'Gelukzak.'
Dat was het standaard antwoord dat ik te horen kreeg van kennissen en andere niet zo hechte vrienden, wanneer ik hen tijdens de zomermaanden vertelde dat ik in september naar Vancouver, Canada zou emigreren. Het was een stap die ik al jaren geleden had beslist te nemen, maar nu was het grote moment aangebroken en werd de beslissing eindelijk ernstig opgenomen: ik was een gelukzak.
Dit vond ik altijd een vreemde reactie. Het klonk alsof ik de lotto had gewonnen. Maar ik vond dat geluk er niets mee te maken had. De emigratie was het resultaat van lange jaren plannen, en een flinke portie moed. Er is dan ook niets dat de 'pechvogels' tegenhoudt ook een dergelijke stap in de wereld te zetten. Iets anders dat de meesten continu vergaten, was het feit dat er met zo'n emigratie ook nadelen zijn verbonden. Afscheid nemen van je familie, van al je vrienden, van je kat, het is niet niks. Er komen heel wat tranen bij kijken, en nog veel meer stress. Het is heus niet allemaal rozegeur en maneschijn.
Nu woon ik inderdaad in Vancouver, Canada. Op duizenden kilometers van het land waar ik opgroeide en waar ik nog steeds van hou. Ik mis België. Ik mis zaal negen in de Kinepolis, ik mis de sneak op donderdagavond en ik mis de nachtelijke cafétochten met mijn movie-vrienden. Ik mis de buurt, waar nooit iets gebeurt maar waar altijd iets aan de hand is. Ik mis zelfs de familieruzies en het feit dat ik altijd naar de eethoek werd gestuurd om op de oude televisie naar een film te kijken, terwijl mama of zus de breedbeeldbuis inpalmden om naar Melrose Place te kijken. Ik mis de handigheid van de Belgische Post (De Canadese Post is namelijk op dit moment al een week in staking. De vorige staking duurde drie maanden). Ik mis de Nieuwe Panorama en de recentste kijkcijfers van Schalkse Ruiters. Je bent aan veel meer gehecht dan je wel zou denken. Dat besef je pas goed als je het niet meer hebt.
Natuurlijk heb ik heel wat in de plaats gekregen: ik ben nu in het dagelijkse gezelschap van mijn vrouw, wat uiteindelijk wel de hoofdbedoeling was van de hele verhuis. Ik heb zeventig kanalen op de buis en lokaal bellen is gratis: op het surfen staat geen limiet meer. Ik woon tegenover het lievelingsrestaurant van Scully en de videotheken zijn gigantisch. Ik zie de nieuwste afleveringen van The X-Files een jaar voor ze naar België komen. Eén van de voordelen waar ik nog het meest naar uitkeek (met uitzondering van mijn vrouw) was het feit dat ik de nieuwste films altijd vóór de rest van de wereld te zien zou krijgen. Met België gemiddeld een maand of twee, drie achterop zou ik me wentelen in mijn geluk The Game en Devil's Advocate als eerste te zien te krijgen. Dat is pas een sneak.
* * *
Ik zag de film Alien voor het eerst toen ik een jaar of negen was. Hij was op de Franse televisie en mijn vader, aan wie ik mijn passie voor film integraal te danken heb, dacht dat die wel iets voor mij was. Die avond werd mijn blik op het medium film grondig door elkaar geschud. Naar de film gaan zou nooit meer hetzelfde zijn.
In 1986 kwam Aliens uit. Mijn vader was de film zonder al te hoge verwachtingen gaan bekijken, maar was totaal van de kaart de zaal buitengekomen. Hij vertelde opgewonden over de hele ervaring tijdens een wandeling in de wouden van La Roche. Hoezeer hij niet verrast was door de kwaliteit van de film. Ik zal nooit vergeten hoe we alle vier naar de auto spurtten en helemaal terug naar Leuven reden om toch nog maar de laatavondvoorstelling van Aliens te kunnen meepikken.
Tussen Aliens en Alien3 groeide om een mij onbekende reden een passie voor de eerste film uit 1979. Het was de beste cinema die ik ooit had gezien. Ik maakte het mijn doel om alles te verzamelen dat een rechtstreeks verband had met de klassieker, en dacht dat mijn verzameling compleet was met de cd, de videoband en de roman.
In de zomer van '92 trok ik voor de eerste keer naar Vancouver. Hier leerde ik dat ik niet de enige was met een passie voor Alien. Sterker nog: er was een massa fans met fanclubs, en een bloeiende markt van boeken, comics, poppetjes, posters en trading cards. Ik besefte dat mijn verzameling een volwassen grootte ging aannemen. Ik beperkte me tevens niet langer tot Alien, maar begon me tevens te verdiepen in Aliens en Alien3, die nog maar net was uitgekomen. Tijdens de zomer van '93 bracht ik een maand door in Engeland, en het was tijdens deze maand dat ik toegaf aan mijn brandende drang: ik gaf een fortuin uit aan mijn immer groeiende verzameling die nu zowat mijn hele kamer vulde. Mijn vriendin dacht ik gek was geworden.
Sindsdien hield ik een aandachtig oog op de Alien-franchise die, gelukkig voor mijn bankrekening, op een laag pitje stond in de jaren na Alien3. Als er een nieuw boek of een nieuwe comic uitkwam, schafte ik me hem onmiddellijk aan. Ik werd in de movie-ploeg bekend als de Alien-freak, zoals collega Jo Star Wars-weirdo is, collega Hans Stephen King-obsédé en collega Steven Jarre-randgeval.
