FILMS NAAR ASTRID LINDGREN

Het land dat nooit verdween

Afgelopen vrijdag werd Astrid Lindgren negentig jaar. Het Duitse KinderKanal vierde dat met een heuse Astrid Lindgren-dag en de gelukkige kijker kon genieten van onder meer Karlsson van het dak, Lotta uit de Kabaalstraat, Kinderen uit Bolderburen, Pippi Langkous, Madieke en Mio, Mijn Mio. Voor wie het miste, is er hoop. Jekino brengt enkele van Lindgrens bekendste films terug in omloop. Het land van Astrid Lindgren is er immers één dat nooit echt verdween.

Voor wie nooit kind is geweest: Astrid Lindgren is de dame die - samen met haar mannelijke evenknie Roald Dahl - het landschap van de kinderboeken van de twintigste eeuw tekende en hertekende. Ze schreef meer dan vijftig boeken en 28 daarvan werden verfilmd. Vijf jaar geleden, op 85-jarige leeftijd, werd ze een levende legende. Bijna volledig blind geworden, zo zegt men, leverde ze haar allerlaatste kinderboek in stenoschrift in. De eens sierlijke en vlotte letters waren veranderd in grote en lelijke hanepoten die ze zelf niet meer kon lezen. Zo gaat dat met beroemdheden: zelden doven ze met een gigantische klap. Ze deemsteren veeleer stilletjes weg tot versteende legendes.

Astrid Lindgren werd op 14 november 1907 als Astrid Ericsson geboren in het kleine Zweedse dorpje Näs, een minuscuul stipje op de kaart vlakbij Vimmerby in Zweden. Omdat haar vader Samuel August Erikson en haar moeder Hanna Jonsson het druk hadden op hun boerderij, werd de kleine Astrid bijna volledig opgevoed door haar grootmoeder en het kindermeisje, Edit. Al op de plaatselijke dorpsschool werd duidelijk dat er voor Astrid een mooie toekomst in het verschiet lag en ze kreeg dan ook de kans om verder te studeren. Toen viel echter de spreekwoordelijke bom: Astrid, die van uitgaan en dansen hield, geraakte op haar negentiende zwanger en moest de anonimiteit van de grootstad Stockholm induiken.

In Stockholm boog het noodlot de carrière van Astrid Lindgren, inmiddels getrouwd met Sture Lindgren, in de richting van het schrijversschap. Om te beginnen werd haar dochtertje, Karin, ernstig ziek. Op haar ziektebed zou ze aan haar moeder gevraagd hebben: 'Vertel me over... Pippi Langkous.' Toen Astrid op een besneeuw voetpad haar voet brak, nam ze de pen ter hand en begon verhalen te verzinnen over die imaginaire Pippi Langkous. Het meisje met de rossige vlechten, oranje en groene kousen dat met haar paard en aapje leeft in Villa Kakelbont werd werelberoemd. Met haar allereerste Pippi-verhaal won Lindgren in 1945 bij een verhalenwedstrijd de eerste prijs. De bal ging aan het rollen.

Naast Pippi (Fifi in het Frans, omdat Pippi de Fransen teveel aan urineren deed denken) creërde ze ook nog onsterfelijke figuren als Karlsson van het dak, die met een propellor op zijn rug rondvliegt, Lotta, een meisje van vijf dat altijd en overal de kleinste is, Emiel, die zichzelf steeds maar weer in de problemen werkt, de gebroeders Leeuwenhart, de kinderen uit Bolderburen en de Zoutkreek, Madieke, Rasmus, en ga zo maar door. De laatste jaren zette Lindgren zich vooral in om het bestaan van de dieren in Zweden te verbeteren. Via een artikelenreeks in de kranten Expressen en Dagens Nyheter en het boek En hij zag dat het niet goed was uit 1989 bracht ze een politieke discussie op gang en slaagde ze erin de wetgeving in Zweden te wijzigen. Lindgren was en is koppig en dat doorzettingsvermogen ligt aan de basis van haar succes.

