Donnie Brasco, geïncarneerd in de figuur van Johnny Depp, is gebaseerd op de biografie van deze nog levende FBI-legende. Onder deze schuilnaam slaagde Pistone er in de jaren '70 in als juwelendief in de maffiaclan van Brooklyn te infiltreren. Als gevolg van zijn geslaagde operatie werden naderhand meer dan honderd maffiosi achter de tralies gezet. Een hele serie inbeschuldigingstellingen zorgden jaren later nog voor het vastzetten van maffiakopstukken. De wise-guy die in het maffiamilieu voor Donnie borg zal staan is de veel oudere en gezochte Lefty Ruggiero, vertolkt door - hoe kan het ook anders - Al Pacino.
Psycho-dramatisch beschouwd is deze prent van Mike Newell (Four Weddings and a Funeral) verwant aan bijvoorbeeld Carlito's Way van Brian De Palma. Hoewel Newell nog geen maffiakronieken op zijn actief heeft, vermijdt hij de stereotiepen eigen aan dit genre en schetst hij op indringende wijze het hiërarchische maffiawereldje. De ene zijn dood is de andere zijn brood. Daarnaast krijgt vooral de relatie tussen de jonge agent en zijn mentor aandacht in dit verhaal. Lefty lijkt voor Brasco als het ware een vaderfiguur en met de tijd zal de maffiosi-geworden FBI-agent gewetensproblemen krijgen, te weten dat hij juist deze man die hem vertrouwen en vriendschap schenkt, zal moeten verraden.
Beide hoofdacteurs geven het beste van zichzelf. En hoewel Depp een pak jonger is dan de toenmalige Joe Pistone, de fysische gelijkenis tussen beiden is treffend. Maar bovenal zijn het die enkele scènes (vooral in het begin en op het einde) waarin het kleinmenselijke van deze maffiakopstukken (vooral dan van Lefty zelf) worden in beeld gebracht, die beklijven.
In deze post-oscar komkommertijd is Donnie Brasco een welgekomen verademing tussen al het inhoudsloze à la Dante's Peak en Turbulence door.