Hercules wordt in de literatuur meestal voorgesteld als een zeer gespierd man met als attributen een knots en een leeuwehuid. Door de eeuwen heen fascineerde de figuur van Hercules kunstenaars van alle slag. Euripides, Sophocles, Seneca, Wieland en Wedekind schreven drama's over hem; er volgde een opera van Gluck en een oratorium van Händel. Dürer en Rubens schilderden hem.
Natuurlijk was Hercules ook een dankbaar onderwerp in de bioscoop. In tijden dat monumentale epen als Ben Hur (1959) en Cleopatra (1963) een oeverloos succes kenden, wendde men zich in Italië vanzelfsprekend ook tot de figuur van Hercules. De beroemdste Hercules-incarnatie uit die tijd kwam wellicht van body-builder Steve Reeves, een Arnold Schwarzenegger avant la lettre, zeg maar. De voormalige Mr. America, World en Universe specialiseerde zich in mythologische rollen à la Spartacus en speelde Hercules in de versie van regisseur Peitro Francioso uit 1959. De film bleek zo aan te slaan, dat de Italiaanse regisseur er het jaar nadien al een sequel aanlijmde: Hercules Unchained.
Steve Reeves kreeg in de zestiger jaren concurrentie van twee andere krachtpatsers, die elk twee keer in de rol van Hercules kropen: Alan Steel deed dat in Hercules Against Rome uit 1960 en Hercules Against the Moon Men uit 1964; Reg Park in Hercules in the Haunted World uit 1961 en Hercules and the Captive Women uit 1963. Het genre werd met ontploffing bedreigd als ook anderen munt uit de figuur wilden slaan. Onder meer Brad Harris, Mark Forest, Kirk Morris, Samson Burke, Dan Vadis en Georges Marchal gaven nog gestalte aan de legendarische figuur, die vocht tegen onder meer de goden van de zon, Samson en Ulysses, de duivel van de woestijn, het beest van Babylon, vuurmonsters, de verschrikkelijke Medusa, ja zelfs, met vampieren. Tussendoor ontdekte hij ook nog Atlantis en kreeg hij een zoon, Ursus, die op zijn beurt het onderwerp werd van ontelbare films. En dat allemaal in één decennium.
In de jaren zeventig werd het heel stil rond de figuur van Hercules, afgezien van het merkwaardige Hercules in New York uit 1970, met een piepjong debuterende (en gedubte) Arnold Schwarzenegger in de titelrol. In die film van Arthur Allan Seidelman stijgt de Griekse held van de Olympus om zich in het hedendaagse New York te gaan mengen. Merkwaardig genoeg waren het twee andere Schwarzenegger-films, Conan The Barbarian uit 1982 en zijn sequel Conan The Destroyer uit 1984, die het genre nieuwe impulsen gaven. In 1983 speelde Lou Ferrigno (die populair zou worden door zijn rol als The Hulk) Hercules in een met speciale effecten overladen versie van Lewis Coates. Twee jaar later volgde er een sequel.
Met de jaren negentig kwamen ook de computereffecten op de voorgrond en werd het dus heelwat simpelder om de monsters waartegen de krachtpatser het moest opnemen te ensceneren. Dat had genrefilmer Sam Raimi (Evil Dead) in 1994 goed gezien. Hij vatte het plan op om rond de figuur van Hercules vijf tv-films te maken: Hercules and the Circle of Fire, Hercules and the Amazon Woman, Hercules and the Lost Kingdom, Hercules in the Maze of the Minotaur en Hercules in the Underworld. De films bleken zo succesvol, dat er een tv-spin off van volgde: The Legendary Journeys of Hercules. Zo wist hoofdrolspeler Kevin Sorbo zich te ontpoppen tot de Hercules van de jaren negentig. Zijn tegenspeelster Xena (Lucy Lawless), die haar opwachting maakte in enkele afleveringen uit het seizoen 1995 en 1996, kreeg inmiddels haar eigen serie: Xena: Warrior Princess. Volgend jaar spannen meneer en mevrouw spierbundel hun krachten samen in Hercules and Xena - The Animated Movie: The Battle for Mount Olympus.
De werkelijkheid achterhaalt de fictie, ook in Hollywood. Hun inventiviteit lijkt immers groter en rijker dan de hele Griekse Godenleer samen.