ALIEN 1-4: DE MUZIEK

Ripley - The Musical

Thanksgivingweekend in Amerika. Met Alien Resurrection in de zalen, de vierde film in wat tot nu toe bekend stond als de Alientrilogie, is het gebruik van de uitroep 'what a turkey!' afgelopen week ongetwijfeld niet beperkt gebleven tot de Amerikaanse huiskamers.

De Alienfilms zijn vreemde, Gigeriaanse eenden in de bijt van de filmgeschiedenis. Ondanks dat veel critici het maar niet eens kunnen worden over de kwaliteit (of het gebrek daaraan) van de reeks in zijn geheel, is de serie tegelijk bijzonder invloedrijk en succesvol geweest bij het grote publiek en heeft ze - ondanks de populariteit en commercialiteit - toch een harde kern van cultfanaten achter zich weten te scharen.

Over de muziek kun je min of meer hetzelfde zeggen: geen van de vier scores zoals ze gebruikt worden in de films zijn meesterwerken, maar toch blijft de muziek van de Alienfilms onmiskenbaar populair bij filmmuziekfans.

Over de muziek van de Alienfilms kun je honderden verhalen vertellen. Om de één of andere reden is het bij elke score op de één of andere manier 'misgelopen', maar niettegenstaande de vele problemen zijn tot nu toe toch vier soundtracks verschenen die bij liefhebbers van sciencefiction- en thrillermuziek met open armen zijn ontvangen.

De muziek voor de eerste film, Alien, werd geschreven in Jerry Goldsmiths creatiefste en meest succesvolle periode: het einde van de jaren zeventig. Een paar jaar eerder had hij een oscar gewonnen voor zijn huiveringwekkend knappe score voor The Omen, en vóór Alien had hij net één van de beste sciencefictionscores ooit gecomponeerd, voor Star Trek - The Motion Picture. Andere scores uit die periode waren Coma, Capricorn One, The Boys From Brazil, The First Great Train Robbery en McArthur, die nu stuk voor stuk als klassiekers worden beschouwd. Ridley Scott, de regisseur van Alien, die Jerry Goldsmith had leren kennen via zijn score voor Freud, de intelligente John Hustonfilm uit 1962 over het leven en werk van de Weense psychiater, deed een beroep op de componist omdat hij voelde dat zijn muziek voor deze film perfect zou passen bij de atmosfeer die hij voor zijn Alienproject op het oog had.

Terwijl Scott graag had gehad dat de Alienscore een soort van 'warm' gevoel gaf aan de kijker, zodat die niet volledig gedesoriënteerd in het Alienuniversum zou worden opgezogen, was Goldsmiths visie helemaal anders: Goldsmith vond zijn score van Freud te warm voor de kille, angstaanjagende sfeer van Alien en besloot dan maar om een score te schrijven die hard en ruw klonk, die de emoties van Ripley onder een loep kon nemen en duizend maal uitvergroten. De visie van de producenten van Alien was duidelijk: 'Alien is to Star Wars what the Rolling Stones are to the Beatles; it's a nasty Star Wars.' Maar Goldsmith voelde er weinig of niets voor om het romantische idioom dat hij net had gebruikt voor zijn Star Trek-score opnieuw uit de kast te halen, en besloot tegen de ideeën van de producenten in te gaan en een avant-gardistische score te schrijven die, op het hoofd- en eindthema na, geen melodische muziek bevatte, alleen maar angstaanjagende, weerzinwekkende geluiden. Zelfs het hoofdthema is, ondanks de zachte, mijmerende trompetsolo, een prachtig staaltje van opgedreven spanning en ingehouden terreur.

Het mocht niet baten. Scott vond Goldsmiths score maar niets en overwoog even om een andere componist in te huren. Isao Tomita, of all people, was op een bepaald moment de voor de hand liggende keuze. Uiteindelijk besloot Scott gewoon de rechten van de Freudsoundtrack over te kopen en de muziek uit die film te gebruiken in zijn prent. Zo werd het hoofdthema van Freud gebruikt in de acid blood scène en andere muziek uit de Freudscore duikt onder andere op in de luchtkokerscènes en wanneer Ripley op zoek gaat naar Jones. Hele stukken muziek die Goldsmith voor Alien had gecomponeerd werden niet gebruikt en vervangen door klassieke muziek. Zo duikt ook Hansons derde symfonie De Romanticus op, onder andere tijdens de aftiteling. In totaal werd nauwelijks een kwartier van Goldsmiths originele score in de film gebruikt en verschillende fragmenten komen ook meer dan één keer terug.

