John Carter: Horen, zien en... rennen voor je leven! (c) Walt Disney Pictures
Deze maand verschijnt een film in de zalen die misschien wel de langste “in ontwikkeling-“fase in de filmgeschiedenis heeft doorlopen: het bijna banaal en onopvallend getitelde John Carter. Geeks en sciencefictiondwepers hebben de nakende releasedatum ongetwijfeld met marsrode viltstift in hun agenda omcirkeld. Maar waarom zou u, beste lezer, als gewone stervelingen met Avatar nog vers in het geheugen interesse moeten veinzen voor alweer een “Dances with aliens”?
Een kleine eeuw geleden verscheen het sciencefictionverhaal A Princess Of Mars van Tarzan-bedenker Edgar Rice Burroughs in boekvorm. Het verhaalde over een soldaat uit het Zuiderse kamp tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog die na een aanvaring met enkele bloeddorstige indianen (in die politiek minder correcte tijden kon dat nog) vanuit de grot waarin hij zich had verscholen plotsklaps naar de planeet Mars – of zoals ze door de inboorlingen gedoopt werd: Barsoom – wordt getransporteerd.
Daar komt hij terecht in een heel ander soort oorlog: een intergalactische strijd tussen de wrede en oorlogszuchtige stammen van de rode planeet. Hij raakt er bevriend met Tars Tarkas; een groenhuidige reus met zes ledematen; leert de gewoontes van Tars’ buitenaardse soortgenoten; vindt tussendoor nog even de tijd om tussen de lakens te duiken met de bloedmooie prinses Dejah Thoris en redt ook nog eens de planeet… nee; het heelal uit de klauwen van snode, intergalactische deugnieten.
Als het verhaal u herkenbaar lijkt; geen nood: u lijdt niet aan een chronische vorm van déjà vu. A Princess Of Mars is namelijk een van de blauwdrukken geweest voor heel wat takken van de “hedendaagse” popcultuur. Star Wars; War Of The Worlds; Superman; Avatar; zelfs The Lord Of The Rings: Burrough’s rode saga (na A Princess Of Mars verschenen nog 10 boeken) bleek de ideale voedingsbodem voor bij het grote publiek meer bekende fantasy en sciencefiction.
De weg naar Barsoom
De universele aantrekkingskracht van Mars en de avonturen die er konden worden beleefd ontgingen de filmmakers aan het begin van de twintigste eeuw evenmin en het duurde niet lang of er waren vroege plannen om Burroughs verbeelding naar het witte doek te brengen. Die eerste pogingen kwamen er door ene Bob Clampett in 1936. Deze Looney Tunes-regisseur vatte het plan aan voor een volwaardige geanimeerde langspeler en dacht eraan om de avonturen van John Carter te kiezen.
Er werden storyboards bedacht en een testfilmpje gemaakt. Het project raakte echter niet veel verder dan die vroege aanzet en de rest is geschiedenis: Ome Walt Disney was hem voor; Sneeuwwitje werd de eerste avondvullende animatiefilm uit het Huis van de Muis en de toon was gezet. Commerciële animatie voor het grote publiek begaf zich decennialang op het met zingende konijnen bezaaide sprookjespad.
In de jaren die erop volgden bleef het project de Heilige Graal van de sciencefiction. Filmmakers kwamen, gaven hun eigen draai aan Carters Martiaanse queestes maar niet een kreeg de kans (of durfde het aan) om Barsoom - met zijn vele volkeren en monsters – volwaardig op het bioscoopscherm te toveren (elfs Tom Cruise was nog even kandidaat aan de rol van Carter).
Met de opkomst van CGI leek het tij eindelijk te keren. Wat vroeger onmogelijk leek kon plots wel en al vrij vlug doken er opnieuw plannen op voor een bezoek aan Mars. In die periode waren pulpliefhebbers als Robert Rodriguez, Guillermo del Toro, Ain’t It Cool News-webmaster Harry Knowles en pseudo-“one hit wonder” Kerry Conran verbonden aan de mogelijke film. Uiteindelijk leek het erop dat Iron Man-regisseur Jon Favreau Barsoom tot leven zou wekken. Maar ook die versie draaide op niets uit en Favreau moest zijn buitenaardse ei kwijt met het goedbedoelde doch middelmatige Cowboys & Aliens.
