Meteen naar de tekst springen
Warner Bros.

INDEX >> ACHTERGRONDEN >> BATMAN BEGINS

BATMAN BEGINS
Holy Useless Gadget, Batman!

 

Kenny De Maertelaere | 12/06/2005


Share/Bookmark

In de duistere stegen van de stad leeft het tuig. Tot de tanden gewapende onverlaten, wreedaardig op zoek naar wanhopige prooien; onschuldige wezens die ze zonder gewetenswroeging naar de andere wereld willen helpen. Een jong koppel, omgeven door uit de riolen opstijgende rookkolommen, lijken ideale slachtoffers. Een gevaarlijke gek trekt een scherp mes uit zijn gordel en sluipt op hen af, het kwaad glinstert in zijn ogen. Plots openbaart zich in de nachtelijke hemel boven Gotham City een symbool. De schurk deinst achteruit. Angst maakt zich van hem meester. Uit de schaduwen rondom hem doemt een gedaante op. Een nachtmerrie die hem tot in de eeuwigheid zal achtervolgen. En dan weerklinkt, onmiskenbaar triomfantelijk, het gebrul van de Wreker: na na na na na na na na Batmáááááán!

Toen de in 1998 overleden Bob Kane in 1940 het personage van “The Batman” op papier zette kon hij waarschijnlijk niet vermoeden dat het zo’n vaart zou lopen. Deze, sterk door Zorro “geïnspireerde” stripheld bleek het antwoord op de met de Amerikaanse vlag zwaaiende Superman en was meteen een hit. In tegenstelling tot de meeste superhelden van toen (en nu) onderscheidde The Batman zich door een gebrek aan bovennatuurlijke krachten. Hoewel het personage over een allesbehalve realistische spierkracht en lenigheid beschikt, is hij niet de ideale held om neerstortende vliegtuigen uit het luchtruim te pikken of invallende gebouwen rechtop te houden. The Batman houdt meer van het alledaagse knokwerk en zijn goede daden komen eerder voort uit egocentrische wraakgevoelens dan de padvindersmentaliteit die veel van zijn “ridderlijke” soortgenoten typeert. The Caped Crusader neemt het op tegen de meest verderfelijke slechteriken zoals The Joker, The Riddler, Two-Face, The Scarecrow, The Mad Hatter en vindt tussendoor nog de tijd om de thee van zijn trouwe butler Alfred te drinken, de jonge, betweterige pupil Robin op te leiden en een tong te draaien met Catwoman.

In de jaren ’60 verscheen de absurd kitscherige Batman televisieserie met Adam West op de buis. De titelsong werd wereldberoemd, de vertolkingen van West als Bruce Wayne/Batman en Burt Ward als Robin zijn nog steeds al dan niet bedoeld hilarisch (het uitgestreken gezicht van West als hij opnieuw een of ander obscuur gadget tevoorschijn haalt om een giechelende snoodaard te strikken is pure “camp”) en de kleurrijke schurken die het de helden elke aflevering opnieuw een halfuurtje lastig maken lijken weggelopen uit een zondagochtendprogramma voor de allerkleinsten. Soms is dit programma nog op de televisie te bewonderen en we raden dan ook aan om het zeker eens te bekijken. De reeks bestaat uit niets anders dan volstrekt onzinnige verhaallijnen, vreemde acteerprestaties, gastoptredens (van onder andere Vincent Price en Shelley Winters!), stripverhaalachtige kenmerken (als een slechterik een vuistslag krijgt verschijnt steevast – of een variant op – “WHACK”) en ronduit waanzinnige gebeurtenissen. Gelukkig zijn we vandaag veraf van de belachelijke outfits en uitgestreken grimassen... hoewel...

In 1989 waren comic book verfilmingen (die enkel Richard Donners Superman als hun ongekroonde koning hadden) aan een heropleving toe. Regisseur Tim Burton nam plaats in de regiestoel en realiseerde, na een door ontelbare versies geplaagde preproductie, Batman; een op dat moment onvoorstelbaar succesvolle en vandaag nog steeds geslaagde, doch fel bekritiseerde interpretatie van Bob Kane’s visie. Burtons verfilming was niet zonder controverse; hij castte Michael Keaton (met wie hij eerder Beetlejuice had gemaakt) in de dubbelrol van Bruce Wayne en Batman (de parallel met Dr. Jekyll en Mr. Hyde is nooit ver weg), vroeg Prince een paar niet altijd even goed getimede songs te schrijven en liet Jack Nicholson op onnavolgbare wijze de rol van de Joker inpalmen. Leuk detail: Mel Gibson werd eerst voor de rol van Batman aangezocht maar kon niet wegens zijn verplichtingen voor Lethal Weapon 2.

