Toen deze woorden op 8 september 1966 voor het eerst in de Amerikaanse huiskamers weergalmden kon niemand vermoeden dat de missie eerst drie jaar, en uiteindelijk 29 jaar zou duren. Op 18 november 1994 werd met de première van Star Trek: Generations voor de zoveelste maal een punt gezet achter dit belangrijk hoofdstuk in de Amerikaanse 'cultuurgeschiedenis' (als dit al zou bestaan). Naief als we zijn veronderstellen we dat dit inderdaad de zwanezang is van de originele bemanning van de USS Enterprise en maken gebruik van de situatie om op warpsnelheid een blik te werpen in de keuken van het pronkschip alwaar de FX-kunstenaars bloed en tranen gezweet hebben om ons een wereld te tonen 'where no man has gone before'.
It's a science fiction series Jim, but not as we know it!
Star Trek is, zoals genoegzaam bekend, het geesteskind van Gene Roddenberry. Rond 1960 dacht hij aan een - voor één keer niet seniele - sf-reeks, waarin een bemand ruimteschip in een vijf jaar lange missie op zoek zou gaan naar andere levensvormen in het uitgestrekt heelal. Na jarenlang rondzeulen met zijn idee kon hij tenslotte bij de Desilu studio's terecht. Samen konden ze NBC warm maken en in 1964 werd de eerste pilot gefilmd met Jeffrey Hunter als Captain Christopher Pike. NBC was niet tevreden met deze eerste poging, maar omdat men het potentieel van de serie wel inzag bestelde men een tweede pilot.
Enkel Spock haalde de tweede bemanning van de Enterprise en Hunter werd vervangen door William Shatner als James T. Kirk. Het is misschien leu om weten dat de oorspronkelijke 'Number k One' (gespeeld door Majel Barrett) later in de serie nog zou terugkomen als een verpleegster. Verder is ze in The Next Generation te bewonderen als de moeder van Deanna Troi en leent ze in dezelfde serie haar stem aan de computer. En tenslotte is ze ook nog getrouwd geweest met Gene Roddenberry... Na deze tweede pilot werd het licht op groen gezet voor wat nu algemeen bekend staat als: Star Trek: The Original Series.
Reeds vanaf de eerste pilootfilm 'The Cage' besefte Gene Roddenberry dat hij komaf moest maken met de naieve trucages die kenmerkend waren voor de meeste series. Geloofwaardigheid was het sleutelwoord, en daarom klopte hij aan bij de Howard Anderson Company die naam gemaakt hadden met de effecten voor I Love Lucy en The Fugitive. (Bedenk dat we ons in het midden van de jaren zestig bevinden, dus voor het magische jaar 1968 met zijn 2001: A Space Odyssey) Na zeven afleveringen bleek dat de special effects teveel werk waren voor één firma, en daarom werden twee extra firma's ingehuurd: Film Effects of Hollywood (met de legendarische Linwood G. Dunn) en de Westheimer Company.
Gedurende de lange (één jaar) préproduktieperiode van de eerste pilot werd de 'definitieve' look van de Enterprise vastgelegd. Na meer dan honderd voorstellen kon Roddenberry zich verzoenen met een ontwerp van Matt Jeffries, een art director van de Desilu studio's. (op een bepaald moment werd eraan gedacht om het ruimteschip ondersteboven, dus met zijn schotel omlaag, tussen de sterren te laten laveren). Van de Enterprise werden uiteindelijk drie modellen gebouwd: een tien centimeter grote versie die te o.a. te zien is in de begingeneriek, een negentig centimeter groot model dat voornamelijk gebruikt werd bij vergezichten en indien er een ander schip in beeld was, en tenslotte een zeer gedetailleerd pronkstuk. Dit - meer dan vier meter groot - model werd later aan het Smithsonian in Washington D.C. geschonken.
De modellen werden op een (in onze moderne ogen) zeer primitieve manier gefilmd. Motion control kende men immers nog niet (een eerste eerder primitief systeem werd in 1968 voor 2001 gebruikt maar het echt motion control werk zou pas in 1977 met Star Wars aan het grote publiek getoond worden). Het model werd op een camerastatief bevestigd (de bevestiging zelf werd met blauwe stof omwikkeld om deze in de postproduktie optisch te kunnen verwijderen), en daaronder lag een assistent die manueel de bewegingen controleerde van de statiefkop. De camera zelf werd via een andere statiefkop op een dolly geplaatst, en via een 'perfecte' coördinatie kon men dan alle gevraagde maneuvers van de ruimteschepen op pelicule vastleggen. Dit alles werd voor een blauw scherm gefilmd zodat men in de postproduktie het ruimteschip kon isoleren van de achtergrond, en deze in een natuurlijke omgeving (de sterren) plaatsen.
Beam me up Scotty.
Even legendarisch als deze woorden is het bijbehorend effect. En alhoewel het principe ervan even oud is als het medium film zullen veel mensen dit effect tot hun meest favoriete herinneringen aan de serie rekenen. Grofweg komt het erop neer dat de acteur perfect stil stond op de transporter. Na enkele seconden verlaat hij doodgemoederd de set terwijl de camera blijft draaien. Indien men nu het stuk er uitknipt waarin de acteur weg wandelt krijgt men een eenvoudige verdwijntruc. Om het geheel wat op te vrolijken had men nog een leuke overgang nodig. Daarom werd van de stilstaande acteur een matte gemaakt: op een aparte filmstrook werd als het ware (op fotografische wijze) een gat geponst met de vorm van de acteur. Deze matte werd gebruikt om aluminiumsnippers te filmen volgens het silhouet van de acteur. Tijdens de transitie van set-met-acteur tot set-zonder-acteur werd dan de extra glitter over de acteur gesuperposeerd. Alhoewel het niet de laatste keer zou zijn (zie Start Trek VI) werden er in een aantal afleveringen echt Star Trek speelgoed gebruikt. Het gaat hier om modelkits van de Enterprise en ze zijn te zien in 'The Trouble With Tribbles' (in de verte door een venster in het ruimtestation) en in 'The Doomsday Machine'. Het moet niet altijd stukken van mensen kosten...