Voor het zover is, blikken wij nog even uitgebreid terug op de 24ste editie, die op zeven oktober van start ging met Chinese Box, de nieuwe Wayne Wang, en zijn deuren sloot op achttien oktober met Hercules, de 35e Disney. Om jullie keuze dit najaar iets makkelijker te maken, hebben we de meeste films, die op het festival in première gingen, gebundeld in twee groepen: toppers en floppers. Aan jullie de keuze.
TOPPERS
Hoewel er dit jaar geen nieuw
meesterwerk van David Cronenberg of
Lars Von Trier tussenzat, bleef je op
het festival ook nu weer niet op je
honger zitten. Echte verrassingen zaten
er misschien niet bij, maar dat neemt
niet weg dat je uit het enorme aanbod
makkelijk enkele flinke aanraders kon
meepikken. Als er dit jaar al zeker één
aanrader was, dan was het ongetwijfeld
de Britse film Brassed Off (met Ewan
McGregor en Pete Postlethwaite), een
ontroerende en toch grappige sociale
komedie van Mark Herman (Blame It on
the Bellboy). Je zou het het scenario
(een fanfare dreigt uiteen te vallen,
wanneer de bandleden hun job verliezen)
niet meegeven, maar Brassed Off is een
ouderwetse feel good-film met
ijzersterke vertolkingen, pittige
muziek en een hart van goud. Het klinkt
misschien melig, maar deze prent laat
niemand onbetuigd. In dezelfde lijn
ligt The Full Monty (van Peter
Cattaneo), een bijzonder grappig en
pretentieloze Britse komedie, waarin
enkele werklozen (het type 'hopeloos')
besluiten de Chippendales achterna te
gaan en zelf ook hun broek te laten
zakken. De seventies-deuntjes en de
aanstekelijke humor hebben er alvast
voor gezorgd dat The Full Monty een
kaskraker werd in Engeland, maar ook
België zal ongetwijfeld bezwijken voor
de 'charmes' van ondermeer Robert
Carlyle (Trainspotting). Wie The
Adventures of Priscille, Queen of the
Desert wel zag zitten, mag dit in ieder
geval zeker niet missen.
De meest opvallende film hadden de organisatoren evenwel nog bewaard tot de laatste officiële festivaldag, want dan ging Funny Games - laat jullie niet misleiden door de titel - in première. Funny Games (van de Oostenrijker Michael Haneke) was al één van de controversieelste films op het 50ste Filmfestival van Cannes, begin dit jaar. Zo controversieel zelfs dat de de jury, onder leiding van Isabelle Adjani, het niet aandurfde de prent een prijs toe te kennen op het festival dat er, nota bene, meestal prat op gaat elke film in competitie een prijs toe te kennen of eventueel gewoon een nieuwe te verzinnen. Funny Games is dan ook geen makkelijk verteerbare film. Voor Haneke zelf is Funny Games een aanklacht tegen ultra-geweld, terwijl voor een weinig doorwinterd publiek Funny Games juist de verpersoonlijking is van extreem geweld. De discussie zal ongetwijfeld nog oplaaien, want nu al hebben enkele Belgsiche bioscopen laten weten de film niet te willen vertonen. Laat de heisa rond de film je echter niet op het verkeerde been zetten en ga zelf kijken, want Funny Games is gewoonweg een (nogal letterlijk) adembenemend meesterwerk. Een must.
