The Help: een film over hiƫrarchie en klassenverschil. (c) Disney
Het is u vergeven als u tijdens het bekijken van een film niet altijd evenveel (bewuste) aandacht besteedt aan de kledij van de personages. Nochtans is kostuumontwerp een belangrijke discipline binnen de creatie van een film en dat werd ook bevestigd tijdens het jongste Filmfestival van Gent.
Naar goede gewoonte waren er opnieuw een flink aantal films te bewonderen waarin de outfits ook een narratief doel dienden; waarbij kledij de kijker meer vertelt over de leefwereld van de personages en waar slechts een oogopslag voldoende is om te weten wie ze zijn en waar ze staan in de rangorde van onze “beschaving”. We belichten twee voorbeelden.
Zorgeloze toon
The Help is een film over hiërarchie en klassenverschil. Niet daden zijn belangrijk maar wel afkomst; geld en huidskleur. In de jaren '60 waarin de prent zich afspeelt dragen de hoogblonde dames bloemetjesjurken en hoge hakken; hun porseleinen huid een dunne beschermingslaag voor het monster dat eronder schuilt.
Hun Afro-Amerikaanse huishoudsters mogen dan wel niet meer slaven genoemd worden, in veel opzichten zijn ze dat natuurlijk nog wel. Hun donkere huid staat in schril contrast met de melkwitte schorten die ze dragen; hun zachte stemgeluid een subtiele uiting van de naar vrijheid smachtende leeuw die in hen brult.
Gelukkig is Tate Taylors verfilming van Kathryn Stockett “Een Keukenmeidenroman” geen exclusieve “vrouwenfilm” geworden. Criticasters zullen de film oppervlakkigheid en stroperigheid verwijten, net zoals de schrijfster te horen kreeg dat zij als blanke vrouw onmogelijk kon begrijpen wat er in het hoofd van een zwarte huishoudster schuilgaat, maar dat mag de pret niet drukken. Vreemde kritiek overigens die de rangorde en tweestrijd tussen blank en zwart nog dikker in de verf zet: alsof je als blanke niet kunt weten wanneer iets onrechtvaardigheid of verwerpelijk is.
Of is het misschien de lichte, zorgeloze toon die sommige kijkers voor de borst stoot? Een onderwerp als rassenhaat kan en mag toch onmogelijk als een zonnige tragikomedie worden gebracht? Ze vergeten echter dat de duisternis in het hart van het verhaal harder aankomt in de fleurige wereld van The Help en dat de emoties van de personages niet minder authentiek zijn omdat toevallig de zon schijnt.
Wat The Help misschien mist aan subtiliteit compenseert de film ruimschoots met oerdegelijk vakwerk voor en achter de schermen; grote emoties en oprecht enthousiasme voor de goede zaak. Het is vooral een sympathieke film, en het spelplezier van de overwegend vrouwelijke cast gutst van het scherm.
Boze heks
Rijzende ster Emma Stone is opnieuw uitstekend als Skeeter, de zelf door een zwarte huishoudster opgevoede schrijfster die zich in de verhalen van de Afro-Amerikaanse gemeenschap stort. Bryce Dallas Howard is venijnig slecht als de immer vals glimlachende boze heks die haar superioriteit ook binnen haar vriendinnen wil behouden.
De show wordt echter gestolen door de fantastische Viola Davis (zo'n actrice die met een blik een heel mensenleven kan vertolken); de erg grappige Octavia Spencer (die erin slaagt om wat aanvankelijk een komische sidekick lijkt tot het hart van de film om te toveren); de momenteel in quasi elke film opduikende Jessica Chastain (als een verstoten high society-vrouw) en de altijd uitstekende Allison Janney's als Skeeters moeder; een vrouw wiens goede inborst onverenigbaar is met wat de gemeenschap van haar verlangt. Stuk voor stuk mooie rollen voor klassedames en het is met zichtbaar genot dat de actrices hun plaats innemen in deze ensemblecast.
The Help mag dan soms wel eens te nadrukkelijk de emoties van de personages vertolken en afdwalen in lichte meligheid (we hoeven niet te horen dat een blank kind – genegeerd door haar moeder – de zwarte huishoudster haar “echte moeder” noemt; die band blijft beter onuitgesproken), het is en blijft een heuse crowdpleaser voor jong en oud en temidden van al dat audiovisuele geweld mag dat ook wel eens.
Gewetenloze effectenmakelaars
Van een heel ander allooi is Margin Call; een film over mannen met pakken, dassen en Blackberrys. Aanvankelijk betrapten we ons op de veronderstelling dat het hier om weinig meer dan een veredelde televisiefilm zou gaan; waarbij regisseur/scenarist J.C. Chandor er voor zijn eerste langspeler wonderwel in was geslaagd om een heuse topcast bij elkaar te drijven. De Britse spionagefilm Tinker, tailor, Soldier, Spy (ook al zo'n prent waarbij de kleren de man maken) verenigt het beste van de Britse film- en theaterwereld maar Margin Call kan (misschien iets bescheidener) ook uitpakken met enkele kleppers.
