DE LITERAIRE JAMES BOND

Cijferen voor beginners

Hoewel producer Albert Broccoli van geheim agent James Bond de beroemdste cijfercombinatie ter wereld maakte, heeft hij hem niet gecreëerd. Die eer viel te beurt aan Ian Fleming, een koppige Britse schrijver. Fleming is inmiddels dood, maar zijn creatie is springlevend.

Bijna altijd overtreft de creatie qua bekendheid zijn schepper. In het geval van James Bond en Ian Fleming is dat niet helemaal waar. Iedereen heeft vast al wel eens van de Britse schrijver gehoord. De man werd in 1908 in Mayfair (Londen) geboren als een zoon van Valentine Fleming en een kleinzoon van de rijke Schotse bankmagnaat Robert Fleming. Toen Valentine tijdens de tweede wereldoorlog als held om het leven kwam, erfde Ians moeder de hele erfenis, op voorwaarde dat ze nooit zou hertrouwen. Het feit dat zijn vader als oorlogsheld ten grave werd gedragen en dat zijn oudere broer Peter op dat moment al goed op weg was een roemrijke academische carrière uit te bouwen, drukte een stempel op Ians leven. Hij zou zijn hele leven op zoek blijven naar zijn eigen identiteit, naar de drang om zichzelf te bewijzen, om een eigen persoonlijkheid op te bouwen.

Fleming liep school aan Eton en de militaire academie Sandhurst, maar verhuisde om diverse redenen al snel naar het vasteland. Eerst naar München, tenslotte naar het Oostenrijkse Kitzbühel, waar hij zijn familiebanden kon doorbreken en niet langer met de schaduw van zijn verleden hoefde af te rekenen. Het was in die periode dat Ian begon met het schrijven van gedichten en korte verhalen, vooralsnog zonder enige ambitie. Op professioneel gebied had hij zijn roeping gevonden en hij sloot zich aan bij de troepen van het persagentschap Reuter. Zijn eerste grote zaak was het proces in Moskou in 1933 van een aantal Britse ingenieurs die verdacht werden van spionage.

Hij ontdekte al snel dat journalistiek hem niet rijk zou maken, en vertrok vervolgens terug naar Londen, waar hij zich vol overgave in het bankwezen stortte. Hoewel hij niet de tonnen geld verdiende die hij gehoopt had, kon hij zich settelen in Belgravia, in 22B Ebury Street, wat een ontmoetingsplaats werd met zijn vele vrienden en geliefden voor uitgebreide maaltijden en bridge-partijen.

In 1939 zegde hij dit rijkeluisleventje vaarwel en trok voor The Times terug naar de Sovjetunie, voor buitenlandse verslaggeving. Intussen werd bekend dat Fleming al heel de tijd in dienst was geweest van de Britse Geheime Dienst. Tijdens de tweede wereldoorlog was hij commandant bij de Geheime Dienst van de Britse marine en niet veel later was Fleming de rechterhand van de Britse topspion admiraal John Godfrey.

Tijdens één van zijn opdrachten, belandde Fleming in Jamaica, een land dat hij meteen vol liefde in zijn hart sloot. Hij liet er een huis bouwen dat hij GoldenEye doopte, en reisde er zes jaar lang tussen januari en maart naar toe om er te overwinteren. In 1952 droeg een getrouwde vrouw, Lady Anne Rothermare, Flemings kind. Ze scheidde van haar toenmalige echtgenoot, hertrouwde met Fleming en het koppel vestigde zich definitief in GoldenEye. Het was op dit moment dat Fleming, inmiddels 44 jaar, de eerste versie schreef van een roman die hij de legendarische titel Casino Royale meegaf.

In de twaalf jaar die volgden zou hij het landschap van de spionage- en misdaadthriller grondig door elkaar schudden. Naast enkele non-fictie romans (waarvan The Diamond Smugglers wel de bekendste is) en het kinderverhaal Chitty Chitty Bang Bang (waarvan Broccoli voor United Artists een musical maakte), pende Fleming dertien verhalen neer met in de hoofdrol een geheime agent: Bond, James Bond. Hij bleef een column schrijven voor de Sunday Times en zijn passie voor golfen werd met de jaren groter, net zoals die voor drank en sigaren.