Burton wist zijn ondertussen bekende stempel op het project te drukken en maakte van Gotham City een overduidelijk artificiële maar sfeervolle Gotische metropool. Keatons Bruce Wayne is een onsympathieke ijdeltuit, zijn Batman een bijna identiteitsloze schim maar de film behoort, en dit weten velen niet te appreciëren, aan Nicholson toe. De eerste scènes, waarin hij als de gevaarlijke gangster Jack Napier, met Jack Palance als de maffialeider het scherm deelt tonen een teruggehouden Nicholson, bijna alsof hij op ontploffen staat. Uiteindelijk gebeurt dat ook. In de beruchte, in The Simpsons fantastisch gepersifleerde “plastische chirurgie” scène “hoort” het publiek voor het eerst The Joker en Nicholson speelt hem als een losgeslagen, zichzelf een artiest wanende psychoot. Zijn versie van The Joker is allesomvattend, een kleurrijke tornado in Burtons donkere wereld en als er al een groot punt van kritiek is dan is het wel dat Bruce Wayne’s verhaal - het leed dat hij meedraagt door de moord op zijn ouders - volledig ondergeschikt is aan de capriolen van The Joker en zijn bende. De romance tussen Wayne en Kim Basingers fotografe Vicky Vale is effectieve maar weinig interessante opvulling en personages zoals Harvey Dent (later Two-Face, hier vertolkt door Billy Dee Williams) en Commissaris Gordon (Pat Hingle) zijn van weinig betekenis in de plot.

Burton gaat, in het licht van de vele franchise mogelijkheden, verder in de fout door The Joker definitief uit te schakelen. We zijn liefhebbers van de hardhandige confrontatie tussen het goede en het kwade die eraan voorafgaat (en Burton onderneemt goede pogingen om Batman als een duistere, moreel labiele wraakengel af te schilderen) maar een iets opener einde was mooi geweest. Toch kunnen we deze Batman, ondanks de tekortkomingen en discussiepunten, alleen maar aanraden. De prent blijft een blauwdruk voor veel genrefilms die erop volgden en heeft na al die jaren niets (of bijna niets) aan entertainmentwaarde ingeboet.

In ’92 sloeg Burton opnieuw toe, ditmaal met het zo mogelijk nog meer bekritiseerde maar op veel vlakken superieure Batman Returns. Dit is misschien wel dé ultieme “Tim Burton film”. In Returns slaagt hij er namelijk in om de dubbele persoonlijkheden van de personages uit te balanceren, heeft de romance betekenis en zijn de schurken, hoewel psychotisch en niet zelden karikaturaal, gelaagd. Returns is een in gotiek gedompelde fabel, heeft weinig gemeen met de Batman uit de stripreeks maar is een wilde potpourri van alle ideeën die Burton en zijn scenaristen in hun hoofd hadden: Moordende circusartiesten, met raketten op hun rug gewapende pinguïns, doden terug tot leven wekkende katten, een sadomasochistisch poesje, vleermuizen in een kerstboom, een gesaboteerde Batmobile, een gekostumeerd bal waarin Batman en Catwoman (Michelle Pfeiffer steelt de show) de enigen zijn zonder masker, een industriële schurk die Max Shreck heet (de naam van de acteur die de vampier speelde in Murnau’s Nosferatu uit 1922), bommenleggende poedels, een pinguïn als burgemeester en meer. Danny Elfmans superieure filmmuziek, een symfonie wervelend rond Elfmans eigen iconische Batman thema, complementeert de beelden en maakt van de terugkeer van Batman een nooit perfecte maar boeiende en opvallende productie.

Ongeveer rond dezelfde periode dat Burtons Batman Returns in de zalen kwam verscheen een animatiereeks over de gevleugelde misdaadbestrijder op het scherm. De serie, geproduceerd door Bruce W. Timm, bereikte algauw een cultstatus en wordt door fans als de (tot nu toe) beste audiovisuele adaptatie van hun favoriete superheld gezien. De Joker bleek ook hier weer immens populair en niemand minder dan Mark Hamill (Luke “Star Wars” Skywalker) slaagde erin om met zijn stem het waanzinnige personage gestalte te geven. Uiteindelijk werd de reeks in 1995 stopgezet maar de makers realiseerden later enkele langspeelfilms waarvan Batman Beyond: Return of the Joker uit 2000 de meest recente is.

