STAR TREK: SEVERAL GENERATIONS (2/4)

Een showkast vol special effects

In het tweede deel van onze Star Trek special neemt specialist Jo Anseeuw de eerste twee films onder de loep.

Star Trek: The ultimate FX trip

Toen in 1977 Star Wars een enorm succes bleek te zijn besefte men in Paramount dat het tijd was om de veteranen van Star Trek ook op het grote scherm te brengen. De voorbereidingen voor een nieuwe Star Trek serie werden vlug in de lade gestoken en alles werd in het werk gesteld om de toeschouwers te overdonderen met nooit gezien effecten.

Jammer dat velen deze gemist hebben wegens slapers in de ogen... Star Trek: The Motion Picture werd immers een showkast vol special effects waarbij men vergeten was ook aan het script te denken. Het oorspronkelijk budget van vijftien miljoen dollar zou uiteindelijk oplopen tot 45 miljoen, en de problemen rond de special effects zijn legendarisch geworden.

Toen Robert Abel & Associates in 1978 de FX-opdracht binnenhaalde leek er nog geen vuiltje aan de lucht. De firma had met zijn high-tech reclamefilms heel wat prijzen verzameld en stond gekend voor zijn innovatieve effecten. Het was trouwens één van de weinig goed uitgeruste effect-huizen. Wel, in feite was er wel al een vuiltje aan de lucht: Abel had de slechte gewoonte om over tijd én over budget te gaan. Zijn initiële kostenschatting bedroeg vier miljoen dollar, maar na enkele script-revisies was dit al tot zestien miljoen opgelopen. Meer dus dan het oorspronkelijk totaal budget.

Magicam, de toenmalige speciale effecten afdeling van Paramount die oorspronkelijk ingehuurd was om aan de nieuwe reeks te werken, leverde een aantal modellen zoals het droogdok (ontworpen door Andrew Probert), terwijl de ploeg van Robert Abel de eerste versie van V'ger ontwierp. De nieuwe Enterprise die ook door Magicam werd gebouwd werd later door ILM, die voor de volgende films met het model moest werken, als een kleine ramp beschouwd. Het model was zo stevig geconstrueerd dat het onhandelbaar was (bij ILM had men acht man nodig om het te verplaatsen) en door een foute berekening bleek het twee meter grote schip te klein, zodat het zeer moeilijk te fotograferen was. In augustus 1978 zag Douglas Trumbull (beroemd geworden door zijn heel speciale effecten voor 2001 en Close Encounters of the Third Kind) dat het misliep. Hij bood aan om de fakkel over te nemen, maar Paramount weigerde, om hem enkele maanden later toch als raadgever in te lijven. Nog iets later besliste de produktiefirma dat men helemaal niet tevreden was van het Abel's werk (kwatongen beweren dat er slechts één optische effect volledig af was) en Trumbull kreeg de leiding van dit zwalpend schip.

Samen met zijn Entertainment Effects Group kwamen ook John Dykstra (met zijn bedrijf Apogee, dat in 1993 werd gesloten; maar hij zal met Batman Forever ongetwijfeld een gigantische come-back maken) en Greg Jein aan boord. Dykstra kan beschouwd worden als het echte genie achter de speciale effecten van Star Wars (hij ontwierp de 'Dykstraflex', de eerste echte motion control-camera die de spectaculaire ruimtegevechten mogelijk maakte) terwijl Greg Jein het moederschip uit Close Encounters had ontworpen.

Trumbull was in tegenstelling tot ILM geen voorstander van bluescreen-werk. Om een silhouet te maken van het ruimteschip (om het ruimteschip in een optische printer te kunnen scheiden van de achtergrond, en later te combineren met sterren of andere schepen) maakte hij met behulp van zijn motion control camera een tweede (qua beweging identieke) opname van de scène. Deze keer zorgde hij ervoor dat er geen licht viel op het model zelf, maar dat de achtergrond sterk verlicht was. Door een hoge-contrastfilm te gebruiken kreeg hij zo een perfecte silhouet. Hiervan kon men dan eenvoudigweg een negatief maken. Bij bluescreen wordt de matte via filters en een optische printer verkregen. De showsteler van de film is ongetwijfeld V'ger. De eerste versie die nog door Abel werd ontworpen geleek nogal sterk op een sigaar met een opening. Wegens (onder andere) een te sterke gelijkenis met de planetendoder uit de originele aflevering 'The Doomsday Machine' werd dit voorstel verworpen en het was uiteindelijk Syd Mead (die later met Blade Runner hoge ogen zou scoren) die na een lange reeks van designwijzigingen de uiteindelijk V'ger zou uittekenen. De V'ger set zelf was gigantisch. Ongeveer 600 kilometer kabel was nodig voor de verlichting vermits de set door middel van duizenden achtergrondprojectieschermen (die als vloer dienst deden en van onderuit werden verlicht) tot één lichtgevende geheel werd omgetoverd.

Greg Jein maakte het model van de binnenkant van V'ger (in twee delen; elk zo'n 3 meter lang) terwijl hij ook instond voor de modellen die tijdens Spock's ruimtewandeling te zien zijn. Een ruimtewandeling die aan Leonard Nimoy bijna het leven kostte toen hij in zijn ruimtepak aan het stikken was. Uiteindelijk kwam de film in december 1979 in de bioscopen terecht. Met bevredigend succes trouwens.

