Het genre van de korte film, zo beweren de organizatoren, roert zijn staart. Langzaamaan is er zich opnieuw een soort van niet-officieel en marginaal vertoningscircuit aan het vormen, waar filmmakers bijeenkomen om hun korte films in publiek te vertonen. De doelstelling van het Circuit Korte Film, in een organizatie van de vzw Cinema Brevis, was en is uit te testen of de korte film ook ingepast kan worden in een algemener en breder circuit. Met een programma van vier Nederlandse en vier Vlaamse korte films, wilden ze de filmbezoeker confronteren met een zo gevarieerd mogelijke waaier van korte films. De kijker kreeg zowel live action als animatie te zien, zowel op een klassieke als licht-experimentele leest geschoeid.
Om het programma wat toegankelijker te maken, koos men ervoor te openen met Leonie van Lieven Debrauwer. Het 27-jarige prijsbeest is immers ook voor het grote publiek geen onbekende meer. Hij studeerde fotografie en film aan het Narafi en produceerde voor zijn eigen bvba Gateway Films onder meer Cat Horror (1989), Burn (1990), Images of Life (1990) en Twinnies (1991). Met Het Bankje uit 1992 (Debrauwers Narafi-eindwerk) won hij al diverse prijzen. Na Het Testament uit 1997, begon hij te werken aan Leonie, zijn eerste professionele korte film, die gedraaid werd op zes dagen. Leonie duurt twaalf minuten en blinkt uit door zijn eenvoud: weinig dialoog en nauwelijks beweging. Donkere kleuren en een traag tempo trekken een droevig waas over het verhaal. Dat gaat over Leonie (Dora Van Der Groen), die aan het sterfbed van haar man Cyriel (Frans Buckinx) terugdenkt aan één mooie herinnering die getuigde van Cyriels liefde voor haar.
Leonie moet het in deze korte film marathon qua kwaliteit alleen afleggen tegen het magistrale The Oath van Tjebbo Penning. Deze slechts tien minuten durende parel is gebaseerd op een waar gebeurd verhaal zoals het zich afspeelde in de gevangenis van Oklahoma in 1995. Een gevangene wordt bewusteloos in zijn cel aangetroffen na een zelfmoordpoging. De gevangenisdokter wordt erbij geroepen om hem te reanimeren, wat ook lukt. Maar in een bizarre en aangrijpende slotscène worden alle ethische en morele keuzes op de helling gezet. Tjebbo Penning schreef het scenario met een minimaal budget in het achterhoofd, financierde de film bijna helemaal zelf en filmde tijdens vier opnamedagen in augustus 1996. De film sleurde, terecht, al een hele resem prijzen in de wacht: de Beste Film Publieksprijs in Emden en Capalbio, de Beste Film Juryprijs in Montecatini en de Prijs voor Beste Hoofdrol in Avanca. Voorts werd de film al vertoond op de festivals van Rotterdam, Amsterdam, Palmbeach, San Sebastian, Hamburg, Sint Petersburg en Utrecht.
Een andere korte film die alle aandacht verdient, was Grijs van Christophe Van Rompaey, de man die al als regie-assistent aan de slag was bij onder meer She Good Fighter van Mark Punt en Alles Moet Weg van Jan Verheyen. Grijs kan prat gaan op enkele schitterende decors en een sublieme fotografie. Bert André speelt de hoofdrol, als een anonieme man in een anonieme grootstad. Iedereen leeft er langs en door elkaar. Vastgeroest in dit patroon, beseft hij hoe ellendig en doelloos zijn bestaan wel is en blijft er hem nog maar één keuze over. Ook Grijs won al verschillende prijzen: die van beste fotografie in Split en van de Vlaamse Gemeenschap in Brussel. In Houstin werd hij bekroond met de Silver Award.
Als afsluiter kregen we In de Vlucht (L'histoire d'un jeune homme pressé) voorgeschoteld, de langverwachte korte film van Alex Stockman, die van 1988 tot 1996 rock-, literatuur- en vooral filmrecensies schreef voor het weekblad Humo. Stockman realiseerde in 1994 al Violette, maar zijn 28 minuten durende In de Vlucht weet maar weinig te boeien. De film vertelt het onsamenhangende verhaal van een jongeman, Peter, die doorheen het Pajottenland huppelt. Hij steelt een auto, maar wordt gewond door een geweerschot. Vervolgens vlucht hij richting Brussel, waar een pijnstillende injectie hem de kracht geeft zijn ex-geliefde op te zoeken. Daarna begint hij aan een tocht doorheen Brussel, die uitmondt in een tragische afloop. Tragisch, voor wie begrijpt waar het allemaal over gaat.
Stockman was ook zelf aanwezig tijdens het Circuit Korte Film. 'Ik had zin om een fluitende, zonovergoten tragedie te maken, met een achterkleinzoon van Buster Keaton in de hoofdrol.' Voor die hoofdrol, zo vertelde hij ons, schuimde hij persoonlijk alle toneelscholen af, omdat hij onder het beschikbare corps acteurs niemand naar zijn gading vond. Hij kwam thuis met Stefan Perceval, die de rol van Peter op zich neemt, maar echt overtuigen kan hij niet. Stockman werkt momenteel overigens aan zijn eerste langspeelfilm.
Voila Madame van Ineke Houtman was boeiend, omdat het zes minuten durend filmpje in één camerabeweging werd opgenomen. Het verhaal gaat over het onbegrip tussen seksen, over het gebied waar man en vrouw elkaar niet kunnen verstaan. Een goed uitgangspunt, maar jammer genoeg draait de film nergens op uit. Ook Ineke Houtman bereidt momenteel haar eerste langspeelfilm voor.
En dan omvatte het Circuit Korte Film ook nog twee animatiefilms en een kleine documentaire. Die Unschuld Muá Hier Schuldig Sterben is Klaartje Schrijvers' interpretatie van de mythe van de Minotaurus, die ze combineerde met fragmenten uit de Sint-Matheuspassie door J.S. Bach. Haar animatiefilm doet magisch-realistisch aan en snijdt het thema van de kwelling en de herinnering van de verloren onschuld aan. Hoewel hier vast wel een publiek zal voor bestaan, past deze animatie toch niet in een programma als dit. Sientje van Christa Moesker is dan weer uit heel ander hout gesneden. Op een luchtige en grappige manier laat Moesker (die al haar sporen verdiende voor Sesamstraat) de belevenissen zien van een klein meisje dat heel boos wordt wanneer ze van haar moeder niet naar de televisie mag kijken.
De korte documentaire die we te zien kregen was van de hand van Marjoleine Boonstra: Sa Nule. De documentaire werd opgenomen in Kuplensko, een vluchtenlingenkamp op de grens van Bosnië en Kroatië. Door middel van indringende close-ups portretteert de film een aantal mensen, die na een periode van een jaar voor het eerst weer in de gelegenheid zijn om hun gezicht in de spiegel te aanschouwen. Ze bekijken zichzelf aanvankelijk zonder al te veel commentaar, maar zijn duidelijk gechoqueerd over hun ouder geworden en sterk vermagerde gelaatstrekken.
De basisidee van Cinema Brevis is dat de korte film een aparte maar volwaardige filmsoort is, die zijn publiek dient te vinden. Jammer genoeg wilde dat in Leuven alvast niet echt lukken en kon men het aantal toeschouwers op twee handen tellen. Parels voor de zwijnen, waren het.