Toeval of niet, in ’95 werden de live-action interpretaties van Batman terug opgestart, maar dat zou een grove vergissing en de dood van een genre betekenen. Joel Schumacher, de man verantwoordelijk voor eighties cultfilms als St. Elmo’s Fire en The Lost Boys besloot de wereld van de Bat volledig te transformeren naar wat sommigen een in neonlichten badende Versace-achtige verkrachting hebben genoemd. Toegegeven, zijn Gotham is een overdadig kleurrijke miniaturenwereld waarin Burtons interpretaties volledig genegeerd worden. De enige links met de eerste films zijn Pat Hingle als Gordon en Michael Gough als Alfred. In Batman Forever neemt Batman (Keaton bedankte voor de rol en werd vervangen door Val Kilmer) het tegen twee hyperkinetische schurken op. Tommy Lee Jones is Two-Face, de continu in tweestrijd verkerende schizofreen geworden duivelse versie van Harvey Dent en Jim Carrey, die toen na de overweldigende successen van The Mask en Dumb and Dumber een gigantische superster was is op zijn typische, bijna abnormaal energieke wijze Edward Nygma alias The Riddler. In de plot vinden we ergens nog een romance tussen Bruce Wayne en de psychologe Chase Meridian (een op dat moment koortsachtig aan haar carrière werkende Nicole Kidman) en wordt het personage van Robin (Chris O’Donnell) geïntroduceerd maar Schumacher maakt er geen geheim van dat dit de show van de villains is. In dat opzicht is Forever best amusant. Het is een lawaaierige, door Elliot Goldenthals manische filmmuziek gedomineerde aaneenschakeling van groteske actiescènes, een cameravoering als uit een MTV clip en losgeslagen acteerprestaties.

De problemen beginnen pas echt goed in ’97, bij de release van Schumachers tweede werkstuk in de Batman franchise; het abominabele Batman and Robin. In deze film gaan Batman (Val Kilmer had er na Forever al genoeg van en George Clooney kroop in de huid van de vleermuis) en Robin de strijd aan met Poison Ivy (Uma Thurman) en Mr. Freeze (Arnold Schwarzenegger). Het resultaat is een alle remmen los jaren ’90 versie van de originele televisieserie, maar dan slechter. Compleet met ridicule ruzies tussen Batman en Robin (vooral over wie met Poison Ivy mag seksen!), tepels op de pakken (!), absurde oneliners die je eerder in een parodie op Batman verwacht (Mr. Freeze: “You’re not sending me to the cooler!”), Alicia Silverstone als Batgirl en epilepsieaanvallen veroorzakende speciale effecten. Batman and Robin is de teloorgang van een genre en hét voorbeeld voor iedereen die eraan denkt om een stripverfilming te maken om te zien hoe het vooral niet moet (blijkbaar heeft Hollywood zijn lesje nog altijd niet geleerd, wat de wisselende kwaliteit van comic book films verklaart).

De heisa rond deze prent bevestigde ook de kracht van het toen nog prille Internet. Internetgoeroe Harry Knowles (de vleesgeworden Comic Book Guy uit The Simpsons) schreef op zijn beruchte site Ain’t It Cool News een vernietigende recensie en maakte de bonzen in Hollywood duidelijk dat er met de geeks niet gesold mag worden. De film werd kritisch met de grond gelijk gemaakt en het publiek bleef na de hype ook thuis, wanhopig nadenkend over de gevolgen van dit gedrocht op het netvlies en de mentale gezondheid. Batman stierf een genadeloze dood, bedolven in guano en na de laatste stuiptrekkingen zou het bijna tien jaar duren vooraleer de vleermuis terug op zijn rijzen.

