Meteen naar de tekst springen
The Savage Eye: is dit nou het leven? (c) City Film

INDEX >> ACHTERGRONDEN >>

DE FILMS VAN JOSEPH STRICK
Een ongrijpbaar filmoeuvre

 

Bob van der Sterre | 01/05/2011


Share/Bookmark

Joseph wie? Zijn naam zal vermoedelijk zelfs geen belletjes doen rinkelen bij cinefielen. Hoewel hij Amerikaans regisseur was en de jaren zestig en zeventig meemaakte. Om wat aan zijn onbekendheid te doen, draait momenteel in Nederland een retrospectief van zijn films – geïnitieerd door het Filmhuis in Den Haag.

Strick, die vorig jaar in Parijs overleed, heeft er ogenschijnlijk alles aan gedaan om niet al te bekend te worden. Hij heeft er niet naar gestreefd dat ene meesterwerk te maken waar we hem nu nog aan zouden kunnen herinneren. Hij maakte films in totaal verschillende stijlen. Zijn Hollywood-carrière kon hem weinig schelen. Hij ging zijn eigen gang en betaalde zijn eigen films.

In zo’n loopbaan kun je ook een pauze van twintig jaar tegenkomen. Het was niet dat hij net als Terence Malick genoeg had van ‘de filmindustrie’. Hij was namelijk ook uitvinder. Strick richtte bedrijven op en verkocht ze om daarmee zijn films te betalen. Zo slurpten de zaken rondom de ‘six-axis motion stimulator’ (een ding dat in pretparken wordt gebruikt) zoveel tijd op dat hij tussen 1977 en 1995 geen films maakte.

Ongrijpbaar
Het aardigste van Strick is dat zijn oeuvre zo ongrijpbaar is. Je kunt het ruwweg samenvatten in documentaires met flinke doses maatschappijkritiek en het verfilmen van onverfilmbare boeken. Als inspiratiebronnen noemt hij uiteenlopende mensen als John Ford, Jean Vigo en Akira Kurosawa.

Toen hij terugkwam van de oorlog besloot hij regisseur te worden. Vrienden zeiden: Pak dan een camera en film wat je ziet. Vervolgens maakte hij de documentaire Muscle Beach in ‘48. Een carrière als documentairemaker leek in het verschiet te liggen maar de volgende productie was een misdaaddrama, The Big Break, over New Yorkse ghetto’s.

The Savage Eye (c) City Film Het leek of hij dan maar beide filmgenres in een film wilde stoppen want in 1959 volgde de docu-speelfilm The Savage Eye. Hij was een van de drie regisseurs (de andere twee waren zijn vrienden) van deze film waarin een alleenstaande vrouw (Judith McGuire) wordt gevolgd bij wat ze doet. Ze doet wat een alleenstaande volwassen vrouw doet in de jaren vijftig: ze bezoekt gymzalen, paardenraces en bars, en bekijkt mensen in de kerk.

Ze wordt ondertussen lastig gevallen door een stemmetje dat op haar inpraat: baalt ze van het leven? Mist ze haar ex? Het stemmetje slaat soms spontaan aan het dichten: ‘We zijn verkopers van onze eigen illusies, vastgezet aan een groene planeet met onze voeten, haarloze wezens, twee miljard in totaal, vervloekt om sterfelijk te zijn’.

De aparte documentaire roert het gemoed met een flinke dosis eigenzinnigheid en veel mooie beelden van gewone mensen. De koopzieke dames bijvoorbeeld – of plotseling beter wordende kerkbezoekers. Filosofisch is het ook een beetje: is dit nou het leven? Daarmee wordt het leven in 1959 even stilgezet en biedt het ons de gelegenheid voor anderhalf uur de tijdmachine te pakken.

Onfilmisch
De moeilijke weg was de weg die Strick het liefst aflegde en daarom wierp hij zich hierna op een toneelstuk van Jean Genet, een van de eerste films in wat je de reeks ‘onverfilmbare boeken’ zou kunnen noemen.

The Balcony (c) City Film In The Balcony leven mannen hun fantasieën uit in het bordeel. De een speelt generaal, een ander priester en een derde rechter. Ze worden daarna gevraagd die rollen in het echt te gebruiken. De politiechef, de enige echte ‘man in pak’ in het bordeel, vraagt erom.

