Atlantic City: Louis Malle’s boeiende stadskroniek. (c) Universal
Atlantic City in New Jersey riekt naar verval en vergane glorie. Zelfs nadat miljardair Donald Trump een fortuin in megacasino’s heeft geïnvesteerd; even wanstaltig als zijn eigen uitzinnige haardos. Het zal voor Amerikanen eeuwig een stinkhole van een stad blijven.
Tijdens de drooglegging in de twintigerjaren van de vorige eeuw begon in Atlantic City de georganiseerde misdaad (zie HBO’s onvolprezen tv-serie Boardwalk Empire voor een gloedvolle geschiedenisles). Dichter/zanger Bruce Sprinsteen schreef een gangsterepos over Atlantic City: zijn verteller, zoals zoveel goktoeristen, komt om in schulden die geen eerlijk mens aan de heersende oostkustmaffia aflossen kan.
Lustopwekkende cocktail
In de moderne klassieker Atlantic City (1980) van de Franse regisseur Louis Malle stinkt wederom alles en iedereen een uur in de wind. Visbar serveerster Sally (Susan Sarandon) stinkt naar oesters en citroen, een lustopwekkende cocktail voor haar oude buurman Lou (Burt Lancaster).
In een memorabele openingsscène gluurt hij stiekem naar haar als zij zich voor haar open raam wast. Burt zelf stinkt naar het irritante hondje die hij langs de Atlantic City boardwalk (houten wandelpromenade) uitlaat voor zijn chagrijnige minnares, Grace (Kate Reid). Zij stinkt naar muffe ouderdom zoals alleen een stokoud mens die nooit haar bed uitkomt kan stinken.
Atlantic City is een film bevolkt door onfrisse losers, ouden van dagen en deerniswekkende kruimeldieven. Beslist geen standaard Hollywood kost. Malle’s visie gekleurd door het oog van de buitenlander levert scherpzinnige en realistische observaties op evenals een hele reeks films gemaakt door getalenteerde buitenlandse regisseurs. Ang Lee met The Ice Storm (1997) over rijke liberalen die de kluts kwijt zijn, Polanski’s klassieke film noir Chinatown (1974) en Milos Forman’s eerste Engelstalige film Taking Off (1971) met zijn hilarische auditiescènes (vele malen gekopieerd maar nooit geëvenaard).
Amerikaanse mainstream regisseurs komen minder realistisch uit de hoek. Zij gaan gebukt onder het juk van de Hollywood geldschieters, beschermheren van het Amerikaanse droomland, zuiver uit commerciële overwegingen wel te verstaan. Zelfs Woody Alleen zegt: ik maak films over een New York dat niet bestaat, het is mijn fantasie over hoe het zou moeten zijn, een sprookje eigenlijk. Amerikanen hebben weinig op met verval, ouderdom en losers.
Taboedoorbrekende filmer
Atlantic City was Malle z’n tweede Amerikaanse film. Zijn eerste was de spraakmakende Pretty Baby (1978) over een twaalfjarige hoer in een New Orleans bordeel (de doorbraak voor de jonge Brooke Shields als de twaalfjarige Violet). Susan Sarandon beviel de Fransman toen al als actrice, zozeer dat hij een verhouding met haar begon.
Malle was een taboedoorbrekende filmer in de Nouvelle Vague traditie, hij wilde vooral verontrusten. Zijn ultieme poging daartoe kwam veel later in 1992 in het beklemmende relatiedrama Damage met Juliette Binoche en Jeremy Irons die een van de meest verontrustende apotheosen uit de moderne cinema leverde. Maar Malle was ook bang om in herhaling te vallen en sprong van genre naar genre. Atlantic City is een zeer onderhoudend, maar luchtige tragikomedie, alsof hij wilde zeggen, kijk dit kan ik ook.
Mazzel en slimmigheid
De stad Atlantic City was ooit een geliefd resort, maar eind jaren zeventig, als de film begint, sterk in verval. Legaal gokken en de casino’s luiden een commerciële opleving in tot grote ergernis van de oude mislukte gangster Lou die nog in de gloriejaren vlak voor de tweede wereld oorlog leeft. Op zijn 67ste brengt Lou zijn tijd door als verzorger van zijn zeurende maîtresse, Grace. Zij kwam ooit naar Atlantic City om mee te doen aan een Betty Grable lookalike wedstrijd en viel voor een rijke gangster, de toenmalige baas van Lou.
Lou wordt bevriend met zijn jonge buurvrouw Sally (Susan Sarandon). Zij wil croupier worden en droomt van een baan in het Mekka van alle goksteden Monte Carlo. Deze droom koestert zij sinds haar kinderjaren op de winderige vlaktes van Saskatjewan in Canada.
Haar ex, de drugsdealer Dave, duikt plotseling op met een lading drugs die hij zeer onverstandig van de maffia heeft gestolen. Dave haalt Lou over om de drugs aan de man te brengen, maar wordt uit de weg geruimd voordat Lou het geld aan hem kan overhandigen. De maffia opent daarna de jacht op Lou. Maar door een combinatie van mazzel en slimmigheid overleeft Lou. Hij wordt tot zijn vreugde op gevorderde leeftijd de bonafide gangster die hij altijd had wilde zijn.
Burt Lancaster als Lou, Susan Sarendon als Sally en Kate Reid als het stokoude gangstermeisje Grace zijn stuk voor stuk fenomenaal. Er is een minder geslaagde onevenwichtige rol voor Malle’s landgenoot, de Franse icoon Michel Piccoli. Maar Sally’s ex Dave gespeeld door de Canadees Robert Joy is zo hopeloos miscast dat hij enigszins de geloofwaardigheid van de plot aantast. Gelukkig wordt hij tamelijk vlot afgevoerd.