Star Trek II: He's dead Jim!

Alhoewel Roddenberry tot zijn dood bleef volhouden dat ST:TMP de beste film van de reeks was, is iedereen het er zowat over eens dat de film in feite maar weinig gemeen had met de originele serie. De makers hadden blijkbaar het succes van Star Wars enkel en alleen toegeschreven aan de (toen) superieure speciale effecten, en dachten de succesformule even vlug te copiëren door een script te ontwikkelen met slechts één aspect voor ogen: FX. De hoge produktiekosten werden uiteindelijk gerecupereerd (onder meer door de merchandising), en Paramount besloot om het nogmaals te wagen. Om een tweede catastrofe te vermijden werd besloten om alle speciale effecten van het zeer strikte budget (13 miljoen dollar) aan één en dezelfde firma toe te wijzen. De gelukkige werd Industrial Light and Magic, de speciale effectenfabriek van George Lucas die met Star Wars bewezen had dat ze gewoon tot de top behoorde. (Douglas Trumbull betwistte deze toewijzing met het argument dat zijn bod 1,5 miljoen dollar lager was...). Star Trek II: The Wrath Of Khan zou men niet uit de hand laten lopen.

Alhoewel er over de 150 effecten (vergelijk met de 500 in ST:TMP) heel wat te vertellen valt (zo hadden we kunnen vertellen over de drie gigantische matte-paintings voor de Genesis Cave, of over de in een watertank gefilmde nebula, de Ceti Eel oorkruipertjes die - surprise - niet echt zijn, of over de sterren die met behulp van een sterrencatalogus een natuurgetrouw heelal in beeld brengen) zullen we onze lyrische beschrijvingen sparen voor 60 seconden van de 113 minuten durende film. De scène in kwestie is de legendarische Genesis-demo, waarin Kirk een (gesimuleerde) demonstratie ziet van de Genesis-bom waarop Khan zat de azen. De simulatie wordt getoond vanuit het standpunt van een ruimtetuig dat een dode planeet benadert. Een projectiel wordt afgeschoten en met een witte flits initieert die een razendsnelle ontwikkeling van de planeet: over het oppervlak razend vuur smelt de aarde en veroorzaakt grote gaswolken die uiteindelijk een atmosfeer zullen vormen. De oppervlakte koelt af en begint opnieuw te leven als er bergen beginnen te ontstaan en vulkanen hun inhoud in het rond projecteren. Sneeuw verschijnt en we schieten in razende vaart doorheen een nauwe rotsformatie, over een pasgeboren zee. Beplanting begint de oppervlakte te bedekken terwijl we terug de ruimte ingejaagd worden om tenslotte een laatste blik te werpen op het voltooide wonder.

Aan het werk zien we de computergenieën van ILM (in feite waren ze een onderzoeksgroep die deel uitmaakte van Sprocket Systems, de researchafdeling van Lucasfilm). Alhoewel we tegenwoordig verwend worden met computer FX, kan deze sequentie (waar men met tien man gedurende vijf maanden zoet mee was) als één van de oerouders van de hedendaagse visuele hoogstandjes gerekend worden (in feite is men pas met The Abyss echt in computeranimatie beginnen te geloven). De belangrijkste mannen achter deze scène behoorden tot de meest gerenommeerde in de (academische) computer graphics onderzoekswereld. Alvy Ray Smith en Loren Carpenter kregen de faciliteiten van Lucas om hun geniale breinen op de toepassing van de computer in de filmwereld los te laten. Met deze film konden ze eindelijk uit hun ivoren toren komen en hun onderzoekswerk in de praktijk omzetten.

Het traject van de camera werd na lang overleg vastgelegd en in zwart wit op de computer gemodelleerd. De sequentie werd opgedeeld en iedereen kreeg een specifieke taak waarbij zelfgeschreven software verder ontwikkeld en gebruikt werd. Het meest in het oog springend is het vuur dat steeds verder oprukt over het oppervlak. Deze vuurwal werd gebruikt om de aandacht van de toeschouwers naar de (met fractalen gemodelleerde) bergen te verplaatsen. Het finale beeld is ongetwijfeld ook een eersteling. De planeet die we uit de ruimte zien werd met behulp van een computer geschilderd. Het is dan ook het enige van deze wonderlijke creatie dat niet wiskundig kon vastgelegd worden. En te bedenken dat de producers oorspronkelijk van plan waren om de genesis-demo te beperken tot een wetenschappelijk experiment in een laboratorium waarbij dode materie in een levend iets veranderd zou worden...

Bij de meeste fans zal The Wrath Of Khan in het geheugen blijven als de film waarin hun geliefde Spock er bijna het bijltje bij neerlegde. Bijna, want bij Paramount is men ook niet dom. Oorspronkelijk zou Spock ook echt (voorgoed) sterven, Leonard Nimoy was het immers beu. Het einde raakte echter bekend, en de fans begonnen een massieve protestcampagne. Twee maanden na het einde van de opnames trok een team van ILM naar het Golden Gate Park in San Francisco om de eindsequentie opnieuw te filmen. De kist van Spock zag men nu neerkomen op de pas gecreëerde planeet. (Oorspronkelijk bleef de kist gewoon in de ruimte).