Wie een korte film in elkaar knutselt, gaat altijd een beetje met de billen bloot. Alles wat je te vertellen hebt en wilt laten zien, gebeurt onverhuld en helder, zonder dat je de kans krijgt het te verdoezelen. Om het met de woorden van Pieter Van Hees te zeggen: 'een kortfilm is wegsnijden, opofferen en lijden.' Hij kan het weten, want zijn korte film, Big in Belgium, werd door het publiek verkozen tot de beste film van het festival. Big in Belgium is een cartoonesk gangster-boerendrama anno 1958, dat handelt over de eenvoudige Kempenzoon Bert die beroemd wil worden. Pieter Van Hees, pas afgestudeerd, schreef zelf het scenario en voerde de regie. Stefan Perceval, Viviane Demuynck, Pieter Embrechts, Frank Focketyn en Robby Cleiren spelen de belangrijkste rollen. De keuze van het publiek voor Big in Belgium is een beetje verrassend. De film parodieert en ironiseert de droom om beroemd te worden en doorbreekt op meerdere niveaus de conventies van het kortfilmgenre. Er steekt iets avant gardistisch in de prent. Van Hees filmt in felle kleuren en maakt veelvuldig gebruik van extreme camerstandpunten. Niet erg conventioneel, wel origineel en soms best grappig en goed genoeg voor de prijs van het publiek ter waarde van 600.000 frank aan faciliteiten.
De competitie was, met zestien deelnemende films, overigens zeer sterk bezet. Big in Belgium haalde het van enkele films die bij het grote publiek wellicht beter zullen aanslaan: De Suikerpot van Hilde Van Mieghem, Straffe Koffie van Dirk Beliën en Sancta Mortale van Ilse Somers. De Suikerpot is het regiedebuut van Hilde Van Mieghem en verenigt zowat de halve cast van Moeder Waarom Leven Wij: Aline Cornelissen, Dirk Roofthooft, Els Dottermans, Lies Pauwels en Van Mieghem zelf. Zij speelt een neurotische moeder die een moeizame relatie heeft met haar dochtertje. De korte film pakt op een pijnlijk realistische wijze de problematiek van kindermishandeling aan en balanceert voortdurend tussen hoop en wanhoop. Schitterend hoe Van Mieghem zoveel emotie kan samenballen in veertien minuten. Deze korte film kreeg terecht de prijs van Beste Belgische Kortfilm op het festival van Gent, afgelopen jaar.
In Straffe Koffie gaat het er heel wat luchtiger aan toe. De ietwat schuchtere Filip is door zijn moeder ingeschreven voor 'De Ware Jacobshow', waar hij door de sexy Tamara wordt uitgekozen als date voor een reis naar Tenerife. Als ze het vliegtuig terugnemen, krijgen ze van een man een koffertje in de handen gestopt, met daarin een verdacht pakje koffie. Wat eerst alleen maar leut en plezier bleek te zijn, krijgt plots een hogere zuurtegraad en ontaardt in een thriller. Vrijetijdsregisseur Dirk Beliën kon voor deze onderhoudende korte film een beroep doen op enkele grote namen, die zoals hij zelf zegt voor 3000 frank per dag meespeelden: Bart De Pauw, Geena Lisa, Herbert Bruynseels, Koen de Bauw, Filip Peeters en Gène Bervoets. Straffe Koffie, geproduceerd door Cinelight en de Kinepolis Group, had normaalgezien in het voorprogramma van Oesje moeten zitten, maar geraakte niet op tijd klaar. Onderhoudend en ietwat commercieel, en binnenkort wellicht met groot succes te zien in de bioscopen.
Sancta Mortale van Ilse Somers was de derde bekende korte film in competitie. Ook deze film won een verdiende prijs tijdens het festival van Gent. Sancta Mortale vertelt het verhaal van het weesmeisje Lieve, die bij haar tante in een bejaardentehuis woont. Op een dag vindt ze een gewonde duif en ze gelooft dat dit Jezus is. Alle gebeurtenissen die daarop volgen, krijgen voor het meisje een bijzondere betekenis. Sancta Mortale blinkt vooral uit door zijn ongelooflijk mooie, poëtische en lyrische beeldenspielerei. Laurien Van den Broeck speelt Lieve en verder herkennen we onder meer Julien Schoenaerts, Cara Van Wersch, Ingrid Devos en Lucas Van Den Eynde. Als we op Santa Mortale mogen afgaan, wacht regisseur Ilse Somers nog een hele mooie toekomst.