Charisma op versleten knieën
Malle had het goed gezien toen hij in 1979 de bijna bejaarde Burt Lancaster (1913) vroeg om Lou te spelen. Tien jaar eerder kreeg Lancaster bijna de rol van The Godfather van Coppola. In Atlantic City is hij de extreme tegenpool van Brando’s creatie als Don Corleone, maar Burt is nog altijd charisma op versleten knieën. Hij is even hypnotiserend als in grote rollen zoals The Professionals (1966) en Elmer Gantry (1960).
Met zijn onweerstaanbare glimlach en licht staccato voordracht ben je geneigd om alles wat hij beweert gewichtig te vinden, zelfs als het om een recept voor een bal gehakt gaat. Hij werd terecht genomineerd voor een Oscar voor Atlantic City, maar won niet. Hij won wel twintig jaar eerder met Elmer Gantry.
Zijn hele carrière stond in het teken van het zoeken naar professionele erkenning want hij was erg onzeker over zijn acteerprestaties. Hij voelde zich de mindere van tijdgenoten als Montgomery Clift en de grote Brando. In zijn latere carrière, nog altijd hunkerend naar artistieke herkenning, werkte hij graag met belangrijke regisseurs als Visconti en Bertolucci.
Atlantic City won een Gouden Leeuw in Venetië in 1980. In 2003 werd de film opgenomen in de American National Film Registry met de notering dat hij van grote culturele betekenis was. Te laat helaas voor Louis Malle die graag films van betekenis maakte: hij stierf in 1995, slechts drieënzestig jaar oud.
Lou, Sally en Grace zijn een trio fonkelende diamanten in de berg stront die Atlantic City heet. In de laatste scène, op de historische boardwalk, is Grace eindelijk uit bed en opgetut. Zij steunt op een breed glimlachende Lou. Dan denk je direct aan de laatste regel uit Springsteen’s epos: een vermaning om alle ellende achter je te laten en de bruisende stad in te trekken: “Put your make-up on, fix your hair up pretty and meet me tonight in Atlantic City.”
Louis Malle’s boeiende stadskroniek doet ons weer in het aloude cliché geloven: dat deze stad, die ooit de Koningin van de Jersey Shore genoemd werd, zo foeilelijk is dat zij mooi wordt.
REEKS (118) - KLASSIEKER
In deze rubriek snuffelen we elke editie langs grote, kleine en vergeten filmklassiekers.
Planeet Cinema is een online filmmagazine. We bekijken films zonder grenzen: oud of nieuw, populair of obscuur.
We geven graag nieuw schrijftalent de kans om online te publiceren.
Planeet Cinema beschikt over een uitgebreid archief van meer dan 6.000 artikelen sinds 1993.
HOME
RECENSIES
ACHTERGRONDEN
FESTIVALS
KLASSIEKERS
Pablo Larraín maakte naam met zijn opmerkelijke Pinochet-trilogie Tony Manero – Post Mortem – No. Debuteren als regisseur deed hij in 2006 met Fuga, een film die vooral opvalt omdat hij zo verrassend onopvallend en braaf is. Hij is zonder twijfel degelijk gemaakt maar mist de urgentie, originaliteit en intensiteit van Larraíns latere werk.
>>>
‘El Unico Clasico del Cine Chileno’ staat te lezen op de DVD-hoes van Azul y Blanco. Aan valse bescheidenheid heeft niemand iets maar de marketingman die het in zijn bol kreeg de zelfverzekerde slogan te koppelen aan deze miskleun van een film heeft dringend professionele hulp nodig.
>>>
Patricio Guzman is een filmmaker die als geen ander verbonden is met de moderne geschiedenis van Chili. Hij werd bekend met zijn epische en gelauwerde documentaire La Batalla de Chile. Een kroniek van de periode dat Salvador Allende aan de macht kwam tot aan de coup van 1973.
>>>
Agressieve agenten slaan met wapenstokken in op burgers. Tanks rollen door de straten. Mensen worden weggevoerd. Enge muziek. Als het filmpje is afgelopen, wachten leiders van de Chileense oppositie op de reactie van René Saavedra, reclameman. ‘Ik denk dat dit niet verkoopt’, zegt hij. Ontsteltenis alom. Weet hij dan niet hoe schurkachtig het regime is? Natuurlijk weet hij dat, maar als je wilt dat mensen voor jou stemmen, dan moet je het anders aanpakken.
>>>
De Latijns-Amerikaanse cinema is de laatste tientallen jaren gedomineerd door Argentinië, Brazilië en Mexico. In de schaduw heeft Chili zich ontwikkeld tot een minstens even boeiend en verrassend filmland. Het blijft voorlopig een goed bewaard geheim omdat de meeste films het commerciële circuit in Europa niet halen. Op filmfestivals gooien ze wel hoge ogen en winnen ze steeds belangrijkere onderscheidingen.
>>>
Een debutant kan je Dustin Hoffman bezwaarlijk noemen. De meermaals gevierde acteur van onder meer The Graduate, Kramer versus Kramer, Tootsie en Rain Man is ondertussen 75 jaar maar met Quartet maakt hij zijn debuut als regisseur. Daarvoor kon hij een beroep doen op een resem Britse steracteurs op leeftijd en een sterke theatertekst.
>>>
Foto: DreamWorks