Star Trek V: The Final Ego
Als een echte trekkie dan toch nog voet bij stuk blijft houden dat The Motion Picture de moeite waard was, dan zal hij over deze vijfde reis zeker niet te spreken zijn. Industrial Light & Magic afwezig, een waanzinnige deadline voor de special effects (drie maanden tijd!), een, euh..., ondermaats script (jawel, er was wel degelijk een script) en Mr. William - James T. Kirk - Shatner in de regiestoel. Je zou voor minder zenuwachtig worden.
Als vervanger van ILM werd Bran Ferren gekozen die o.a. Altered States op zijn curriculum had staan. Om de deadline te kunnen halen werd besloten om zoveel mogelijk effecten 'in camera' te filmen, m.a.w.: zonder tijdrovende optische manipulaties na de opnames. Wel, over de effecten van Star Trek V: The Final Frontier valt er niet zoveel te zeggen. Het is misschien interessant om de 'in camera'-methode met een voorbeeld te illustreren: op een bepaald ogenblik moet Kirk zich met het pendelschip Galileo manueel in de landingsbaai van de Enterprise storten om aan een Klingonaanval te ontsnappen. Vermits het onmogelijk was om het model aan kabels te hangen (de live ontploffingen zouden deze zichtbaar maken) werd besloten om het model dan maar echt te laten crashen in de landingsbaai. Hiervoor werd een systeem ontworpen die de pendel in het (model)decor katapulteerde en een computerchip werd geprogrammeerd om de twaalf ontploffingen op het juiste tijdschip te doen afgaan. Na een aantal test met een stand-in model werd de 'stunt' met succes uitgevoerd. (bedenk dat zo'n model duizenden dollars kost).
Later vond Paramount dat men aan de verkeerde snelheid gefilmd had en moesten er een aantal fragmenten opnieuw gefilmd worden... Heel uniek is ook de manier waarop Ferren het filmen van de God Planeet benaderde. Een rotsachtig oppervlak was nodig en oorspronkelijk zou Illusion Arts dit met een combinatie van modellen en schilderijen visualiseren. Dit was buiten het alsmaar slinkend budget gerekend en Ferren besloot dan maar om er een echt miniatuur-effect van te maken: hij breidde een electronenmicroscoop uit met een digitale hogeresolutiescanner en een motion control-eenheid. Na een tijdje experimenteren bleek de schaar van een kreeft het ideale landschap, nadat men het belegd had met een laagje goud. Dat spreekt voor zich. V werd een flop, maar dat kan zeker niet in de schoenen geschoven worden van Ferren en zijn ploeg die in de onmogelijke tijdspanne gegeven hadden wat ze konden.
Star Trek VI: The final movie... NOT
Na het debâcle van V werd besloten om het weer op veilig te spelen. De originele bemanning had de kans niet gekregen om waardig afscheid te nemen en dus werd besloten om (nog maar eens) een laatste film met de oude garde naar het scherm te 'beamen'. Nimoy (die ook als producer optrad) werd aangezocht voor de regiestoel, maar na zijn weigering werd teruggegrepen naar Nicholas Meyer die ook reeds II had ingeblikt. Ook Industrial Light & Magic werd terug aan boord gebracht, samen met Pacific Data Images, Cinema Research en Visual Concept Engineering. Paramount wilde wel voor een waardig afscheidsfeestje zorgen, maar het mocht dan wel niet te duur zijn. ILM kreeg dan ook de opdracht om alles te filmen met de reeds bestaande modellen. Nostalgische trekkies kunnen bij het bekijken van Star Trek VI: The Undiscovered Country dan ook hun hart ophalen, mijmerend aan de tijd van weleer.
De originele Enterprise (uit The Motion Picture) werd onder het stof gehaald en kreeg een opknapbeurt, terwijl de even oude Bird of Prey (toen opgeslorpt en vernietigd door V'ger) via een nieuw kleurenpalet heel wat strijdlustiger werd gemaakt. Ook de Excelsior en het ruimtestation werden van stal gehaald, maar voor deze laatste moest men toch een nieuw interieur maken vermits het oorspronkelijke niet meer bruikbaar was. Voor alle eerlijkheid moeten we hier toch vermelden dat er wel degelijk één model speciaal gebouwd werd nml. een pendelschip.
