Disney's versie van de Griekse legende werd voor het scherm geadapteerd en geregisseerd door John Musker en Ron Clements, die daarmee voor de vierde keer in hun carrière voor Disney een team vormen. Musker en Clements waren de genieën achter het succes van Aladdin uit 1993, de eerste animatiefilm die meer dan tweehonderd miljoen dollar opbracht aan de box office. Het nummer A Whole New World van Menken en Rice uit de film steeg naar de nummer één in de hitparade en won een oscar. Maar Muskers en Clements' samenwerking dateert al van in 1986, toen ze samen werkten aan Bail of Baker, een film die later bekend zou worden als The Great Mouse Detective. Hun doorbraak kwam er drie jaar later, toen ze met The Little Mermaid Disney hun eerste echte succes sinds Sleeping Beauty uit 1959 schonken. Het duo was in de herfst van 1993 aan het werken aan Treasure Planet, een sf-adaptatie van Robert Louis Stevensons Treasure Island, toen het idee van Hercules plotseling op tafel geworpen werd. Ze waren laaiend enthousiast, lieten al hun andere plannen varen en begonnen als bezetenen aan Hercules te werken. 906 Tekenaars uit de Disney studio's van Florida en Parijs gingen aan het werk. Drie jaar laten kon Disney hun nieuwste en misschien wel mooiste parel aan hun kroon rijgen.
Kosten noch moeite werden bij het maken van Hercules gespaard. Zo trok de hele ploeg tijdens de préproductie naar Griekenland om inspiratie op te doen voor de look en het design van de prent. Voorts deden Musker en Clements een beroep op de Britse artiest Gerald Scarfe, die bekend is om zijn scherp afgelijnde, hoekige karikaturen. De man werd op Disney uitgenodigd en bepaalde de stijl van tekenen, die volgens de producers aanleunt bij de Griekse tekeningen op vazen. Waar handen tekort schoten, kwam CGI ter hulp. Het verschrikkelijke Hydra-monster bijvoorbeeld vloeide - met zijn dertig veranderende koppen - volledig uit de computer. Het resultaat is waarlijk hallucinant.
Het verhaal opent met een door Charles Heston (in lang vervlogen tijden uitgerekend Ben Hur) vertelde proloog bij de geboorte van Hercules op de berg Olympus. Tot verbazing van zijn ouders, Zeus en Hera, blijkt hij een bijzonder sterk kereltje te zijn. Ze geven hem als geschenk bij zijn geboorte het gevleugelde paard Pegasus. Zowat alle leden die de Griekse mythologie rijk is, zijn op het feest uitgenodigd. Onder hen ook Hades, de kwaadaardige god van de onderwereld, die maar al te graag de leiding zou krijgen over de Olympus. Hades gaat om raad bij de Zieners, enkele oude vrouwen die de toekomst kunnen voorspellen. Ze zeggen hem dat hij binnen achttien jaar om de berg zal kunnen vechten en dat hij zal winnen. Behalve als zijn tegenstander Hercules heet.
Hades omringt zich dan met twee hulpjes, Pijn en Paniek, en ontvoert Hercules van de Olympus naar de aarde, waar ze hem een drankje geven dat hem al zijn kracht moet ontnemen. Door het geklungel van Pijn en Paniek mislukt hun opzet half: Hercules sterft niet, maar is wel zijn goddelijkheid kwijt. Amphitryon en Alceme, twee oude en kinderloze goedzakken, vinden hem en adopteren Hercules als hun eigen zoon. Het kind groeit op, maar voelt zich niet echt thuis op aarde. Daarom gaat hij te raad bij Zeus, die hem onthult dat hij zijn vader is. Pas als Hercules kan bewijzen dat hij een echte held is, kan hij als god terugkeren naar de Olympus.
Samen met Pegasus ontmoet Hercules dan Philoctetes ('Phil'), een roemruchte trainer voor helden, die Hercules' bizarre mentor wordt. Op weg naar de grootstad Thebe ontmoeten ze de bloedmooie maar eigenzinnige Meg, die door Hades ingehuurd is om Hercules' plannen te ondermijnen. In Thebe moet Hercules het opnemen tegen het gigantische monster Hydra en tegen verschillende andere door Hades gecreëerde gedrochten. Hercules zegeviert, maar niet zonder dat Zeus hem uiteindelijk de belangrijkste les van allemaal meegeeft: dat een held ook een hart moeten hebben. De boosaardige Hades trekt in een overdonderend einde nog één keer van leer en zet de Titanen en de Cyclopen tegen Hercules op. Eén keer raden wie in een zinderende en spectaculaire finale uiteindelijk toch zal zegevieren?
De hoofdrolspeler van de film is natuurlijk Hercules (Tate Donovan), die ontworpen en tot leven werd gewekt door de Duitse Disney-animator Andreas Deja. Hij gaf hem een klassieke, Griekse uitstraling met een rechte neus, samengetrokken lippen en heldere, grote ogen. Hoewel hij (letterlijk en figuurlijk) het verhaal draagt, zijn het zowel zijn eigenzinnige mentor Phil (van stem voorzien door een hilarische Danny DeVito) als Hades die met alle eer gaan lopen. De heerser van de onderwereld werd volledig ontwikkeld door Nick Ranieri, de man die eerder al instond voor Lumiere uit Beauty and the Beast en Meeko uit Pocahontas. Hades is zonder twijfel de meest diabolische en infernale booswicht uit Disney's geschiedenis. Hij is angstaanjagend en afschrikwekkend en de scènes die zich in de onderwereld afspelen geven je ongetwijfeld kippenvel. James Woods voorziet Hades (die letterlijk in vuur en vlam schiet als hij kwaad is) echter ook van een gladde en afgeborstelde laag. Hij incarneert de booswicht op een geniale wijze en ratelt met een welbespraaktheid en bezetenheid, die zelfs Robin Williams' belichaming van Aladdin overtreft.
Ook narratief zit de film knap in elkaar. De omnipotente proloogverteller die wil beginnen met het vertellen van een sec en saai verhaal, wordt meteen onderbroken door een schare swingende Muzen, die de verschillende verhaallappen aan elkaar lijmen. Hoewel het verhaal natuurlijk rechtlijnig en simpel te volgen is, zal het velen volwassenen plezieren dat de film werkelijk volgestouwd zit met dubbele bodems en grapjes. Zo is het op het einde van zijn beschaving hinkende Thebe natuurlijk een parodie op het hedendaagse Los Angeles. De film neemt ook de hedendaagse wereld van superidolen op de korrel. Hercules bijtelt handtekeningen voor honderden handtekeningenjagers, drukt zijn handen in de Griekse Walk of Fame. Het geeft de film een anachronistische diepgang.
Hoewel Disney met Hercules thematisch nieuwe wegen inslaat en voor het eerst de Griekse mythologie als uitgangspunt neemt, druipt Disney's stempel zo van het witte doek. Een wees van nul tot held, een onvergetelijke booswicht, enkele vrolijke sidekicks, een femme fatale, een gigantisch happy end, een moralistisch vingertje. Wie maalt erom. Het is Disney op z'n sterkst.
Genre: Tekenfilm
Speelduur: 1u30
Regisseurs: John Musker en Ron Clements
Stemmen: Tate Donovan, Susan Egan, James Woods, Rip Torn, Danny DeVito