Het is duidelijk dat Scott Goldsmiths bedoelingen niet had begrepen. De muziek die Goldsmith componeerde schreeuwt angst en huivering in elke maat, in elke notenbalk. De manier waarop Scott zijn film van muziek heeft voorzien, demonstreert zijn gebrekkige visie op muziek in een film. Hij zou later die incompententie nogmaals demonstreren door Vangelis' score voor Blade Runner compleet te verknippen en verplakken en Goldsmiths score voor zijn oersaaie fantasy-epos Legend te dumpen voor een kitscherige synthesizerscore van Tangerine Dream. Het is onbegrijpelijk dat na de respectloosheid waarmee Scott Goldsmiths muziek had behandeld bij Alien, Goldsmith enkele jaren later opnieuw in zee wou gaan met Scott. Dat Scott opnieuw zijn score overboord gooide, verbaasde dan ook niemand. Voor zijn meest recente film, White Squall, kwam Scott overigens weer in conflict met Vangelis, die oorspronkelijk de film van muziek ging voorzien.

Een 'definitieve' soundtrack van Alien bestaat niet. Op de originele filmsoundtrack staat alleen de muziek die Goldsmith voor de film componeerde, dus inclusief de muziek die niet gebruikt werd in de film. Het hoofdthema staat in een ingekorte versie op de cd. Wie een min of meer volledige representatie van de filmmuziek van Alien wil, moet zich vanzelfsprekend ook nog de soundtrack van Freud aanschaffen en de klassieke muziek die in de film gebruikt werd. Bovendien verscheen bij Varèse Sarabande vorig jaar een verzamelcd met het beste uit de scores van de eerste drie films en hierop staat ook muziek uit Goldsmiths score die niet op de soundtrack te vinden is (onder andere de volledige versie van het hoofdthema).

De geschiedenis achter de muziek van Aliens, de tweede film in de serie, is dan weer een heel ander verhaal, dat toch opvallende gelijkenissen vertoont met dat van Alien. De componist van Aliens was James Horner, een jonge muzikant die in het begin van de jaren tachtig ineens uit het niets was opgedoken en met grote orkestrale scores voor films als Battle Beyond the Stars, Brainstorm, Krull, Star Trek II en Cocoon had laten zien dat hij grootse ambities had. Alhoewel Battle Beyond the Stars officieel door Roger Corman werd geregisseerd, is het een publiek geheim dat James Cameron, die ingehuurd was voor de special effects van de film, minstens even vaak achter de camera stond als Corman. Het was tijdens de montage van Battle Beyond the Stars dat Cameron James Horners knappe score voor de film opmerkte en toen hij enkele jaren later de kans kreeg om het vervolg op Alien te regisseren, was Horner de eerste met wie hij contact op nam. Het was alsof de geschiedenis zich herhaalde: Goldsmith had de muziek geschreven voor de eerste Star Trek-film, Horner voor het vervolg. Precies datzelfde gebeurde nu met Alien en Aliens.

James Horner reserveerde het London Symphony Orchestra (het wereldbefaamde orkest dat onder andere de muziek voor de Star Wars-trilogie en Raiders of the Lost Ark uitvoerde) met de bedoeling dat James Cameron hem een videotape van de gemonteerde film zou toesturen zo'n zes weken voor de orkestsessies plaats zouden vinden. Vier weken voor de sessies had Cameron echter nog steeds niets van zich laten horen en bijgevolg had Horner dan ook nog geen noot muziek op papier. Sterker nog: de opnames van de film bleken nog niet eens te zijn afgelopen en aan de montage was helemaal nog niet begonnen. De studio's echter weigerden de releasedatum van de film te veranderen. Toen Cameron de film eindelijk af had werden Horner dan maar de rushes gestuurd, ongemonteerd en dus totaal niet klaar om op muziek te worden gezet. Terwijl Cameron een dertigtal editors aan het werk zette om de film op tijd gemonteerd te krijgen, begon Horner met het neerpennen van enkele thema's. Uiteindelijk kreeg Horner de afgewerkte film twee weken voor de première voor het eerst te zien. In de tien dagen die daarop volgden moest hij een score van 97 minuten weten neer te pennen en op te nemen. Als je weet dat een componist, of het nu een filmmuziekcomponist is of een componist van concertmuziek, ongeveer twee minuten muziek per dag kan componeren (hij moet tenslotte elke notenbalk apart uitschrijven voor alle verschillende instrumenten van het orkest), dan is het ook niet moeilijk te begrijpen dat Horners score voor Aliens weinig geraffineerd te noemen valt.

