SPEED 2: CRUISE CONTROL

Pompen of verzuipen

Dat er op een geheide kaskraker een vervolg moet en zal komen, is al lang geen geheim meer. Dat de kwaliteit van dergelijke sequels meer dan eens te wensen overlaat, helaas ook.

Beide ongeschreven regels uit de grondwet van Hollywood krijgen met Speed 2: Cruise Control nog maar eens een praktijkvoorbeeld van hoe het nu uiteindelijk niet moet: een verhaal van tien keer niets en actie en adrenaline die we elders veel beter hebben gezien. Alhoewel we moeten bekennen dat we al voor veel slechtere miskleunen de voorbije weken in het donker hebben gezeten: Batman & Robin of een Con Air bijvoorbeeld, om er maar enkele op te noemen. Je zou haast gaan wensen dat de release van Spielbergs The Lost World in dit kikkerlandje met enkele weken wordt vervroegd.

Annie Porter (Sandra Bullock) heeft haar vriendje Jack uit de eerste Speed aan de kant gezet ('relaties die in uitzonderlijke situaties tot stand komen, worden toch niets') en papt nu aan met Alex Shaw (Jason Patric), die een rustige job als politieagent heeft. Dat denkt ze tenminste, want vriendlief werkt in feite bij een elite-eenheid en hangt zo geregeld de waaghals uit. Als Annie dit door een stom toeval ontdekt, is het hek natuurlijk van de dam en probeert Alex het goed te maken door haar een cruise cadeau te doen. En dat is nog maar het begin van alle ellende, want uitgerekend dat cruiseschip wordt door een psychopaat gekaapt - waarom zijn we intussen alweer vergeten - met alle gevolgen vandien. Voor de emotionele noot zorgt een dertienjarig doofstom wicht, die het zowaar klaarspeelt om verliefd te worden op Alex. Je houdt het niet voor mogelijk.

Over de acteerprestaties kunnen we kort zijn: een bedroevend laag niveau van Jason Patric (zelden een love interest van Sandra Bullock zo erbarmelijk zien acteren) en slechterik van dienst Willem Dafoe ( the wrong man at the wrong place en daar bedoelen we dan wel de filmset mee) die daarvoor nauwelijks moet onderdoen. Wat la Bullock zelf betreft: mooi wezen is één, goed acteren is wat anders maar dat kan je haar deze keer moeilijk gaan verwijten. Rest nog honderdtwintig minuten actie op volle kracht, waarover de meningen verdeeld zijn, met als hoogtepunt de sequentie waarop het cruiseschip het havenstadje St.-Maarten (met helaas zichtbaar kartonnen huisjes) ramt. Tussendoor vliegt er ook nog eens een olietanker in de lucht maar het brengt allemaal geen zoden aan de dijk. Het krediet dat regisseur Jan De Bont met zijn eerste Speed en vorig jaar nog Twister had opgebouwd, is hij met deze miskleun in één keer kwijtgespeeld. Zijn volgende prent zal verdomd goed moeten zijn om dit vehikel te doen vergeten.

De schreeuw naar eindelijk eens goede en kwaliteitsvolle zomerfilms wordt er dus alleen maar groter op. Zomertijd is niet langer meer komkommertijd in de bioscoop, maar wat ons betreft mogen de dames en heren filmmakers gerust de klok enkele jaren terug draaien. Zolang genieten wij wel op een terrasje in de zon.