Toen de stripverfilmingen opnieuw populair werden (niet lang na Batman and Robin verscheen al het eerste positieve signaal in de vorm van Stephen Norringtons Blade – ironisch genoeg bleek het derde deel in die reeks ook al een ramp) kregen filmmakers ideeën om iets met de gemaskerde wreker te gaan doen. Darren Aronofsky (Requiem for a Dream, hij werkt nu aan The Fountain) vatte het plan aan om Frank Millers Batman: Year One te verfilmen (Miller – de man achter Sin City – is geen vreemde in het universum van Batman en revolutioneerde eind jaren ’80 de stripindustrie met het fantastische Batman: The Dark Knight Returns en volgde die klassieker in 2003 op met het bekritiseerde The Dark Knight Strikes Back). Warner Brothers liep echter niet hoog op met Aronofsky’s plan en dat project ging niet door. Ook Wolfgang Petersens behoefte om een Batman vs. Superman prent van de grond te krijgen kende geen gevolg (let wel: als Batman Begins een succes wordt – en daar lijkt het alvast op – en Bryan Singer slaagt erin om volgend jaar Superman tot een goed einde te brengen dan zien wij deze film in de toekomst opdoemen). Er waren nog ideeën (live action versies van de futuristische Batman Beyond animatieserie) maar niets overleefde Development Hell. Tot nu: Christopher Nolan (de man achter Memento en Insomnia) en scenarist David Goyer besloten dat het tijd was om de exuberante nonsens van Schumachers films achterwege te laten en concentreerden zich op de realistische aspecten van een man in een vleermuizenpak. Niet zonder invloed van Millers Year One werkten ze een duister verhaal uit waarin, voor het eerst, Bruce Wayne/Batman centraal staat. Nolan verzamelde een spectaculaire cast (Christian Bale als Wayne/Bat, Morgan Freeman, Michael Caine, Gary Oldman, Liam Neeson, Tom Wilkinson, Cillian Murphy, Ken Watanabe, Katie Holmes en Rutger Hauer!) en realiseerde een volgens de meeste critici verbluffende prent.

De Bat is herboren, een week na de release zullen de studiobazen de twee volgende delen in een trilogie aankondigen en vanaf vijftien juni kan iedereen opnieuw getuige zijn van die donkere gedaante in het nachtelijke luchtruim. POW!

Warner Bros. Warner Bros. Warner Bros. Warner Bros. Warner Bros. Warner Bros. Warner Bros. Warner Bros. Warner Bros.
PLANEET CINEMA

Planeet Cinema is een online filmmagazine. We bekijken films zonder grenzen: oud of nieuw, populair of obscuur.

We geven graag nieuw schrijftalent de kans om online te publiceren.

Planeet Cinema beschikt over een uitgebreid archief van meer dan 6.000 artikelen sinds 1993.

 

HOME
RECENSIES
ACHTERGRONDEN
FESTIVALS
KLASSIEKERS

Twitter Facebook

 

THEMA

THEMA - UIT DE KUNST
Vrouw in een mannenwereld


Met de hulp van een historica draaide de Franse regisseur Bruno Nuytten in 1988 een biopic over een van Frankrijks meest bekende vrouwelijke kunstenaars uit de negentiende eeuw. De gelijknamige film vertelt haar tragische levensverhaal begeleid door de dramatische muziek voor hoofdzakelijk strijkers van componist Gabriel Yared.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
De beeldhouwer die niet wou schilderen


Quizvraagje voor bij de barbecue: wat hebben Mozes, Johannes de Doper, Marcus Antonius, Henry VIII, Michelangelo en God de Vader zelve gemeenschappelijk? Antwoord: ze werden allemaal op film vereeuwigd door Charlton Heston.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Het spanningsveld van de kunstenaar


Een kunstschilder die in de tweede helft van de negentiende eeuw in het zog van het impressionisme op de kunstscène verschijnt, is Auguste Renoir. Deze Fransman die ongeveer 6000 schilderijen maakte, is echter niet de enige kunstenaar die Gilles Bourdos met de film Renoir in de verf zet.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Genialiteit ondergedompeld in miserie


Quoth the raven: ‘nevermore’. Edgar Allan Poe schreef de beroemde dichtregel in 1845, en sindsdien heeft zijn raaf de populaire cultuur niet meer verlaten. Als zelfs The Simpsons je gedicht opnemen in hun Treehouse of Horrorreeks, weet je dat je het als dichter gemaakt hebt.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Pop-art tot de tiende macht


Thierry Guetta is een Fransman die in Los Angeles een tweedehands kledingzaak heeft. Via via ontmoet hij een street art-kunstenaar en hij – notoir allesfilmer – springt bij en filmt alles. Meer street art-kunstenaars laten zich filmen. Een idee voor een documentaire is geboren. Maar er is iets loos. Guetta zal niet rusten voor hij alle kunstenaars heeft gefilmd. Hij ontmoet er veel. Maar er ontbreekt er een: Banksy, die intussen wereldberoemd is geworden met zijn ironische street art.

>>>

THEMA - UIT DE KUNST
Wie is er bang van Alfred Hitchcock?


In 2012, meer dan 30 jaar na zijn dood, verschenen er plots twee films over het leven van Alfred Hitchcock. Het mag een wonder zijn dat het zolang geduurd heeft. Hitchcock was een mysterieus man en een gedroomd object voor een biopic.

>>>

UIT HET ARCHIEF

Warner Bros.
THE LAKE HOUSE
You've got mail
>>>