Behalve Brassed Off, The Full Monty en Funny Games, waren het vooral Chasing Amy (van Clerks-regisseur Kevin Smith), The Sweet Hereafter (van Atom Egoyan), One Night Stand (van Mike Figgis) en Nowhere (van Gregg Araki) die in het oog sprongen. Kortom: regisseurs die al lang niets meer te bewijzen hadden, maar het toch nog maar eens deden. Verrassender (en daarom misschien ook interessanter) waren Un frère (van Sylvie Verheyde met Nils Tavernier), All Over Me (van Alex Sichel), Junk Mail (van Pal Sletaune) en Clockwatchers (van Jill Sprecher met Toni Collette en Lisa Kudrow, uit Friends); vier knappe debuutfilms over tieners en adolescenten. Opvallend waren ook The Blackout (Matthew Modine en Claudia Schiffer), de nieuwe films van Abel Ferrara die dit keer een manier gevonden heeft om Lynch en Cronenberg te combineren, en She's So Lovely (met Sean Penn en John Travolta), de tweede film van Nick Cassavetes die een manier gevonden heeft om zijn pa te imiteren. Om de rij helemaal af te sluiten: Le destin (van Youssef Chahine), Insomnia (van Erik Skjoldbjaerg), Lilies (van John Greyson), Marius et Jeanette (van Robert Guediguan), Metroland (van Philip Saville met Emily Watson), Mrs. Brown (van John Madden), The Pe acemaker (van Mimi Leder met George Clooney en Nicole Kidman), Rossini (van Helmut Dietl), Sling Blade (van en met Billy Bob Thornton), The Spanish Prisoner (van David Mamet met Steve Martin), Truth Or Consequences, N.M. (van en met Kiefer Sutherland) Ule e's Gold (van Victor Nunez met Peter Fonda) en de twee Gouden Palmen The Eel (van Shohei Imamura) en Le gôut de cérises (Abbas Kiarostami).
FLOPPERS
Niet dat er per definitie op een
festival slechte films geprogrammeerd
worden, maar als je een affiche
samenstelt met meer dan honderd film,
dan ontsnapt geen enkel festival aan
zijn portie rommel. Dat rommel af en
toe nog een naam draagt ook, zullen de
tweeduizend genodigden (Joyce De Troch
en ondergetekende inclusief)
achtergekomen zijn op de officiële
opening van de 24ste editie van het
filmfestival. Regisseur Wayne Wang
(Smoke) zakte dan al met Jeremy Irons
af naar Gent, maar de arme man nam ook
een onafgewerkte versie mee van Chinese
Box, de nieuwe Wang die rond kerstmis
in de bioscopen komt. Tot onze
verbazing, want Chinese Box is een
behoorlijk zwakke film over de
teruggave van de Britse kolonie Hong
Kong aan China, bleek het echter wel
degelijk om de afgewerkte versie te
gaan. Het is behoorlijk moeilijk te
geloven hoe iemand die een uitstekend
portret maakt van Brooklyn (Blue in the
Face), er maar niet in slaagt een ook
maar ietwat boeiend portret te maken
van zijn geboortestad. Chinese Box -
een duiveltje dat beter in zijn Chinees
doosje was blijven zitten - combineert
CNN-beelden met de slaapverwekkende
liefdesperikelen van Jeremy Irons. Wie
Stealing Beauty, Irons' vorige film,
trouwens heeft gezien, vist de
gelijkenissen tussen de verhaallijn en
Irons ' personage er zo uit.
Niet zo ellendig, maar ook weer niet echt overtuigend was Hercules, de slotfilm van het festival. De 35e geanimeerde Disney-film is opgebouwd volgens de geijkte formule, maar mist de klasse van pakweg Beauty and the Beast of The Lion King. Aan spontaniteit ontbreekt het Hercules echter niet en James Woods heeft nu al zijn plaatsje veroverd naast de heks uit Sneeuwwitje, maar meer dan een tussendoortje is Hercules niet. We hebben er nog enkele zwakke films uitgehaald die best de moeite lijken, maar het (voor alle duidelijkheid) niet zijn. Opvallend veel Amerikaanse independents, zoals Hard Eight (van Paul Thomas Anderson met Gwyneth Platrow en Samuel L. Jackson), American Perfekt (van Paul Chart met Amanda Plummer) en Courting Courtney (van Paul Tarantino, geen familie van...), maar ook Amerikaanse bulldozers, zoals The Lost World (van Steven Spielberg), Nothing To Lose (van Steve Oedekerk met Martin Lawrence en Tim Robbins), For Roseanna (van Paul Weiland met Jean Réno), Ghosts From Mississippi (van Rob Reiner met James Woods en Whoopi Goldberg), Paradise Road (van Bruce Beresford met Glenn Close) en natuurlijk George of the Jungle (van Sam Weisman met Brendan Fraser).