De muziek van Aliens was allesbehalve dankbare muziek om te schrijven. Cameron had Horner gevraagd om een score met veel percussie en dynamiek. Veel finesse was niet nodig, als het maar luid en energetisch overkwam. Cameron wilde boven alles een oorlogsfilm maken die zich in de ruimte afspeelde, met als gevolg dat de muziek constant een gevecht moest aangaan met de geluidseffecten. En als je naar de soundtrack luistert, dan is dat precies wat je krijgt: behalve het atmosferische generiekthema, dat duidelijk gebaseerd is op Goldsmiths originele Alienthema, bevat de score weinig of geen melodische elementen, maar vooral veel effecten in de form van uitzinnige strijkersglissandi en discordant trompetgeschetter. Alles is misschien niet even origineel (Khachaturians Gayneballetsuite is nooit ver weg), maar het werkt uitstekend bij de beelden. Hoewel Cameron een fan bleef van Horners werk (zo moest Alan Silvestri zijn score voor The Abyss baseren op Horners Brainstorm), zou het na Aliens nog meer dan tien jaar duren eer Horner opnieuw met Cameron wou samenwerken. Titanic is de eerste film van Cameron die weer van muziek voorzien is door Horner en dat de twee mannen hun problemen van Aliens duidelijk hebben uitgepraat valt al te merken aan het feit dat Horner meer dan zes maanden kreeg om de score van Titanic te schrijven, wat toch al pakweg vijf maanden en drie weken langer is dan voor Aliens.

De soundtrack van Aliens bevat ongeveer de helft van de score uit de film. Dat geeft niet echt, want omdat het allemaal zo snel moest gaan heeft Horner verschillende stukken muziek bijna identiek in de film herhaald en het zijn vooral de herhaalde elementen die van de cd zijn weggelaten. De track Bisshop's Countdown is, omwille van de dynamiek die ervan uitgaat, tot op de dag van vandaag één van de meest gebruikte stukken muziek in filmtrailers.

Ook de muziek van Alien3 kwam niet zonder problemen tot stand. Net zoals de film overigens, die samengeraapt werd uit twaalf verschillende scenario's en een jaar lang op de montagetafel steeds weer werd veranderd. Producent Tim Zinnemann raadde debuterend regisseur David Fincher aan om met componist Elliot Goldenthal in zee te gaan. Zinneman had reeds met Goldenthal gewerkt voor Pet Sematary en die samenwerking was hem meegevallen. Goldenthal behoort tot de jongste generatie Hollywoodcomponisten, waartoe ook Thomas Newman en Michael Convertino worden gerekend. 'De experimentelen' worden ze wel eens meesmuilend genoemd. Goldenthal is een student van de concertcomponist John Corigliano (die onder andere de bijzonder intrigerende score schreef voor Altered States) en een groot bewonderaar van de Poolse avant-garde componisten Gorecki en Penderecki. Met zijn scores voor Drugstore Cowboy, Batman Returns, Demolition Man, Michael Collins en Interview with the Vampire oogste hij veel bijval, maar het was zijn score voor Alien3 waarmee hij zijn naam maakte.

Een jaar lang werkte Goldenthal samen met David Fincher aan de score van Alien3 in Los Angeles. Ten tijde van de derde riot van LA, waarbij winkels werden geplunderd en in bepaalde buitenwijken de bevolking zich tegen de LAPD keerde, moest Goldenthal de muziek schrijven voor de beginsequentie. De gebeurtenissen in LA maakten zo'n grote indruk op Goldenthal dat hij besloot de film te open met een Dies Irae, een allusie op en een waarschuwing voor een toekomst van terreur, een dag waarop alles en iedereen terug in stof en as verandert.

De studio was allesbehalve tevreden met het resultaat toen ze Finchers afgewerkte film zagen. Testpublieken reageerden overwegend negatief en dus moest de hele film worden veranderd: subplots werden versneden of helemaal weggeknipt, scènes werden uitgebreid of ingekort, effecten werden overgedaan of vervangen. En dit niet één keer, of twee keer, maar tientallen keren. En elke keer moest Goldenthal zijn score opnieuw herwerken. Bovendien probeerden de studio's Goldenthal uit te melken voor elke druppel die hij waard was. Toen de score werd opgenomen en er nog wat tijd over was, werd hem gevraagd om in de resterende tijd nog even Alfred Newmans fanfare voor het Fox-logo opnieuw op te nemen, zodat de studio een digitale versie had die in de toekomst kon worden gebruikt. Goldenthal, die daar niet echt veel zin in had, bewerkte Newmans muziek in een Alienachtige versie die perfect aansluit bij de rest van zijn score. In plaats van tot de laatste noot door te gaan, barst het orkest op de voorlaatste noot in een gigantische explosie uit elkaar. Dat Alien3 de enige film is waarvoor deze opname is gebruikt, hoeft geen verduidelijking.

