Alan Menken is zonder twijfel één van de belangrijkste spelers in de Disney-revival die nu al zo'n kleine tien jaar aan de gang is. De jaren tachtig waren een rampdecennium voor Disney: films als The Fox and the Hound (1981), The Black Cauldron (1985), The Great Mouse Detective (1988) en Oliver & Company (1988) waren stuk voor stuk dure producties die één na één door de critici de grond in werden geboord en genadeloos flopten aan de box office. De bezoekcijfers van de Disneypretparken gingen zienderogen achteruit en merchandising moest teren op karakters als Bambi, Peter Pan en Mowgli, uit films uit langvervlogen tijden toen het de studio's wel nog voor de wind ging. Het tij keerde met The Little Mermaid, in 1989, toen de Disney Studio's besloten terug te grijpen naar de oude succesformule die ome Walt had gebruikt om van films als Snow White and the Seven Dwarfs, Pinocchio en Dumbo wereldsuccessen te maken: de animated musical. Alan Menken, een jonge Broadwaycomponist die vooral bekend was van de hitmusical Little Shop of Horrors, componeerde een zestal songs voor The Little Mermaid, waaronder het aanstekelijke reggae-achtige Under The Sea, met Caribbische ritmes en een exotische orkestratie.
The Little Mermaid werd een monsterhit. De film bleef wekenlang de nummer-één-prent in Amerika en het publiek overal ter wereld herontdekte de Disneytekenfilms. Bij de oscars haalde de studio meteen zijn grootste slag in jaren thuis: twee gouden beeldjes, één voor de beste score en één voor de beste song.
Het jaar daarop verscheen The Rescuers Down Under, een avonturenfilm (een vervolg op The Rescuers uit 1977) waarvan de productie al gestart was vóór The Little Mermaid in de zalen kwam en waar dus geen muzikale nummers in voor kwamen. Aangezien de film zich afspeelde in Australië, componeerde componist Bruce Broughton een intelligente score met aboriginalinstrumenten zoals didjeridoes, trompetschelpen en bromhout. Het mocht echter niet baten: het publiek wou songs.
Disney had een belangrijke les geleerd: kinderen willen kunnen zingen; hoe leuk de animatiefiguurtjes ook zijn, als ze op een bepaald moment niet aan het dansen en kwinkeleren slaan, is het publiek teleurgesteld. Daarom werd de belangrijke beslissing genomen om vanaf 1991 alleen nog maar musicaltekenfilms te produceren.
Hun eerstvolgende project was meteen al raak: Beauty and the Beast evenaarde het succes van The Little Mermaid en ook de critici gaven de film overal het maximum aan sterren. Het ultieme moment kwam er met de oscars, toen Beauty and the Beast als eerste (en tot nu toe nog steeds enige) animatiefilm in de geschiedenis een oscarnominatie voor beste film wist binnen te rijven. Aangezien Beauty and the Beast zich in Frankrijk afspeelde, had Alan Menken zich voor zijn score gebaseerd op de Franse cabarettraditie; de Maurice Chevalierpastiche Be Our Guest, een wervelend all-cast nummer dat gensters van het scherm af doet ketsen, en de ballad Beauty and The Beast werden op slag monsterhits.
Het succes van Disney bleef maar aanhouden en bij elke nieuwe film leek het alsof de muziek belangrijker en belangrijker werd. Voor Aladdin (1992) schreef Menken een sensuele Oosterse score, voor The Lion King (één van de meest succesvolle films aller tijden, niet in het minst door de songs van Elton John) leverde Hans Zimmer een score af vol Afrikaanse ritmes en gezangen, en voor Pocahontas (1995) verdiepte Menken zich in het muzikale idioom van de American natives. Vorig jaar componeerde Alan Menken zijn misschien wel allerbeste score ooit voor The Hunchback of Notre Dame, met wervelende koormuziek en indrukwekkende orgelpartituren.
Met andere wooren, de couleur locale van de vorige Disneyfilms reikte de componist als het ware telkens de stijl van muziek en orkestratie aan die noodzakelijk was om tot een goeie sfeerschepping te komen: aboriginalinstrumenten voor The Rescuers Down Under, Afrikaanse gezangen en drums voor The Lion King, indianenmuziek voor Pocahontas... Een stuk moeilijker was het voor Hercules. Wat we van de Griekse muziekcultuur afweten is bijzonder gering. Hoewel de Griekse cultuur een echte muziekcultuur was, hadden ze weinig of geen oorspronkelijke instrumenten; de meeste muziekinstrumenten kwamen gewoon uit het oude Egypte: cimbalen, lieren en fluiten.
Wel was het zo dat muziek in het oude Griekenland een belangrijk deel uitmaakte van het leven van alledag. De Grieken zongen op alle mogelijke gelegenheden. Er was liefdeslyriek en oorlogsmuziek, er waren drinkliederen en liederen om de Goden te danken. Het Grieks theater was oorspronkelijk gewoon een feest van gezangen en gedans om de Goden te loven en te eren, pas veel later werden er ook monologen en dialogen opgevoerd.
Voor Alan Menken was dit feit heel belangrijk: meer dan ooit zou de muziek in een Disneyfilm centraal moeten staan. En aangezien de film het verhaal ging vertellen in de stijl van het Griekse theater, met een koor dat scènes inleidt en de belangrijkste thema's en ideeën uit het toneel herhaalt en uitwerkt, was dit centrale idee van een van muziek doordrongen samenleving een belangrijk uitgangspunt voor Menkens muziek.