Ook een aantal sets van Star Trek: The Next Generation kregen een nieuwe kleur en werden meer aangepast aan de look van een gevechtsschip. Naast de exuberante hoeveelheid make-up die nodig was voor de massale Klingonscènes (voor de rechtbankscène werden op een bepaald moment zelfs 200 Worf-poppen gekocht en op de bovenste rijen geplaatst, waarbij het realisme verhoogd werd door de beweging via een motion control systeem en het gebruik van kerstboom- lampjes voor hun speren!) zijn het toch de digitale effecten die de meeste indruk maakten. Zo werd de indrukwekkende schokgolf (als gevolg van een ontploffing van de Klingon-maan Praxis) uit de openingsscène volledig in de computer gegenereerd. Hiervoor werd bij ILM speciale software geschreven. Voor de ontploffing zelf simuleerde men in de computer een lens (door John Knoll, één van de originele ontwerpers van het zeer gekende Photoshop-programma), terwijl de uitdeinende schokgolf het vooral moet hebben van de textuur. De golf zelf werd door middel van een aantal platte schijven gemodelleerd waarna men deze bedekte met een van beeld tot beeld wijzigende textuur.
Vooral deze textuur en het gebruikte kleurenpalet, samen met het geluidseffect zorgen ervoor dat de golf overweldigend overkomt. (Ofschoon de computerafkomst van dit effect niet te verloochenen valt, behoort het toch tot één van mijn favorieten uit de reeks.) Ook de scène met het bloed is er één om gezien en herzien te worden. ILM kreeg de opdracht om het bloed dat tijdens de moordaanslag op het Klingonschip wordt vergoten een gewichtloos karakter te geven, zonder de scènes al te gortig te maken. De technieken hiervoor gebruikt steunden sterk op het baanbrekend werk in The Abyss en Terminator II. Het bloed bestond uit 'blobbies', een onregelmatige vorm die kan vergeleken worden met het effect van een aantal biljartballen in een kous: hoe verder men de ballen uit elkaar trekt, hoe dunner de verbinding wordt, tot deze verbroken wordt. Het bloed werd eerst als volledige bollen door de wonde 'geperst' waarna men ze liet samenvloeien tot 'blobbies'. Lichtreflecties op het bloed, schaduwen gecreëerd door het bloed en dieptezicht-simulatie verkochten het effect. In dezelfde moordscène zijn verder ook computergegenereerde kleerscheuren te zien. Ook de transformatiescènes waarin de bloedmooie Iman in verschillende gedaanten wordt gemorfd zijn een knap digitaal staaltje.
Alhoewel dit effect reeds voor Willow werd ontwikkeld, en later in Indiana Jones and the Last Crusade (we dagen u uit om te vinden waar) en Terminator II werd gebruikt, is er hier toch weer een première te zien. Zo liet men tijdens de transformatie de camera bewegen en bleven de in elkaar morfende personen ononderbroken praten. Voor diegenen die zich niet onmiddellijk kunnen inbeelden wat een morf is raden we u aan om eens terug te denken aan de Black and White videoclip (waaruit de beste morf trouwens weggeknipt werd) van Michael Jackson. Of anders kijkt u gewoon een avondje reclame, en u zult genoeg weten. Toeval of niet, Industrial Light & Magic was terug, en Star Trek leek terug op het rechte pad. ILM bewees dat het zelfs met een beperkt budget, en een recyclage- politiek, toch in staat was om superieure effecten af te leveren. Jammer dat dit de laatste film zou worden met de originele cast...
Star Trek: To Baldly go...