Onze persoonlijke festivalfavoriet was Tunnel, een bizar, filosofisch en spannend pareltje van tien minuten, waarin een jongeman een taxi neemt aan de luchthaven. De praatgrage chauffeur (Mark Willems) rijdt in Brussel zelfzeker de tunnels in. Maar die tunnels vormen het begin van een lange, mysterieuze ondergrondse rit, die ontaardt in een geniale en verrassende plot over leven en dood. Voor de rest wisten ook Jewish Boxing van Stefan Van den Eede en vooral Pluk De Dag van Ruud Van der Beele ons te imponeren. Wie durft te beweren dat de Vlaamse korte film op sterven na dood is, moet alleen maar eens de moeite nemen om enkele van deze films te bekijken. Niets dan lof.
In Kort & Goed kregen we de andere kant van de medaille te zien; korte films van regisseurs die het tegenwoordig met langspeelfilms proberen. Zo werd Frank Van Passsel bij het grote publiek natuurlijk bekend met zijn Manneken Pis, maar in 1993 draaide hij al het tien minuten durende De Smeerlappen, een surrealistische en vooral grappige anthologie over het leven van gewone mensen. Van Erik Van Looy (Ad Fundum) kregen we Yuppies te zien, een knappe film met een verrassende pointe. Yuppies gaat over de koele zakenman Claude Mortier, die alles bereikt heeft waar hij ooit van droomde: succes, rijkdom en macht. Op zoek naar de ultieme uitdaging, engageert hij een huurmoordenaar om zichzelf te laten vermoorden...
De mooiste film uit Kort & Goed was zonder meer Omelette à la Flamande van Hans Herbots uit 1995. Deze wrange parodie handelt over een Nederlandse oud-industrieel die een leger financiert, dat via gewelddadige innames Vlaanderen bij Nederland moet inlijven. De Amerikaanse nieuwszender TNW heeft een correspondent en een ploeg 'ter plaatse', terwijl de bejaarde Maria de gebeurtenissen van in haar huis volgt. Omelette à la Flamande is geniaal in zijn detaillistische perfectie en kan rekenen op uitstekende acteerprestaties van Jenny Tanghe en Hubert Damen. Kort & Goed waren ook Regen en Gaslicht (een Hubert Lampo-verfilming van Dieter Debruyn) en Vrouwen Willen Trouwen (de ironische trouwdag van Patrice Toye).
Het animatiegedeelte van Leuven Kort was aan zijn première toe en bood onderdak aan maarliefst veertien korte films, waaronder een hele resem prijsbeesten: Onder de Wassende Maan van Hans Spilliaert (beste animatiefilm op het festival van Annecy 1997), The End Again van Bruno Wouters (Prijs van het Publiek op het festival van de Benelux in 1993) en Een Griekse Tragedie van Nicole Van Goethem. Zoals bekend won Van Goethem met haar knappe film een Amerikaanse oscar in 1987. Een Griekse Tragedie handelt over het einde van een Kariatidentempel. Drie vrouwenbeelden sneuvelen onder het geweld van hun eigen ontwaken.
Maar het was vooral uitkijken naar de première van Het Paradijs van Rudolph Mestagh. Deze film van vijftig minuten, opgenomen in Betacam, werd gemaakt in het kader van het VPRO-project Lolamoviola, en zal begin 1998 te zien zijn op de Nederlandse televisie. Dirk Roofthooft speelt in de film Bob, een geschifte overvaller, die op een nacht de doodbrave pompbediende (Bert André) gijzelt. Het is zijn doel om op één nacht zoveel mogelijk geld te verzamelen om te gaan leven op een paradijselijk eiland. Tijdens die nacht ontpopt er zich tussen deze twee tegengestelde personages een intrigerend gesprek over het leven, over dromen, liefde, hoop en ontgoocheling. Met schitterende dialogen en superieure prestaties van Roofthooft en André was dit misschien wel het beste wat we op een hele week Leuven Kort zagen.