In het Amerikaanse Massachusetts doet zich in het jaar 1692 een echte heksenjacht voor onder leiding van Abigail Williams (Winona Ryder). Ze maakt deel uit van het groepje jonge dames dat zich 's nachts in de bossen rondom Salem vermaakte met naaktdansen, zingen en ander vertier in teken van de liefde. Alles gaat goed tot op de nacht dat ze ontdekt worden door de dominee tijdens een iets gevaarlijker spelletje, met name het oproepen van geesten. Enkele jongere meisjes houden aan deze bezwerende bijeenkomst een constante vorm van bewusteloosheid over waarop de lokale dokters besluiten dat het hier om een zet van Satan handelt. Plots worden de eerste beschuldigingen geuit van heksenpraktijken. Het eerste slachtoffer dat gedwongen wordt te bekennen is de West-Indische slavin van de dominee. Vanaf dat ogenblik is het hek van de dam en wordt eenieder die nog maar in de geringste mate afwijkt van de sociale en religieuze normen in het puriteinse Salem, beschuldigd. Maar Abigail ziet in deze escalerende massahysterie haar persoonlijke vendetta en maakt van de gelegenheid gebruik om brave boer John Proctor (Daniel Day-Lewis), de getrouwde man waarmee ze een kortstondige affaire had, terug te winnen. Dat zal ze bereiken wanneer diens vrouw Elizabeth (Oscar-genomineerde Joan Allen) ook de strop krijgt. Maar de klopjacht slaat op het laatste ogenblik een andere weg in.
Deze verfilming door Nicholas Hytner van het gelijknamige toneelstuk uit het begin van de jaren vijftig van de hand van Arthur Miller, haalt zeker niet het niveau van zijn Madness of King George. Dat is vooral te wijten aan de zwakke acteerprestaties. Winona Ryder wekt alleen maar wrevel op. De meest krachtige momenten van het verhaal worden gedragen door Day-Lewis maar vooral door Joan Allen die terecht een nominatie voor deze rol in de wacht sleepte. Voor de rest is het niet te vatten waarom de Hollywoodstudio's al hun oscarjokers op deze film zetten nadat ze de English Patient de laan hadden uitgestuurd.