkracht geweest. Ze zoekt nog steeds de dader. Ondertussen verdient ze geld als masseuse gespecialiseerd in happy endings. Doet ze gewoonlijk met dochter in dezelfde ruimte – die uit verveling in slaap valt. Dochter wast haar opa onder de douche. Dan komen ze eindelijk in contact met de verkrachter. Enzovoort, enzovoort.
Small time murder songs (Canada)
In Small time murder songs van Ed Gass-Donnelly krijgt een stadje een moord te verwerken. Dat gebeurt vrijwel nooit en er wordt dus een speciaal mannetje ingeschakeld. De hoofdagent speelt een dienende rol maar weet zich nauwelijks in te houden als de beschuldigingen wijzen naar de nieuwe partner van zijn ex-vrouw.
De film wordt bepaald door stampende indiemuziek en oogt heel wat artistieker dan de meeste thriller-achtige films. De film lijkt zelfs wel wat op Fargo, ook met Stormare, alleen is hij hier opzienbarend veranderd. Er is een zelfde soort lokale setting. Maar je mist de humor en relativering van die film, terwijl ik ook het religieuze gegeven rondom deze hoofdpersoon niet zo interessant vond.
Gass-Donnelly: ‘Ik ben altijd al gek geweest van muziek van indiebands die niemand kent. Ik wilde dan ook een film maken rondom een van mijn favoriete albums. Maar dat lukte niet. Nu bevat deze film veel muziek van de band Bruce penisula. Muziek heeft veel invloed op de emotie van de kijker. Ik vind dat het duidelijk aanwezig moet zijn of helemaal niet. Het idee van de film is dat er ook stadjes zijn waar bijna nooit een moord plaatsvindt. We vonden uiteindelijk een stadje waar twintig jaar lang geen moord was geweest. De film die we er opnamen, maakte weer veel los over die ene moord. Ik heb ook veel vragen gehad over hoe de mennonieten, die figureren in deze film, op de film reageerden. Ze reageerden verschillend. Sommigen vonden de religieuze thema’s te ver gaan, anderen vonden het gewoon een mooie film.’
A stoker (Rusland)
Een kolenbrander schept zo nu en dan zijn kolen. Hij was ex-soldaat in Afghanistan. Hij schrijft verhalen over ‘slechte mensen’, zodat de meisjes, aan wie hij ze voorleest, beter op het leven zijn voorbereid. Ondertussen krijgt hij af en toe bezoek van zijn dochter, die in bont doet, en soms om geld vraagt, en van gangsters, die zijn ovens goed kunnen gebruiken.
Ik ben wel liefhebber van het werk van Balabanov en ook deze film is behoorlijk goed. Zo zie ik cinema graag: vol kurkdroge humor. Er zijn ook zowat geen clichés te vinden in dit portret van Sint-Petersburg in de jaren negentig. Het was het tijdperk waarin achteloos werd gezegd: ‘Regel jij dat probleem even’ (dus: maak diegene even dood).
Jammer dat het verhaal zo plat als een dubbeltje is maar ik ruil dat minpunt graag in voor het feit dat Balabanov echt een eigenzinnig filmartiest is. Dat zit in alles, in een krakerige lift, de aldoor klinkende muziek (soms dwars door dialogen heen), de kachels, de theatrale manier van praten, de wandelingen door de sneeuw. De karakters blijven ook allemaal hangen, zoals de in haar nakie rondlopende dochter; de immer zwijgende ‘Bizon’ (wiens botheid toch wel alle soorten van botheid overtreft); de kolenbrander; het viswijf Masha; de in proza geïnteresseerde sergeant.
Balabanovs kunstenaarschap blijkt ook uit het feit dat hij altijd heerlijk onpretentieus doet over ‘de betekenis’. Zo hebben de kachels geen symbolische waarde. Ze zijn er alleen maar omdat ‘Iedere film zijn eigen stijl moet hebben’. Deze film gaat ook niet speciaal over Jakoeten maar acteur Mikhail Skryabin was er toevallig een dus gebruikte Balabanov dat als thema.
Surviving life (Tsjechië)
Vrolijke spotternij met de psychoanalyses van Freud en Jung in deze ‘psycho-analystische komedie’. Evzen heeft dromen waarin hij de aantrekkelijke Evzenie tegen het lijf loopt. Soms komt hij ook zijn superego, zijn alter ego en zijn droomzoon tegen. Zijn psychologe begeleidt hem. Evzen vindt die dromen zoveel interessanter dan het echte leven dat hij elke dag naar een apart kamertje gaat om daar te gaan slapen met een tas geklemd tussen zijn tanden.
De nieuwste film van Jan Svankmajer is goed voer voor de liefhebbers van zijn animatiewerk. Hij maakte naar eigen zeggen door het gebrek aan geld louter gebruik van animatie want ‘plaatjes eten geen broodjes kaas’. Beperking maakt de meester en ik vind zijn film ongelooflijk knap en origineel gemaakt, bovendien zalig politiek-incorrect, en het verhaal is ook nog eens topgeestig. Dit is nou echt een voorbeeld van iemand met een eigen stijl. Wie anders zou zo gefascineerd pratende monden filmen? De enige film van het festival waarbij ik met regelmaat hartelijk moest lachen. Enig kritiekpuntje is dat de stroom van bizarre beelden een beetje vermoeiend is.