De MCA-soundtrack van Alien3 bevat zo'n drie kwartier muziek uit de vijfenzeventig minuten durende score van Goldenthal. De speelduur van de cd werd omwille van financiële redenen beperkt gehouden. Daarom hoor je ook vooral synthesizers tijdens het Dies Irae, en geen koor, want ook daar was geen budget voor beschikbaar, ook al had Goldenthal het graag gewild. Op de verzamelcd The Alien Trilogy wordt wel een koor gebruikt en vind je verder nog enkele transities en passages die niet op de soundtrack voorkomen.

De verwachtingen voor de nieuwste en vierde Alienfilm waren hooggespannen: wie zou hem regisseren? Zou er een goed script zijn (want Ripley was tenslotte doodgegaan op het eind van deel drie)? En wie zou de muziek schrijven? Nu de film uit is, weten we de antwoorden op al die vragen: de regisseur is de Fransman Jean-Pierre Jeunet, neen, een goed script was er niet (Ripley kan gekloond worden maar niet de mensen noodzakelijk voor de Alienlevenscyclus), en John Frizzell zorgt voor de muziek. John Frizzell zal voor velen een nobele onbekende zijn, want zijn naam is, voorlopig althans, nog niet zo bekend als die van Jerry Goldsmith of James Horner. Een jaar geleden had nauwelijks iemand van Frizzell gehoord, maar in de afgelopen twaalf maanden kwamen films in de zalen als Crime of the Century, Dante's Peak en Beavis and Butt-head Do America, die Frizzell op zijn minst in soundtrackmiddens enige naam bezorgden. Zijn debuut was alweer enkele jaren terug, toen hij samen met Ryuichi Sakamoto de futuristische synthesizerscore componeerde voor Oliver Stones miniserie Wild Palms. Frizzel wist de producenten van Alien Resurrection te overtuigen via een demotape die hij van commentaar van Beavis and Butt-head himself had voorzien. Tussen twee tracks klonk dan ineens: 'Heh-heh, that sucks!'

Toen Jeunet en Frizzell elkaar ontmoetten, had Jeunet de demotape in zijn handen en zei: 'This is the score to my movie! How did you know the story?' Het was duidelijk dat hij een humoristische Alienfilm wilde maken en dat hij op zoek was naar iemand die niet zozeer, in de tradie van Goldsmith, Horner of Goldenthal, het angstaanjagende of het bevreemdende in de verf wou zetten, maar iemand die de emoties en relaties van de hoofdpersonages van muziek kon voorzien. Jeunet en Frizzell konden goed met elkaar opschieten en telkens Jeunet een scène voor mekaar had, werd ze naar Frizzell gestuurd die er meteen een temp score voor componeerde. Om de claustrofobische atmosfeer van het dodelijke spaceship van de alien in muziek om te zetten, gebruikte hij een heel gelimiteerd aantal toonladders, instrumentenkleuren en octaven. Strijkers werden met de achterkant van de strijkstok bespeeld en insectachtige geluiden werden aan de score toegevoegd. De moeilijkste scène voor Frizzel was de onderwater achtervolgingssequentie. Frizzell werkte meer dan een maand aan de muziek voor die scène en het resultaat mag er dan ook zijn.

Alien Ressurection begint en eindigt met het thema dat Jerry Goldsmith voor de eerste film componeerde. Op die manier herstelt Frizzel de muzikale coherentie tussen de verschillende Alienfilms die door Goldenthal was doorbroken. De score van Alien Ressurection, zoals die verkrijgbaar is op cd bij RCA, bevat mooie momenten (waaronder het melancholische thema voor Ripley), maar is uiteindelijk niet sterk genoeg om te beklijven. Frizzels muziek doet denken aan Goldsmiths, Horners en Goldenthals muziek (vooral aan die van Goldenthal), maar haalt zelden het niveau van de vorige scores. Naar het einde van de cd toe wordt de muziek zo chaotisch dat die nog nauwelijks te beluisteren valt.

Conclusie: de vier Alienfilms hebben tot nu toe interessante maar niet altijd even beluisterbare filmmuziek opgeleverd, en de manier manier waarop de eerste drie films tot stand zijn gekomen zijn nooit echt ideaal geweest voor de kwaliteit van de soundtracks. Zo zijn er weinig filmmuziekfans die Goldsmiths score voor Alien niet goed zullen vinden, maar daar staat tegenover dat ze nauwelijks in de film te horen is. De beste werkomstandigheden had tot nu toe John Frizzell voor Alien Resurrection, en het is dan ook jammer dat niet een beroep is gedaan op een componist die wat meer ervaren was in het sciencefictiongenre. Maar goed, volgende keer misschien beter.