Het resultaat is niet helemaal geslaagd omdat het verhaal daarvoor te ‘onfilmisch’ is – een probleem dat je ook ziet bij de verfilmingen van Ionesco’s Rhinoceros en Raymond Queneau’s Zazie in de Metro. Maar de mannen en hun seksuele fantasieën zijn een behoorlijk gewaagd onderwerp voor 1963. Heel nonchalant speelt de film met taboes. Zo zegt Shelly Winters casueel tegen haar secretaresse en minnares, die net verzucht dat ze echt een man in actie ziet: ‘Jij mag hem wel na mij.’ Het sensuele dansje van Lee Grant is ook niet mis.

En er is fraaie satire: een man is niet veel meer dan zijn pak, heeft liever machtsfantasieën dan seksfantasieën. Beroemde acteurs doen de film veel goed: Peter Falk, Shelly Winters, Jeff Corey, Lee Grant, Leonard Nimoy (Mr. Spock). Opmerkelijk dat het vaak zo purinteinse Amerikaanse publiek deze film zo goed bezocht. Er moet een snaar geraakt zijn.

Speelse staaltjes
Strick verhuisde naar Engeland en kocht de filmrechten van James Joyce’s Ulysses. Niet voor niets dat mensen er nog niet voor in de rij stonden om dat te doen. Zelden was een roman meer onverfilmbaar.

Ulysses (c) Laser Film In 1967 verscheen de film dan eindelijk en de reacties waren positief. De film bevat speelse staaltjes cinematografie zoals je zelden ziet. De film ademt veel zelfvertrouwen met z’n visuele vondsten en een prachtige combinatie van ernst en speelsheid. Bloom loopt een restaurant binnen, je ziet mensen eten en je hoort varkensgeluiden. Het wordt steeds vreemder en gedachten aan Monty Python komen boven. Maar in de kern blijven Bloom en Dedalus echte mensen met echte issues.

Goed acteerspel en interessante camerashots van onderaf. Strick en zijn crew hebben zich echt overtroffen. Terwijl hij toch vond dat hij veel te weinig tijd had om het echt goed te doen.

Hoewel de film tammer lijkt dan The Balcony had Ulysses meer last van censuur – en was daarmee een echo van de publicatieverboden rondom het boek destijds. Ierland hield het vertoningsverbod zelfs vol tot tien jaar geleden. De Britse censor in 1967 eiste 29 cuts in de film. Strick verving ze door blanco stukken met gruwelijke geluiden. De verbaasde censor ging overstag en liet de film compleet vertonen. Een Oostenrijkse publieke zender haalde nog maar vijf jaar geleden voor de vertoning ongevraagd de antisemitische passages uit de film. Een extreem staaltje politieke correctheid.

Godzijdank voor al die mensen heeft Strick niet vastgehouden aan zijn oorspronkelijke idee om de film achttien uur te laten duren. Wat een werk had dat wel opgeleverd voor censors?

Na Ulysses kreeg Strick aanbiedingen om samen te werken met studio’s. Maar het was duidelijk niets voor hem. ‘Ik werd voortdurend ontslagen omdat ik niet de film kon maken die ik wilde maken. Dat was een hint.’

In 1970 wierp hij zich op Tropic of Cancer van Henry Miller. Wederom een lastige klus want veel erotiek. Hoe de zakelijk dramatische rating 18+ te voorkomen? Dat lukte dus niet in de VS. Engeland verbood de film maar in zijn geheel.

Search and destroy
In 1971 was het weer tijd voor heel iets anders. Strick maakte de documentaire Interview With My Lai Veterans en won er tot zijn verbazing de Oscar voor beste documentaire voor. De docu duurt maar 22 minuten en in die tijd zien we zeven interviews van soldaten die ervoor kozen het praatverbod van hun leger te negeren.

De jongens zijn het er niet mee eens dat het echt fout was. ‘De opdracht was search and destroy. Dus dat doe je dan.’ ‘Ik schoot er achttien neer.’ ‘Sommigen gebruikten de mensen als target practice.’ ‘Een oorlogsmisdaad? Dat is dat we daar zitten in de eerste plaats.’

In 1973 creëerde Strick weer een nieuwe loot aan zijn veelkleurige filmboom: een film naar een eigen verhaal, Road Movie. In 1977 keerde hij weer terug bij zijn favoriete werk: het verfilmen van onverfilmbare boeken: Portrait Of The Artist As a Young Man, wederom een Joyce-verfilming.

Criminals (c) Reality Prod. En met Criminals uit 1997 keerde Strick weer terug bij het begin: een maatschappijkritische documentaire. De stijl van Criminals is saai, lelijk, home-video-kwaliteit. Je ziet simpele mannen op een politiebureau hun misdaden beschrijven. Het meeste gebeurt emotieloos, alsof ze er als getuige bij waren.