Na heel wat omzwervingen kwam het project opnieuw (na wat geflirt met Mars in de jaren '80) in de gretige pootjes van Disney terecht. Ongetwijfeld geïnspireerd door de overstap van animatie naar live-action die zijn Pixar collega Brad Bird maakte (met het swingende Mission: Impossible – Ghost Protocol als resultaat) besloot Andrew Stanton, de maker van Finding Nemo en WALL-E, dit grootse en risicovolle project aan te pakken. Het werd een calvarietocht van ellenlange opnames en reshoots; geruchten over een absurd hoog kostenplaatje en vooral een desastreuze marketingcampagne die de film al dreigt te kelderen nog voor hij in de zalen verschijnt.
Malafide marketing
Al bij de release van de eerste trailer (met het bevreemdende “My Body Is A Cage” van Peter Gabriel als muziekkeuze) spuwden internetneuroten en critici hun gal. De acteurs waren miscast; het geheel leek meer op een Star Wars-prequel dan op een originele sciencefictionvisie en bovenal: de planeet was niet rood!
Toegegeven; ook wij hadden onze bedenkingen na het zien van die eerste beelden. Vooral de twee hoofdacteurs baarden ons zorgen. Taylor Kitsch mag dan in Amerika wel min of meer bekend zijn door het herhaaldelijk tonen van zijn sick-pack in de vrij populaire en naar verluidt ook best te pruimen serie Friday Night Lights; hier bij ons herinneren we hem vooral (of net niet!) als Gambit in het zwakke X-Men Origins: Wolverine en als de kerel die rampetampt op het toilet in Snakes On A Plane. Het boezemt niet meteen vertrouwen in. En over boezems gesproken: Lynn Collins, gecast als de prinses, zat ook al in X-Men Origins: Wolverine! De casting agents zijn het duidelijk niet ver gaan zoeken.
Positief was dan weer wel de aangekondigde nevencast: Willem Dafoe; Polly “Rome” Walker; Samantha Morton en Thomas Haden Church kruipen in de motion-capture pingpongpakjes om de groene Tharks tot leven te wekken; Rome-acteurs Ciarán Hinds en James Purefoy duiken op als de “rode” Martianen en Dominic “The Wire” West en Mark “Ik speel dit in elke film” Strong zijn de bad guys van dienst. Last but not least vertolkt ook de alomtegenwoordige Breaking Bad-hoofdrolspeler Bryan Cranston een kleine bijrol aan het begin van de film. Goed volk dus dat ons toch niet minder deed twijfelen over het mogelijke resultaat.
Een ander heikel punt was de look. In de jaren ’60 en ’70 liet kunstenaar Frank Frazetta (die vooral bekend werd door zijn Conan-tekeningen) zich inspireren door de avonturen van Carter en co. En maakte een aantal zwierige, in machocultuur en erotiek gedrenkte schilderijen. Meestal toonden ze Carter als een (half)naakte, dubbelgespierde übermensch met in de ene hand een zwaard om de strijd aan te gaan tegen een of ander gedrocht en in de andere hand de wulpse vormen van de veelal evenzeer naakte, voluptueuze Dejah.
Ondanks (of waarschijnlijk net dankzij!) de duidelijke seksuele ondertonen spreken de tekeningen ook vandaag nog sterk tot de verbeelding en voor velen is Frazetta’s visie op Barsoom de enige aanvaardbare. Velen hadden dan ook liever een film gezien die de sfeer van die schilderijen oproept en niet de Disney-versie die straks in de zalen loopt. Het is natuurlijk maar de vraag of een “300”-kijk op A Princess Of Mars commercieel én kritisch zou kunnen werken; . Eerdere pogingen om het boek te verfilmen sloegen in ieder geval wel die piste in.
En dan is er nog de veelbesproken en nu al verguisde arenascène die onvermijdelijk herinneringen oproept aan een soortgelijke knokpartij uit George Lucas’ Star Wars-prent Attack Of The Clones. In de scène nemen Carter en Tars Tarkas het op tegen twee blinde, albinogorilla’s. Wat volgt is een opzwepende en knap gechoreografeerde strijd waarin Stanton de situatie steeds meer laat escaleren. Het mag dan misschien wel herkenbaar lijken, dat maakt het daarom nog niet minder goed gedaan.
“The trouble with titles”
Het potentiële publiek raakte zo mogelijk nog minder geïnteresseerd na het titeldebacle dat de problemen bij Disney genadeloos blootlegt: aanvankelijk werd A Princess Of Mars nog omgedoopt tot John Carter Of Mars maar uiteindelijk eindigden de makers bij het toch ietwat flauw klinkende John Carter. De Disney-studiobazen besloten dat “Of Mars” moest verwijderd worden; ongetwijfeld gesterkt in hun overtuiging dat films over Mars (of met dat woord in de titel) nooit succesvol zijn geweest (stel je toch eens voor dat ze zouden denken dat gebrek aan succes iets te maken had met de inferieure kwaliteit van die films – Mission To Mars, anyone?).
