RESTORATION

Geen verhaal zonder moraal

Het is raar maar waar. Het met twee oscars bekroonde Restoration uit 1995 speelt nu pas in de Belgische bioscopen. Onterecht, want er zijn al slechtere decorbouwers en kostuumontwerpers met een Gouden Eunuch gaan lopen.

De protagonist van dienst is dokter Robert Merival die met volle teugen geniet van de Restoration, het herstel van het Engelse koningschap in 1660. Na elf jaren van puriteins schrikbewind onder Cromwell, laat Karel II de teugels vieren. Merival (Robert Downey Jr.) laat zich de nieuwe situatie welgevallen. Hij is niet zonder talent, maar weet zelf niet waarom en frequenteert liever de hoeren dan zijn patiënten. Zijn collega-dokter John Pearce (David Thewlis), een puriteinse Quaker, is Merivals antipode: geen aangeboren natuurtalent, maar onvervalst idealistisch en onbaatzuchtig.

Wanneer Merival per stom toeval het lievelingshondje van de koning kan genezen, wordt hij door deze tot hofarts in het decadente en bucolische paleis van Karel II benoemd. De waarschuwingen van Pearce in de wind slaande, valt Merival voor de verleidingen van het gemakkelijke hofleven, niet in het minst door de onuitputtelijke schare aan wulpse hofdames.

Na een jaar zijn Merivals talenten zo verwelkt dat hij nog net als hofnar dienst kan doen. Karel II (Sam Neill) mag Merival wel. Maar het fatje dat de dynamische jongeman is geworden begint hem de keel uit te hangen. Hij zegent een nephuwelijk in van Merival met Lady Celia Clemence (Polly Walker), één van de konings maitresses. Merival krijgt het verbod om nog maar één vinger naar zijn kersverse ega uit te steken. Celia is van de koning en zo moet dat blijven. Alleen valt het voor de goegemeente minder op nu Celia getrouwd is. In ruil mag Merival zich met alle pracht en praal van een landjonker op het platteland terugtrekken. Dat leven zint onze parvenu wel. Totdat uitgerekend dat gebeurt wat niet mocht gebeuren.

Regisseur Michael Hoffman toont de opgang, de ondergang, de loutering en de uiteindelijke heropstanding van een op zijn minst gezegd opmerkelijk 17e eeuws personage. Het verhaal is aantrekkelijk en intrigerend. Het kader bewonderenswaardig. Naast overdadig barokke kostuums (let op de decolletés heren) en getrouwe reconstructies van het Londen ten tijde van de grote brand en de pest, zijn er enkele pracht van beelden te zien. Clair obscur effecten, paars ochtend- en avondlicht, een uit een Van Gogh ontleende boom op de binnenplaats van een gesticht, Hoffman weet sfeer te scheppen.

Jammer genoeg is het de casting die dit sfeertje grondig verpest. Hugh Grant speelt een verwijfde derderangsschilder die om bij de koning in de gunst te komen de geheime adoratie van Merival voor Celia zal verklikken. Grant speelt zoals het al zo vaak te zien was in Maurice, Four Weddings and a Funeral, Nine Months, Sense and Sensibility, enzovoort: stotterend, verlegen, verwaand. Passé dus. Nog zo'n misplaatste grap: Meg Ryan als een melancholische zwakzinnige Ierse die door haar man verlaten werd. Jammer dat haar personage bij de loutering van Merival zo'n belangrijke rol zal spelen, want Ryan is totaal ongeloofwaardig en sociaal onaangepast in het Engeland van de Moderne Tijd.

Verdienstelijk daarentegen zijn Sam Neil (onvergetelijk in The Piano) als Karel II en Robert Downey Jr. als dokter Merival. Hoewel ze met moeite groeien in hun personages, en het verhaal slecht op gang komt, is er na verloop van tijd een zekere kentering in de film waarneembaar. Wie een minimum aan historisch inlevingsvermogen beschikt, kan dan ook behoorlijk door deze prent, die aan The Madness of King George doet denken, gecharmeerd worden.