Astrid Lindgren heeft met haar boeken heelwat kritiek te verduren gekregen en heeft zich daar - vooral in haar autobiografie Het land dat verdween uit 1978 - steeds tegen verzet. Bezorgde ouders stuurden haar brieven over het feit dat een meisje geen taart in één keer kan opeten, zoals Pippi Langkous doet. Het antwoord van Lindgren typeerde haar koppige persoonlijkheid: een kind dat met één arm een paard optilt, mag ook wel een hele taart opeten. Lindgren heeft zich nooit aan de commentaar van bezorgde psychologen en pedagogen gestoord. Haar kinderfiguren leven in harmonie met de natuur (zoals in Bolderburen, wat een weerspiegeling is van Näs), zijn speels, wispelturig en hebben een ongebreidelde fantasie. Ze hebben maar één doel en dat is vluchten uit de rompslomp en de verveling van alledag.

Heel veel van Astrid Lindgrens werk werd verfilmd voor het grote en kleine scherm. Haar huisregisseur was Olle Hellbom, de Zweedse legende die instond voor de serie's over Pippi Langkous met de onsterfelijke Inger Nilsson in de titelrol. Hij maakte ook Emiel, Kinderen van de Zoutkreek, De Gebroeders Leeuwenhart, Karlsson van het Dak, Duimpje en Rasmus en de vagebond. Op 25 maart 1982 stierf hij op een heroïsche wijze: tijdens de opnames van Ronja de roversdochter. Debutant Tage Danielsson moest de film afmaken. Hij deed het met grandioos succes. De film werd bedolven onder de prijzen en kreeg op het Festival van Berlijn, als ultieme bekroning, een Gouden Beer. De samenwerking met andere regisseurs verliep heelwat stroever. Lindgren hield de trouwtjes zelf strak in handen en schreef alle dialogen voor haar films zelf. Zo kon ze voorkomen dat regisseurs of productiefirma's thema's als verliefdheid of geweld in haar boeken smokkelden. Alleen Johanna Hald verfilmde nog met succes twee Lotta-films.

Jekino-Films brengt ter gelegenheid van Lindgrens negentigste verjaardag Karlsson van het dak uit 1974 weer in omloop in clubs en jeugdbioscopen. De hoofdfiguur in de film is Erik, die zich op zijn eigen manier afzet tegen zijn ouders. Hij 'verzint' de figuur van Karlsson, een afstotelijk dik figuurtje dat kan vliegen en instaat voor allerlei kattekwaad. Het knappe van de film is dat er nooit een antwoord wordt gegeven op de vraag of Karlsson echt bestaat of slechts het product van Eriks verbeelding is. Op een bepaald moment krijgen Eriks ouders Karlsson daadwerkelijk te zien, maar vanaf het moment dat Erik van zijn ouders het door hem zo graag gewilde hondje krijgt, verdwijnt Karlsson als sneeuw voor de zon. De gerestaureerde Nederlandstalige versie wordt trouwens verteld door Paul Codde.

Ronja De Roversdochter, het parallel lopende verhaal van Ronja en de roversbende van Mattis en dat van Birk en de roversbende van zijn vader Borka, komt, zo hoopt Jekino, terecht in enkele gewone bioscopen. Samen met Karlsson en Pippi kreeg deze film ook een plaats in de actie 'Jeugdfilm in 't Stad', die van 22 oktober tot 11 november in Antwerpen liep. In het voorjaar van 1998 wordt er gestart met de productie van video's in het kader van een Astrid Lindgren Collectie. De eerste titels hiervan zijn Karlsson van het dak, Lotta uit de Kabaalstraat, Lotta loopt weg, Ronja de roversdochter en Rasmus en de vagebond.

Als klap op de vuurpijl kunnen we in 1998 een nieuwe langspeeltekenfilm over Pippi Langkous verwachten. Regisseurs Bill Giggie, Michael Schaack en Clive Smith werkten meer dan vijf jaar aan de film. De reden hiervoor ligt voor de hand: Astrid Lindgren lag scenaristen Frank Nissen en Ken Sobol danig dwars.

Jekino, Koninklijke Sint-Mariastraat 2, 1030 Brussel. Telefoon: 02/219.69.27