THE FIFTH ELEMENT

Met de Franse slag

The Fifth Element is afgelopen woensdag op de wereld losgelaten, met weinig of geen promotie en een minimum aan publiciteit vooraf. Voor één keer bevond de recensent in Vlaanderen zich in de benijdenswaardige positie van de (meestal Amerikaanse) verslaggevers, die heerlijk onbeïnvloed - door artikels in buitenlandse magazines of discussies op het internet - hun meningen mogen spuien.

Hoewel The Fifth Element voor het grootste deel in Amerika werd gedraaid, met Amerikaanse special effects en Amerikaanse acteurs en actrices, is en blijft het een Franse prent. De Fransen hebben niet zo meteen een grote sciencefictiontraditie en vandaar misschien dat The Fifth Element niet zomaar een sciencefictionfilm is: regisseur Luc Besson probeert er tegelijk een komedie en avonturenfilm van te maken, maar het eindresultaat is een amalgaam van verschillende genres dat steeds in het ijle om zich heen probeert te grijpen, maar nooit overtuigt. Het is een hybride-kopie van Die Hard, Star Wars en Indiana Jones, die er nooit in slaagt de kwaliteit van de originelen te evenaren.

De personages zijn, zoals in veel Franse komedies, eerder karikaturen dan karakters. Zorg (Gary Oldman), als afgezant van de Ouden, lijkt meer op een cartoonfiguurtje uit Batman dan op een Darth Vader-achtige representant van het Kwaad, en Leeloo (Milla Jovovich) heeft meer weg van de Jersey Devil uit de gelijknamige X-Files-episode dan van een gekloond element van de Goden. Nevenpersonages, zoals de rappende radioman Ruby Rod (Chris Tucker) en de neurotische priester die constant flauwvalt, zijn bovenmatig irritant en vertragen het verteltempo alleen maar. Bruce Willis speelt zichzelf, zoals in al zijn films, wat het ontzettend moeilijk maakt je met zijn karakter te identificeren. Heel veel personages zijn onuitstaanbaar (veel overacting) en hangen stukken sneller de keel uit dan de bedoeling moet zijn geweest. En bovendien sterft er niemand van!

Er straalt geen greintje magie af van The Fifth Element, je zit erbij en kijkt ernaar, en alhoewel in twee uur tijd voor ettelijke miljoenen dollars aan special effects op je worden losgelaten, raakt het je koude kleren niet. Van mijlenver zie je de happy end van deze hobbelige rollercoasterrit al aan komen razen, maar ondertussen moet je je wel wapenen tegen het zeemzoeterige toontje waarmee de hippieboodschap van de film ("make love no war") in je wordt gehamerd dat het een lieve lust is. Dat Bruce ettelijke dozijnen mannetjes in de loop van de film overhoop heeft geknald (en alleen slechteriken natuurlijk, zo goed kan hij wel mikken) is het publiek aan het eind van de film hopelijk al weer vergeten.

Besson wil de kijker doen geloven dat zich hier een genadeloze strijd tussen het Goed en het Kwaad afspeelt, maar die verhaallijn komt zo sporadisch aan bod, dat je het niet méér dan een nevenplotje kunt noemen. De special effects zijn indrukwekkend maar schaars en meestal overbodig (tenzij je Bruce die Chinees bestelt een sleutelscène in de film wilt noemen). De set design is een ge-updatete versie van Metropolis, maar dan één zonder visie en met een kitscherige aankleding en kostumering (van Jean-Paul Gaultier nota bene) die getuigt van weinig smaak. De industrial-muzak van Eric Serra is zowaar de druppel die de emmer doet overlopen en elk vonkje spanning of avontuur meteen met de grond gelijk maakt.

The Fifth Element is een komedie die nooit echt grappig is en een actiefilm die nooit echt spannend is. Het kinderachtige verhaaltje, vol futloze stripverhaaldialogen en met een teleurstellende anti-climax, borrelt over van de clichés en stereotypen, maar is vooral saai (en we mogen er niet aan denken dat R2-D2 en C-3PO in de volgende Star Wars-film bij McDonald's aanlopen). Dit is geen film zoals er dertien in een dozijn zijn, begrijp ons niet verkeerd, maar alles bij elkaar is het er één met weinig vuur, water en aarde, maar met vooral veel lucht. En wat dat vijfde element precies is? Volgens ons was het vooral verveling. Geeuw.