* * *
Het vooruitzicht te migreren naar een Noordamerikaanse stad (het was Los Angeles niet, maar het volstond) werd weer wat mooier toen ik besefte dat ik voor het eerst een Alien-film ging zien zoals een Alien-film hoort gezien te worden: op de openingsavond in de Verenigde Staten. En niet vier maanden later in zaal 7 in de Super City, nadat je hele verhaal al kent van tijdschriftenartikels. Mijn beslissing om op dinsdag twee september het continent te verlaten, bleek heiligschennis: Alien Resurrection was gepland voor een mei- of junirelease. Het was ondenkbaar dat de prent dan nog zou spelen in de zalen. Het was bovendien vrijwel uitgesloten dat de film vóór september België zou bereiken. Het leek erop dat ik, uitgerekend ík, Alien Resurrection in de bioscoop zou missen en de film voor het eerst op video zou te zien krijgen.
Met bange ogen hield ik de Amerikaanse releasedatum in het oog. De vroege zomer bleek te veel concurrentie te bevatten. Alien Resurrection werd verschoven naar augustus. Ik herademde: ik ging de film alsnog in de Amerikaanse bios te zien krijgen, zij het vier weken na de openingsavond. Helemaal opgelucht was ik wanneer ik Fox' nieuwste plannen onder ogen kreeg: Alien Resurrection was verplaatst naar einde november. Ik, de grote Alien-freak, ging toch nog de langverwachte Alien Resurrection op de Amerikaanse openingsavond kunnen beleven. Het aftellen naar woensdag 26 november kon beginnen.
Mijn vrouw beweert dat alles te maken heeft met karma: als je op één gebied heel veel geluk hebt, zal je op een ander gebied heel veel ongeluk hebben. Zo verklaarde ze wat er toen gebeurde. Collega Jo had een uitnodiging weten te bemachtigen voor de wereldpremière van Alien Resurrection. In Parijs. In het bijzijn van Sigourney Weaver. En Winona Ryder. En Ron Perlman. Het kwam omdat ik zo gigantisch veel geluk had op liefdesgebied, beweerde ze: ik had de meest fantastische vrouw op het westelijk halfrond op de kop getikt. Het was nauwelijks een troost. Jo zou voor mij Alien Resurrection te zien krijgen. En hoe. Ik probeerde me te troosten met het voor de rest totaal belachelijke feit dat, wanneer Star Wars The Special Edition de Belgische zalen aandeed, ik op de openingsavond als allereerste de zaal kon binnenhuppelen. Terwijl Jo in de massa stond te drummen achter een hekje.
Ik leerde met het noodlot leven en besloot Jo zijn - totaal onverdiende - mazzel te gunnen. Maar het noodlot sloeg opnieuw toe. Alien Resurrection was gepland voor België voor 3 december, zeven luttele dagen na de Amerikaanse première, in plaats van de verhoopte zes maanden. Nog steeds was mijn karma niet in evenwicht: woensdag 26 november brak aan, en ik ontdekte dat de film vandaag uitsluitend het levenslicht zag in de Verenigde Staten. De Canadezen moesten wachten tot vrijdag 28 november. De zelfde dag kreeg ik een e-mail binnen die me bijna een hartstilstand veroorzaakte: het zou waarschijnlijk Alien Resurrection in de sneak in de Leuvense Super City worden. Dit was te veel: Niet alleen Jo, maar ook mijn eindredacteur en mijn hoofdredacteur, die niet eens van sciencefiction houdt, en alle andere movie-vrienden, zouden Alien Resurrection een dag voor mij te zien krijgen. Ik was ontroostbaar.
Het werd vrijdag. Ik kroop uit bed. Vandaag ging ik eindelijk Alien Resurrection zien, maar veel van het plezier was verdwenen. De grote Alien-freak was een flauwe grap geworden. Mijn reputatie was om zeep. Ik zou mijn vrienden nooit nog onder ogen durven komen. Klaar om voor eeuwig weg te zakken in een diepe put van schaamte, haalde ik mijn e-mail op. Er zouden er ongetwijfeld 40 op me wachten over hoe goed of slecht Alien Resurrection wel was geweest in de sneak. Op dat moment draaide Jupiter achter Saturnus en kregen de Goden medelijden met het zielige hoopje mens dat daar achter zijn computer zat te snikken: het was niet Alien Resurrection in de sneak geweest, maar Chinese Box! Mijn reputatie was gered, ik wilde weer leven! Ik zou Alien Resurrection dan toch nog te zien krijgen voor de movie-mensen!
Als ik even op mijn horloge kijk, zie ik dat het kwart over vijf is. In België ligt iedereen te ronken (tenzij Jo in zeven haasten nog een laatste artikel aan het afwerken is). Hier is het vooravond; iedereen maakt zich klaar voor het weekend. Over twee uur ga ik eindelijk de film zien waarop ik al vijf jaar wacht. Alien Resurrection.
En ik ben blij dat ik in Vancouver zit. Omdat ik elke dag met mijn vrouw kan doorbrengen. En ook een beetje omdat ik vijf dagen voor de rest van de ploeg Alien Resurrection zal zien.
Zou ik dan toch een gelukzak zijn?