HOLLYWOOD NORTH

Hollywood South

Movie-veteraan Christophe Van Cauwenbergh wisselde de regenachtige dagen in België voor de al even regenachtige dagen in Canada. Vanuit kuststad Vancouver, bijgenaamd Hollywood North, brengt hij elke week een impressie van het leven als Belgische filmliefhebber aldaar. Hollywood North is movie's wekelijkse ontmoetingsplaats voor de allerheetste sneak previews van wat er reilt en zeilt in de Noordamerikaanse filmindustrie. Welkom in Hollywood North.

Deze stad noemen ze de speeltuin van de wereld: Las Vegas, Nevada. Zoals we in Bugsy leerden, een stad die vanuit het niets werd rechtgetrokken door Bugsy Malone in het midden van de woestijn. Het begon met één hotel; iedereen dacht dat Malone gek geworden was. Maar zijn ene hotel, de Flamingo, bracht dankzij de ongekende gokmogelijkheden een woekerwinst op en er werd nog een hotel rechtgetrokken, en nog één. Las Vegas werd de stad van geld, geweld en seks. We konden het onlangs nog zien in Casino, in Showgirls en in Leaving Las Vegas: dit is geen stad waar je je kinderen naartoe wilt nemen.

Ik wilde het voor mezelf uitmaken, of deze stad nu inderdaad een oord van verderf is, zoals ze overal wordt afgeschilderd. Op het einde van september vloog ik vanuit Vancouver naar Las Vegas. Ik liet een stad achter van hooguit 15 graden, een beetje grauw en grijs en zeker niet altijd droog. Ik kwam een stad binnen waar de airconditioning een zaak van leven of dood is: een lange, surreëel kunstmatige straat, The Strip, in het midden van de woestijn. Daarrond kilometers en kilometers aan identieke woonwijken; alles overgoten door de meedogenloze zon. Hier is het 40 graden en kurkdroog.

En dan valt het je op, dat het beeld dat je van Las Vegas was geschetst, niet klopt: wat ooit het epicentrum van afpersing en prostitutie was, is een familievriendelijk sprookjesbos geworden. Wellust en hebzucht tieren nog steeds welig, maar wie voor meer onschuldig plezier naar Las Vegas komt, vindt dat in overvloed. Op The Strip zijn tegenwoordig ook kinderen welkom. Daarom gelden in Las Vegas andere regels dan in de rest van Amerika: kinderen zijn toegelaten in de casino's, maar er wordt streng over gewaakt dat de minderjarigen hun gretige handjes van de kleurrijke gokmachines houden. En wat helemaal ondenkbaar is voor de Amerikaanse samenleving: je mag overal roken en drinken, in de winkelcentra, in de casino's, in de restaurants. Roken in openbare plaatsen is op dit continent taboe, en drinken buiten de huiselijke kring of de groezelige bar nog veel meer. Maar hier kan het. Hier bestel je Pina Colada's terwijl je door het kinderpark wandelt. En ten slotte blijft hier alles 24 uur open. De oerconservatieve regeltjes van de Amerikaanse Midwest gelden hier niet. Wie na één uur 's nachts wil fuiven, moet naar Las Vegas komen.

In Las Vegas heeft elk hotel dat een beetje wil concurreren een eigen thema, een omgeving die het gokken in dat hotel uniek maakt. En hoe meer luxe, hoe beter. Allemaal vechten ze om de arme gokker die een centje wil bijverdienen. Hem moeten ze in hun casino zien te lokken en er te houden. Het hotel Luxor heeft als thema het oude Egypte: de gasten slapen er in de vierde grootste piramide ter wereld. Het casino is een weelde van hiërogliefen, sfinxen en Cleopatra's, uitgestrekter dan het oog rijkt. Op de eerste verdieping van het hotel bevinden zich de familieattracties: een thematisch winkelcentrum, twee homemade ridefilms waarin je een tijdreis maakt naar de oorsprong van de Luxor en allerlei Indiana Jones-achtige avonturen beleeft, en een fantastische, hoogtechnologische 3D-Imax zaal, waar je de wonderen van de wereld kunt gaan ontdekken. Ik kies voor Into The Deep: another fish movie zoals mijn vrouw het weinig respectvol uitdrukt.

In Las Vegas moet je de brede boulevard nooit oversteken. Op het kruispunt van de Luxor zijn alle hoeken van de straat met elkaar verbonden via wandelbruggen. En je wordt een beetje afgekoeld doordat microdruppeltjes ijskoud water op de wandelaars worden gespoten. Zo gaan we via het hotel Excalibur (thema: Koning Arthur en de ridders van de ronde tafel) naar New York New York. Een gigantsich hotel dat de vorm heeft van de skyline van New York, een replica van het vrijheidsbeeld en de Brooklyn Bridge incluis. En het meest ondenkbare: tussen de pieken van de skyline raast een fantastische rollercoaster. Het casino is een onwaarschijnlijk groot complex van zingende jackpots. Het geluid van duizend jackpots terzelfdertijd is er één dat je nooit meer vergeet.

Aan de overkant van de straat: het hotel MGM Grand, uitgebaat door de filmstudio's, en eigenaar van de grootste bioscoop die ik op dit continent mocht aanschouwen: de Schowcase, voor Amerikaanse normen een monster van 15 zalen. Ook de MGM biedt een veelheid van amusement, voor wie het gokken even moe is. Hier gaan we kijken naar EFX, wat de meest spectaculaire musical ter wereld wordt genoemd. We krijgen een denderend schouwspel van licht en muziek, met 3D-filmprojecties, gigantische decors en uitzinnige kostuums. In de hoofdrol David Cassisy van The Partridge Family.