En zo werden de messen geslepen en de pronostieken ingevuld. De consensus was vrijwel meteen: “John Carter wordt de eerste grote flop van 2012”. Dat was tot enkele weken geleden; voor de eerste recensies voorzichtig op het net verschenen. Met een embargo tot een maart kon en mocht er nog niet teveel online gepubliceerd worden maar op de sociale netwerkpagina’s van Twitter en Facebook en op enkele fansites klonken hoopvolle en positieve signalen… dat John Carter een mooie film is geworden; een prent die de sfeer en het jongensachtige avontuur van de sciencefictionverhalen van weleer uitademt… Dat de cast goed is en Willem Dafoe; verborgen achter lagen digitale make-up, de show steelt... dat de muziek van Michael Giacchino episch is…
Tussen al deze positieve berichten weerklonken ook meer beangstigende vergelijkingen met Prince Of Persia en geklaag over een gebrek aan degelijke actie en vernieuwing. Wie echter tussen de regels leest en verder kijkt dan de “goed of slecht”-samenvatting van de meeste recensies lijkt een film te ontdekken die meer begaan is met de personages en de sfeer dan met hersenverlammende actie en spektakel. Het zou wel eens kunnen dat Stanton, als de perfectionist die hij is, de balans tussen blockbustergeweld en goede commerciële cinema heeft gevonden. Met dat in gedachten duiken we straks de bioscoopzaal in en hopen we – net als Carter – te worden meegevoerd naar een andere wereld.
Van Planeet Cinema naar Mars… het lijkt ons een kleine stap!
John Carter belandt op 7 maart 2012 in de zalen.
Planeet Cinema is een online filmmagazine. We bekijken films zonder grenzen: oud of nieuw, populair of obscuur.
We geven graag nieuw schrijftalent de kans om online te publiceren.
Planeet Cinema beschikt over een uitgebreid archief van meer dan 6.000 artikelen sinds 1993.
HOME
RECENSIES
ACHTERGRONDEN
FESTIVALS
KLASSIEKERS
Patricio Guzman is een filmmaker die als geen ander verbonden is met de moderne geschiedenis van Chili. Hij werd bekend met zijn epische en gelauwerde documentaire La Batalla de Chile. Een kroniek van de periode dat Salvador Allende aan de macht kwam tot aan de coup van 1973.
>>>
Agressieve agenten slaan met wapenstokken in op burgers. Tanks rollen door de straten. Mensen worden weggevoerd. Enge muziek. Als het filmpje is afgelopen, wachten leiders van de Chileense oppositie op de reactie van René Saavedra, reclameman. ‘Ik denk dat dit niet verkoopt’, zegt hij. Ontsteltenis alom. Weet hij dan niet hoe schurkachtig het regime is? Natuurlijk weet hij dat, maar als je wilt dat mensen voor jou stemmen, dan moet je het anders aanpakken.
>>>
De Latijns-Amerikaanse cinema is de laatste tientallen jaren gedomineerd door Argentinië, Brazilië en Mexico. In de schaduw heeft Chili zich ontwikkeld tot een minstens even boeiend en verrassend filmland. Het blijft voorlopig een goed bewaard geheim omdat de meeste films het commerciële circuit in Europa niet halen. Op filmfestivals gooien ze wel hoge ogen en winnen ze steeds belangrijkere onderscheidingen.
>>>
Een debutant kan je Dustin Hoffman bezwaarlijk noemen. De meermaals gevierde acteur van onder meer The Graduate, Kramer versus Kramer, Tootsie en Rain Man is ondertussen 75 jaar maar met Quartet maakt hij zijn debuut als regisseur. Daarvoor kon hij een beroep doen op een resem Britse steracteurs op leeftijd en een sterke theatertekst.
>>>
Britten en romantische komedies: het is een match die werkt. Waar Amerikanen het vaak niet kunnen laten om hun romcoms te overgieten met een zeemzoeterige sentimentaliteit die bij overmatig gebruik tot zware maagkrampen kan leiden, is het Britse recept heel wat lekkerder.
>>>
De liefde is lenig, maar is ze ook sterker dan de zwaartekracht? De verliefde snuiter Adam stelt de vraag in Upside Down (2012), een merkwaardige sciencefictionfilm waar twee werelden met een omgekeerde zwaartekracht tegen elkaar aan schurken. In Warm Bodies (2013) is de vraag: kan de liefde het hart van een zombie weer laten kloppen? Twee keer geldt: de vraag stellen, is ze beantwoorden.
>>>
(c) RCV