Toch bleven onze vooroordelen stand houden want grote namen als Kevin Spacey, Jeremy Irons, Paul Bettany en Stanley Tucci zijn eerder al in draken terechtgekomen. Simon Baker mag dan wel populair zijn als The Mentalist op het kleine scherm; een grote filmrol laat voorlopig nog op zich wachten en vergane glorie Demi Moore heeft amper nog iets toe te voegen aan wat begon als een beloftevolle carrière. Zachary Quinto kennen we dan weer vooral als Spock in de jongste Star Trek-prent en Sylar in de van top naar flop afgegleden Heroes-reeks; zijn kompaan Penn Badgley leek ons dan weer een nobele onbekende die zich onmogelijk staande zou kunnen houden tussen al dat acteergeweld.
Gelukkig bleken al deze zorgen voornamelijk ongegrond. Wij werden niet helemaal wild van deze stressvolle nacht in het leven van enkele gewetenloze effectenmakelaars die aan de vooravond van de economische crisis beseffen dat het spel gespeeld is. J.C. Chandor verduidelijkt nooit in lekentaal wat het financiële probleem waarmee de mannen geconfronteerd worden (zelfs niet nadat sommige personages het letterlijk aan elkaar vragen) eigenlijk is maar een groter probleem is de afstandelijkheid en het feit dat we nooit echt in de ziel van deze personages kunnen kijken.
De prent gaat natuurlijk wel over hoe hun harde kilheid en het goochelen met cijfers ons allemaal in de problemen heeft gebracht maar een iets meer “gevoelsmatige” aanpak was misschien niet slecht geweest. Enkel Spacey's personage krijgt een subplot mee dat op een achtergrondverhaal lijkt maar er wordt te weinig mee gedaan om echt te beklijven.
Toch blijft Margin Call een zeer degelijke, beter-dan-verwacht praatfilm met goede vertolkingen en een overheersend, ongemakkelijk gevoel over hoe de rijke mannen in hun ivoren torens over het lot van de gewone man beslissen.
Twee films dus waarin de look van de personages allesbepalend is voor hun positie binnen de maatschappij, en hoe ze door de andere worden gezien. Wedden dat u toch twee keer nadenkt voor u nog eens met die oude schoenen, versleten jas en trainingsbroek naar buiten gaat?
Planeet Cinema is een online filmmagazine. We bekijken films zonder grenzen: oud of nieuw, populair of obscuur.
We geven graag nieuw schrijftalent de kans om online te publiceren.
Planeet Cinema beschikt over een uitgebreid archief van meer dan 6.000 artikelen sinds 1993.
HOME
RECENSIES
ACHTERGRONDEN
FESTIVALS
KLASSIEKERS
Pablo Larraín maakte naam met zijn opmerkelijke Pinochet-trilogie Tony Manero – Post Mortem – No. Debuteren als regisseur deed hij in 2006 met Fuga, een film die vooral opvalt omdat hij zo verrassend onopvallend en braaf is. Hij is zonder twijfel degelijk gemaakt maar mist de urgentie, originaliteit en intensiteit van Larraíns latere werk.
>>>
‘El Unico Clasico del Cine Chileno’ staat te lezen op de DVD-hoes van Azul y Blanco. Aan valse bescheidenheid heeft niemand iets maar de marketingman die het in zijn bol kreeg de zelfverzekerde slogan te koppelen aan deze miskleun van een film heeft dringend professionele hulp nodig.
>>>
Patricio Guzman is een filmmaker die als geen ander verbonden is met de moderne geschiedenis van Chili. Hij werd bekend met zijn epische en gelauwerde documentaire La Batalla de Chile. Een kroniek van de periode dat Salvador Allende aan de macht kwam tot aan de coup van 1973.
>>>
Agressieve agenten slaan met wapenstokken in op burgers. Tanks rollen door de straten. Mensen worden weggevoerd. Enge muziek. Als het filmpje is afgelopen, wachten leiders van de Chileense oppositie op de reactie van René Saavedra, reclameman. ‘Ik denk dat dit niet verkoopt’, zegt hij. Ontsteltenis alom. Weet hij dan niet hoe schurkachtig het regime is? Natuurlijk weet hij dat, maar als je wilt dat mensen voor jou stemmen, dan moet je het anders aanpakken.
>>>
De Latijns-Amerikaanse cinema is de laatste tientallen jaren gedomineerd door Argentinië, Brazilië en Mexico. In de schaduw heeft Chili zich ontwikkeld tot een minstens even boeiend en verrassend filmland. Het blijft voorlopig een goed bewaard geheim omdat de meeste films het commerciële circuit in Europa niet halen. Op filmfestivals gooien ze wel hoge ogen en winnen ze steeds belangrijkere onderscheidingen.
>>>
Een debutant kan je Dustin Hoffman bezwaarlijk noemen. De meermaals gevierde acteur van onder meer The Graduate, Kramer versus Kramer, Tootsie en Rain Man is ondertussen 75 jaar maar met Quartet maakt hij zijn debuut als regisseur. Daarvoor kon hij een beroep doen op een resem Britse steracteurs op leeftijd en een sterke theatertekst.
>>>
Foto: RCV