Achter het hotel bevindt zich het pretpark MGM Grand Adventures. Het park is nog niet zo lang open en dus nog niet zo veel spectaculaire attracties; hier komen we teleurgesteld buiten. Alvorens we op de monorail stappen, die ons een halve kilometer verder op The Strip afzet (je moet zelfs niet te voet gaan in deze stad), springen we binnen in The World Of Coca Cola, een verdiepingen-hoge ode aan de populairste frisdrank ter wereld. We nemen de lift (de liftkoker is 's werelds grootste colafles) en proeven onder andere van Afghaanse Cola en een Japans kiwi-brouwseltje. Na deze verfrissing leidt onze nieuwsgierigheid ons naar Gameworks, en dat is, zo leren we, de arcade-keten van Steven Spielbergs nagelnieuwe entertainment-kolos Dreamworks. Twee verdiepingen spelletjes in alle geuren en kleuren. Eén ruimte groter dan het gemiddelde lunapark in Blankenberge, bevat uitsluitend The Lost World-spelletjes. In het winkeltje koop ik een pet van Dreamworks. Het is de bedoeling van Spielberg om van de arcade een familieplek te maken: niet langer een asociale of delinquente bezigheid, maar een oord voor amusement voor de hele familie. De inrichting is, zoals alles in Las Vegas, mogelijk nog belangrijker dan de inhoud: futuristische motieven, alsof je je aan boord van een ruimtestation bevindt. Een kunstmatige vrouwenstem roept boodschappen af over drukverlies en aandrijvingskracht. Op monitoren flikkeren ingewikkelde computer-readouts.

Wie van themarestaurants houdt, heeft in Las Vegas handen te kort. Een Hard Rock Café ontbreekt natuurlijk niet (mèt bijhorend Hard Rock hotel), en op the Strip staat een trots Harley Davidson Café. In het hotel Caesar's Palace bevindt zich bovendien een Planet Hollywood, maar we kiezen ervoor te dineren in het restaurant Dive!, een keten van Steven Spielberg. Terwijl we naar onze tafel worden geleid, wordt ons verteld dat het bouwen van deze Dive! Spielberg 13 miljoen dollar kostte. Het is te zien waarom. Dit restaurant is ingericht als een duikboot; de mate van detail is onbeschrijflijk. Van de vloer tot het plafond, alles staat en hangt vol met buizen en pijpen, een periscoop technische snufjes. In plaats van vensters krijg je patrijspoorten met zicht op aquaria of televisies waarop continu onderwateropnamen spelen. Aan het plafond hangt een transportlijn waarlangs allerhande grappige duikbootminiaturen doorheen het restaurant glijden. Op de achtergrond piept continu het regelmatige geluid dat je kent vanuit films als Das Boot of Crimson Tide. Nu en dan worden de lichten gedoofd en gaan er een aantal zwaailichten aan, met stemmen van chaos op de achtergrond: er dreigt gevaar. Zelf de toiletten lijken te zijn geplukt uit de Red October.

We brengen een bloedhete namiddag door in een openlucht waterpark: denk aan Aqualibi in het kwadraat. Een weelde van glijbanen, tropische zwembaden en ander moois. Een dikke laag factor 30 blijkt niet voldoende; mijn tere velletje zal nog dagenlang nadien kreunen van de pijn. 's Avonds klimmen we op de Stratosphere, de toren van Las Vegas, waar we de twee unieke attracties doen: een rollercoaster op de rand van de toren, hoog boven de grond; de andere attractie schiet een rij stoeltjes metershoog de lucht in. Dit is geen goed idee voor mensen met last van hoogtevrees.

Alvorens we weer de koffers pakken, bezoeken we een laatste trio aan hotels die ijveren voor aandacht. Caesar's Palace is het mooiste en meest decadent luxueuze hotel van de stad. Het thema is het oude Rome, en dit is het hotel met het winkelcentrum waar Nicolas Cage en Elizabeth Shue een drankje bestellen. Het plafond heeft een motief van wolken dat dag en nacht simuleert, en op twee plaatsen kun je een korte klank- en lichtshow bewonderen waarin standbeelden tot leven komen. Hier bevindt zich de Planet Hollywood en er wordt gewerkt aan een Imax-Ridefilm, The Race For Atlantis. In de plaatselijke Omnimax zaal speelt de Belgische productie Thrill Ride, die we gaan bekijken met een hart dat overloopt van trots. Ernaast staat de Mirage, het hotel waar Siegfried en Roy dagelijks hun wereldberoemde goochelshow opvoeren. Om het kwartier barst er voor het hotel een gesimuleerde vulkaan uit, een spektakel van licht, water en metershoge vlammen. Treasure Island doet het nog beter. Voor dit hotel, met als thema piraten, wordt elk half uur een oorlog tussen twee levensgrote piratenschepen uitgevochten, waarvan er één volledig zinkt.

Las Vegas, concluderen we, is een stad met twee gezichten. Het ene gezicht is niet mooi om aan te zien: misdaad, seks, geld. Het gezicht dat we te zien kregen in Casino, Leaving Las Vegas en Showgirls. Het andere gezicht is er één van plezier voor de hele familie. Een vrij jong gezicht, maar één dat hoe langer hoe meer de bovenhand haalt (dat bewijst onder andere The Star Trek Experience, een grootscheepse thema-attractie in aanbouw in het Hilton-hotel). Dit is het gezicht uit Vegas Vacation, Fools Rush In en Mars Attacks! De speeltuin van de wereld, inderdaad.