Die droogheid is ongetwijfeld opzettelijk en maakt de gesprekken des te wranger. Dit zijn dus de echte criminelen waar de politie mee van doen heeft. Manische figuren. Niet het slag vlotte toffe jongen die je ziet in Hollywoodfilms.

Zo is er de verkrachter die zelfs op het politiebureau het seksueel lastig vallen niet kan laten. De medeplichtige die spijt heeft. De juwelenovervaller die niet meer weet hoeveel juweliers hij heeft overvallen. De man die erg twijfelde maar toch een dame van een gebouw wierp – en dat vertelt door steeds ‘Yes’ te zeggen als zijn procesverbaal wordt voorgelezen.

Het was Stricks laatste film. Hij overleed vorig jaar in Parijs. Is er een samenhang in zijn werk? Welke artiest was hij? Het drammerig zoeken naar consequente eigenzinnigheid kan leuk zijn voor essayisten maar beperkend voor een artiest. Strick stond overal voor open en biedt de liefhebber meer verrassingen.

Opmerkelijk is wel zijn overeenkomst met iemand als Werner Herzog. Net als Werner Herzog was hij gefascineerd door het mengen van documentaires en speelfilm. Herzog noemde Fitzcarraldo zijn beste documentaire en vond biografische documentaires meer speelfilms. Strick zou denk ik hetzelfde gezegd kunnen hebben over zijn films.

Bronnen:
Joseph Strick, een biografische schets, uitgave Filmhuis Den Haag
interview Joseph Strick op youtube.com

The Savage Eye (c) City Film The Balcony (c) City Film Ulysses (c) Laser Film Criminals (c) Reality Prod.
PLANEET CINEMA

Planeet Cinema is een online filmmagazine. We bekijken films zonder grenzen: oud of nieuw, populair of obscuur.

We geven graag nieuw schrijftalent de kans om online te publiceren.

Planeet Cinema beschikt over een uitgebreid archief van meer dan 6.000 artikelen sinds 1993.

 

HOME
RECENSIES
ACHTERGRONDEN
FESTIVALS
KLASSIEKERS

Twitter Facebook

 

THEMA

THEMA - UIT DE KUNST
Vrouw in een mannenwereld


Met de hulp van een historica draaide de Franse regisseur Bruno Nuytten in 1988 een biopic over een van Frankrijks meest bekende vrouwelijke kunstenaars uit de negentiende eeuw. De gelijknamige film vertelt haar tragische levensverhaal begeleid door de dramatische muziek voor hoofdzakelijk strijkers van componist Gabriel Yared.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
De beeldhouwer die niet wou schilderen


Quizvraagje voor bij de barbecue: wat hebben Mozes, Johannes de Doper, Marcus Antonius, Henry VIII, Michelangelo en God de Vader zelve gemeenschappelijk? Antwoord: ze werden allemaal op film vereeuwigd door Charlton Heston.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Het spanningsveld van de kunstenaar


Een kunstschilder die in de tweede helft van de negentiende eeuw in het zog van het impressionisme op de kunstscène verschijnt, is Auguste Renoir. Deze Fransman die ongeveer 6000 schilderijen maakte, is echter niet de enige kunstenaar die Gilles Bourdos met de film Renoir in de verf zet.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Genialiteit ondergedompeld in miserie


Quoth the raven: ‘nevermore’. Edgar Allan Poe schreef de beroemde dichtregel in 1845, en sindsdien heeft zijn raaf de populaire cultuur niet meer verlaten. Als zelfs The Simpsons je gedicht opnemen in hun Treehouse of Horrorreeks, weet je dat je het als dichter gemaakt hebt.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Pop-art tot de tiende macht


Thierry Guetta is een Fransman die in Los Angeles een tweedehands kledingzaak heeft. Via via ontmoet hij een street art-kunstenaar en hij – notoir allesfilmer – springt bij en filmt alles. Meer street art-kunstenaars laten zich filmen. Een idee voor een documentaire is geboren. Maar er is iets loos. Guetta zal niet rusten voor hij alle kunstenaars heeft gefilmd. Hij ontmoet er veel. Maar er ontbreekt er een: Banksy, die intussen wereldberoemd is geworden met zijn ironische street art.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Wie is er bang van Alfred Hitchcock?


In 2012, meer dan 30 jaar na zijn dood, verschenen er plots twee films over het leven van Alfred Hitchcock. Het mag een wonder zijn dat het zolang geduurd heeft. Hitchcock was een mysterieus man en een gedroomd object voor een biopic.

>>>

UIT HET ARCHIEF

Independent
THE ICE HARVEST
Dikke acteurs; dun ijs
>>>