Euh,... maak daarvan de voorlaatste film. Het enorm succesvolle Star Trek: The Next Generation liep op zijn einde en alles werd klaargemaakt voor de sprong naar het grote scherm. Om de Star Trek-toorts letterlijk door te geven werd een script geschreven die zowel de oude als de nieuwe bemanning zou verenigen. Wel, een deeltje toch van de oude bemanning. Enkel Kirk, Scotty en Chekov nemen in Star Trek: Generations de honneurs waar. Vermits het script slechts ruimte liet voor een drietal veteranen werden oorspronkelijk Shatner, Nimoy en Kelley gecontacteerd. Nimoy (ook gevraagd voor de regie) vond zijn rol niet diepgaand genoeg, terwijl Kelley vond dat hij in VI waardig afscheid had genomen (het gerucht bestaat dat hij om gezondheidsredenen moest weigeren). Doohan en Chekov werden dus opgevist. Van de partij was opnieuw ILM, die samen met de bedreven Paramountgroep (na 7 jaar The Next Generation mag dat wel) het steeds veeleisender publiek zou proberen te behagen.
Het transportereffect uit de nieuwe reeks kreeg een meer driedimensionaal kleedje, terwijl John Knoll zijn origineel (voor de pilootfilm van The Next Generation) ontworpen sprong in Hyperspace mocht herwerken. Ditmaal had hij een krachtig arsenaal computers tot zijn beschikking dat hij gebruikte om de Enterprise te modelleren en te vervormen. Hij werkte ook aan het indrukwekkende energielint, dat mij op het eerste zicht doet denken aan de schokgolf uit VI. Leuk is ook het driedimensionaal planetarium met Picard en Data als toeschouwers. Tweedimensionale projecties gaan over in een driedimensionaal computermodel. De overgang werd verwezenlijkt door de beide acteurs tijdens de opnames muisstil te laten staan terwijl het tweedimensionaal scherm werd verwijderd en een allesomvattend blauw scherm rond de set werd geplaatst. De synthetische sterrenkaarten werden later door de Santa Barbara Studios gegenereerd. Daar waar in II de Genesisplaneet nog een tweedimensionaal computerschilderij was werd de planeet Veridian 3 door ILM in drie dimensies gemodelleerd. Ook Data werd in zijn emotionele 'upgrade' geholpen door de digitale kunstenaars van Composite Image Systems, terwijl Knoll de look van de torpedo's met behulp van een speciaal geschreven programma terug naar de originele film bracht. Ook de liefhebbers van massale destructie komen aan hun trekken. Net als in The Search for Spock zou de Enterprise eraan geloven (niet zo dramatisch natuurlijk vermits het hier slechts om de 'D' gaat).
En we krijgen meer. Voor het schip tot schroot wordt herleid (door een verrassingsaanval van een Bird of Prey) krijgt de bemanning de kans om zich via de schotel in veiligheid te brengen. Deze, met behulp van miniaturen gefilmde, schotelscheiding is slechts de voorbode van wat nog moet komen. Door de schokgolf van de ontploffing wordt men gedwongen om een noodlanding op Veridian 3 te maken. Bij het binnenkomen van de atmosfeer wordt het resterend deel van de Enterprise roodgloeiend (een computerbeeld gesuperponeerd over de schotel), om daarna de aarde te gaan omploegen. Voor de crash werd een 3,6 meter grote schotel gebouwd die met behulp van een 4x4 door het landschap werd getrokken, terwijl dit alles aan 240 beelden per seconde werd gefilmd. (door dit aan de normale snelheid van 24 beelden per seconde te projecteren wordt de illusie van een veel grotere massa geschapen) Het landschap zelf was een maquette van 12 op 24 meter. Deze werd door middel van schilderijen nog verder vergroot, terwijl de voorste gewassen digitaal werden toegevoegd (het bleek onmogelijk om de dichtste beplanting met voldoende details te maken).
ILM bewijst met deze scène dat ze terecht de hofleverancier van Star Trek zijn. De film werd in Amerika een groot succes, zodat een volgende film niet uit kan blijven. Het wordt dus wachten tot december 1996 'to boldly go where no one has gone before', maar zolang kunnen we ons nog met een aantal seizoenen van The Next Generation zoet houden. Het leven kan soms toch mooi zijn.
Toch nog de volgende bemerking: alhoewel ILM al massa's oscars heeft binnengehaald, is dit nooit gelukt voor hun Star Trek medewerking. Er kon zelfs nooit een nominatie van af! Van alle films kreeg enkel Star Trek: The Motion Picture een nominatie (o.a. voor Trumbull en Dykstra). Is het leven dan toch niet altijd eerlijk?