In 1964 werd zijn gezondheid ondermijnd door een long- en borstvliesontsteking. Toen zijn moeder stierf, raadden de dokters hem af de begrafenis bij te wonen, maar de sterk verzwakte Fleming deed het - koppig als hij was - toch. Op 12 augustus 1964 stierf hij aan een inwendige bloeding, op de leeftijd van 56 jaar. Ian Fleming werd begraven in Sevenhampton bij Wales. Zijn vrouw Anne stierf in 1981; hun enige zoon Capser in 1971 aan een overdosis drugs.

Het belang van Ian Fleming in de literatuur van na de tweede wereldoorlog is niet te onderschatten. Hij introduceerde (naast de sombere en duistere detective van pakweg Hammett of Chandler) met James Bond een heel nieuw type van spion, die gegrondvest is op restanten van de werken van Edgar Allan Poe, Ambrose Bierce, E. Phillips Oppenheim, John Buchan en Sax Rohmer. Fleming koos de naam James Bond naar de schrijver van de roman Birds Of the West Indies (ornitoloog James Bond) omdat de naam iets anoniems, kortaf, onromantisch, maar toch ook iets prozaïsch en mannelijks uitstraalt. Fleming schreef dertien romans met de figuur van James Bond in de hoofdrol: Casino Royale (1953), Live and Let Die (1954), Moonraker (1955), Diamonds Are Forever (1956), From Russia With Love (1957), Doctor No (1958), Goldfinger (1959), For Your Eyes Only (1960), Thunderball (1961), The Spy Who Loved Me (1962), On Her Majesty's Secret Service (1963), You Only Live Twice (1964), The Man With the Golden Gun (1965), Octopussy and The Living Daylights (1966). Fleming beïvloedde met die romans hedendaagse crimiauteurs als Tom Clancy, John LeCarré en Len Deighton.

Doorheen zijn boeken werd James Bond een icoon van een bepaalde klasse en ging hij een hele specifieke smaak en stijl ten toon spreiden. Hij drinkt Dom Perignon, rookt Mooreland, en hanteert zijn Walther PPK even onfijnzinnig als zijn eigen mannelijkheid. Bond ging leven in een hele eigen wereld, die echter ook deels de onze was. De Wodka Martini's zijn inmiddels wel vervangen door tonics en de Aston Martin (die voor het eerst opdook in Goldfinger) door een modernere BMW, maar toch is Bond doorheen zijn geschiedenis dezelfde gebleven: een genadeloze ladykiller, die keer op keer de wereld van de ondergang moet redden.

James Bond draagt de codenaam 007, maar is zoals fans wel weten natuurlijk niet het enige lid van de double-0 section. In verschillende boeken duiken ook een hele resem andere getallen op: 006, 008, 009 en 0011. Over Bonds familie worden niet veel woorden vuilgemaakt, al weten we dat zijn ouders, Andrew Bond en Monique Delacroix, om het leven kwamen tijdens het bergbeklimmen toen James Bond elf jaar oud was. Aan het hoofd van de Britse Geheime Dienst waar Bond voor werkt, staat M, Admiral Sir Miles Messervy (oorspronkelijk een man, tegenwoordiger een vrouw). Miss Moneypenny maakt onverbiddelijk deel uit van Bonds schare medepersonages. Zij is M's trouwe secretaresse en James Bonds number one fan. De schurken uit de Bond-verhalen (Mr. Big, Sir Hugo Drax, Goldfinger, Dr. No, Ernst Stavro Blofeld), staan meestal symbool voor één of andere hoofdzonde: luiheid, wraak, hebzucht.

Na de dood van Ian Fleming, werd zijn literaire erfenis gedragen door twee auteurs. John Gardner schreef vijftien Bond-romans tussen 1981 en 1995, waaronder For Special Services (1982), Nobody Lives Forever (1985) en Win, Lose or Die (1989). Garnder schreef ook het scenario voor twee Bond-films: Licence to Kill (1989) en GoldenEye (1995). Raymond Benson nam de fakkel in 1996 over, met het korte Bond-verhaal Blast from the Past dat verscheen in Playboy Magazine en in feite een vervolg is op You Only Live Twice. De laatste Bond roman is Zero Minus Ten uit 1997. Ongetwijfeld weer inspiratie voor een nieuwe film.