Stephen King: een literaire veelvraat. Zelfs zijn meest hevige fans geraken het voortdurend oneens over de preciese omvang van zijn volumineus oeuvre: 24 romans, vier collecties van novellen en (ongeveer) honderd korte verhalen. Het gros daarvan bestaat uit horror, maar over die werken willen we het nu voor één keer niet hebben. King bekwaamde zich door de jaren heen ook in andere genres, en ook deze verhalen lijken stilaan aan verfilming toe.
De man die verantwoordelijk is voor Kings niet-horror-fictie is vreemd genoeg Richard Bachman. King creëerde dit pseudoniem in 1977, toen hij na het overweldigende succes van Carrie en Salem's Lot ook zijn pré-Carrie-roman Getting It On op de markt wilde gooien. Het boek werd nog datzelfde jaar (onder de titel Rage) uitgegeven en was de eerste van de in totaal vier Bachman romans die in een periode van vijf jaar het levenslicht zagen: The Long Walk (1979), Roadwork (1981) en The Running Man (1982).
Richard Bachman was meer dan zomaar een grap: King verzon voor zijn alias zowaar een heel leven. Zo werd Bachman geboren in New York City, ging bij de Coast Guard en reisde tien jaar lang op zee. Hij vestigde zich uiteindelijk in New Hampshire, waar hij zijn tijd verdeelde tussen schrijven en het runnen van een boerderij.
Bachman trouwde met Claudia Inez (aan wie Thinner opgedragen is) en had een zoontje, dat op zesjarige leeftijd de verdrinkingsdood stierf. De foto op de achterkant van de boeken was er één van Richard Manuel, een vriend van Kings literaire agent Kirby McCauley. Toch deed King geen extra moeite om zijn gespleten persoonlijkheid te verbergen. Zo heeft hij het in Thinner over de Blue Ribbon Laundry en dat is de wasserij uit het King-verhaal The Mangler. Ook de locaties waren hetzelfde: Maine en Derry. In The Talisman gaf King een stad in Ohio de naam Bachman: van intertextualiteit gesproken!
Voor aandachtige lezers van zowel King als Bachman begon het geheim zich dan ook langzaam maar zeker te ontsluieren. In februari 1985 maakte King in een editie van de Bangor Daily News de ware identiteit van Bachman bekend. De gevolgen waren enorm: van Thinner waren onder het Bachman-etiket 28.000 exemplaren verkocht; toen de naam King werd toegevoegd steeg de verkoop in geen tijd naar 300.000. In de herfst van 1985 werden de vier Bachman romans gebundeld in The Bachman Books.
Wat King betrof was Richard Bachman dood en begraven, maar de geruchtenmolen kwam dan pas goed op gang, want als er één pseudoniem is, waarom dan geen twee of meer? Zo werd de SF-roman Invasion (pseudoniem Aaron Wolfe) uit 1975 een tijdlang aan King toegeschreven, voornamelijk omdat de actie zich ook rond de stad Maine concentreerde. Later bleek dat Invasion geschreven was door die andere horror-gigant uit de Amerikaanse literatuur, Richard Dean Koontz. Maar wat weinigen wisten was dat King inderdaad nog een tweede pseudoniem had: John Swithen. Onder die naam publiceerde hij in 1972 al het uiterst gewelddadige korte verhaal The Fifth Quarter in Cavalier.
Er zijn twee redenen aan te halen waarom King uitweek naar alter-ego's. Het eerste probleem lag voor de hand: Kings literaire vraatzucht. De uitgeverijen wilden maar één roman per jaar publiceren om de markt niet te verzadigen. In 1984 had King The Talisman, Skeleton Crew, It, The Eyes of the Dragon en The Tommyknockers klaar voor uitgave. Dat betekende dat Thinner minstens vijf jaar op publicatie had moeten wachten - op voorwaarde dat King in die vijf jaar geen nieuwe romans meer zou schrijven.
Ten tweede was King na het publiceren van Carrie en Salem's Lot gebrandmerkt als een pure horrorschrijver. Richard Bachman en John Swithen waren ideale façades om ook eens iets anders te proberen. Rage, The Long Walk en Roadwork zijn geen horror in de strikte zin van het woord, terwijl men The Running Man als science fiction kan beschouwen. The Running Man is ook het enige verhaal dat al verfilmd werd, in 1987 door Paul Michael Glasser en met Arnold Schwarzenegger in de hoofdrol.
Na de Bachman-periode schreef King nog meer niet-horror-verhalen, maar aan een grote science fiction-roman heeft hij zich nooit meer gewaagd. Fantasy kwam er natuurlijk wel, met de Dark Tower trilogie (1982, 1987 en 1991), The Eyes of the Dragon uit 1984 en The Talisman uit 1984. Geen enkele van deze romans werd tot nog toe verfilmd, hoewel Spielbergs produktiemaatschappij Amblin al jaren de rechten voor The Talisman in haar bezit heeft. Kings magnum opus The Stand kun je ook bezwaarlijk horror noemen, net als bijvoorbeeld de korte verhalen The Last Rung on the Ladder, The Woman in the Room, The Reach, The Wedding Gig en The Doctor's Case. Wellicht zullen geen van deze verhalen ooit verfilmd worden.
Zijn grootste niet-horror-succes behaalde Stephen King met de verzamelbundel Different Seasons uit 1982. Zoals de titel al laat vermoeden is dit vierluik opgebouwd rond de vier seizoenen van het jaar. Different Seasons bevat de volgende verhalen: Rita Hayworth and Shawshank Redemption (Hope Springs Eternal), Apt Pupil (Summer of Corruption), The Body (Fall from Innocence) en The Breathing Method (A Winter's Tale).
Twee van deze titels zullen filmkenners wellicht bekend in de oren klinken. Shawshank Redemption, en The Body, dat in 1984 door Rob Reiner verfilmd werd als Stand By Me, met een piepjonge River Phoenix en Kiefer Sutherland. The Body was tot nu toe het enige niet-horror verhaal van King dat voor het witte doek verfilmd werd en was een gigantisch succes. Stand By Me werd dan ook lange tijd als de beste King-verfilming beschouwd. Maar zelfs de meest trouwe Reiner-fans zullen moeten toegeven dat Frank Darabonts verfilming van Shawshank Redemption al het voorgaande ruimschoots overklast