Todos tus muertos (Colombia)
Een boer loopt langs zijn veld en ziet ineens dat een hoop maïs is platgewalst. Dit pad draait naar links en daar ziet hij een berg lijken. Hij gaat naar het dorp. De burgemeester, de lokale commendant en de ‘machthebber achter de schermen’ bemoeien zich ermee.
Wat een geestige satire had kunnen zijn, of een mysterieuze thriller, is nu eigenlijk vlees noch vis. In de weg hiervoor zit de Zuid-Amerikaanse mystiek, met lijken die ineens niet dood blijken te zijn, waar we iets belangwekkends voor de Colombiaanse samenleving uit moeten concluderen, althans, daar ga ik maar vanuit. Ik werd als nuchtere Europeaan helaas niet meegetrokken in deze sfeer.
Unter dir die stadt (Duitsland)
Een junior-bankier wordt overgeplaatst naar een lastig te managen filliaal in Indonesië. Op deze manier kan senior-bankier rustig flirten met diens vriendinnetje, die een jaar of twintig jonger is. Ondertussen leren we het een en ander over het verleden van de senior-bankier, zijn drugs gebruikende zoon, en het leventje als topbankier, waar achteloos wordt besloten over miljoenen.
Als er een film was die me teleurstelde dit festival was het wel deze ‘spannende bankiersthriller’ uit Frankfurt. Het merkwaardige was dat deze op zich interessante setting alleen diende als decor voor oninteressant melodrama tussen twee vervelende mensen. Er is niets thrillerachtigs of bankachtigs, iets in een Alan J. Pakula-sfeer, waar ik stiekem op hoopte. In plaats daarvan een zoon die met zijn drugsgebruik het rare gedrag van de senior-bankier verklaart. Olala… Regisseur Christoph Hochhäusler heeft architectuur gestudeerd – zou hij überhaupt over het script hebben nagedacht, vraag je je af – maar zelfs dat element vond ik tegenvallen. Glimmende glazen gebouwen hebben we al vaker gezien.
Planeet Cinema is een online filmmagazine. We bekijken films zonder grenzen: oud of nieuw, populair of obscuur.
We geven graag nieuw schrijftalent de kans om online te publiceren.
Planeet Cinema beschikt over een uitgebreid archief van meer dan 6.000 artikelen sinds 1993.
HOME
RECENSIES
ACHTERGRONDEN
FESTIVALS
KLASSIEKERS
Pablo Larraín maakte naam met zijn opmerkelijke Pinochet-trilogie Tony Manero – Post Mortem – No. Debuteren als regisseur deed hij in 2006 met Fuga, een film die vooral opvalt omdat hij zo verrassend onopvallend en braaf is. Hij is zonder twijfel degelijk gemaakt maar mist de urgentie, originaliteit en intensiteit van Larraíns latere werk.
>>>
‘El Unico Clasico del Cine Chileno’ staat te lezen op de DVD-hoes van Azul y Blanco. Aan valse bescheidenheid heeft niemand iets maar de marketingman die het in zijn bol kreeg de zelfverzekerde slogan te koppelen aan deze miskleun van een film heeft dringend professionele hulp nodig.
>>>
Patricio Guzman is een filmmaker die als geen ander verbonden is met de moderne geschiedenis van Chili. Hij werd bekend met zijn epische en gelauwerde documentaire La Batalla de Chile. Een kroniek van de periode dat Salvador Allende aan de macht kwam tot aan de coup van 1973.
>>>
Agressieve agenten slaan met wapenstokken in op burgers. Tanks rollen door de straten. Mensen worden weggevoerd. Enge muziek. Als het filmpje is afgelopen, wachten leiders van de Chileense oppositie op de reactie van René Saavedra, reclameman. ‘Ik denk dat dit niet verkoopt’, zegt hij. Ontsteltenis alom. Weet hij dan niet hoe schurkachtig het regime is? Natuurlijk weet hij dat, maar als je wilt dat mensen voor jou stemmen, dan moet je het anders aanpakken.
>>>
De Latijns-Amerikaanse cinema is de laatste tientallen jaren gedomineerd door Argentinië, Brazilië en Mexico. In de schaduw heeft Chili zich ontwikkeld tot een minstens even boeiend en verrassend filmland. Het blijft voorlopig een goed bewaard geheim omdat de meeste films het commerciële circuit in Europa niet halen. Op filmfestivals gooien ze wel hoge ogen en winnen ze steeds belangrijkere onderscheidingen.
>>>
Een debutant kan je Dustin Hoffman bezwaarlijk noemen. De meermaals gevierde acteur van onder meer The Graduate, Kramer versus Kramer, Tootsie en Rain Man is ondertussen 75 jaar maar met Quartet maakt hij zijn debuut als regisseur. Daarvoor kon hij een beroep doen op een resem Britse steracteurs op leeftijd en een sterke theatertekst.
>>>
RCV