Tot slot nog een lijstje films die ook verre van overtuigend waren: Broos (van Mijke De Jong), een vervelend portret van vijf zussen; East Palace West Palace (van Zhang Yuan), een nogal nihilistische homoprent; Engelchen (van Helke Misselwitz), een net iets te grauwe film; Four Days In September (van Bruno Barreto), een middelmatige televisiefilm; Kriegsbilder (van Heiner Stadler), een stereotiep oorlogsdrama; Zar Gul (van Salmaan Peerzada), een poging om interessant te lijken; en The Witman Boys (van Janosz Szasz), een film waar op het festival zowaar nog een rel rond ontstond (zie Prijzen). Om het rijtje helemaal af te sluiten is er nog Alors Voilà, de nieuwe van Michel Piccoli met onder ander Arno; een film die er in slaagde als laatste te eindigen bij de Fnac Publieksprijs met een gemiddelde van 0,34 op vijf. Als je weet dat de voorlaatste prent in die competitie nog een gemiddelde van 1,45 haalde, weet je genoeg. Onze persoonlijke keuze ging echter uit naar Epsilon, een oerslechte prent die enkel nog een verdeler vindt, als Greenpeace plotseling in the business stapt. We hopen dat u het nooit meemaakt, maar zo'n onzin hadden wij alvast nog nooit gezien.
PRIJZEN
Het Internationaal Filmfestival van
Gent kan met 70.000 bezoekers al een
stuiver missen om diezelfde stuiver dan
weer weg te geven aan één van de elf
films die dit jaar in competitie
liepen. De jury die dit jaar over die
stuiver en de Gulden en Zilveren
Spoorprijs besliste, bestond uit Gina
Lollobrigida, Irvin Kershner, Thom
Hoffman, maar gelukkig ook Jean-Pierre
De Decker en Giancarlo Esposito. De
Gulden Spoorprijs (1 miljoen BF) ging
dit jaar naar The Witman Boys (van
Janosz Szasz). De uitreiking van de
prijs verliep niet zonder slag of
stoot, want jury-voorzitster (en
waarschijnlijk overgrootmoeder) Gina
Lollobrigida kondigde aan zelf morele
bezwaren hebben tegen de film en liet
de prijs uitreiken door de voorzitter
van het festival. De morele bezwaren
ten spijt blijft The Whitman Boys een
weinig fascinerende en allerminst
aanstootgevende film. Gelukkig (voor de
levenskansen van Lollobrigida) behoorde
Funny Games niet tot de officiële
competitie. Iets meer verdiend was de
Zilveren Spoor Prijs (500.000 BF) voor
beste regisseur die ging naar Pal
Sletaune voor Junk Mail. Vangelis kreeg
tot slot de Georges Delerue Prijs
(800.000 BF) voor beste muziek voor
Cavafy en The Other Side of Sunday (van
Berit Nesheim) kreeg een Speciale Prijs
van de jury voor de buitengewone
prestatie van Marie Theisen en de
gevoelige regie van Berit Nesheim. Niet
geheel onverwacht ging Brassed Off (van
Mark Herman) lopen met de FNAC
Publieksprijs, maar (iets minder
verwacht) ook met de Studenten Prijs.
Funny Games (van Michael Haneke) kreeg
de Fipresci Prijs en de twee Belgische
kortfilms, Sancta Mortale (van Ilse
Somers) en De Suikerpot (van Hilde Van
Mieghem), werden eveneens in de
bloemetjes (en Jospeh Plateau Awards)
gezet.