Jean-Pierre Jeunet is een échte. Een filmschilder en beeldkunstenaar die desnoods op zijn koud zolderkamertje artistieke films handmatig aan elkaar zou willen plakken. Zo is de inmiddels 44-jarige Fransman dan ook begonnen: klein, met onbekende Franse filmpjes als L'Evasion (1978), Le Manège (1980), Foutaises (1980) en Le Bunker de la dernière Rafale (1981). Geen haan die er naar kraaide. Dat veranderde tien jaar later, toen hij samen met zijn Franse spitsbroeder Marc Caro (die eerder al enkele animatiefilms en videoclips maakte) Delicatessen schreef en regisseerde. De prent zette de filmwereld op zijn kop en werd één van de meest originele en spitsvondige donkere komedies over kannibalisme. Delicatessen speelt zich af in een post-apocalyptisch landschap, waar een bezeten slager onschuldige mensen vermoordt om ze te vermengen in vlees dat bestemd is voor de vegetarische bewoners van zijn huis.
Jeunet tekende Delicatessen met de wonderbare pennetrek die al gauw zijn handtekening zou worden: een sombere, meewarige setting, een grauw bruin-wit kleurenpalet, uitzichtloze situaties en grandguignoleske personages. De wereld van Jeunet is een donkere nachtmerrie, waarin oorzaak en gevolg een bizar mechanisme volgen. Delicatessen werd misschien nog wel het meest bekend door zijn magistrale en obsederende scène die uitmondt in een capricieuze vrijpartij.
In 1991 volgde een film die Jeunet en Caro ook bij het Amerikaanse publiek introduceerde: La Cité des Enfants Perdus. Het was de realisatie van een idee dat al veertien jaar lang bij Jeunet en Caro had gerijpt. De film handelt over een oude man (Krank, gespeeld door Daniel Emilfork) die niet kan dromen en daarom dromen probeert te stelen van jonge kinderen. Geïnspireerd door Jules Verne en oude sprookjes van Grimm en Perrault, is de film een ode aan de droom, de verbeelding en de fantasie.
La Cité des Enfants Perdus is even duister en donker als Delicatessen, maar qua structuur en thematiek zo mogelijk nog moeilijker. Het verhaal speelt zich af in een retro-toekomst, een toekomst dus die nooit heeft plaatsgevonden. De figuren van de Cyclopen, van het levende brein Irvin (een verwijzing naar HAL uit 2001, volgens Caro) en de aanwezigheid van verwijzingen naar Frankenstein (onder meer het laboratorium) wijzen op raakvlakken tussen het droomlandschap van Jeunet en meer traditionele sciencefiction. Interessant is ook dat Jeunet in deze film al zijn obsessie voor het klonen van individuen laat botvieren aan de hand van het personage dat Dominique Pinon speelt.
Het succes van La Cité des Enfants Perdus (in Amerika: The City of Lost Children) breidde zich uit tot ver buiten Frankrijk en Europa en de wegen van Jeunet en Caro liepen uit elkaar. Jeunet kreeg een deal van Fox op de tafel geworpen. De prestigieuze productiefirma had de Fransman als derde keuze op zijn lijstje staan voor de regie van Alien: Resurrection, na Danny Boyle en David Cronenberg. Als pluspunten stonden in de kantlijn bijgeschreven dat de man omwille van zijn surrealistische ideeën en zwarte humor de juiste persoon zou zijn om de film te regisseren. Hoewel Jeunet altijd geroepen had dat hij nooit voor de politiek van grote studiobazen zou zwichten en niet zou toegeven aan de commerciële Amerikaanse filmmarkt, krabbelde hij zijn handtekening onder het in feite onweigerbare contract.
Jeunet was vast van plan zijn werk goed te doen en op weg naar Fox in Los Angeles, maakte hij een tussenstop in New York. Daar ging hij met co-producente en Alienster Sigourney Weaver rond de tafel zitten om over het project te praten. Tot zijn grote opluchting bleken ze beiden hetzelfde idee te hebben over hoe het vierde deel er uit moest zien: niet zozeer actie en geweld moesten primeren, maar wel een duister melange van horror en humor. Het gerucht doet ook de ronde dat Winona Ryder pas haar toestemming gaf mee te werken aan de film, toen ze vernam dat die geregisseerd zou worden door Jeunet, die ze prompt 'de origineelste visuele stilist van onze tijd' noemde.
Voor Jeunet was Alien: Resurrection een bijzondere ervaring. Het was immers de eerste keer dat hij de regie voerde van een film, waar hij zelf het scenario niet voor geschreven had. Om zich zoveel mogelijk op zijn gemak te voelen, omringde Jeunet zich met enkele oude bekenden: Dominique Pinin, die de rol van smokkelaar Vriess speelt, was al eerder te zien in Delicatessen en La Cité des Enfants Perdus, net als Ron Perlman. Om van dit vierde deel de meest duistere en mysterieuze van de reeks te maken, deed hij ook een beroep op zijn geliefkoosde cameraman, Darius Kondji. Het was Jeunets opdracht om als Europese filmmaker de Alienreeks een nieuwe impuls te geven. Of hij daar ook in geslaagd is, kunt u vanaf deze week zelf gaan bekijken.