Eén van de redenen waarom het regisseursteam de legende van Hercules wilde verfilmen (en bijvoorbeeld niet de Ilias of de Odyssee) waren de mogelijkheden die het verhaal bood om er allerlei humoristische anachronismen (een typisch kenmerk van alle Musker-Clementsfilms) in te verwerken. Zo wordt naar Thebe verwezen met 'the Big Olive' en in geval van nood bellen de Grieken op en rond de Olympos IX-I-I.
Alan Menken ging nog een stap verder door de Afrikaans-Amerikaanse gospelstijl in zijn muziek te verwerken. De vijf muzen die het Griekse koor uitmaken - Calliope, Thalia, Clio, Melpomene en Terpsichore, gezongen door Lillias White, Vaneese Thomas, Cheryl Freeman, LaChanze en Roz Ryan - brengen hun swingende nummers in een soort New Orleanse funkstijl, een samensmelting van gospelmuziek en rhythm 'n blues. Ook Danny de Vito's grote muzikale nummer, One Last Hope, is een soort flamboyante pastiche van vaudeville- en Broadway-melodieën.
Zoals gewoonlijk hebben alle belangrijke personages een eigen muzikaal nummer. De mooiste melodie is voorbehouden voor Meg, gezongen door Susan Egan, die vorig jaar nog een Tonynominatie in ontvangst mocht nemen voor haar rol als Belle in de Broadwayversie van Beauty and the Beast. In I Won't Say zingt ze een soort Motown-melodie, met de vingerknipperende Muzen in het achtergrondkoortje. Wanneer Hercules het hoogtepunt van zijn roem bereikt, is de obligate showstopper aan de beurt (à la Under The Sea, Be Our Guest, A Friend Like Me, Hakuna Matada, Mine en Topsy Turvy uit de vorige films), de uit-de-pan-swingende feel-good-song A Star is Born, opnieuw met de Musen op het voorplan. Het is zonder enige twijfel één van Menkens aanstekelijkste melodieën en de scène zelf in de film is een wervelende, bijna psychedelische montage die zo snel gaat dat je ogen tekort komt om alles te kunnen zien. Het hoofdthema van de film, het door de jonge Hercules gezongen Go The Distance, is een mooie, maar weinig bijzondere ballad, die over de aftiteling nog eens zeemzoeterig wordt overgedaan door Michael Bolton.
De teksten van Hercules werden geschreven door David Zippel, bekend van onder andere City of Angels, waarvoor hij een Tony Award won. Dit is Zippels eerste animatiefilm en jammergenoeg zijn z'n teksten minder sterk dan bijvoorbeeld die van Howard Ashman. Nogal wat van de rijmen komen geforceerd over en alles klinkt erg inspiratieloos; de meeste teksten zijn recht door zee, zonder de woordspelingen of originele vondsten die zo typisch waren voor de songs van Howard Ashman. Hercules is een musical van het regisseursteam dat ook The Little Mermaid en Aladdin maakte. Wat wil zeggen dat in tegenstelling tot de songs uit de Disneyfilms van Kirk Wise en Gary Trousdale (Beauty and the Beast, The Hunchback of Notre Dame) de songs zelden of nooit het verhaal vooruithelpen, maar eerder het verhaal stilleggen en bij één emotie of idee blijven stilstaan. De enige uitzondering hierop zijn de intermezzo's van de Muzen. Het is een aanpak die ook het tempo van de film naar omlaag haalt en voor wie van knappe narratieve songs houdt in de stijl van Belle of Kill the Beast uit Beauty and the Beast, zal misschien teleurgesteld zijn.
Ondanks het feit dat de film degelijk is gemaakt en de animatie van Disney nog steeds torenhoog uitpeilt boven die van gelijk welke andere studio, is Hercules ongetwijfeld één van de 'mindere' Disneys. De film bezorgt je op zich ongetwijfeld een leuke kijkervaring, maar de blijvende waarde van Hercules zal ongetwijfeld beduidend lager zijn dan bijvoorbeeld die van The Hunchback of Notre Dame. Dit heeft mede ook te maken met de muziek, die - ondanks enkele voltreffers - vaak de boot mist en maar een enkele keer echt blijft hangen. Vooral het feit dat een liedje nooit echt deel uitmaakt van een scène maar telkens gewoon een aparte scène is, zorgt ervoor dat de film soms de nodige coherentie mist die zo typisch was voor de vroegere Disneyfilms. Alan Menken is, na zes films, duidelijk aan wat welverdiende rust toe, en dat beseft hij zelf ook: hij heeft dan ook al besloten zijn samenwerking met Disney (althans voorlopig) stop te zetten. Mulan, de Disney-animatiefilm van volgend jaar, zal van muziek worden voorzien door Rachel Portman (die ook al de direct-to-video-sequel van Beauty and the Beast heeft gescoord) en Alan Silvestri heeft al de muziek gecomponeerd voor Tarzan, de Disneyfilm voor 1999. In het jaar 2000 staat dan een update van Fantasia op het programma, met klassieke muziek die bewerkt zal worden door Bruce Broughton.